Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD0988

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
06-05-2008
Datum publicatie
06-05-2008
Zaaknummer
08/710025-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende jaren seksueel misbruik gemaakt van zijn minderjarige dochter. De rechtbank acht bewezen dat hij meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn dochter, en ook dat hij haar meerdere keren heeft verkracht. Gelet op de ernst en duur van de feiten en de ingrijpende gevolgen voor het slachtoffer legt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf op van zesendertig maanden. Een deel van zes maanden van de straf is voorwaardelijk, mede omdat de rechtbank het nodig vindt dat verdachte een ambulante behandeling ondergaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710025-08

STRAFVONNIS

Uitspraak: 6/5/2008

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting “De Karelskamp” te Almelo,

terechtstaande ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2004 tot en met 1 november 2007, te Den Ham, gemeente Twenterand, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren [datum] 1991) meermalen, althans eenmaal, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens):

- een of meer vinger(s) en/of zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [verdachte] geduwd/gebracht en/of - de (al dan niet ontblote) borst(en) van die [verdachte] gestreeld en/of gelikt en/of betast, althans aangeraakt en/of

- de (al dan niet ontblote) vagina van die [slachtoffer] gestreeld en/of gelikt en/of betast, althans aangeraakt en/of

- met zijn penis over en/of in de nabijheid van de (al dan niet ontblote) vagina van die [slachtoffer] gewreven/gevoeld, althans aangeraakt,

- de hand(en) van die [slachtoffer] op/tegen zijn (ontblote) penisgelegd/geduwd, althans in de richting van zijn penis geduwd/bewogen en/of

- zijn penis in de richting van de mond van die [slachtoffer] geduwd/bewogen en/of

- met zijn penis tegen/over het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer] gewreven/gevoeld, althans aangeraakt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte:

- die [verdachte] heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of

- die [verdachte] op een/het bed heeft geduwd en/of gegooid en/of

- de kleren van die [verdachte] heeft uitgetrokken en/of

- op die [verdachte] is gaan liggen en/of

- (met zijn knieen) de bovenbenen van die [verdachte] uit elkaar heeft geduwd en/of

- (daarbij) tegen die [verdachte] heeft gezegd dat zij (eens) moest luisteren en/of dat zij tegen niemand iets mocht zeggen/vertellen en/of dat haar moeder verdrietig zou worden als haar moeder er achter zou komen en/of dat zij (een keer) moest meewerken en/of dat (toch) niemand haar zou geloven, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- (daarbij) door zijn, verdachtes, psychisch en/of lichamelijk overwichtdat/die hij als vader van die [slachtoffer] had, haar aan zijn wil heeft onderworpen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(parketnummer:710025-08)

art 242 Wetboek van Strafrecht.

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat:

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2004 tot en met 17 februari 2007, te Den Ham, gemeente Twenterand, althans in Nederland, met [slachtoffer], geboren op [datum] 1991, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, meermalen, althans eenmaal, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens):

- zijn vinger(s) en/of penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- de (al dan niet ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] gestreeld en/of gelikt en/of betast, althans aangeraakt en/of

- de (al dan niet ontblote) vagina van die [slachtoffer] gestreeld en/of gelikt en/of betast, althans aangeraakt en/of

- met zijn penis over en/of in de nabijheid van de (al dan niet ontblote) vagina van die [slachtoffer] gewreven/gevoeld, althans aangeraakt

en/of- de hand(en) van die [slachtoffer] op/tegen zijn (ontblote) penis gelegd/geduwd, althans in de richting van zijn penis geduwd/bewogen en/of

- zijn penis tegen/over het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer] geduwd/bewogen en/of (daarbij) zijn penis in de richting van haar mond geduwd/bewogen;

(parketnummer:710025-08)

art 245 Wetboek van Strafrecht.

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat:

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2004 tot en met 1 november 2007, te Den Ham, gemeente Twenterand, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft

gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit:

- het strelen en/of betasten en/of knijpen en/of likken, althans aanraken van/aan/in de (al dan niet ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] en/of

- het strelen en/of likken en/of betasten, althans aanraken van de (al dan niet ontblote) vagina van die [slachtoffer] en/of

- het wrijven/voelen met zijn penis over en/of in de nabijheid van de (al dan niet ontblote) vagina van die [slachtoffer],

- het leggen van de hand(en) van die [slachtoffer] op/tegen zijn, verdachtes, (ontblote) penis, althans het bewegen van de hand(en) van die [slachtoffer] in de richting van zijn penis en/of

- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in richting van de mond vandie [slachtoffer] en/of

- het duwen/brengen/wrijven van zijn penis tegen/in het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte:

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of

- die [slachtoffer] op een/het bed heeft geduwd en/of gegooid en/of

- de kleren van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- (met zijn knieen) haar bovenbenen uit elkaar heeft geduwd en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij (eens) moest luisteren en/of dat zij tegen niemand iets mocht zeggen/vertellen en/of dat haar moeder verdrietig zou worden als haar moeder er achter zou komen en/of dat zij (een keer) moest meewerken en/of dat (toch) niemand haar zou geloven, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- (daarbij) door zijn, verdachtes, psychisch en/of lichamelijk overwicht dat/die hij als vader van die [slachtoffer] had, haar aan zijn wil heeft onderworpen en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;(parketnummer:710025-08)

art 246 Wetboek van Strafrecht.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2001 tot en met 17 februari 2004, te Den Ham, gemeente Twenterand en/of te Nunspeet, gemeente Nunspeet en/of Zandvoort, gemeente Zandvoort, althans in Nederland en/of te Winterberg, Duitsland en/of Kroatië, meermalen, althans eenmaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, genaamd [slachtoffer], geboren op [datum] 1991, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, de (al dan niet ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] heeft gestreeld en/of betast en/of daarin heeft geknepen, althans deze heeft aangeraakt en/of de (al dan niet ontblote) vagina van die [slachtoffer] heeft gestreeld en/of betast, althans heeft aangeraakt;

(parketnummer:710025-08)

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair en sub 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 18 februari 2004 tot en met 1 november 2007, te Den Ham, gemeente Twenterand, door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer] (geboren [datum] 1991) meermalen heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte:

- een of meer vingers en zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en

- de al dan niet ontblote borsten van die [slachtoffer] gestreeld en gelikt en betast en

- de al dan niet ontblote vagina van die [slachtoffer] gelikt en betast en

- met zijn penis over de al dan niet ontblote vagina van die [slachtoffer] gewreven en

- de handen van die [slachtoffer] in de richting van zijn penis geduwd en

- zijn penis in de richting van de mond van die [slachtoffer] geduwd en

- met zijn penis tegen het gezicht van die [slachtoffer] gewreven en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden hierin dat verdachte:

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en heeft vastgehouden en

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd en

- de kleren van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en

- met zijn knieën de bovenbenen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij moest luisteren en dat zij tegen niemand iets mocht zeggen en dat haar moeder verdrietig zou worden als haar moeder er achter zou komen en dat zij een keer moest meewerken en dat niemand haar zou geloven en

- daarbij door zijn, verdachtes, psychisch en lichamelijk overwicht dat hij als vader van die [slachtoffer] had, haar aan zijn wil heeft onderworpen en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij in de periode van 1 april 2001 tot en met 17 februari 2004, te Den Ham, gemeente Twenterand en te Nunspeet, gemeente Nunspeet, meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, genaamd [slachtoffer], geboren op [datum] 1991, bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte, de al dan niet ontblote borsten van die [slachtoffer] heeft betast en de al dan niet ontblote vagina van die [slachtoffer] heeft betast.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het ten laste gelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De raadsman heeft met betrekking tot het onder 1 primair ten laste gelegde ter terechtzitting aangevoerd dat het bestanddeel “dwang” niet overtuigend bewezen kan worden verklaard, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dienaangaande:

De verdachte heeft desgevraagd toegegeven dat de hiervoor bewezen verklaarde seksuele handelingen - met uitzondering van het binnendringen van het lichaam met de penis - hebben plaatsgevonden, maar dat er geen sprake is geweest dat het slachtoffer daartoe door hem werd gedwongen.

Voorop dient te worden gesteld dat door een feitelijk dwingen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam als bedoeld in artikel 242 Wetboek van Strafrecht, slechts sprake kan zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft ondergaan (vgl. in dit verband onder meer HR 16 november 1999, LJN ZD 1653).

Aangeefster is bij de politie uitgebreid en gedetailleerd gehoord over de seksuele handelingen tussen haar en verdachte. Omtrent de wijze waarop en de omstandigheden waaronder deze handelingen hebben plaatsgevonden heeft zij onder meer -zakelijk weergegeven- verklaard dat:

- de eerste keer dat haar vader wat bij haar heeft gedaan op een camping te Nunspeet was toen zij 10 of 11 jaar oud was;

- het tussen haar tiende en twaalfde jaar op een gegeven moment ongeveer twee keer in de maand was dat haar vader haar over haar kleding streelde bij haar borsten;

- haar vader zei dat zij het niet mocht vertellen omdat haar moeder dat niet mooi zou vinden en verdrietig zou worden als zij dit wist;

- zij nog precies weet dat zij bij één van de eerste keren dat haar vader dit deed, zij aan hem vroeg of dit wel mocht; hij toen zei dat het niet uitmaakte, dat er toch niemand achter kwam;

- haar vader, toen zij een jaar of twaalf was, ook aan haar vagina ging voelen; haar vader haar dan tegenhield en haar bij haar bovenarm pakte als zij niet uit bed wilde gaan;

- het op haar dertiende ook zo ging dat haar vader met zijn hand over haar blote borsten wreef en erin kneep en over haar blote vagina streelde; dat haar vader haar dan bij haar arm vastpakte, haar meesleurde en op het bed drukte; hij dan zei dat zij het best kon doen omdat er toch niemand achter zou komen; haar vader zei dat mama verdrietig zou worden als zij erachter zou komen; haar vader in het begin heel boos naar haar keek en zei dat zij het tegen niemand mocht vertellen; dat zij zelf wel wist dat het niet kon wat haar vader deed; dat zij alleen bang was dat iemand erachter zou komen omdat haar moeder dan misschien boos op haar zou worden;

- haar vader op haar veertiende nog meer bij haar begon te doen; hij met zijn lul over haar kleding ging strijken; haar vader haar dan op bed had gedrukt en haar handen vast had boven haar hoofd; haar vader dan op haar ging liggen en haar benen klem hield onder zich; haar vader soms ook haar hoofd naar beneden duwde dat zij hem moest pijpen; zij haar mond stijf dichthield, haar ogen dicht kneep en niets deed; haar vader boos reageerde als zij het niet wilde; hij dan boos zei dat zij een keer moest luisteren; haar vader haar met woorden probeerde te dwingen, maar zij het toch niet deed; zij bang was wat de gevolgen zouden zijn als het uit zou komen, haar ouders misschien wel uit elkaar zouden gaan;

- het in de tijd dat zij verkering kreeg tot ongeveer april 2006 niet meer zo vaak gebeurde, maar haar vader daarna wel wat meer deed; dat het meestal gebeurde op haar bed in haar slaapkamer; haar vader dan weer bovenop haar ging liggen en met zijn blote lul over haar vagina wreef; hij dan eerst met zijn benen op haar benen ging liggen, waarna zij niet weg kon; haar vader dan met zijn handen haar armen vasthad; haar armen ter hoogte van haar hoofd lagen en hij dan haar polsen vast had; haar vader dan nog bozer werd als zij zich probeerde te verzetten;

- haar vader op een keer in juni 2007 naakt haar kamer binnenkwam met een condoom om zijn lul; zij zag dat haar vader op haar af kwam, haar armen vastpakte en de dekens van haar afgooide; haar vader schreeuwde dat zij mee moest werken; hij vervolgens bovenop haar ging liggen en haar strak vast pakte bij haar armen; haar vader weer met zijn bovenbenen op haar bovenbenen ging liggen, zodat zij niet weg kon; haar vader met zijn voeten haar voeten op een dusdanige manier omklemde dat zij helemaal niet weg kon komen; haar vader vervolgens ook met een vinger in haar vagina ging; hij vervolgens ook probeerde om met zijn lul bij haar binnen te komen; haar vader dat een paar keer heeft geprobeerd en dat het ook een klein beetje lukte; dat zij probeerde haar vader tegen te houden, maar dat haar vader steeds harder naar voren duwde; haar vader riep dat zij een keer moest meewerken en dat niemand haar toch zou geloven; zij zich op dat moment heel machteloos voelde; haar vader toen naar beneden ging, waarna zij een kastje voor de deur heeft geschoven om te beletten dat haar vader weer binnenkwam;

- haar vader in september 2007 alles bij haar heeft gedaan; haar vader haar hand vast pakte en haar op bed gooide; haar vader op haar ging liggen; dat het hem lukte om zijn lul helemaal in haar vagina te duwen; hij daarbij haar hand vasthield.

De rechtbank is van oordeel dat uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden genoegzaam kan worden afgeleid dat de seksuele handelingen tussen aangeefster en verdachte een onvrijwillig karakter hebben gehad en plaatsvonden in een dermate dreigende en gewelddadige sfeer dat het slachtoffer daaraan geen weerstand heeft kunnen bieden en gedwongen was die handelingen te ondergaan.

De raadsman heeft - onder verwijzing naar enkele voorbeelden in zijn pleitnota - voorts aangevoerd dat de door aangeefster afgelegde verklaringen op het punt van de uitgeoefende dwang, gedeeltelijk als inconsistent zijn aan te merken, waardoor die verklaringen mogelijk niet betrouwbaar zou zijn.

Vooropgesteld moet worden dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en datgene terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht, zonder dat hij van zijn oordeel omtrent de keuze en de betrouwbaarheid van het door hem gekozen bewijsmateriaal in zijn uitspraak rekenschap hoeft af te leggen.

Hetgeen namens verdachte is aangevoerd vormt een jurisprudentiële uitzondering op deze regel en verlangt een nadere redengeving. In dat verband overweegt de rechtbank dat - zoals hiervoor reeds opgemerkt - aangeefster een zeer uitgebreide en gedetailleerde verklaring heeft afgelegd omtrent het seksueel misbruik. De rechtbank is van oordeel dat zij hierbij naar beste weten heeft verklaard omtrent hetgeen zij zich herinnerde. De enkele omstandigheid dat daarin op onderdelen mogelijk sprake is van ogenschijnlijke tegenstrijdigheden, tast de betrouwbaarheid van die verklaringen naar het oordeel van de rechtbank wezenlijk niet aan. De rechtbank constateert dat de verklaring van aangeefster op belangrijke punten wel in overeenstemming is met de deels bekennende verklaring van de verdachte. Zij acht de verklaring van aangeefster betrouwbaar en geloofwaardig en derhalve bruikbaar voor het bewijs in de onderhavige strafzaak.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair en sub 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 primair, het misdrijf:

"Verkrachting, meermalen gepleegd",

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2, het misdrijf:

"Ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd",

strafbaar gesteld bij artikel 249, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

Omtrent de strafbaarheid van de verdachte overweegt de rechtbank dat verdachte blijkens de rapportage van de klinisch en forensisch psycholoog prof.dr. J.J. Baneke van 4 april 2008, een identiteitszwakke man is, die onvoldoende in staat is zijn eigen en andermans grenzen te bewaken. Momenteel is er een sterk verhoogde psycho-neurotische labiliteit, met een risico op de ontwikkeling van depressiviteit en zelfdestructief gedrag. Vooralsnog zijn voor dit laatste echter geen concrete aanwijzingen en is er geen sprake van psychopathologie in engere zin noch van een persoonlijkheidsstoornis. Wel zijn er afhankelijke en ontwijkende persoonlijkheidstrekken.

Op basis van het door genoemde gedragsdeskundige verrichte onderzoek wordt geadviseerd om betrokkene als licht/enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank verenigt zich met deze conclusie en neemt die over. Overeenkomstig die conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is, terwijl ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar doet zijn.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake de feiten 1 primair en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met daarbij als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen van de Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een behandeling bij de forensische polikliniek De Tender.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft over een reeks van jaren ontuchtige handelingen gepleegd met zijn minderjarige dochter. Die ontucht bestond mede uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. In plaats van het kind bescherming en geborgenheid te bieden heeft verdachte een zeer grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van zijn dochter. Verdachte heeft daarbij prioriteit gegeven aan de bevrediging van zijn eigen lustgevoelens onder voorbijgaan aan de kwetsbaarheid van zijn kind. Met zijn handelen heeft verdachte zijn dochter een evenwichtige en onbezorgde jeugd ontnomen, hetgeen ook blijkt uit de door haar opgestelde schriftelijke slachtofferverklaring. Zij verklaart daarin onder meer dat zij door hetgeen haar is overkomen wanhopig werd en bijna elke avond in bed lag te huilen van woede en angst. Van een sociaal leven is na haar aangifte geen sprake meer en eigenlijk is zij alleen maar aan het overleven, waarbij er momenten zijn dat het voelt alsof er een mes in haar hart wordt gestoken.

Als feit van algemene bekendheid kan ook worden aangenomen dat met name jeugdige slachtoffers van dit soort delicten - zoals in het onderhavige geval - vaak nog lang ernstige psychische gevolgen zullen blijven ondervinden van hetgeen hen is overkomen..

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank in matigende zin rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 10 maart 2008, niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is geweest. Daarnaast heeft de rechtbank voor wat betreft de persoon van de verdachte in aanmerking genomen de inhoud van het door de reclasseringswerker A. Smellink d.d. 17 april 2008 omtrent verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport en eerdervermeld rapport van de klinisch forensisch psycholoog Baneke.

Vanwege al het vorenstaande, in onderlinge samenhang bezien en vanuit een oogpunt van normhandhaving, vergelding en generale preventie en rekening houdend met de bestaande oriëntatiepunten straftoemeting, acht de rechtbank een gecombineerde vrijheidsstraf van na te melden duur passend en geboden. Overeenkomstig het gezamenlijke advies van de hiervoor genoemde rapporteurs, zal de rechtbank hieraan als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact verbinden, ook als dat inhoudt een begeleiding of behandeling door derden, bij voorkeur de forensisch psychiatrische poli- en dagkliniek De Tender. Verdachte heeft desgevraagd zelf ook te kennen gegeven daarvoor open te staan en daartoe gemotiveerd te zijn.

Door de raadsman is nog verzocht het onderzoek ter terechtzitting te schorsen, teneinde de reclassering de mogelijkheden van elektronisch toezicht te doen onderzoeken. De rechtbank zal dit verzoek niet honoreren gelet op de duur van de aan verdachte op te leggen straf.

De na te melden straf en maatregel is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair en sub 2 ten laste gelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

zes en dertig maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, unit Almelo, ook als die voorschriften en aanwijzingen inhouden een toeleiding naar begeleiding of behandeling door derden, in dit geval de forensische polikliniek De Tender te Deventer.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair en sub 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. Caminada, voorzitter, mrs.Stoové en Van Wees, rechters, in tegenwoordigheid van Ter Haar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 mei 2008.