Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BC6748

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
04-03-2008
Datum publicatie
14-03-2008
Zaaknummer
08/700270-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft bedrijfsmatig in softdrugs gahandeld. Een koi-centrum diende als dekmantel. Ook heeft hij valsheid in geschrifte gepleegd bij verkrijging van een hypotheeklening. Geld is daarbij witgewassen. Ook had hij een automatisch vuurwapen met scherpe munitie voorhanden. De rechtbank legt hem 3 jaar gevangenisstraf op en gelast ook de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf van zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/700270-07 en

08/800458-06 (tul).

STRAFVONNIS

Uitspraak: 4 maart 2008.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1968,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring [plaats] ,

terechtstaande -na de vordering nadere omschrijving telastelegging (conform artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering)- ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2007 tot en met 1 oktober 2007,

in de gemeente Hengelo (O), meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in/bij een pand aan de Binnenhavenstraat aldaar, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd

en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig

heeft gehad hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal

bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

(zakendossier 1)

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005

tot en met 1 oktober 2007 in de gemeente Hengelo (O) en/althans (elders) in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, een voorwerp, te weten een of meerdere

geldbedragen (totaal ter waarde van 529.000 euro of daaromtrent) heeft

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet en/of

(telkens) van een voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(en)

(totaal ter waarde van 529.000 euro of daaromtrent) gebruik heeft gemaakt

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs

moest(en) vermoeden, dat/die voorwerpen en/of dat/die goed(eren) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

(zakendossier 4)

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 13 september 2004, althans in of omstreeks de periode van

1 september 2004 tot en met 6 oktober 2004, in de gemeente Hengelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een werkgeversverklaring en/of een salarisspecificatie, - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of vervalst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat

geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken,

en/of/althans (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van dat/die valse of

vervalse werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie als ware het echt en

onvervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een of meer

schriftelijk(e) stuk(ken) opgesteld en in strijd met de waarheid:

*voorzien van het opschrift "werkgeversverklaring" en/of voorzien van een

bedrijfsnaam "ArtDeco BV" en/of een ondertekening/handtekening en/of een

datum en/of

*op dat/die stuk(ken) gegevens vermeld of laten vermelden met betrekking tot

een dienstverband (zoals functie en salaris)

en/of heeft/hebben verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

(vervolgens) die/deze werkgeversverklaring en/of salarisspecificatie aan een

of meer tussenperso(o)n(en) en/of aan Nationale Nederlanden NV

overgelegd/toegezonden, dan wel doen overleggen/toezenden/toekomen,

in elk geval ter beschikking gesteld of doen stellen,

ten behoeve van een beoordeling door de voornoemde bank/hypotheekverstrekker

en/of tussenperso(o)n(en) of aan verdachte en/of zijn mededader(s) een

hypothecaire geldlening (ten behoeve van de aankoop van een pand aan de

Deldenerstraat 73 te Hengelo (O)) verstrekt zou kunnen worden;

(zakendossier 3)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 01 oktober 2007 te Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

-een wapen van categorie II onder 2, te weten een vuurwapen, geschikt om

automatisch te vuren en/of

-munitie van categorie III en/of

-een wapen van categorie I, te weten een geluiddemper,

voorhanden heeft gehad;

(zakendossier 9)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie.

5.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 juli 2006 tot en met 1 oktober 2007,

in de gemeente Hengelo (O), meermalen, althans eenmaal (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen,

in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de Turbinestraat) een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet;

(zakendossier 5)

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen, -welke in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in aan dit vonnis aan te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1, sub 2, sub 3, sub 4 en sub 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 mei 2007 tot en met 1 oktober 2007, in de gemeente Hengelo (O), meermalen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in een pand aan de Binnenhavenstraat aldaar, opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt en verkocht en afgeleverd en vervoerd, (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

2.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 oktober 2007 in de gemeente Hengelo (O) tezamen en in vereniging met anderen meermalen, een voorwerp, te weten een geldbedrag heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en telkens van voorwerpen, te weten meerdere geldbedragen, gebruik heeft gemaakt terwijl hij en zijn mededaders telkens wisten, dat/die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

3.

hij op 13 september 2004, in de gemeente Hengelo, tezamen en in vereniging met anderen, een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie, - elk zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, en telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valse werkgeversverklaring en salarisspecificatie als ware het echt en onvervalst, immers hebben verdachte en zijn mededaders schriftelijke stukken opgesteld en in strijd met de waarheid:

*voorzien van het opschrift "werkgeversverklaring" en voorzien van een

bedrijfsnaam "ArtDeco BV" en een handtekening en een datum en

*op die stukken gegevens vermeld of laten vermelden met betrekking tot

een dienstverband (zoals functie en salaris) en hebben verdachte en zijn mededaders

(vervolgens) die werkgeversverklaring en salarisspecificatie aan Nationale Nederlanden NV overgelegd, ten behoeve van een beoordeling door de voornoemde hypotheekverstrekker verdachte of een van zijn mededaders een hypothecaire geldlening (ten behoeve van de aankoop van een pand aan de Deldenerstraat 73 te Hengelo (O)) verstrekt zou kunnen worden;

4.

hij op 1 oktober 2007 te Hengelo (O), een wapen van categorie II onder 2, te weten een vuurwapen, geschikt om automatisch te vuren en munitie van categorie III en een wapen van categorie I, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad;

5.

hij in het tijdvak van 1 juli 2006 tot en met 1 oktober 2007, in de gemeente Hengelo (O), meermalen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de Turbinestraat) een aantal hennepplanten, telkens een hoeveelheid van meer dan 30 gram zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1, sub 2, sub 3, sub 4 en sub 5 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 en sub 5 telkens, het misdrijf:

Medeplegen van: “Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”, telkens meermalen gepleegd;

telkens strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 2, het misdrijf:

Medeplegen van: “Witwassen”, meermalen gepleegd;

strafbaar gesteld bij artikel 420 bis juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 3, het misdrijf:

Medeplegen van: “Valsheid in geschrift”, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 225 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 4, het misdrijf:

“Handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie”,

meermalen gepleegd, (vuurwapen en munitie);

strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie,

en het misdrijf:

“Handelen in strijd met artikel 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie”,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1, sub 2, sub 3, sub 4 en sub 5 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest.

Met onttrekking aan het verkeer van de nrs. 5, 6, 7 en 8 en de nrs. 9, 10 en 11 bewaren ten behoeve van de curator mr. Poelenije te Enschede.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan het telen, bewerken en verwerken alsmede het verkopen, afleveren en vervoeren van grote hoeveelheden weed.

Het was verdachte die in deze een leidinggevende functie had, waarbij meerdere mensen betrokken waren en het Koi-centrum te Hengelo als dekmantel fungeerde.

Door aldus te handelen heeft verdachte doelbewust op wederrechtelijke wijze financieel voordeel nagestreefd.

Het is van algemene bekendheid dat uit dit soort bezigheden aanzienlijke geld-bedragen worden verworven.

Door softdrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd en wordt het plegen van vermogensdelicten onder de gebruikers bevorderd, teneinde de voor het gebruik benodigde gelden te verkrijgen.

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, tevens schuldig gemaakt aan het “witwassen” van geld.

Deze handelingen vormen een bedreiging van de legale economie en tasten de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich ook schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie valselijk in strijd met de waarheid te voorzien van het opschrift “werkgeversverklaring” en de bedrijfsnaam “ArtDeco BV” en voorzien van een handtekening en datum.

Op die stukken werden gegevens vermeld met betrekking tot een dienstverband (zoals functie en salaris) en welke werkgeversverklaring en salarisspecificatie aan de Nationale Nederlanden werden overlegd ten behoeve van een beoordeling of een hypothecaire geldlening verstrekt zou kunnen worden.

Verdachte had ook een levensbedreigend vuurwapen met daarbij behorende munitie en een geluiddemper voorhanden.

Het voorhanden hebben van vuurwapens (met bijbehorende munitie) brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Hert is een feit van algemene bekendheid dat zeker in het drugsmilieu het bezit van vuurwapens regelmatig tot het gebruik daarvan leidt, met alle risico’s van dien voor betrokkenen doch ook voor toevallig aanwezige derden.

Blijkens het uittreksel justitiële documentatie is verdachte ter zake overtreding van de Opiumwet op 29 mei 2006 nog veroordeeld door de politierechter te Almelo.

Daarbij kreeg hij onder meer een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk opgelegd, waarvan thans de tenuitvoerlegging door de officier van justitie is gevorderd. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan onder meer het overtreden van de Opiumwet.

Gelet op de ernst van de feiten en ter norminprenting en normhandhaving, en gelet op de (speciale) recidive van verdachte, is naar het oordeel van de rechtbank, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur thans de meest passende straf.

[motivering onttrekking aan het verkeer].

De na te melden straf is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging wegens recidive, betreffende parketnummer

08/800458-06.

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo van 19 februari 2008, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 29 mei 2006 opgelegde voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf, van oordeel dat die vordering behoort te worden toegewezen, nu is gebleken dat de veroordeelde[verdachte] zich voor het einde van de proeftijd meermalen aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1, sub 2, sub 3, sub 4 en sub 5 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie jaren.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen goederen welke staan vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen goederen onder de nummers: 5, 6, 7 en 8.

Bepaalt dat de inbeslaggenomen goederen welke staan vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen goederen onder de nummers 9, 10 en 11 ter hand zullen worden gesteld aan de rechthebbende te weten in dit geval de curator mr. Poelenije te Enschede.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Betreffende parketnummer: 08/800458-06.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 29 mei 2006, te weten van zes maanden gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. Venekatte, voorzitter, mrs. Bordenga en Veurink, rechters, in tegenwoordigheid van Van Putten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 maart 2008.