Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BB4648

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
04-09-2007
Datum publicatie
02-10-2007
Zaaknummer
08/710311-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op 28 maart 2007 in Enschede brand gesticht in een gymzaal, met gevaar voor ernaast liggende woningen en de bewoners. Enkele dagen eerder deed hij dat in afvalcontainers en een bedrijfauto. Hij is verminderd toerkeningsvatbaar. Hij krijgt van de rechtbank 30 maanden gevangenisstraf opgelegd, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een bijzondere voorwaarde met berekking tot huisvesting en behandeling na ingang van de proeftijd. Een vordering tot schadevergoeding van de gemeente Enschede van 100.654 euro met betrekking tot de afgebrande gymzaal wordt niet ontvankelijk verklaard; 498 euro schade aan de bedrijfsauto moet wel vergoed worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710311-07

STRAFVONNIS

Uitspraak: 4 september 2007.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1984,

wonende te [adres],

thans verblijvende in PI [naam en plaats],

terechtstaande –na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 21 augustus 2007 als bedoeld in artikel 314a Wetboek van Strafvordering- terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 28 maart 2007, in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

brand heeft gesticht in/aan een gymzaal, althans perceel, aan de Cornelis

Troostlaan, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk (binnen in die gymzaal, althans dat perceel) een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur, in aanraking gebracht met

(een) pion(nen) en/of (een) kledingstuk(ken), althans met (een) brandbare

stof(fen), ten gevolge waarvan die pion(nen) en/of dat/die kleding(stuk/stukken), althans die brandbare stof(fen), geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die gymzaal, althans dat perceel, en/of een of meer in de onmiddellijke nabijheid van die gymzaal, althans dat perceel, staande woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) bewoner(s) van die woning(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

(incident 1);

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 25 en 26 maart 2007 te Enschede tezamen en

in vereniging met een ander of anderen opzettelijk brand heeft gesticht in een

afvalcontainer bij Chinees Restaurant De Lange Muur aan het Oogstplein en/of

in danwel aan een (bedrijfs)auto merk Mitsubishi, kleur wit, staande (op een

parkeerplaats) aan de Veilingstraat, en/of in drie, althans meerdere, althans

een, (afval)container(s) aan of in de nabijheid van de Rembrandtlaan immers

heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar

opzettelijk met een brandende aansteker plastic en/of papier in de

container(s) en/of dekens in de (bedrijfs)auto aangestoken, in elk geval

opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met met de inhoud van de

container(s) en/of de (bedrijfs)auto, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan (een) container(s) en/of een (bedrijfs)auto geheel of

gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan

gemeen gevaar voor (de) container(s) en/of een (bedrijfs)auto, in elk geval

gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;(incidenten 7, 8 en 9)

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen, -welke in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 28 maart 2007, in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht in een gymzaal, aan de Cornelis Troostlaan, immers hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar opzettelijk binnen in die gymzaal een brandende aansteker in aanraking gebracht met kledingstukken, ten gevolge waarvan die kledingstukken zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die gymzaal, en in de onmiddellijke nabijheid van die gymzaal staande woningen en levensgevaar voor bewoners van die woningen te duchten was;

2.

hij in de periode van 25 en 26 maart 2007 te Enschede tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht in een afvalcontainer bij Chinees Restaurant De Lange Muur aan het Oogstplein en in een bedrijfsauto merk Mitsubishi, kleur wit, staande aan de Veilingstraat, en in drie afvalcontainers aan de Rembrandtlaan immers hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar opzettelijk met een brandende aansteker plastic en papier in de containers en dekens in de bedrijfsauto aangestoken, ten gevolge waarvan containers en een bedrijfsauto gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de containers en een bedrijfsauto,

te duchten was;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1, het misdrijf:

"Medeplegen van opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is",

strafbaar gesteld bij artikel 157, aanhef onder 1, juncto artikel 47 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

en het misdrijf:

“Medeplegen van opzettelijk brand stichten terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is”,

strafbaar gesteld bij artikel 157, aanhef onder 2, juncto artikel 47 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2 het misdrijf:

"Medeplegen van opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 157, aanhef onder 1, juncto artikel 47 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 en sub 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, proeftijd 3 jaar, met aftrek van het voorarrest, en de bijzondere voorwaarde:

Reclasseringstoezicht waarbij gekeken kan worden naar huisvesting bij “De Nieuwe Start” en zonodig behandeling door de FPA te Assen.

Toewijzing van de civiele vordering van de gemeente Enschede van € 100.654,= en van de civiele vordering van De Lange Muur te Enschede van € 498,= en telkens oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan delicten met een sterk gevaarzettend karakter, te weten meerdere brandstichtingen.

Met de intentie om iets in brand te steken is verdachte met zijn mededaders gedurende de nachtelijke uren op pad gegaan, hetgeen resulteerde in meerdere brandstichtingen, waaronder in een gymzaal.

Niet alleen is hierdoor aanzienlijke schade aan met name die gymzaal ontstaan, maar moesten ook, als gevolg van het mogelijk overslaan van het vuur, de zich in de directe omgeving van die gymzaal gelegen woningen worden ontruimd.

Gelet op het tijdstip waarop de gymzaal in de brand is gestoken had verdachte er rekening mee dienen te houden dat de bewoners in die in de nabijheid gelegen woningen al sliepen.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich geen enkele rekenschap gegeven van de gevaren die er voor die bewoners zijn ontstaan.

Met name de bewoners van de woning welke was gelegen vlak achter de gymzaal hebben zich ternauwernood in veiligheid kunnen stellen door het alerte optreden van een buurtbewoner.

Brandstichting zorgt, naar de ervaring leert, voor grote maatschappelijke onrust en het valt niet uit te sluiten dat met name de bewoners in de buurt van de gymzaal nog gedurende langere tijd met angstgevoelens te kampen hebben gehad.

Hoewel verdachte niet als initiatiefnemer in deze moet worden gezien dienen hem de onderhavige brandstichtingen toch ernstig te worden aangerekend.

Uit het rapport van de zenuwarts C.J.F. Kemperman d.d. 29 juni 2007 komt naar voren dat verdachte diagnostisch gezien een zwakbegaafde jongeman is met cannabismisbruik en een dieper gelegen persoonlijkheidsstoornis met beïnvloedbaarheid en antisociale trekken ook ten tijde van het tenlastegelegde.

Betrokkene is impulsief en probeert stoer over te komen. Hij externaliseert en bagatelliseert vervolgens zijn gedrag. De toerekeningsvatbaarheid valt dan ook als verminderd in te schatten.

De zwakbegaafdheid, beïnvloedbaarheid en impulsiviteit hebben invloed op de kans op recidive.

Hij heeft weinig inzicht in de gevolgen van zijn daden. Hierbij zijn de omgang met verkeerde vrienden en het gebruik van middelen ook van belang.

Deze factoren tezamen verhogen de kans op recidive.

De rechtbank kan zich vinden in deze conclusies en maakt die tot de hare.

Daarnaast is er het rapport van mevr. K.W.E. Sluiter, reclasseringswerker van de reclassering Nederland.

Beiden komen tot de conclusie en het advies dat reclasseringstoezicht en opname bij de Nieuwe Start noodzakelijk is mede om de kans op herhaling zoveel mogelijk te voorkomen.

Gelet hierop, alsmede op de omstandigheid dat verdachte blijkens het uittreksel justitiële documentatie van 15 juni 2007, eerder met justitie in aanraking is geweest, is de rechtbank van oordeel dat een gecombineerde gevangenisstraf van na te melden duur met daaraan gekoppeld de na te melden bijzondere voorwaarde moet worden opgelegd.

De ernst van het bewezenverklaarde en de door de rechtbank daarbij in het kader van de generale en speciale preventie in aanmerking genomen omstandigheden, komen hierin in voldoende mate tot uitdrukking.

Het door de raadsman van verdachte gedane verzoek tot aanhouding wordt afgewezen nu de rechtbank hiervan de noodzaak niet inziet.

Civiele vordering:

De rechtbank overweegt verder, dat de gemeente Enschede, ter zake van feit 1, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van € 100.654,= bestaande uit de volgende posten: “niet verzekerde kosten herbouw na brand

€ 78.654,= en een eigen risico van € 22.000,=”.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de benadeelde in het geheel niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor een behandeling in het strafgeding.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij geheel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering en bepalen dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Civiele vordering:

De rechtbank overweegt verder, dat De Lange Muur, [naam], ter zake van feit 2, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaal bedrag van

€ 498,=.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze vordering van de benadeelde partij geheel gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht.

De schade bedraagt het gevorderde bedrag van € 498,= zodat de vordering toewijsbaar is.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

dertig maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot twaalf maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, unit Almelo, ook wanneer de aanwijzingen zullen inhouden dat de veroordeelde zich moet laten huisvesten en behandelen bij de Nieuwe Start te Emmen en deel zal nemen aan de, ambulante, behandeling bij de FPA te Assen.

Met dien verstande wanneer een opname is geïndiceerd dat de termijn van de opname wordt vastgesteld op één jaar na ingang van de proeftijd,

met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit 2 tot betaling aan de benadeelde partij De Lange Muur, t.a.v. [naam, adres] van een bedrag groot: € 498,= voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot

€ 498,= ten behoeve van de benadeelde De Lange Muur, t.a.v. [naam], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van twee dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij: de gemeente Enschede, in het geheel

niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Caminada, voorzitter, mrs. Bossinga en Bordenga, rechters, in tegenwoordigheid van Van Putten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 september 2007.