Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BC2410

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-05-2007
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
71995 ha za 611 van 2005
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gemeente heeft de sluitingstijd van coffeeshops vervroegd door het gedoogbeleid van de burgemeester en de algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeenteraad aan te passen. De rechtbank oordeelt dat dit niet onrechtmatig is, behalve voor zover de APV aan de burgemeester de bevoegdheid geeft wettelijke regels vast te stellen. De vordering eventuele schade te vergoeden die het gevolg is van het onrechtmatige of rechtmatige handelen van de gemeente wijst de rechtbank af.

(In deze zaak 3 tussenvonnissen en 1 eindvonnis gepubliceerd)

3e tussenvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 6
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel recht

zaaknummer: 71995 ha za 611 van 2005

datum vonnis: 23 mei 2007 (mvw)

Vonnis van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma

MOBY DICK V.O.F.,

gevestigd te Hengelo (O),

2. [Eiser 2],

wonende te Hengelo (O),

3. [Eiser 3],

wonende te Hengelo (O),

eisers,

verder gezamenlijk te noemen: Moby Dick,

procureur: mr. E.W. Roessingh,

tegen

de rechtspersoon

gemeente HENGELO,

zetelend te Hengelo (O),

gedaagde,

verder te noemen: de gemeente,

procureur: mr. J. Schutrups.

Het procesverloop

1.1 De rechtbank heeft op 7 maart 2007 een tussenvonnis gewezen. Zij verwijst hier naar hetgeen in dit tussenvonnis is vermeld over het procesverloop.

1.2 Moby Dick heeft ter rolle van 4 april 2007 een akte genomen waarin zij de rechtbank gemotiveerd verzoekt alsnog toestemming te verlenen hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van 7 maart 2007 en een eerder tussenvonnis van 11 oktober 2006. Bij antwoordakte ter rolle van 2 mei 2007 heeft de gemeente gemotiveerd gevraagd het verzoek van Moby Dick af te wijzen.

1.3 De rechtbank doet heden uitspraak op het verzoek van Moby Dick.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

2. Moby Dick heeft aan haar verzoek, kort gezegd, ten grondslag gelegd dat de rechtbank in het vonnis van 7 maart 2007 heeft beslist over Moby Dick’s principiële inzet van de procedure. Bovendien zou bij een eventueel ander oordeel op dit punt in hoger beroep ook het oordeel over de door Moby Dick geleden schade anders kunnen zijn dan het oordeel dat de rechtbank mogelijk gaat vellen. De rechtbank begrijpt dat Moby Dick hiermee aanvoert dat de thans door de rechtbank opgevraagde nadere onderbouwing van de schade dan zou moeten worden aangepast, hetgeen onnodig werk zou opleveren.

3. De rechtbank zal het verzoek van Moby Dick afwijzen. Hoewel dit oordeel volgens het arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2004 (NJ 2005/510) geen motivering behoeft, wil de rechtbank er in ieder geval op wijzen dat het oordeel van de rechtbank over de door Moby Dick aangeduide principiële inzet slechts een deelbeslissing is. Voor een volledig oordeel is in beginsel de nadere onderbouwing nodig die de rechtbank heeft gevraagd. Deze onderbouwing heeft betrekking op de eventuele schade als gevolg van het mogelijk eerdere sluitingstijdstip van de coffeeshop. Omdat juist de wijziging van de sluitingstijden inzet is van het geschil, ziet de rechtbank voorshands niet in dat deze onderbouwing niet altijd noodzakelijk zou zijn.

De beslissing

De rechtbank:

I. Wijst het verzoek van Moby Dick af om te bepalen dat hoger beroep mogelijk is tegen de tussenvonnissen van 11 oktober 2006 en 7 maart 2007.

II. Bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 13 juni 2007 voor het nemen van een akte door Moby Dick zoals opgedragen in het tussenvonnis van 7 maart 2007.

III. Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Van Wees, mr. Elferink en mr. Bordenga en is op 23 mei 2007 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.