Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BC6969

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
76821 ha za 06-257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 76821 ha za 06-257

datum vonnis: 9 januari 2008 (vdv)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

X en X-Y,

beiden wonende te A,

eisers,

verder te noemen: X,

procureur: mr. E.H. Hoeksma,

tegen

de naamloze vennootschap

DEXIA Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procureur: mr. J. Vestering,

advocaat: mr. H. Post te Helmond.

Procesverloop

X heeft gevorderd conform inleidende dagvaarding. Dexia heeft een akte van schorsing genomen, daarna X op 25 april 2007 een akte tot hervatting van de procedure.

Dexia heeft vervolgens een conclusie van antwoord, X een conclusie van repliek tevens houdende akte vermeerdering van eis en Dexia een conclusie van dupliek tevens antwoordakte vermeerdering van eis genomen, waarna partijen vonnis hebben verzocht.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De vordering (kort samengevat)

1. Na (telefonisch) benaderd te zijn door LegioLease heeft X op grond van een vervolgens ontvangen concept-contract een aandelenleaseovereenkomst Korting Kado

d.d 6 januari 2000 nummer 59108511 (productie 6 dagvaarding) gesloten.

De looptijd bedroeg 120 maanden, de totaal overeengekomen leasesom € 10.038,60 en de maandelijkse leasetermijnen € 46,31. Daarvan voldeed X er 60 oftewel € 2.778,60.

2. Op 15 november 2000 sloot X een aandelenleaseovereenkomst Winstverdriedub-belaar onder nummer 29480625 (productie 2 dagvaarding).

De looptijd bedroeg 36 maanden, de totaal overeengekomen leasesom € 23.171,76, de daarop verschuldigde leasetermijnen voldeed X door een betaling ineens van € 3.680,61.

Omdat deze overeenkomst na ommekomst van die termijn een restschuld vertoonde heeft X die verlengd met wederom 36 maanden (productie 3 dagvaarding).

3. Eveneens op 15 november 2000 sloot X een aandelenleaseovereenkomst Winstver-driedubbelaar onder nummer 29480626 (productie 4 dagvaarding).

De looptijd bedroeg 36 maanden, de totaal overeengekomen leasesom € 27.735,96 en de daarop verschuldigde maandelijkse leasetermijnen voldeed X door een betaling ineens van € 4.405,68.

Omdat ook deze overeenkomst na ommekomst van de termijn een restschuld vertoonde, heeft X deze verlengd met wederom 36 maanden (productie 5 dagvaarding).

4. Begin 2005 heeft X middels tussentijdse berekeningen de op voornoemde aandelenleaseovereenkomsten rustende restschulden (productie 7, 8 en 9 dagvaarding) doen berekenen en deze vervolgens middels een op zijn woonhuis hoger overgesloten hypotheek (productie 10 dagvaarding) afgelost.

Zo voldeed X op de korting Kado nummer 59108511 € 2.892,10, op de Winstverdriedubbelaar nummer 29480625 € 13.266,00 en nummer 29480626 € 16.023,73.

Na voldoening van deze bedragen aan Dexia heeft X alle drie de aandelenlease-overeenkomsten tussentijds beëindigd.

5. Mede-eiseres Y, stellende tot eind 2004 niet op de hoogte van deze aandelenleaseovereenkomsten te zijn geweest, heeft deze buitengerechtelijk vernietigd (productie 14 dagvaarding).

X heeft Dexia bij brief van 16 maart 2005 aansprakelijk gesteld, die overeenkomsten buitengerechtelijk ontbonden en vernietigd en gesommeerd tot terugbetaling van zijn inleg (productie 13 dagvaarding).

X baseert zich op het niet door Dexia inachtnemen van de zorgplicht met name de

NR 1999 subsidiair het bepaalde in de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) en bij vermeerdering van eis op basis van door Dexia geschonden normen van de WTE, zulks naast de nietigheid ingevolge het beroep op de vernietiging door Y, de echtgenote van X.

6. X vordert (inclusief vermeerdering van eis):

I. Verklaring voor recht dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld subsidiair de

overeenkomsten nietig zijn althans deze te vernietigen c.q. te verklaren dat deze

buitengerechtelijk vernietigd zijn.

II. Dexia te veroordelen tot betaling van primair € 10.672,48 en € 32.181,83 subsidiair

€ 30.360,89 en als alternatief tot € 14.229,97 en € 32.181,83.

III. Deze bedragen met wettelijke rente vanaf de dag der betaling althans het verzuim van

Dexia per 1 mei 2005 dan wel de dag der dagvaarding.

IV. Dexia te veroordelen in de kosten van het geding.

Het verweer van Dexia (kort samengevat)

7. X heeft in alle drie de gevallen van het sluiten van de aandelenleaseovereenkomsten de concepten daarvan en het bijbehorende informatie- en/of foldermateriaal thuis geruime tijd voorhanden gehad en in alle rust kunnen beslissen tot het aangaan van die overeenkomsten.

X heeft de verschuldigde leasetermijnen (ineens of maandelijks) immer voldaan en na tussentijdse beëindiging van de overeenkomsten was de opbrengst van de verkoop van de onderliggende aandelen (meer dan) voldoende om de lening(en) af te lossen.

De bepalingen omtrent huurkoop en het beroep ex artikel 1:88 e.v. BW acht Dexia niet van toepassing en bovendien die mogelijkheid voor Y verjaard.

Dexia acht zich evenmin tekort geschoten in enige zorgplicht, zijnde volgens haar allereerst de NR 1999 niet van toepassing en voorts ten aanzien van X de BKR-toets uitgevoerd.

Daarenboven ontbreekt het causale verband met de schadevordering ten aanzien van het rentegedeelte van de geldlening en is alleen het verlies op de aandelen(lease) als zodanig te bezien en is te dien aanzien eigen schuld van X wegens onvoldoende oplettendheid in aanmerking te nemen.

Wettelijke rente is in voorkomend geval alleen na verzuim verschuldigd en tot slot laat X ten onrechte een bedrag van € 1.082,25 aan ontvangen dividend buiten beschouwing.

De beoordeling

8. De aandelenleaseovereenkomsten Korting Kado en (twee) Winstverdriedubbelaars, hun looptijden, leasesommen, leasetermijnen en het verlengen van de Winstverdriedubbelaars als hierboven onder (1), (2) en (3) omschreven, staan tussen partijen vast alsmede dat X begin 2005 de op dat moment berekende tussentijdse restschulden op die overeenkomsten aan Dexia heeft voldaan en nadien die overeenkomsten tussentijds (vervroegd) heeft beëindigd, zomede Dexia na verkoop van de aandelen de berekende slotuitkeringen aan X heeft voldaan.

Huurkoop

9. De rechtbank blijft bij haar oordeel vervat in haar vonnis van 26 november 2003 (LJN: AN 9138) dat de onderhavige aandelenleaseovereenkomsten niet onder een overeenkomst van huurkoop (als species van koop op afbetaling) valt. Verdere verweren als verjaring behoeven derhalve niet te worden bezien.

WCK

10. De rechtbank handhaaft haar eerder ingenomen standpunt dat aandelenlease-overeenkomsten als de onderhavige op zich onder de toepassing van de WCK vallen, waarbij in deze voor de toepassing van die wet deze drie overeenkomsten als (nagenoeg) gelijktijdig gesloten tezamen dienen worden te bezien om vervolgens vast te stellen dat Dexia terecht opmerkt dat de leasesommen zich boven het toen geldende beschermingsplafond van die wet bevonden (2000: € 22.652,--) en de WCK in deze dus toepassing mist.

Onrechtmatige daad/zorgplicht

11. Uit de stukken is in voldoende mate op te maken dat X wist dat er geld werd geleend en aandelen zouden worden gekocht.

Gesteld noch gebleken is dat Dexia middels bijvoorbeeld een op provisie beluste tussenpersoon druk op X heeft uitgeoefend de overeenkomsten aan te gaan.

Voorts acht de rechtbank de aan hem toegezonden informatie als geheel (inclusief de overeenkomsten) niet ondeugdelijk of misleidend. Daarin wordt onder meer voldoende duidelijk gemaakt dat steeds rente moet worden betaald en dat een hoofdsom resteert die moet worden afgelost uit de opbrengst van de te verkopen aandelen. Overigens is door X ook niet gesteld dat het door hem ontvangen materiaal op zich ondeugdelijk is. Hij beperkt zijn kritiek tot het punt dat hij onvoldoende gewezen zou zijn op de risico’s die samenhangen met het beleggen in aandelen; namelijk dat bij waardedaling van de aandelen de restschuld niet kan worden voldaan en er dus bij betaald moet worden.

12. Naar het oordeel van de rechtbank snijdt deze kritiek onvoldoende hout. Uit de in het geding gebrachte documentatie blijkt in voldoende duidelijke mate de mogelijkheid van minder goede afloop. Met name wordt gewezen op de mogelijkheid in zo’n geval de overeenkomsten te verlengen, hetgeen X met de twee Winstverdriedubbelaars ook

–zonder enig voorbehoud- heeft gedaan. Weliswaar stelt X in de dagvaarding daartoe gedwongen te zijn geweest, doch adstrueert dat op geen enkele manier, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat.

Evenmin heeft X bij het voldoen aan Dexia van de tussentijds berekende restschulden in januari 2005 enig voorbehoud gemaakt op dit of enig ander punt, zodat de rechtbank tot geen andere conclusie komt dan dat X de gesloten aandelenleaseovereenkomsten heeft gecontinueerd respectievelijk verlengd in afwachting van (althans de hoop op) betere tijden, die –kennelijk- niet zijn gekomen. Zulks staat naar het oordeel van de rechtbank haaks op die door X aan Dexia verweten onrechtmatige gedragingen van niet in acht genomen zorgplicht.

13. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding tot enig verder onderzoek naar de door X gestelde onrechtmatige daad of het honoreren van een bewijsaanbod omtrent feitelijkheden in dat kader.

Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat als hiervoor overwogen, hij gedurende de looptijd van de overeenkomsten alle leasetermijnen heeft voldaan en restschulden zonder voorbehoud heeft aangezuiverd.

14. De vordering van X zal worden afgewezen en hij zal als in het ongelijk gesteld, in de proceskosten worden veroordeeld.

15. De overige geschilpunten van partijen behoeven geen bespreking meer.

De beslissing

De rechtbank rechtdoende:

I. Wijst af de vordering van X op Dexia.

II. Veroordeelt X in de proceskosten aan de zijde van Dexia gevallen en tot op deze uitspraak begroot op € 1.020,-- aan griffierechten en € 1.788,-- aan salaris voor de procureur.

III. Verklaart het onder II. van dit dictum bepaalde uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. J.H. van der Veer en op 9 januari 2008 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.