Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BB3739

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-09-2007
Datum publicatie
18-09-2007
Zaaknummer
08/900006-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Grootschalige fruitfraude

Niet-ontvankelijkheidsverweer 126v Strafvordering en art 7 EVRM in verband met het feit dat de curator onrechtmatig zou hebben gehandeld.

Vonnis zoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/900006-06

STRAFVONNIS

Uitspraak: 18 september 2007

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[Verdachte],

geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedatum] te [Geboortedatum],

wonende te [Woonplaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Almelo

terechtstaande -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat:

1.

A.

hij op een of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 juni 2005 te Hengelo (0) en/of te Oldenzaal en/of te De Lutte, gemeente Losser, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [Slachtoffer1] (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van haar paspoort en/of (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 50.500,- euro, in elk geval, van enig goed, en/of tot het aangaan van een schuld, te weten een borgstelling ter hoogte van 15.000,- euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgesteld als Bob van Gils en/of zich voorgedaan als mede-eigenaar van de woonboulevard Van Gils te Oldenzaal en/of als succesvolle en/of welgestelde zakenman en/of

- die [Slachtoffer1] verteld dat zijn oom Jan van Gils was en/of dat die Jan van Gils onterecht was opgepakt door de politie en/of gezegd dat hij zijn oom vrij kon krijgen door een borg te betalen van 8.500,- euro en/of die [Slachtoffer1] gevraagd of hij die 8.500,- euro van haar kon lenen en/of

- tegen die [Slachtoffer1] gezegd dat haar hypotheeklast te hoog was en/of dat hij een accountant had die hypotheken berekende en tot lage maandlasten kwam en/of dat die accountant daarvoor wel het paspoort van die [Slachtoffer1] nodig had, en/of

- tegen die [Slachtoffer1] gezegd dat hij bezig was met de bouw van een appartementencomplex in Spanje en/of dat hij daarvoor wat geld nodig had en/of dat hij wel geld had, maar dat niet meteen kon vrijmaken uit verschillende BV's en/of die [Slachtoffer1] om 6.000,- euro gevraagd, en/of

- die [Slachtoffer1] verteld dat zijn oom Jan van Gils was vrijgesproken, maar dringend geld nodig had en/of dat hij, verdachte, nog geld nodig had voor de bouw van het appartementencomplex in Spanje en/of die [Slachtoffer1] om (ongeveer) 35.000,- euro gevraagd, en/of

- die [Slachtoffer1] verteld dat hij vast zat bij de politie in verband met een snelheidsovertreding en/of dat hij vrij zou kunnen komen als die [Slachtoffer1] hem 1.000 euro, zou lenen, en/of

- tegen die [Slachtoffer1] gezegd dat hij failliet zou gaan en/of dat zij hem kon helpen door een borgtochtverklaring te ondertekenen en/of dat wanneer zij geen borg zou staan, zij het reeds aan hem geleende geld kwijt zou zijn, en/of

- (vervolgens) die [Slachtoffer1] meegenomen naar zijn advocaat en/of een borgtochtverklaring laten opstellen en/of door die [Slachtoffer1] laten ondertekenen,

waardoor die [Slachtoffer1] (telkens) werd bewogen tot bovenom schreven afgifte(s) en/of aangaan van een schuld;

(vindplaats aangifte: VAR.18)

(900006-06)

art 326 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 januari 2005 te Oldenzaal en/of te Almelo en/ofte Enschede en/of te Tubbergen, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [Slachtoffer2] (telkens) heeft bewogen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 32.500,- euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tegen die [Slachtoffer2] gezegd dat hij geld nodig had en/of dat hij krap zat en/of aan die [Slachtoffer2] gevraagd of hij geld van hem kon lenen en/of tegen die [Slachtoffer2] gezegd dat hij het bedrag zo snel mogelijk terug zou krijgen met een extra bedrag van € 3.000,-, waardoor die [Slachtoffer2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(900006-06)

art 326 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover het bovenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 5 juli 2005 te Oldenzaal en/of te Almelo en/of te Enschede en/of te Tubbergen, in elk geval in Nederland, opzettelijk (een) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 32.500,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten door een leenovereenkomst, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(900006-06)

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub I Wetboek van Strafrecht

2

A.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 december 2004 tot en met 23 juni 2005 te Oldenzaal en/of op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 december 2004 tot en met 30 december 2004 bij "Beko Vuurwerk B.V." te Tilburg: (een) hoeveelheid/verschillende hoeveelheden vuurwerk (vindplaats aangifte: lIAH/lO) en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 april 2005 tot en met 2 mei 2005 bij "[…] & Zn. B.V." te Krabbendijke, gemeente Reimerswaal: (een) hoeveelheid/verschillende hoeveelheden aardbeien en/of paprika's en/of (tros)tomaten (vindplaats aangifte: lIAH/20) en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2005 tot en met 8 juni 2005 bij "Helena B.V." te De Lier, gemeente Westland: (een) hoeveelheid/verschillende hoeveelheden van diverse soorten groente en/offruit (vindplaats aangifte: lIAH/ll) en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 juni 2005 tot en met 23 juni 2005 bij "Hispafruit B.V." te Barendrecht: (een) hoeveelheid/verschillende hoeveelheden van diverse soorten groente en/of fruit (vindplaats aangifte: lIAH/12);

(900006-06)

art 326a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafecht

en/of

B.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 januari 2006 tot en met 11 oktober 2006 te De Lutte, gemeente Losser en/of op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of(een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebben de verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 januari 2006 tot en met 7 februari 2006 bij "[…] B.V." te Barendrecht: (een) hoeveelheid/verschillende hoeveelheden van diverse soorten groente en/of fruit (vindplaats aangifte: lIAH/33) en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 maart 2006 tot en met 10 maart 2006 bij "[…]" te Lebbeke (België): (een) hoeveelheid/ verschillende hoeveelheden appels en/of peren (vindplaats aangifte: G.23) en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2006 tot en met 23 september 2006 bij "Rutoma BVBA" te Jabbeke (België): (een) (grote) hoeveelheid/verschillende hoeveelheden tomaten (vindplaats aangifte: G.17) en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 11 oktober 2006 bij de firma "[…]" te 't Goy, gemeente Houten: (een) (grote) hoeveelheid/verschillende hoeveelheden appels en/of peren (vindplaats aangifte: G.18);

(900006-06)

art 326a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 17 november 2005 te Enschede en/ofte Hengelo (0), in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) geschrift(en) als ware(n) die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, te weten:

a. een loonstrook van Faam Drogisterij Parfum op naam van […] (vindplaats:

D.95.7)

b. een salarisspecificatie van […] Transsport op naam van […] (vindplaats:

D.153) .

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededaderes):

a. voornoemde loonstrook op naam van […] ter verkrijging en/of verhoging van een krediet(overeenkomst) op naam van […] aan de Rabobank in Hengelo (0) heeft/hebben overgelegd en/of verstrekt en/of

b. voornoemde salaris specificatie op naam van […] ter verkrijging van een krediet(overeenkomst) op naam van […] aan de ABN Amro-bank in Enschede heeft/hebben overgelegd en/of verstrekt,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin

ad a. dat op voornoemde loonstrook in strijd met de waarheid was vermeld dat […] een netto maandsalaris ontving van 1.600,- euro, en/of

ad b. dat op voornoemde salarisspecificatie in strijd met de waarheid was vermeld dat […] salaris ontving van […] Transsport;

(900006-06)

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2004 tot en met 16 augustus 2005 te Oldenzaal en/ofte Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, terwijl (een van) verdachtes mededader(s), te weten [Medeverdachte] , handelende onder de naam [Medeverdachte] , bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 juli 2005, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van dier schuldeiser(s):

- baten niet heeft verantwoord en/of niet verantwoordt en/of enig(e) goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken en/of onttrekt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) een of meer opbrengsten (met een geschatte waarde van (in totaal) (ongeveer) 206.383,12 euro) uit de verkoop van groente, fruit en/of vuurwerk, althans een of meer geldbedrag(en), niet (volledig) verwerkt/vermeld in het kasboek van [Medeverdachte] en/of niet gemeld aan de curator in voornoemd faillissement en/of

- enig(e) goed(eren), te weten ingekochte hoeveelheden groente, fruit en/of vuurwerk, hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd;

(900006-06)

art 341 ahf/ond a ahf/sub I Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a abt/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

A.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2004 tot en met 31 augustus 2005 te Oldenzaal en/of te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, terwijl (een van) verdachtes mededader(s), te weten [Medeverdachte] (handelende onder de naam [Medeverdachte] ), bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 juli 2005, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van dier schuldeiser(s), niet heeft voldaan aan de op die [Medeverdachte] rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld;

(900006-06) .

art 341 ahf/ond a ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

B.

hij op of omstreeks 16 augustus 2005, althans in of omstreeks de periode van 6 juli 2005 tot en met 31 augustus 2005 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalst kasboek (van de periode januari 2004 tot en met juli 2005) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) dat kasboek heeft/hebben overhandigd aan de curator in het faillissement van [Medeverdachte] e.v.

[Verdachte], handelende onder de naam [Medeverdachte] , en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat voornoemd kasboek geen juiste weergave gaf van de (kas)inkomsten en/of de (kas)uitgaven in de periode waarop dat kasboek was zijn gebaseerd en/of dat in dat kasboek niet alle (kas)inkomsten en/of (kas)uitgaven waren vermeld;

(900006-06)

art 225 lid 2 Wetboek van Straftecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Straftecht

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 31 maart 2006 te Oldenzaal en/of te Enschede en/of op na te noemen plaatsen, terwijl verdachte bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 juli 2005 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiseres) baten niet heeft verantwoord en/of verantwoordt en/of een of meer goed(eren)/geld aan de boedel heeft onttrokken en/of onttrekt, immers heeft hij, verdachte:

- op of omstreeks 8 mei 2005 een geldbedrag opgenomen van een bankrekening bij de ABN-Amro bank (21.643,86 euro) en/of

- in of omstreeks de periode van 30 augustus 2005 tot en met 9 september 2005 een of meer overboekingen gedaan vanaf een bankrekening bij de Grafschafter Volksbank EG te Nordhorn (Duitsland) en/of

- in of omstreeks de periode van 30 augustus 2005 tot en met 6 september 2005 bij de firma Egon Senger GmbH in Rheine (Duitsland), althans in Duitsland, een (personen)auto gekocht (Mercedes) (ter waarde van 41.000,- euro) en/of

- in of omstreeks de periode van I november 2005 tot en met 31 maart 2006 bij de firma Morselt in Borne kleding gekocht (met een totale waarde van 4.436,50 euro) en/of betaald en/of

- op of omstreeks 18 augustus 2005 een loonbetaling ter hoogte van 1.045,- euro ontvangen op een bankrekening bij de Sparda-bank in Münster (Duitsland) en/of (telkens) dit/deze geldbedrag(en) en/of(personen)auto en/of kleding niet verantwoord en/of gemeld aan de curator in voornoemd faillissement;

(900006-06)

art 341 ahf/ond a ahf/sub I Wetboek van Strafrecht

7.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 december 2005 tot en met 14 augustus 2006 te Oldenzaal en/of te De Lutte, gemeente Losser, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten een formulier ("aanvraag WW") van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en/of een of meer formulier(en) (zogenaamde werkbriefjes) van de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV), waarop (telkens) opgave moest worden gedaan (onder meer) van werkzaamheden en/of inkomsten - (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader (telkens) valselijk op die formulier(en) ingevuld en/of aangekruist dat verdachte, in de periode waarop dat/die formulier( en) betrekking had( den), niet had gewerkt en/of geen inkomsten had ontvangen, en/of (telkens) dat formulier ondertekend, (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(900006-06)

art 225 lid I Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van I juli 2004 tot en met 29 oktober 2006 te Oldenzaal en/of De Lutte, gemeente Losser, en/of(elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die gevormd werd door verdachte en/of [Medeverdachte] en/of [Medeverdachte2] en/of [Medeverdachte3] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, terwijl daarvan een

beroep of gewoonte wordt gemaakt (flessentrekkerij) en/of oplichting en/of valsheid in geschrifte en/of bedrieglijke bankbreuk;

(900006-06)

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 5A en sub 5B en sub 8 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het sub 5A en sub 5B is uit het verhandelde ter terechtzitting naar voren gekomen dat verdachte zich niet bezig hield met de administratie van het bedrijf van zijn moeder ([Medeverdachte] ), maar zich uitsluitend bezig hield met de in- en verkoop van groente en fruit voor het voornoemde bedrijf.

Ten aanzien van het sub 8 tenlastegelegde is niet bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren, terwijl daarvan een beroep of gewoonte wordt gemaakt.

De rechtbank komt tot deze conclusie nu uit de deskundigen rapportages blijkt dat verdachte en zijn familie getypeerd worden als een kluwengezin, dat acteert op een zwakbegaafd niveau. Gelet op dit gegeven concludeert de rechtbank dat er geen sprake is geweest van een organisatie die het oogmerk heeft gehad op het plegen van misdrijven zoals door het openbaar ministerie is gesteld, maar dat eerder is getracht het ene gat met het andere gat te stoppen waardoor het overzicht over de schulden verloren is gegaan.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen

vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen-

waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1A, sub 1B, sub 2A, sub 2B, sub 3, sub 4, sub 6 en sub 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

A.

hij in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 30 juni 2005 te Hengelo (0) en te Oldenzaal en te De Lutte, gemeente Losser, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [Slachtoffer1] heeft bewogen tot de afgifte van haar paspoort en geldbedragen van in totaal ongeveer 50.500,- euro, en tot het aangaan van een schuld, te weten een borgstelling ter hoogte van 15.000,- euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich voorgesteld als Bob van Gils en zich voorgedaan als mede-eigenaar van de woonboulevard Van Gils te Oldenzaal en als succesvolle en welgestelde zakenman en

- die [Slachtoffer1] verteld dat zijn oom Jan van Gils was en dat die Jan van Gils onterecht was opgepakt door de politie en gezegd dat hij zijn oom vrij kon krijgen door een borg te betalen van 8.500,- euro en die [Slachtoffer1] gevraagd of hij die 8.500,- euro van haar kon lenen en

- tegen die [Slachtoffer1] gezegd dat haar hypotheeklast te hoog was en dat hij een accountant had die hypotheken berekende en tot lage maandlasten kwam en dat die accountant daarvoor wel het paspoort van die [Slachtoffer1] nodig had, en

- tegen die [Slachtoffer1] gezegd dat hij bezig was met de bouw van een appartementencomplex in Spanje en dat hij daarvoor wat geld nodig had en dat hij wel geld had, maar dat niet meteen kon vrijmaken uit verschillende BV's en die [Slachtoffer1] om 6.000,- euro gevraagd, en

- die [Slachtoffer1] verteld dat zijn oom Jan van Gils was vrijgesproken, maar dringend geld nodig had en dat hij, verdachte, nog geld nodig had voor de bouw van het appartementencomplex in Spanje en die [Slachtoffer1] om ongeveer 35.000,- euro gevraagd, en

- die [Slachtoffer1] verteld dat hij vast zat bij de politie in verband met een snelheidsovertreding en dat hij vrij zou kunnen komen als die [Slachtoffer1] hem 1.000 euro, zou lenen, en

- tegen die [Slachtoffer1] gezegd dat hij failliet zou gaan en dat zij hem kon helpen door een borgtochtverklaring te ondertekenen en dat wanneer zij geen borg zou staan, zij het reeds aan hem geleende geld kwijt zou zijn, en

- vervolgens die [Slachtoffer1] meegenomen naar zijn advocaat en een borgtochtverklaring laten opstellen en door die [Slachtoffer1] laten ondertekenen,

waardoor die [Slachtoffer1] werd bewogen tot bovenom schreven afgiftes en aangaan van een schuld;

en

B.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 januari 2005 te Oldenzaal en/of Almelo en/of Enschede en/of Tubbergen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [Slachtoffer2] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 32.500,- euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven listiglijk en bedrieglijk tegen die [Slachtoffer2] gezegd dat hij geld nodig had en dat hij krap zat en aan die [Slachtoffer2] gevraagd of hij geld van hem kon lenen en tegen die [Slachtoffer2] gezegd dat hij het bedrag zo snel mogelijk terug zou krijgen met een extra bedrag van 3.000,- euro, waardoor die [Slachtoffer2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2

A.

hij in de periode van 29 december 2004 tot en met 23 juni 2005 te Oldenzaal en/of op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met anderen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en anderen de beschikking over die goederen te verzekeren,

hebbende verdachte en zijn mededaders, telkens met voormeld oogmerk, de

navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- in de periode van 29 december 2004 tot en met 30 december 2004 bij "Beko Vuurwerk B.V." te Tilburg: een hoeveelheid vuurwerk

en

- in de periode van 28 april 2005 tot en met 2 mei 2005 bij "[…] & Zn. B.V." te Krabbendijke, gemeente Reimerswaal: een hoeveelheid aardbeien en paprika's en (tros)tomaten

en

- in de periode van 1 mei 2005 tot en met 8 juni 2005 bij "Helena B.V." te De Lier, gemeente Westland: een hoeveelheid groente en fruit

en

- in de periode van 14 juni 2005 tot en met 23 juni 2005 bij "Hispafruit B.V." te Barendrecht: een hoeveelheid groente en fruit;

en

B.

hij in de periode van 9 januari 2006 tot en met 11 oktober 2006 te De Lutte, gemeente Losser en/of op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met anderen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en anderen de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en haar mededaders, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- in de periode van 9 januari 2006 tot en met 7 februari 2006 bij "[…] B.V." te Barendrecht: een hoeveelheid groente en fruit

en

- in de periode van 8 maart 2006 tot en met 10 maart 2006 bij "[…]" te Lebbeke (België): een hoeveelheid appels en peren

en

- in de periode van 1 april 2006 tot en met 23 september 2006 bij "Rutoma BVBA" te Jabbeke (België): een hoeveelheid tomaten

en

- in de periode van 1 september 2006 tot en met 11 oktober 2006 bij de firma "[…]" te 't Goy, gemeente Houten: een hoeveelheid appels en peren;

3.

hij in de periode van 1 juni 2004 tot en met 17 november 2005 te Enschede en te Hengelo (0), meermalen, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vervalste geschriften als waren die geschriften telkens echt en onvervalst, te weten:

a. een loonstrook van Faam Drogisterij Parfum op naam van […]

b. een salarisspecificatie van […] Transsport op naam van […]

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte:

a. voornoemde loonstrook op naam van […] ter verkrijging en verhoging van een krediet(overeenkomst) op naam van […] aan de Rabobank in Hengelo (0) heeft overgelegd en verstrekt en

b. voornoemde salaris specificatie op naam van […] ter verkrijging van een krediet(overeenkomst) op naam van […] aan de ABN Amro-bank in Enschede heeft overgelegd en verstrekt en bestaande die valsheid of vervalsing hierin

ad a. dat op voornoemde loonstrook in strijd met de waarheid was vermeld dat […] een netto maandsalaris ontving van 1.600,- euro, en

ad b. dat op voornoemde salarisspecificatie in strijd met de waarheid was vermeld dat […] salaris ontving van […] Transsport;

4.

hij in de periode van 1 juli 2004 tot en met 16 augustus 2005 te Oldenzaal en te Enschede, tezamen en in vereniging met anderen, terwijl een van verdachtes mededaders, te weten [Medeverdachte] , handelende onder de naam [Medeverdachte] , bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 juli 2005, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van dier schuldeisers:

- baten niet heeft verantwoord en goederen aan de boedel heeft onttrokken, immers hebben verdachte en zijn mededaders telkens opbrengsten (met een geschatte waarde van in totaal ongeveer 206.383,12 euro) uit de verkoop van groente, fruit en vuurwerk, niet volledig verwerkt/vermeld in het kasboek van [Medeverdachte] en niet gemeld aan de curator in voornoemd faillissement en

- goederen, te weten ingekochte hoeveelheden groente, fruit en vuurwerk, klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd;

6.

hij in de periode van 1 april 2005 tot en met 31 maart 2006 te Oldenzaal en te Enschede en op na te noemen plaatsen, terwijl verdachte bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 juli 2005 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers baten niet heeft verantwoord en goederen/geld aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft hij, verdachte:

- op of omstreeks 8 mei 2005 een geldbedrag opgenomen van een bankrekening bij de ABN-Amro bank (21.643,86 euro) en

- in de periode van 30 augustus 2005 tot en met 9 september 2005 een of meer overboekingen gedaan vanaf een bankrekening bij de Grafschafter Volksbank EG te Nordhorn (Duitsland) en

- in de periode van 30 augustus 2005 tot en met 6 september 2005 bij de firma Egon Senger GmbH in Rheine (Duitsland), een personenauto gekocht (Mercedes) ter waarde van 41.000,- euro en

- in de periode van 1 november 2005 tot en met 31 maart 2006 bij de firma Morselt in Borne kleding gekocht (met een totale waarde van 4.436,50 euro) en betaald en

- omstreeks 18 augustus 2005 een loonbetaling ter hoogte van 1.045,- euro ontvangen op een bankrekening bij de Sparda-bank in Münster (Duitsland) en telkens deze geldbedragen en personenauto en kleding niet verantwoord en/of gemeld aan de curator in voornoemd faillissement;

7.

hij in de periode van 12 december 2005 tot en met 14 augustus 2006 te Oldenzaal en te De Lutte, gemeente Losser, meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – te weten een formulier (“aanvraag WW”) van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en formulieren (zogenaamde werkbriefjes) van de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV), waarop telkens opgave moest worden gedaan onder meer van werkzaamheden en/of inkomsten - telkens valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededader telkens valselijk op die formulieren ingevuld en/of aangekruist dat verdachte, in de periode waarop die formulieren betrekking hadden niet had gewerkt en/of geen inkomsten had ontvangen, en telkens dat formulier ondertekend, telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1A, sub 1B, sub 2A, sub 2B, sub 3, sub 4, sub 6 en sub 7 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1A het misdrijf:

"Oplichting", meermalen gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 1B het misdrijf:

"Oplichting",

strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2A en sub 2B, telkens het misdrijf:

"Medeplegen van een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 326a juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 3 het misdrijf:

"Opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 eerste lid van het Wetboek van Strafrecht",

strafbaar gesteld bij artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 4 telkens het misdrijf:

"Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk", meermalen gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 341 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 6 telkens het misdrijf:

"Bedrieglijke bankbreuk", meermalen gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 341 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 7, het misdrijf:

"Medeplegen van valsheid in geschrift", meermalen gepleegd

strafbaar gesteld bij artikel 225 lid1 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake de feiten 1A, 1B, 2A, 2B 3, 4, 5A, 5B 6, 7 en 8 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest, met toewijzing van de civiele vordering van [Slachtoffer1] tot een bedrag van 50.500,= euro en oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel met niet ontvankelijkheid van het overig deel van de vordering en voorts heeft zij gevorderd dat de overige ingediende civiele vorderingen niet ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat zij niet eenvoudig zijn vast te stellen.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte had samen met zijn vader, moeder en zus een bedrijf opgebouwd, dat zich bezig hield met de inkoop en verkoop van groente en fruit en waarin verdachte uitsluitend bezig hield met de in- en verkoop van de groente en fruit. Voorts hield het bedrijf zich in de decembermaanden bezig met de inkoop en verkoop van vuurwerk.

Door het plegen van de bewezen verklaarde feiten is het vertrouwen in het bedrijf in grove mate geschonden en zijn de belangen van die leveranciers, afnemers, vrienden en kennissen op grote schaal geschaad en zijn deze mensen voor grote geldbedragen benadeeld.

Dit neemt de rechtbank verdachte ernstig kwalijk met name nu uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting naar voren komt dat verdachte de schuld voor het gebeuren buiten zichzelf en zijn familie legt. Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank zal bij haar strafbepaling rekening houden met de door de psycholoog J.J. Baneke op 26 augustus 2007 en door de psychiater M.A. Westerborg

op 27 augustus 2007 uitgebrachte rapporten. De rechtbank neemt de inhoud en de conclusies van de rapporten van Baneke en Westenborg, voor zover hierna niet is weergegeven, over en beschouwt de inhoud als hier ingelast.

De gezamenlijke conclusie van de deskundigen luidt, zakelijk weergegeven:

Er is bij betrokkene sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens Voorts is er sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en theatrale trekken, alsmede van een ernstige oordeels- en kritiekstoornis.

Daarnaast is de gewetensfunctie zeer beperkt ontwikkeld. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het feit waarvan betrokkene wordt verdacht. Volgens de deskundigen leeft verdachte in een fantasiewereld beheerst door grootheidsfantasieën en fantasieën van almacht.

Hierdoor laat verdachte zich nauwelijks meer leiden door de realiteit en problemen lost hij op eigen wijze op. Zijn normen en waarden komen niet overeen met die van anderen, maar dat vindt verdachte geen probleem.

De deskundigen stellen voor dat verdachte ter beschikking moet worden gesteld, in aanmerking genomen de ernst van de begane feiten en de kans op recidive die zonder adequate behandeling of begeleiding aanwezig is.

De rechtbank neemt deze laatste conclusie niet over.

De rechtbank is van mening dat kan worden volstaan met een minder ingrijpend middel dan dwangverpleging, namelijk met toezicht op verdachte door de reclassering met daarnaast een gerichte hulp- en steunverlening aan verdachte door middel van een gezinstherapie waarin het gezin, waarvan verdachte deelt uitmaakt, leert anders en meer volwassen ten opzichte van elkaar te opereren.

Immers heeft verdachte een zwak begaafd niveau en maakt hij deel uit van een gezin met een te hechte gezinsstructuur, waardoor men elkaar in een soort onvolwassen houdgreep houdt.

Voorts lenen de feiten die zijn gepleegd door verdachte zich niet voor een TBS met dwangverpleging, immers kan niet worden gesteld dat verdachte een gevaar is voor de samenleving, nu aan het gevaar voor de algemene veiligheid in het algemeen zwaardere eisen worden gesteld dan aan het gevaar voor anderen zoals is gesteld door de deskundigen.

Voorts houdt de rechtbank rekening met de zeer ingrijpende gevolgen die het ontdekken van de strafbare feiten voor verdachte en zijn familie hebben gehad.

Verdachte heeft geen werk meer, zijn maatschappelijke positie is sterk aangetast en op zijn huidige en toekomstige vermogen zal de enorme schuld worden verhaald.

De rechtbank overweegt verder, dat [Slachtoffer1], [Adres] ter zake van feit 1A, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van

65.387,60 euro.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze niet gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de benadeelde partij ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit sub 1A rechtstreeks schade is toegebracht.

De schade bedraagt minder dan het gevorderde bedrag, namelijk 50.500,= euro, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit sub 1A is toegebracht.

De rechtbank overweegt verder, dat de aanvankelijk aangestelde curator mr. Louter, […] & Zn BV, Hispafruit BV, […] en Rutoma Bvba, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier zich als benadeelde partij hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij.

De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van de voornoemde benadeelde partijen in het geheel niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor een behandeling in het strafgeding.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 5A, sub 5B en sub 8 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1A, sub 1B, sub 2A, sub 2B, sub 3, sub 4, sub 6 en sub 7 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

30 maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, ook wanneer de aanwijzingen zullen inhouden dat de veroordeelde zich therapeutisch moet laten behandelen, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit sub 1A tot betaling aan de benadeelde partij Kleine, voornoemd van een bedrag groot: 50.500,= euro,

(zegge: vijftigduizendenvijfhonderd euro).

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit sub 1A tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot 50.500,= euro ten behoeve van de benadeelde Kleine, voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 280 dagen zal worden toegepast.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt voorts dat de overige benadeelde partijen (de oorspronkelijke curator mr. Louter, […] & Zn BV, Hispafruit BV, […] en Rutoma Bvba), in het geheel niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, en dat de benadeelde partijen de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1A, sub 1B, sub 2A, sub 2B, sub 3, sub 4, sub 6 en sub 7 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Rikken, voorzitter, mr. Lorist en mr. De Jong, rechters, in tegenwoordigheid van Veldhuis, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 september 2007.