Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BC7745

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
06-02-2008
Datum publicatie
26-03-2008
Zaaknummer
78792 ha za 06-608
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 78792 ha za 06-608

datum vonnis: 6 februari 2008 (mlj)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1. Y, en

2. Y-X,

echtelieden,

beiden wonende te Hengelo (O),

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

verder te noemen: Y (enkelvoud),

procureur: mr. E.H. Hoeksma,

tegen

de naamloze vennootschap

DEXIA Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

verder te noemen: Dexia,

procureur: mr. J. Vestering,

advocaat: mr. H. Post te Helmond.

Het procesverloop

In conventie en in reconventie:

1. Y heeft gevorderd conform de inleidende dagvaarding. Dexia heeft vervolgens een akte uitlating schorsing en Y een akte hervatting procedure in het geding gebracht. Nadien heeft Dexia een conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie genomen. Y heeft vervolgens een conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte vermeerdering van eis genomen en Dexia een conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis in reconventie en antwoordakte vermeerdering van eis in conventie. Na een conclusie van dupliek in reconventie zijdens Y hebben partijen vonnis verzocht.

Waarvan kan worden uitgegaan

In conventie en in reconventie:

2. Y heeft in de periode september 1997/november 2000 rechtstreeks bij de naamloze vennootschap Labouchere N.V. (toen handelend onder de naam “Legio Lease”; rechtsvoorganger van Dexia), vijf “Bank Labouchere-producten” afgenomen. Het betreft hier steeds aandelenleaseproducten, en wel de volgende:

- Overeenkomst 1: een op 17 juli 1997 afgesloten overeenkomst Winstverdubbelaar met het nummer 73046314 (zie bijlage 6 bij de conclusie van eis in conventie). De totaal overeengekomen leasesom bedraagt Hfl. 36.675,50. Deze overeenkomst voorzag er in dat Dexia voor een aankoopbedrag van Hfl. 21.637,70 aan Y aandelen ABN AMRO en KPN heeft geleased. De overeenkomst is zo samengesteld dat aan het einde van de looptijd van 60 maanden een restant hoofdsom overblijft van Hfl. 21.537,70, welke hoofdsom wordt verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden. Deze overeenkomst is na het verstrijken van de looptijd door partijen verlengd. Door Y is in totaal op deze overeenkomst voldaan € 8.787,64. De verlengde overeenkomst is op 18 juli 2005 beëindigd. Daarbij bleek aldus een restschuld (bijlage 9 bij conclusie van eis in reconventie) van Y aan Dexia te bestaan van (gecorrigeerd bij repliek in reconventie) € 534,10 welk bedrag niet door Y is voldaan aan Dexia.

Het sluiten van deze overeenkomst is ingeleid doordat Y heeft gereageerd op een advertentie in de Telegraaf, en wel door het ondertekenen en retourneren van de bij die advertentie behorende “bon”. Na ontvangst van deze bon heeft Dexia de overeenkomst (in tweevoud voor ondertekening), de bijbehorende fiscale opinie en een rekenvoorbeeld toegezonden.

- Overeenkomst 2: een op 24 juli 1997 afgesloten overeenkomst Winstverdubbelaar met het nummer 73048164 (zie bijlage 9 bij de conclusie van eis in conventie). De totaal overeengekomen leasesom bedraagt Hfl. 36.744,40. Deze overeenkomst voorzag er in dat Dexia voor een aankoopbedrag van Hfl. 21.678,40 aan Y aandelen ABN AMRO en KPN heeft geleased. De overeenkomst is zo samengesteld dat aan het einde van de looptijd van 60 maanden een restant hoofdsom overblijft van Hfl. 21.578,40, welke hoofdsom wordt verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden. Deze overeenkomst is na het verstrijken van de looptijd door partijen verlengd. Door Y is in totaal op deze overeenkomst voldaan € 8.709,85. De verlengde overeenkomst is op 25 juli 2005 beëindigd. Daarbij bleek aldus een restschuld van Y aan Dexia te bestaan van € 1.014,62 welk bedrag niet door Y is voldaan aan Dexia.

Het sluiten van deze overeenkomst is ingeleid doordat Y heeft gereageerd op een mailing met brochure van de bank, door het ondertekenen en retourneren van het aan de brochure bevestigde aanvraagformulier. Na ontvangst van dat formulier heeft Dexia de overeenkomst (in tweevoud voor ondertekening), de bijbehorende fiscale opinie en een rekenvoorbeeld toegezonden.

- Overeenkomst 3: een op 12 september 1997 afgesloten overeenkomst Feestplan met het nummer 57003016 (zie bijlage 1 bij de conclusie van eis in conventie). De totaal overeengekomen leasesom bedraagt Hfl. 50.506,40. De eerste 36 rentetermijnen van Hfl. 251,17 (in totaal € 4.103,13) zijn voldaan. Deze overeenkomst voorzagen er in dat Dexia voor een bedrag van Hfl. 20.366,00 voor Y aandelen Aegon kocht. De overeenkomsten is zo samengesteld dat aan het einde van de looptijd een restant hoofdsom overblijft van steeds Hfl. 20.266,00, welke hoofdsom wordt verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden. In totaal is door Y op deze overeenkomsten betaald € 4.102,92. Deze overeenkomst is op 11 september 2007 beëindigd. Dan is € 2.093,53 aan restschuld ontstaan (bijlage 27 bij conclusie van repliek in reconventie). De restschuld is niet door Y voldaan;

Het sluiten van deze overeenkomst is ingeleid doordat Y heeft gereageerd op een mailing met brochure van de bank, door het ondertekenen en retourneren van het aan de brochure bevestigde aanvraagformulier. Na ontvangst van dat formulier heeft Dexia de overeenkomst (in tweevoud voor ondertekening), de bijbehorende fiscale opinie en een rekenvoorbeeld toegezonden.

- Overeenkomst 4: een op 10 september 1999 afgesloten overeenkomst Winstverdriedubbelaar met het nummer 74286459 (zie bijlage 3 bij de conclusie van eis). De totaal overeengekomen leasesom bedraagt € 23.683,69. Deze overeenkomst voorzag er in dat Dexia voor een aankooptotaalbedrag van € 19.576,20 aan Y aandelen ABN AMRO, Ahold en ING heeft geleased. De overeenkomst is zo samengesteld dat aan het einde van de looptijd van 36 maanden een restant hoofdsom overblijft van € 19.530,82, welke hoofdsom wordt verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden. Deze overeenkomst is na het verstrijken van de looptijd door partijen verlengd. In totaal is door Y op deze overeenkomst betaald € 7.533,30. Na ommekomst van de overeengekomen looptijd (per 9 september 2005) bleek aldus een restschuld van Y aan Dexia te bestaan van € 6.733,62, welk bedrag niet door Y is voldaan aan Dexia.

Het sluiten van deze overeenkomst is ingeleid doordat Y zelfstandig bij de bank heeft gevraagd om toezending van informatie over dit product. Daarna heeft Dexia de overeenkomst (in tweevoud voor ondertekening), de bijbehorende fiscale opinie en een rekenvoorbeeld toegezonden.

- Overeenkomst 5: een op 30 november 2000 afgesloten overeenkomst Winstverdriedubbelaar met het nummer 29407784 (zie bijlage 12 bij de conclusie van eis in conventie). De totaal overeengekomen leasesom bedraagt € 14.272,41. Deze overeenkomst voorzag er in dat Dexia voor een aankooptotaalbedrag van € 11.797,05 aan Y aandelen Aegon, KPN en Wolt. Kluw. heeft geleased. De overeenkomst is zo samengesteld dat aan het einde van de looptijd van 36 maanden een restant hoofdsom overblijft van € 11.751,67, welke hoofdsom wordt verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden. Deze overeenkomst is na het verstrijken van de looptijd door partijen verlengd. In totaal is door Y op deze overeenkomst betaald € 3.516,94. Na beëindiging van deze overeenkomst (per oktober 2005) bleek aldus een restschuld van Y aan Dexia te bestaan van € 7.630,60, welk bedrag niet door Y is voldaan aan Dexia.

Het sluiten van deze overeenkomst is ingeleid doordat Y heeft gereageerd op een mailing met brochure van de bank, door het ondertekenen en retourneren van het aan de brochure bevestigde aanvraagformulier. Na ontvangst van dat formulier heeft Dexia de overeenkomst (in tweevoud voor ondertekening), de bijbehorende fiscale opinie en een rekenvoorbeeld toegezonden.

3. Als zijnde niet weersproken, staat vast dat Y – steeds – de brochures en/of documentatie heeft ontvangen die bij conclusie van antwoord in conventie in het geding zijn gebracht. Uit alle overeenkomsten heeft Y in totaal € 5.721,24 aan dividend uitgekeerd gekregen c.q. is dat verrekend.

4. Eerder, te weten bij twee brieven van steeds 4 april 2005 heeft Y zich gemeld bij Dexia stellende dat zij/hij er achterkwam dat haar/zijn echtgeno(o)t(e) één of meer van bovengenoemde overeenkomsten had getekend, dat zij/hij ervoer bevoegd te zijn die overeenkomst(en) te vernietigen en dat resultaat middels die brief wenste te bereiken.

Tevens heeft Y door middel van deze brieven van alle overeenkomsten de nietigheid ingeroepen c.q. deze buitengerechtelijk ontbonden dan wel vernietigd, zich ter zake baserende op een niet in acht genomen zorgplicht althans op strijd met de bepalingen van de WCK respectievelijk het ontbreken van de benodigde vergunning ex artikel 9 van die wet.

5. Y heeft een verklaring afgelegd zoals is bedoeld in artikel 7:908 BW en heeft daarmee te kennen gegeven dat hij niet aan de Duisenberg-regeling gebonden wil zijn.

De standpunten van partijen

In conventie:

6. Y vordert, de vermeerdering bij repliek inbegrepen:

I. Te verklaren voor recht dat de overeenkomsten

a. buitengerechtelijk vernietigd zijn althans die nietig zijn althans die te vernietigen, of

b. Dexia onrechtmatig jegens Y heeft gehandeld en deswege schadeplichtig is.

II. Dexia deswege te veroordelen aan Y te voldoen tegen bewijs van kwijting:

€ 16.354,08 en € 8.311,08;

III. Voornoemde bedragen vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van

totstandkoming der overeenkomsten althans de dag dat Dexia in verzuim verkeert

(15 mei 2005) tot aan de dag der betaling;

IV. Te verklaren voor recht dat de restschuld(en) zijn vervallen verklaard;

V. Dexia te veroordelen in de proceskosten en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad

verklaren.

7. Het verweer van Dexia luidt kort samengevat en voor zover nog van belang als volgt:

- Y is nimmer rechtstreeks benaderd door Dexia, maar heeft steeds zelf gereageerd (op een advertentie in de Telegraaf, op een mailing of gewoon uit zichzelf) en heeft hij steeds na ontvangen documentatie in alle rust kunnen beslissen of hij de overeenkomst met Dexia wilde aangaan;

- Dexia bestrijdt de stelling dat hier huurkoop-overeenkomsten aan de orde zijn die het recht zou geven wegens ontbrekende toestemming van de partner tot het aangaan ervan vernietiging in te roepen;

- Evenmin acht Dexia de WCK van toepassing op aandelenleaseovereenkomsten in het algemeen en de onderhavige. Aan haar zorgplicht in algemene zin acht Dexia te hebben voldaan onder meer middels de steeds aan Y toegezonden documentatie, waaruit het nodige bleek respectievelijk de controle bij het BKR te Tiel omtrent diens (krediet-)positie en acht overigens –voor zover van belang- de NR 99 ter zake niet van toepassing;

- Dexia ontkent ook overigens enige (vorm van) onrechtmatige daad jegens Y te hebben gepleegd en voor zover daarover anders zou moeten worden gedacht, naast eerdergenoemd dividend ook de andere voordelen voor Y uit de overeenkomst verdisconteerd moeten worden. Betreffende de gestelde schade wijst Dexia erop dat Y niet door hem genoten fiscale of andere voordelen verdisconteert in zijn vordering zomede het causaal verband tussen de gevorderde schade en het onrechtmatig handelen ontbreekt.

Wettelijke rente kan Dexia eerst verschuldigd zijn ingaande de datum dat van verzuim harerzijds kan worden gesproken.

In reconventie:

8. In reconventie vordert Dexia het na het aflopen van de overeenkomsten nog openstaande bedrag van (na vermeerdering van eis) in totaal € 18.006,47 (te weten het totaal van € 534,10, € 1.014,62, € 2.093,53, € 6.733,62 en € 7.630,60) met daarover de wettelijke rente. Dit met veroordeling van Y in de kosten van dit geding. Dit in die zin dat eiser sub 1 wordt veroordeeld tot betaling van € 9.361,25 en eiseres sub 2 wordt veroordeeld tot betaling van € 8.645,22. Dit op basis van de door elk van eisers gesloten overeenkomsten. Een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

9. Dexia stelt daartoe dat Y voormeld totaalbedrag verschuldigd is geworden op basis van de betreffende in het geding gebrachte eindafrekeningen.

10. Y heeft geconcludeerd tot afwijzing van het in reconventie gevorderde onder aanvoering van hetgeen van de zijde van Y in conventie is aangevoerd. Het bedrag van de restschulden lost zich op in de door de rechtbank toe te passen formule. De vervallenverklaring van de restschulden is onderdeel van wat in conventie wordt gevorderd.

De beoordeling

In conventie

artikel 1:88 e.v. BW

11. In eerdere vergelijkbare zaken (te beginnen bij rechtbank Almelo 26 november 2003 LJN: AN 9138) heeft deze rechtbank herhaald uitgemaakt dat aandelenleaseovereenkomsten als de onderhavige niet als huurkoop in de zin van deze bepalingen zijn te kwalificeren en derhalve het toestemmingsvereiste van eiser sub 1 of eieres sub 2 niet geldt.

Wet Consumenten Krediet (WCK)

12. De rechtbank handhaaft ook haar in eerdere uitspraken ingenomen standpunt dat de WCK op aandelenleaseovereenkomsten als deze van toepassing is. De rechtbank constateert echter dat de WCK ten aanzien van deze aandelenleaseovereenkomsten toepassing mist.

De overeenkomsten 1 t/m/ 3 zijn in een korte periode op gelijksoortige wijze en tussen dezelfde partijen – waarbij de rechtbank hier eisers vereenzelvigd - aangegaan en zijn naar het oordeel van de rechtbank om die reden als een samenstel te beschouwen. Het totaal van de overeengekomen leasesommen overstijgt ruimschoots het tot 1 februari 2001 geldende beschermingsplafond van die wet van € 22.652,-. Ditzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor de overeenkomsten 4 en 5 die eveneens in een relatief beperkte periode zijn gesloten op gelijksoortige wijze – te weten op initiatief van Y - en tussen dezelfde partijen. Het verweer van Dexia dat Y ten aanzien van deze vijf overeenkomsten geen bescherming aan de WCK kan ontlenen, slaagt derhalve.

Zorgplicht/onrechtmatige daad/Dexia

13. Daarmee komt de rechtbank toe aan de aansprakelijkheid van Dexia.

14. Zoals hierboven reeds is vastgesteld, is het steeds Y zelf geweest die het initiatief heeft genomen om telefonisch rechtstreeks bij (de rechtsvoorganger van) Dexia informatie over deze aandelenleaseproducten op te vragen, waarop steeds de eveneens hierboven aangeduide schriftelijke informatie aan Y is gezonden. Vervolgens is het – kennelijk – steeds alleen Y geweest die de eveneens meegezonden concept-overeenkomsten heeft ingevuld/ondertekend en aan (de rechtsvoorganger van) Dexia heeft

teruggezonden. Gesteld noch gebleken is dat van de zijde van Dexia anderszins moeite is gedaan om Y te bewegen tot het aangaan van deze vijf aandelenleaseovereenkomsten. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat Y steeds in (redelijke) rust en niet onder druk van enige op provisie beluste tussenpersoon zelf tot het aangaan van deze overeenkomsten is gekomen.

15. De rechtbank is voorts van oordeel dat het aan Y steeds ter informatie toegezonden schriftelijk materiaal als geheel (inclusief deze overeenkomsten), niet als ondeugdelijk en misleidend kan worden betiteld. Daarin wordt onder meer voldoende duidelijk gemaakt dat steeds rente moet worden betaald en dat een hoofdsom resteert die moet worden afgelost uit de opbrengst van de te verkopen aandelen. Overigens is door Y ook niet gesteld dat het door hem steeds ontvangen informatiemateriaal op zich ondeugdelijk is. Immers beperkt Y zijn kritiek op die documentatie (in de conclusie van repliek in conventie onder “kern van de zaak”) tot het punt dat hij onvoldoende is gewezen op de risico’s die samenhangen met beleggen in aandelen; namelijk dat bij een waardedaling van de aandelen de restschuld niet geheel wordt voldaan en er dus bijbetaald moet worden.

16. De rechtbank is van oordeel dat deze kritiek onvoldoende hout snijdt. In de documentatie wordt steeds voldoende duidelijk gewezen op de mogelijkheid van een minder goede afloop. Zo wordt – zo is de rechtbank ambtshalve bekend uit andere gelijksoortige zaken - in de steeds meegezonden “Fiscale opinie” uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheid van niet aftrekbare koersverliezen bij verkoop van de aandelenportefeuille. Ook wordt in andere documentatie er op gewezen dat beleggingsresultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst en dat de mogelijkheid bestaat dat de aandelen aan het einde van overeengekomen periode minder opbrengen dan de aankoopprijs, met – steeds - als niet mis te verstane consequentie dat dan het verschil tussen de verkoopopbrengst van de aandelen en de dan nog af te lossen hoofdsom moet worden bijbetaald. In het geval van verkopen “met verlies” kan eventueel worden gekozen voor verlenging van het leasecontract “in afwachting van betere tijden”. Zo bevat de documentatie van de winstverdriedubbelaar over het risico op niet mis te verstane wijze de volgende waarschuwing: “Beleggen bij wie en in welke vorm ook brengt financiële risico’s met zich mee. Dat geldt ook voor beleggen met geleend geld via de Winstverdriedubbelaar. Beleggen geeft u de kans op een hoger, maar ook op een lager dan gemiddeld rendement. Dat risico is voor u. (“…”).”.

17. De rechtbank oordeelt dan ook geen aanleiding aanwezig tot enig verder onderzoek naar de door Y desondanks gestelde onrechtmatige daad vanwege het niet in acht nemen van enige zorgplicht of het honoreren van enig bewijsaanbod van Y omtrent feitelijkheden in dat kader.

18. De (conventionele) vordering van Y zal worden afgewezen en hij zal als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

19. De overige geschilpunten van partijen behoeven geen beoordeling meer.

In reconventie:

20. Tegen het door Dexia in reconventie gevorderde, zoals vermeerderd en geherformuleerd bij repliek in reconventie, heeft Y behalve een verrekeningsverweer met het door hem in conventie gevorderde, geen verweer gevoerd zodat deze vordering voor toewijzing gereed ligt.

21. De rechtbank acht wettelijke rente over dit bedrag toewijsbaar, waartoe de rechtbank anders dan Dexia wel een ingebrekestelling noodzakelijk acht. Bij gebreke daaraan zal de dag van het instellen van de (reconventionele) vordering worden aangehouden.

Y zal in reconventie eveneens in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank:

In conventie:

I. Wijst af de vorderingen van Y tegen Dexia.

II. Veroordeelt Y in de kosten van deze procedure aan de zijde van Dexia gevallen en tot op deze uitspraak begroot op € 545,- aan verschotten en € 904,-- aan salaris voor de procureur.

III. Verklaart dit vonnis ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

In reconventie:

IV. Veroordeelt eiser sub 1 tot betaling van € 9.361,25 en eiseres sub 2 tot betaling van € 8.645,22, beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 19 september 2007 tot aan de dag van de voldoening.

V. Veroordeelt Y in de kosten van deze procedure aan de zijde van Dexia gevallen en tot deze uitspraak begroot op nihil aan verschotten en € 452,-- aan salaris voor de procureur.

VI. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VII. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.L.J. Koopmans en op 6 februari 2008 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.