Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BC6921

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
69270 ha za 153 van 2005
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handelde gedaagde namens zijn BV of privé.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 240
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2008, 495
JIN 2008/258
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 69270 ha za 153 van 2005

datum vonnis: 9 januari 2008 (vdv)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

X,

gevestigd te Schiphol-Rijk,

eiseres,

verder te noemen: X,

procureur: mr. R. Kroon,

advocaat: mr. A.S. van A te Schiphol-Rijk,

tegen

Y,

wonende te Enter,

gedaagde,

hierna te noemen Y,

procureur: mr. J.G.M. Stassen.

Procesverloop

Ter uitvoering van de bij tussenvonnis van 20 december 2006 gegeven bewijsopdrachten zijn op 24 april 2007 en 18 september 2007 getuigenverhoren gehouden, hebben partijen nadien na enquête geconcludeerd, X onder overlegging van producties, en hebben partijen wederom vonnis gevraagd.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Bewijsopdracht Y

1. Y had te bewijzen dat hij namens Y B.V. gecontracteerd heeft met X.

2. Ter voldoening aan die bewijsopdracht heeft Y naast zichzelf als partijgetuige, zijn accountant Kamphuis en X in contra-enquête zichzelf en zijn medeaandeelhouder Van A doen horen.

3. Uit de verklaring van Kamphuis, die Y (onder andere) bij het eerste gesprek met X heeft bijgestaan, blijkt dat -zoals al in het tussenvonnis van 20 december 2006 is overwogen- de zaak primair betrekking had op het lot van de door Y B.V. gedreven Welkoop winkel te Oldenzaal vanwege de opzegging van de franchiseovereenkomst door C.

Bevestigd in de verklaring van Y blijkt uit die verklaring van Kamphuis tevens dat de positie van Y privé bij die gelegenheid niet aan de orde is geweest.

De verklaring van X bevestigt zulks, zij het dat volgens hem in enig later stadium de belangen van Y privé wel in beeld kwamen.

4. Het voorgaande gevoegd bij het tussen partijen reeds vaststaande feit dat alle facturen door X op naam van Y B.V. zijn gesteld, terwijl op geen enkele manier is gebleken dat X op dat moment door Y alleen in privé is ingeschakeld en “slechts”ter besparing van BTW die facturen aldus door X werden uitgeschreven (zie overweging 6 e vonnis 20-12-2006 en nog afgezien van het antwoord op de vraag wat de rechtbank met een dergelijke gang van zaken –indien vaststaand- zou moeten), acht de rechtbank Y geslaagd in het vervullen van de hem gegeven bewijsopdracht.

5. De rechtbank voegt hieraan toe dat het (al of niet) zijn van opdrachtgever en dienvolgens debiteur van door X te zenden declaraties, in deze los gezien dient te worden van het feit dat Y in privé belang heeft kunnen hebben bij de uitkomsten van de bemoeienissen van X voor Y B.V.

Het enkel zijn van belanghebbende maakt Y in privé (nog) geen contractspartij van X, althans aansprakelijk voor het voldoen van diens declaraties.

Van andere in aanmerking komende rechtsfiguren en daarop gebaseerde stellingname, die daartoe wel aanleiding zouden kunnen geven, is de rechtbank -behoudens die reeds bij eerder tussenvonnis zijn verworpen- niet gebleken.

Bewijsopdracht X

6. X had te bewijzen dat Y bij herhaling heeft toegezegd in te staan voor de betalingsverplichtingen die zijn voortgevloeid uit de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst van dienstverlening, omdat zijn vennootschap geen verhaal biedt.

7. Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft X zichzelf als partijgetuige,

Van A als medeaandeelhouder en B als zijn (voormalig) boekhouder/administrateur, doen horen. Y heeft ter zake in contra-enquête zelf nog een afzonderlijke verklaring afgelegd.

8. Noch Van A noch B als medeaandeelhouder respectievelijk (voormalige) boekhouder/administrateur van X en derhalve “van de hoed en de rand wetende”, verklaren omtrent een uitdrukkelijke toezegging van Y in te zullen staan (i.e. zich aansprakelijk te stellen voor) de voldoening van de aan Y B.V. gerichte declaraties van X.

Weliswaar verklaart X zelf, dat van het begin af aan in discussie is geweest en helder gesteld dat Y privé voor betaling van de declaraties zorg zou dragen, maar allereerst kan de rechtbank hierin geen uitdrukkelijke toezegging van Y lezen en is daarnaast sprake van een verklaring van X als partijgetuige, die de verklaringen van getuigen Van A en B in het kader van de hem gegeven bewijsopdracht niet anders kan doen zien.

Uit de verklaring van X blijkt nog van ene S van ING, die is echter niet gehoord en brengt derhalve in het voorgaande evenmin verandering.

9. Het feit dat vanaf enig moment declaraties en/of aanmaningen door X naar het privé-adres van Y zijn gestuurd en een tweetal besprekingen te zijnen woonhuize hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank in deze niet wezenlijk en afdoende verklaard door Y met het feit dat de Welkoop winkel te Oldenzaal inmiddels was gesloten en Y B.V. (noodzakelijkerwijs) daartoe diens woonhuis had te gebruiken en dat ook als adres bij de Kamer van Koophandel had opgegeven.

Ook het feit dat Y één of meer betalingen vanaf zijn privé-rekening aan X heeft verricht, acht de rechtbank afdoende verklaard met het feit dat ING na het opzeggen van het krediet inmiddels de bijbehorende rekening had beëindigd, Y B.V. nadien niet meer over een eigen bankrekening beschikte en hij, Y, die gelden aan de B.V. had voorgeschoten en, als bevestigd door accountant Kamphuis, die wel op de B.V. zijn geboekt.

In een onder die omstandigheden om die reden voorschieten van gelden ziet de rechtbank geen (herhaaldelijke) toezegging van Y aan X in de zin van de gegeven bewijsopdracht in te staan voor de betaling van de declaraties van X aan Y B.V..

Slotsom

10. Nu Y geslaagd is in het leveren van het hem opgedragen bewijs en X niet, kan de rechtbank de zaak verder afdoen en, verwijzend naar het eerder overwogene in de tussenvonnissen van 2 augustus 2006 en 20 december 2006, de vordering van X tegen Y afwijzen met veroordeling van X als in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten.

De beslissing

De rechtbank

Rechtdoende

I. Wijst af de vordering van X tegen Y.

II. Veroordeelt X in de proceskosten aan de zijde van Y gevallen en tot op deze uitspraak begroot op € 735,-- aan griffierechten en € 2.027,-- aan salaris voor de procureur.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. J.H. van der Veer en op 9 januari 2008 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.