Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BC6940

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
77952 ha za 469 van 2006
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 77952 ha za 469 van 2006

datum vonnis: 9 januari 2008 (vdv)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

X,

wonende te H,

eiser,

verder te noemen: Van X,

procureur: mr. E.H. Hoeksma,

tegen

de naamloze vennootschap

DEXIA Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

verder te noemen: Dexia,

procureur: mr. J. Vestering.

Het procesverloop

1. Na inleidende dagvaarding van 7 april 2006 en een akte van schorsing van 17 mei 2006 heeft Van X een akte tot hervatting van de procedure en Dexia vervolgens een conclusie van antwoord genomen. Van X heeft vervolgens een conclusie van repliek en akte vermeerdering van eis en Dexia een conclusie van dupliek genomen en na een akte uitlating producties zijdens Van X hebben partijen vonnis verzocht.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Feiten (kort samengevat)

2. Door tussenkomst van Verzekerd Spaarplan Nederland, een cliëntenremisier van Bank Labouchère (rechtsvoorgangster van Dexia), heeft Van X op 30 november 2000 een Profit Effect Maandbetaling onder nummer 56181415 (dagvaarding productie 1) afgesloten.

3. Het aankoopbedrag van de (achterliggende) aandelen bedroeg € 11.037,00, de totaal te betalen rente tijdens de looptijd van de overeenkomst € 13.686,00, zodat het totaal van de overeengekomen leasesom bedroeg € 24.723,00.

Op het Profit Effect diende Van X gedurende de looptijd van 120 maanden maandelijks een bedrag van € 114,05 bij vooruitbetaling te voldoen en aan het einde van de overeenkomst € 10.991,62.

4. Verdere voorwaarden Profit Effect (voor zover van belang):

2. Deze lease-overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van 120 maanden, te rekenen vanaf de aankoopdag van de waarden.

3. Lessee kan deze lease-overeenkomst na 60 maanden dagelijks met onmiddellijke ingang en zonder annuleringskosten beëindigen, onder betaling of verrekening van de restant-hoofdsom op dat moment.

......

5. Zodra lessee al datgene aan de Bank heeft betaald wat hij haar krachtens deze lease-overeenkomst en de daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden Labouchere Effecten Lease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden.

5. Van X heeft de betaling over 49 maanden als voormeld, verricht (totaal € 5.588,45) en in de loop van eind 2004 hem bleek dat die overeenkomst met Dexia niet had gebracht hetgeen volgens hem was voorgespiegeld, heeft Van X onder voorbehoud van rechten de overeenkomst in december 2004 beëindigd (productie 2 dagvaarding) en heeft Dexia hem aangeslagen voor een restschuld van € 10.872,22 (productie 4 dagvaarding).

6. Bij brief van 19 januari 2005 (productie 5 dagvaarding) heeft Van X Dexia aansprakelijk gesteld, de Profit Effect overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vernietigd en gesommeerd tot terugbetaling van de ingelegde gelden.

Het voorgaande baseert Van X onder meer op de bepalingen van de volgens hem ten deze toepasselijke Wet Consumenten Krediet respectievelijk het ontbreken van de benodigde vergunning ex artikel 9 van die wet zulks in de zin van de aandelenlease-jurisprudentie dezer rechtbank (Dexia-Cosar LJN AS 4746 e.v.) zomede de schending door Dexia van de te hunnen aanzien in acht te nemen zorgplicht bij het aangaan van die overeenkomsten respectievelijk het onrechtmatig optreden van (de medewerker van) Verzekerd Sparen Nederland.

7. Teneinde civielrechtelijke problemen te voorkomen, heeft Van X onder protest inmiddels het bedrag der (aangeslagen) restschuld van € 10.872,22 aan Dexia betaald.

8. Van X vordert (de vermeerdering van eis inbegrepen):

I. Voor recht te verklaren dat de overeenkomst Profit Effect Maandbetaling nietig is c.q.

Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en deswege schadeplichtig is.

II. Dexia te veroordelen aan Van X te voldoen tegen bewijs van kwijting € 11.024,56.

III. Voornoemd bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagen dat de

onderscheiden betalingen zijn verricht althans de dag dat Dexia in verzuim verkeert

(14 februari 2005) tot aan de dag der betaling althans vanaf datum dagvaarding.

IV. Voor recht te verklaren dat de restschulden van Van X c.s. vervallen zijn althans die

vervallen te verklaren.

V. Dexia te veroordelen in de proceskosten.

VI. Het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Het verweer van Dexia (kort samengevat)

9. Dexia stelt dat de aandelenleaseovereenkomst Profit Effect is afgesloten via de tussenpersoon Verzekerd Sparen Nederland, die Van X ter zake heeft geïnformeerd en geadviseerd.

Na getoonde interesse van Van X heeft Verzekerd Sparen Nederland hem een aanvraagformulier verschaft en Dexia heeft die door Van X ondertekend retour ontvangen. Vervolgens heeft Dexia de overeenkomsten aan Verzekerd Sparen Nederland verstuurd.

Dexia stelt aan haar zorgplicht ten opzichte van Van X te hebben voldaan.

10. Voor deze overeenkomsten wordt niet voorzien in aflossing van de aankoopsom en diende Van X uit hoofde van deze overeenkomsten gedurende de looptijd een maandelijks bedrag, bestaande uit rente over de aankoopsom van de portefeuille, aan Dexia te voldoen.

Volledigheidshalve wijst Dexia erop, dat hierbij na het verstrijken van de looptijd van deze overeenkomsten een zogenaamde restschuld kan ontstaan in geval van te zeer gedaalde aandelenkoersen. Ook in het geval deze tussentijds wordt beëindigd, hetgeen in casu het geval is geweest, bestaat de mogelijkheid dat Van X nog een bedrag verschuldigd zijn: bij de op verzoek van Van X verrichte verkoop van de aan de overeenkomst ten grondsslag liggende aandelen is een negatief resultaat ontstaan, waarvoor zij Van X heeft aangeslagen.

Voorts hebben Van X uit hoofde van de overeenkomst een bedrag van € 2.832,84 aan dividend uitgekeerd gekregen, dat Van X nalaat in zijn vorderingen te betrekken.

11. Dexia doet voor alles een beroep op het niet inachtnemen door Van X in de dagvaarding van de substantiëringsplicht ex artikel 111 lid 3 Rv.

Voorts betwist Dexia de toepasselijkheid ten deze van de WCK en verwijst daartoe naar een overgelegd memorandum.

Ten aanzien van het optreden van Verzekerd Sparen Nederland als effectenbemiddelaar zodanig dat die niet (meer) was vrijgesteld van de vergunningsplicht ex artikel 12 van de vrijstellings-regeling Wet Toezicht effectenverkeer 1995, zulks vanwege de omstandigheid dat Verzekerd Sparen Nederland niet enkel Van X als klant bij de Dexia heeft aangebracht, maar zich ook heeft beziggehouden met advisering en/of aanbevelen van specifieke effectentransacties, stelt Dexia dat dit nog niet tot nietigheid van de overeenkomst leidt: niet de overeenkomst zelf is strijdig met een dwingendrechtelijke wetsbepaling, hoogstens het handelen van de tussenpersoon.

12. Naar aanleiding van de door Van X gestelde grondslag van onrechtmatige daad stelt Dexia alleen al de tekst van de overeenkomst duidelijk maakt dat het hier niet om een spaarvorm gaat, maar over een geldlening, de door Van X ingeroepen bepalingen van

NR 99 omtrent zorgplicht en schriftelijke informatieverschaffing op (het afsluiten van) deze overeenkomsten niet van toepassing zijn en overigens wel degelijk onderzoek naar diens financiële positie middels de BKR-registratie heeft plaatsgevonden.

Dexia wijst erop dat in ieder geval Van X bij het aangaan van de onderhavige overeenkomsten bepaaldelijk niet onbekend waren met effectenlease als zodanig, waar Van X daarvoor vanaf 18 september 1997 al negen overeenkomsten van effectenlease met Dexia had gesloten, die allen afliepen met een positief resultaat voor Van X en een opbrengst van € 24.039,24, hetgeen volgens Dexia dan toch ook in de discussie omtrent het al dan niet in achtnemen van zorgplicht dient te worden betrokken.

13. Betreffende de schade wijst Dexia erop dat Van X niet door hem genoten fiscale of andere voordelen verdisconteert in hun vorderingen zomede het causaal verband tussen de gevorderde schade en het onrechtmatig handelen ontbreekt.

De beoordeling

14. De overeenkomsten Profit Effect genummerd 56181415 d.d. 30 november 2000 van

Van X staat tussen partijen vast evenals het feit dat Van X daarop de overeengekomen betalingen over 49 termijnen (tot in totaal € 5.588,45) heeft voldaan zomede de onder (10) genoemde bedrag van € 2.832,84 aan dividend heeft ontvangen respectievelijk die overeenkomst inmiddels (tussentijds) is beëindigd en Van X een bedrag van € 10.872,22 aan Dexia heeft (terug)betaald.

Wet Consumenten Krediet

15. De rechtbank acht de WCK ten deze niet van toepassing alleen al vanwege overschrijding door de totale leasesom van het in 2000 geldende grensbedrag van

€ 22.652,--.

Zorgplicht/onrechtmatige daad/Verzelerd Sparen Nederland/Dexia

16. Ten aanzien van de overeenkomsten is derhalve de gestelde onrechtmatige daad als grondslag voor de vorderingen van Van X c.s. te bezien:

a. Verzekerd Sparen Nederland is een zogenaamde cliëntenremisier en is als zodanig weliswaar aan te merken als een effectenbemiddelaar als bedoeld in artikel 1 sub b Wte, maar is op grond van artikel 12 van het Vrijstellingsbesluit onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van de vergunningplicht. De belangrijkste van die voorwaarden is dat zij haar activiteiten beperkt tot het aanbrengen van klanten bij de in dat artikel genoemde instellingen.

b. Dat Dexia een instelling als bedoeld in artikel 12 van het Vrijstellingsbesluit is, staat niet ter discussie. Nagegaan moet derhalve slechts worden of Verzekerd Sparen Nederland zich beperkt heeft tot het aanbrengen van Van X als klant bij Dexia of dat Verzekerd Sparen Nederland verdere, voor een cliëntenremisier ontoelaatbare bemoeienis met de zaak gehad heeft. Daarvoor is het nodig om vast te stellen wat er onder aanbrengen wordt verstaan.

c. Een wettelijke definitie van het begrip aanbrengen in het kader van de Wte en de daarop gegronde regelgeving bestaat niet. Wel wordt er op haar website (www.afm.nl) een uiteenzetting van het begrip gegeven door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daar is, voor zover hier van belang, te lezen: Cliëntenremisiers mogen alleen cliënten aanbrengen bij effecteninstellingen die een vergunning hebben van de AFM. Cliëntenremisiers mogen bijvoorbeeld geen vermogensbeheer verrichten, orders van cliënten doorgeven of geld van cliënten onder zich houden. Daarnaast mogen zij geen cliënten aanbrengen bij andere cliëntenremisiers. Cliëntenremisiers mogen wel cliënten uitleggen wat een aandeel of een obligatie is. Echter zij mogen niet een specifiek aandeel, obligatie, effectenleaseproduct etc. beroeps- of bedrijfsmatig adviseren.

d. Uitgaande van deze uitleg -en de rechtbank gaat bij gebrek aan een andere gezaghebbende uitleg van deze uitleg, die zij ook onderschrijft, uit- was het aan Verzekerd Sparen Nederland toegestaan om Van X te informeren mits die informatie beperkt was tot kenmerken van beleggingscategorieën en om hem door te verwijzen naar Dexia, maar niet om Van X te adviseren.

e. Een andere voorwaarde is dat de cliëntenremisier zich houdt aan enkele specifieke gedragsregels die voortvloeien uit het Bte en dan hoofdzakelijk uit artikel 24 daarvan en uit de NR, in dit geval de NR 99. Dat zijn, voor zover in deze specifieke zaak van belang, dat hij handelt in het belang van de cliënt en de adequate functionering van de effectenmarkten, in het belang van de cliënt kennis neemt van diens financiële positie, ervaring en beleggingsdoelstelling voor zover dat redelijkerwijs van belang is met het oog op het verrichten van zijn diensten, de cliënt de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn voor de beoordeling van de door hem aangeboden diensten en de effecten waarop die diensten betrekking hebben en een verbod op het zogenaamde “cold calling” i.e. een verbod om hen, die nog geen cliënt zijn, telefonisch of persoonlijk te benaderen anders dan in het geval de betrokkenen daar vooraf schriftelijk dan wel telefonisch mee heeft ingestemd dan wel in het contact slechts wordt aangeboden om schriftelijke of elektronische informatie te verschaffen.

f. Op grond van de op dit punt ongenoegzaam weersproken gebleven stellingen moet worden aangenomen dat Verzekerd Sparen Nederland het cold calling-verbod niet heeft overtreden.

Blijft de vraag in hoeverre Verzekerd Sparen Nederland zich verdiept heeft in de beleggingsdoelstellingen van Van X, diens financiële positie, beleggingsdoelstelling(en) en beleggingservaring en aldus in diens belang gehandeld heeft.

g. Met betrekking tot het tot stand komen van het contact met Verzekerd Sparen Nederland is door Dexia gesteld en door Van X erkend, dat Van X voordien al negen op het moment van het sluiten van de onderhavige Profit Effect inmiddels gunstig afgelopen aandelenleaseovereenkomsten had gesloten.

Gegeven dit feit dat heeft Van X naar het oordeel van de rechtbank geweten dat hier geen “eenvoudige” spaarvorm o.i.d. aan de orde was, edoch beleggen met geleend geld met risico’s van dien.

Het argument van Van X dat weliswaar van (positieve) uitkeringen op die negen eerdere aandelenleaseovereenkomsten sprake is geweest, maar met inachtname van de door hem betaalde termijnen door hem uiteindelijk toch verlies op die overeenkomsten is geleden (punt 5 Conclusie van repliek) versterkt alleen maart het oordeel van de rechtbank dat Van X bij het aangaan van de litigieuze Profit Effect wist, althans kon weten, dat en welke risico’s daaraan kleefden.

h. Met betrekking tot hetgeen verricht is door Verzekerd Sparen Nederland om zich een beeld te vormen van Van X, hun financiële positie, beleggingsdoelstellingen en beleggingservaring, is, naast hetgeen reeds onder g hierboven is weergegeven, van belang, dat die eerdere profijtelijker afgelopen aandelenleaseovereenkomsten door Van X niet worden aangetast en dienvolgens moet worden aangenomen dat de hiervoor omschreven zorgverplichtingen in dat kader wel in acht zijn genomen.

i. Zeker tegen de achtergrond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door Van X getekende Profit Effect overeenkomst voldoende duidelijk is (geweest).

De door Van X ondertekende overeenkomst is een leaseovereenkomst, evenals Van X uit die overeenkomst had kunnen opmaken dat er sprake was van een lening, want er is immers sprake van zeer aanzienlijke rentebedrag (1 ¼ x hoofdsom!) in de overeenkomst, verder is er sprake van een maandbedrag, zulks is naast de looptijd van 120 maanden duidelijk in de overeenkomst vermeld.

Dat er voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomst concreet gewezen is op de mogelijkheid van verlies, is niet gebleken.

Gezien de (ervaringen van Van X met) eerdere aandelenleasecontracten moet het

Van X echter wel duidelijk zijn geweest dat het resultaat afhankelijk was van de ontwikkeling van de beurs(koersen) en mitsdien verlies tot de mogelijkheden behoorde.

Dexia heeft er terecht op gewezen dat restschulden bij dit product niet alleen bij het aflopen van de overeenkomst kunnen ontstaan, maar ook bij tussentijdse beëindiging (als thans door Van X op het door hem gekozen moment verzocht).

j. Uit de aanvraagformulier Labouchère Effectenlease (productie 3 Conclusie van antwoord), dat voorafgegaan is aan de overeenkomst Profit Effect, blijkt dat er een keuze is gemaakt voor Profit Effect.

Gezien het hiervoor onder (g), (h) en (i) overwogene ziet de rechtbank geen aan

Verzekerd Sparen Nederland verboden vorm van advisering in de zin van overweging (16 c.) althans zijn daartoe door Van X onvoldoende feitelijkheden gesteld.

k. De conclusie tot zover is dat Verzekerd Sparen Nederland in haar relatie tot Van X niet onrechtmatig gehandeld heeft (door te handelen in strijd met de voorschriften van de Vrijstellingsregeling en daarmee in strijd met artikel 7 Wte), maar evenmin is gebleken dat zij zich niet gedragen heeft als een goed opdrachtnemer overeenkomstig de bepalingen van titel 7:7 BW.

17. Daarmee komt de rechtbank toe aan de aansprakelijkheid van Dexia, voor zover die een gevolg is van haar eigen gedragingen.

Ook hier geldt dat bij het sluiten van een volgende aandelenleaseovereenkomst na negen eerdere inmiddels afgelopen overeenkomsten voor Dexia niet een volledig nieuwe situatie met volledig nieuwe verplichtingen (uit hoofde van Wte en/of NR 99) ontstaat en het inachtnemen van voor Dexia geldende zorgverplichtingen eerder dient te worden aangenomen, temeer nu Van X die eerdere negen aandelenleaseovereenkomsten onaangetast laat en zich in deze procedure evenmin beklaagt over het niet kunnen voldoen aan de overeengekomen verplichtingen, maar enkel over het uitblijven van winst met welk oogmerk hij die overeenkomst was aangegaan respectievelijk het verlies dat hij lijdt, nadat hij die overeenkomst zelf éénzijdig tussentijds heeft beëindigd.

18. Onder voormelde omstandigheden acht de rechtbank geen gronden aanwezig waarop de vorderingen van Van X tot nietigverklaring c.q. onrechtmatige daad kunnen worden gebaseerd en zullen dienvolgens die vorderingen worden afgewezen en zal Van X als in het ongelijk gesteld in de proceskosten van Dexia worden verwezen.

De beslissing

De rechtbank rechtdoende:

I. Wijst af de vorderingen van Van X.

II. Veroordeelt Van X in de proceskosten aan de zijde van Dexia gevallen en tot op

deze uitspraak begroot op € 296,-- aan griffierechten en € 904,-- aan salaris voor de

procureur.

III. Verklaart het onderdeel II van het dictum van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Van der Veer en op 9 januari 2008 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.