Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BB2047

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
21-08-2007
Datum publicatie
21-08-2007
Zaaknummer
08/710408-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 12 maanden wegens poging tot doodslag en bedreiging op 30 april 2007 te Haaksbergen. Verdachte is met hoge snelheid ingereden op de drie slachtoffers, onder wie twee kinderen. Daarnaast tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straf van 7 maanden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 10
Wetboek van Strafrecht 27
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 91
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 287
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 179a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2007/91

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummers: 08/710408-07 en 08/710280-06 (tul)

STRAFVONNIS

Uitspraak: 21 augustus 2007

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats],

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 30 april 2007 te Haaksbergen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] van het leven te beroven, met dat opzet met een (te) hoge snelheid met zijn auto is ingereden op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], althans met die (te) hoge snelheid in de richting van voornoemde perso(o)n(en) is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 30 april 2007 te Haaksbergen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een (te) hoge snelheid met zijn auto is ingereden op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], althans met die (te) hoge snelheid in de richting van voornoemde perso(o)n(en) is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 30 april 2007 te Haaksbergen, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte deze dreigend de woorden toegevoegd, zakelijk weergegeven,

?

- dat hij die [slachtoffer 1] zou afmaken en/of (daarbij) dreigend een hand langs zijn keel gehaald en/of

?- dat hij die [slachtoffer 1] zou doodmaken en/of (daarbij) met den stok, althans een hard voorwerp op die [slachtoffer 1] is toegelopen en/of,

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd, zakelijk weergegeven, dat hij voor die [slachtoffer 1] 5 à 6 jaar de bak in ging en dat hij de vader, de moeder, het broertje en het zusje van die [slachtoffer 1] af zou maken en dat hij hen

allemaal dood zou schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen - die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen - waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 30 april 2007 te Haaksbergen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] van het leven te beroven, met dat opzet met een hoge snelheid met zijn auto is ingereden op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 30 april 2007 te Haaksbergen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte deze dreigend de woorden toegevoegd, zakelijk weergegeven,

?- dat hij die [slachtoffer 1] zou afmaken en (daarbij) dreigend een hand langs zijn keel gehaald en

- dat hij die [slachtoffer 1] zou doodmaken en (daarbij) met een stok op die [slachtoffer 1] is toegelopen en,

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd, zakelijk weergegeven, dat hij voor die [slachtoffer 1] 5 à 6 jaar de bak in ging en dat hij de vader, de moeder, het broertje en het zusje van die [slachtoffer 1] af zou maken en dat hij hen allemaal dood zou schieten, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 primair het misdrijf:

"Poging tot doodslag",

strafbaar gesteld bij artikel 287 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2 het misdrijf:

"Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht",

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden onvoorwaardelijk, met toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straffen behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich (opnieuw) schuldig gemaakt aan een aantal geweldsdelicten, waarvan hem met name de poging tot doodslag ernstig moet worden aangerekend. Verdachte heeft daarbij de door hem bestuurde auto als wapen gebruikt. Door welbewust met hoge snelheid met deze auto in te rijden op een drietal personen heeft verdachte de aanmerkelijke kans genomen dat één of meer van deze personen zouden worden gedood, zeker daar waar het betreft de twee jonge kinderen die in de directe nabijheid van de auto stonden. Slechts door het feit dat één van deze beide jongens tijdig door een ander voor de auto werd weggetrokken werd voorkomen dat hij door de auto werd aangereden.

Verdachte dient voor de door hem gevolgde handelwijze volledig verantwoordelijk te worden gehouden en de stelling van verdachte dat hij degene was die werd bedreigd vindt geen steun in het dossier.

De rechtbank is van oordeel dat ter afdoening van de thans bewezenverklaarde feiten uitsluitend een straf in aanmerking kan komen die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Voor het deels in voorwaardelijke vorm opleggen van na te melden vrijheidsstraf vindt geen de rechtbank geen aanleiding, aangezien verdachte veelvuldig met justitie in aanraking is geweest en eerder opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraffen verdachte er niet van hebben kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor aanzienlijke duur opleggen teneinde daarmee het strafwaardige van zijn handelen te onderstrepen.

De na te melden straffen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179a van de Wegenverkeerswet 1994.

Vordering tenuitvoerlegging wegens recidive, betreffende parketnummer 710280-06:

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo van 9 juni 2007, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van deze rechtbank van 25 juli 2006 opgelegde voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf, van oordeel dat die vordering behoort te worden toegewezen, nu is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd meermalen aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair en 2 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van twaalf maanden.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte ter zake het sub 1 primair bewezenverklaarde voorts tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de tijd van twaalf maanden.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Betreffende parketnummer 08/710280-06.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van deze rechtbank van 25 juli 2007, te weten van zeven maanden gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. Caminada, voorzitter, mr. Bossinga en mr. Lunenborg, rechters, in tegenwoordigheid van Last, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 21 augustus 2007.