Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BC3712

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
07-02-2008
Zaaknummer
76584 ha za 06-214
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dexia-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 76584 ha za 06-214

datum vonnis: 23 januari 2008 (vdv)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

Y,

wonende te H,

eiser in conventie, gedaagde in reconventie,

verder te noemen Y,

procureur: mr. E.H. Hoeksma,

tegen

de naamloze vennootschap

Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

verder te noemen Dexia,

procureur: mr. J. Vestering.

Procesverloop

Y heeft bij inleidende dagvaarding van 2 februari 2006 gedagvaard. Na een akte van schorsing zijdens Dexia is de procedure middels een akte tot hervatting van 4 april 2007 voortgezet en heeft Dexia een conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie genomen. Y heeft vervolgens een conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte vermeerdering eis genomen en Dexia een conclusie van dupliek in conventie tevens houdende conclusie van repliek in reconventie. Na een conclusie van dupliek in reconventie en akte uitlating producties bij dupliek zijdens Y hebben partijen vonnis verzocht.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De vordering van Y (kort samengevat)

1. In 2000 is Y benaderd door Legio-Lease (later onder algemene titel overgenomen door Dexia) en naar aanleiding van verstrekte (schriftelijke) adviezen heeft Y op 19 mei 2000 een Winstverdriedubbelaar onder nummer 74412365 afgesloten (productie 3 dagvaarding).

De totaal overeengekomen lease-som bedroeg € 23.852,70 en de looptijd 36 maanden.

2. Deze lease-som was door Y te voldoen in:

a. 36 gelijke maandtermijnen van € 114,91;

b. een bedrag van f 100,-- op of omstreeks de 35e maand;

c. aan het einde van de leaseovereenkomst € 19.670,56 in principe te verrekenen met de

verkoopopbrengst van de achterliggende aandelen ABN AMRO, Ahold en ING.

3. Na ommekomst van de looptijd bleek een negatieve opbrengst voor Y van

€ 11.644,08 te verwachten (productie 4 dagvaarding).

Y heeft vervolgens een verlengingsovereenkomst d.d. 20 mei 2003 (productie 5 en 6 dagvaarding) gesloten met wederom een looptijd van 36 maanden, ditmaal met 36 maandtermijnen van € 115,01.

4. Y betaalde Dexia op de Winstverdriedubbelaar 36 termijnen van € 114,91, alsmede op de verlengde overeenkomst 28 termijnen van € 115,01, in totaal derhalve € 7.357,04.

5. Bij brief van 7 september 2005 (productie 8 dagvaarding) heeft Y van de Winstverdriedubbelaar d.d. 14 juli 1999 de nietigheid ingeroepen c.q. deze buitengerechtelijk ontbonden c.q. vernietigd, zich ter zake baserende op een niet inachtgenomen zorgplicht althans in strijd met de bepalingen van de WCK.

6. Y vordert bij dagvaarding:

I. De onderhavige aandelenovereenkomst te vernietigen althans voor recht te verklaren dat

deze buitengerechtelijk vernietigd is althans Dexia onrechtmatig jegens hem gehandeld

heeft;

II. Dexia te veroordelen tot voldoening van € 5.517,78 althans 75% daarvan ad

€ 3.960,11, dit laatste bedrag bij repliek vermeerderd tot € 4.837,50;

III. Voornoemd bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf het doen der deelbetalingen

althans de dag der dagvaarding;

IV. Vervallenverklaring van de restschuld van Y;

V. Dexia te bevelen op straffe ener dwangsom het BKR te Tiel op te dragen de A-notering

van Y ongedaan te maken;

VI. Dexia te veroordelen in de proceskosten en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te

verklaren.

Het verweer van Dexia (kort samengevat en voor zover van belang)

7. Anders dan Y stelt, is hij niet rechtstreeks benaderd door Dexia, maar heeft Y zelf door het insturen van een aanvraagformulier (productie 3 CvA) gereageerd op een mailing en na ontvangen documentatie in alle rust kunnen beslissen of hij een overeenkomst met Dexia wilde aangaan.

8. Tegen het einde van de looptijd van de overeenkomst heeft Dexia aan Y vanwege alstoen te verwachten negatief resultaat van de aandelenlease middels een keuzeformulier de volgende drie opties geboden:

(1) De overeenkomst verlengen met minimaal een jaar en maximaal drie jaar;

(2) De aandelen overnemen;

(3) De overeenkomst beëindigen.

Y heeft gekozen voor de eerste optie en de overeenkomst is verlengd met 3 jaar (productie 4 CvA).

Na verloop van die termijn bleek volgens de alstoen opgemaakte eindafrekening een negatief resultaat van € 5.039,07 (productie 5 CvA).

9. Volgens Dexia laat Y na te vermelden dat hij uit hoofde van de overeenkomst een bedrag van € 1.648,05 aan dividend heeft ontvangen, waarvan € 1.402,71 aan hem is uitgekeerd en € 245,34 is verrekend, welke bedrag(en) hij nalaat in zijn beschouwingen te betrekken.

Voor alles doet Dexia een beroep op het niet in acht nemen door Y van de substantiëringsplicht ex artikel 111 lid 3 Rv.

10. Dexia acht de WCK niet van toepassing op aandelenleaseovereenkomsten in het algemeen en de onderhavige.

Aan haar zorgplicht in algemene zin acht Dexia te hebben voldaan onder meer middels de aan Y toegezonden documentatie, waaruit het nodige bleek respectievelijk de controle bij het BKR te Tiel omtrent diens (krediet-)positie en acht overigens –voor zover van belang- de NR 99 ter zake niet van toepassing.

Dexia ontkent ook overigens enige (vorm van) onrechtmatige daad jegens Y te hebben gepleegd en voor zover daarover anders zou moeten worden gedacht naast eerdergenoemde dividenden ook de andere voordelen voor Y uit de overeenkomst verdisconteerd moeten worden.

Ten aanzien van het gevorderde bevel aan BKR te Tiel stelt Dexia dat zij slechts meldingsplichtig is ter zake van uitstaande kredieten van Y en niets aan het BKR te bevelen heeft en die vordering mitsdien onmogelijk is.

Wettelijke rente kan Dexia eerst verschuldigd zijn ingaande de datum dat van verzuim harerzijds kan worden gesproken.

Reconventie

11. In reconventie vordert Dexia het na het aflopen van de verlening van de overeenkomst na verrekening nog openstaande bedrag van € 4.960,77 met daarover de wettelijke rente.

De beoordeling

Bevoegdheid

12. Y grondt de relatieve bevoegdheid dezer rechtbank op het forum concumentis, bevoegd op grond van de woonplaats van de consument.

Weliswaar is Y als consument te beschouwen, edoch zijn woonplaats is Hoogezand, niet vallend onder de jurisdictie dezer rechtbank.

Waar geen der partijen die relatieve (on)bevoegdheid dezer rechtbank heeft aangeroerd of bestreden in de zin van artikel 110 Rv acht de rechtbank zich bevoegd van de vordering van Y kennis te nemen.

In conventie

13. De tussen Dexia en Y onder nummer 74412365 gesloten overeenkomst Winstverdriedubbelaar van 19 mei 2000 en de overeengekomen verlenging van 20 mei 2003, beide voor een looptijd van 36 maanden staan tussen partijen vast.

Zulks geldt ook voor de totaal overeengekomen leasesommen van € 23.856,30.

WCK

14. De rechtbank acht de WCK op deze overeenkomst Winstverdriedubbelaar niet van toepassing vanwege overschrijding door de overeengekomen leasesom(men) van het op

19 mei 2000 geldende grensbedrag dezer wet van € 22.652,--.

Zorgplicht

15. Hoewel uit de standpunten van partijen is op te maken dat Y in (redelijke) rust en niet onder druk van enige op provisie beluste tussenpersoon tot het aangaan van de overeenkomst Winstverdriedubbelaar is gekomen, ziet de rechtbank geen aanleiding tot enig verder onderzoek naar de door Y desondanks gestelde onrechtmatige daad vanwege het niet inachtnemen van enige zorgplicht of het honoreren van enig bewijsaanbod van Y omtrent feitelijkheden in dat kader, zulks vanwege het feit dat Y voorafgaand aan de verlenging van 20 mei 2003 uit hem drie geboden opties zonder enig voorbehoud ter zake heeft gekozen voor verlenging van de overeenkomst met nog eens drie jaren, terwijl de negatieve effecten van de Winstverdriedubbelaar die hij zegt bij het aangaan ervan niet te hebben kunnen ontwaren, hem toen geheel en al duidelijk zijn geweest.

Conclusie

16. De (conventionele) vordering van Y zal worden afgewezen en hij zal als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

In reconventie

17. Tegen het door Dexia in reconventie gevorderde ad € 4.960,77 heeft Y behalve een verrekeningsverweer met het door hem in conventie gevorderde en de stelling dat het bedrag dier vordering zich oplost in een toe te passen restitutieformule, niet gevoerd zodat deze vordering voor toewijzing gereed ligt.

18. De rechtbank acht wettelijke rente over dit bedrag toewijsbaar, waartoe de rechtbank anders dan Dexia wel een ingebrekestelling noodzakelijk acht.

Bij gebreke daaraan zal de dag van het instellen der (reconventionele) vordering worden aangehouden. (5 september 2007)

Y zal in reconventie eveneens in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank:

In conventie:

I. Wijst af de vorderingen van Y tegen Dexia.

II. Veroordeelt Y in de kosten van deze procedure aan de zijde van Dexia gevallen en tot op deze uitspraak begroot op € 296,-- aan verschotten en € 768,-- aan salaris voor de procureur.

III. Verklaart dit vonnis op het punt II. uitvoerbaar bij voorraad.

In reconventie:

IV. Veroordeelt Y om aan Dexia te betalen een bedrag van € 4.960,77 (vierduizend-negenhonderdzestig EURO 77/100) vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 september 2007 tot aan de dag der voldoening.

V. Veroordeelt Y in de kosten dezer procedure aan de zijde van Dexia gevallen en tot deze uitspraak begroot op nihil aan verschotten en € 384,-- aan salaris voor de procureur.

VI. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VII. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. J.H. van der Veer en op 23 januari 2008 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.