Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BC1779

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
15-01-2008
Zaaknummer
07 / 1452 GEMWT V1 V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Aanleg van een calamiteitenweg.

Op gronden met de bestemmingen “Park” en “Groenvoorziening” is de aanleg van de calamiteitenroute als hier aan de orde in het bestemmingsplan niet verboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector bestuursrecht

Registratienummer: 07 / 1452 GEMWT V1 V

uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 Algemene wet bestuursrecht

in het geschil tussen:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: ing. [gemachtigde], te [woonplaats],

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede,

verweerder.

1. Besluit waarop het verzoek betrekking heeft

Besluit van verweerder d.d. 23 november 2007.

2. Procesverloop

Bij besluit van 23 november 2007 heeft verweerder een verzoek namens een aantal bewoners van de Beltrumbrink te Enschede, onder wie verzoeker, van 10 oktober 2007 om de aanleg van een calamiteitenweg tussen Het Brunink en de Beltrumbrink ter hoogte van de huisnummers 116 en 118 te staken en de doorgang (fiets- en voetpad) binnen drie dagen te herstellen, afgewezen.

Bij bezwaarschrift van 13 december 2007 heeft [gemachtigde] voornoemd namens verzoeker tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij verzoekschrift van 13 december 2007 heeft hij voorts namens verzoeker aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende stopzetting van de aanleg van de calamiteitenroute gedurende de bezwaarprocedure en eventueel de beroepsprocedure bij de bestuursrechter.

Openbare behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 januari 2008, waar verzoeker bij zijn gemachtigde, [gemachtigde], is verschenen en verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door I. Lesker en C.J.M. Bosman, ambtenaren van de gemeente Enschede.

3. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening worden gevraagd.

Bij de beoordeling van een zodanig verzoek dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het onderwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig karakter.

Gelet hierop dient in het onderhavige geding de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van verweerder van 23 november 2007 wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

Ingevolge artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot toepassing van bestuursdwang.

In artikel 5:21 van de Awb wordt onder bestuursdwang verstaan: het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.

De eerste vraag die voorligt is of er sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift, in dit geval het bestemmingsplan. Is dat niet aan de orde, dan is er ook geen bevoegdheid om handhaven op te treden.

Blijkens de stukken wordt het fiets- en wandelpad tussen Het Brunink en de Beltrumbrink aangepast teneinde in uitzonderingsgevallen in geval van calamiteiten een goede doorgang te geven aan brandweer en ambulance. Hiervoor wordt het fiets- en wandelpad ter hoogte van de woningen aan de Beltrumbrink beter gefundeerd en met een halve meter verbreed met puin. Daarnaast komen er brandweerpalen aan het begin en einde van het pad, waardoor het niet mogelijk is dat ander autoverkeer over het fiets- en wandelpad kan rijden.

Uit de voorschriften behorende bij de geldende bestemmingsplannen Wesselerbrink en “Het Brunink” blijkt niet dat voor het aanleggen dan wel aanpassen van een weg een (aanleg)vergunning nodig is. Indien het aanleggen niet vergunningplichtig is, kan dit werk worden uitgevoerd, mits dit overigens geen strijd oplevert met de van toepassing zijnde bestemmingsplannen.

Het aanleggen van een calamiteitenroute behelst een vorm van gebruik die afwijkt van de ter plaatse geldende bestemmingen “Park” en “Groenvoorziening” (bestemmingsplan Wesselerbrink) en “Stadsrandzone” (bestemmingsplan “Het Brunink)”. Genoemde bestemmingen bieden slechts de mogelijkheid om fiets- en wandelpaden aan te leggen. Ingevolge de voorschriften van beide bestemmingsplannen is het verboden gronden te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met de bestemming. De vraag is of voormeld afwijkend gebruik van zodanig ondergeschikte betekenis kan worden geacht dat de planvoorschriften zich daartegen niet verzetten, zodat sprake is van niet met het bestemmingsplan strijdig gebruik. Om die vraag te beantwoorden dient mede de intensiteit van het voorziene gebruik van de calamiteitenroute te worden betrokken.

Het gebruik als fiets- en wandelpad wijzigt op zich niet indien het pad zodanig wordt aangepast/verbreed dat het geschikt is om bij calamiteiten te worden gebruikt als route voor brandweer of ambulance. Door het plaatsen van brandweerpalen aan het begin en aan het einde van het pad kan ander autoverkeer geen gebruik maken van de calamiteitenroute. De route is alleen te gebruiken door de brandweer en de ambulance die over een speciale sleutel beschikken om doorgang te verkrijgen. Ter zitting is bovendien gebleken dat de calamiteitenroute een alternatieve route is, alleen te berijden in het geval dat de gebruikelijke weg om hulp te bieden voor brandweer en ambulance is afgesloten. Kortom, het voorziene gebruik van de weg door brandweer en ambulance is incidenteel en kortdurend.

Een en ander brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat wel van een van het bestemmingsplan afwijkend gebruik kan worden gesproken. Maar van een met het bestemmingsplan strijdig gebruik is onder de geschetste omstandigheden geen sprake.

Gelet op het vorenstaande moet worden geoordeeld dat op gronden met de bestemmingen als hiervoor bedoeld, de aanleg van de calamiteitenroute als hier aan de orde in het bestemmingsplan niet is verboden. Verweerder is derhalve niet bevoegd handhavend op te treden tegen de aanlegwerkzaamheden.

Het handhavingsverzoek is daarom terecht afgewezen. Dat wellicht ook een ander traject voor de calamiteitenroute denkbaar is doet daaraan niet af. Hetzelfde geldt voor een toezegging die, aldus verzoeker, door een wethouder van verweerders gemeente is gedaan.

Nu het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar in stand zal kunnen worden gelaten is er geen aanleiding voor schorsing van het bestreden besluit of het treffen van een andere voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo,

Recht doende:

Wijst het verzoek af.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Aldus gegeven door mr. R.J. Jue, in tegenwoordigheid van G. Kootstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2008

Afschrift verzonden op

PA