Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BB1608

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-03-2007
Datum publicatie
13-08-2007
Zaaknummer
08/710090-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wegens verkrachting van een zwangere vrouw in haar eigen woning wordt verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. In de proeftijd moet hij zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt de toeleiding naar begeleiding of behandeling door derden. Ook wordt de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 50 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710090-06 en 06/460433-05 (tul)

STRAFVONNIS

Uitspraak: 20 maart 2007

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1975,

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats],

terechtstaande terzake dat:

hij op of omstreeks 24 januari 2006 te Goor, gemeente Hof van Twente, door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) de hoogzwangere [slachtoffer] heeft gedwongen tot

het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en)

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer],

hebbende verdachte:

- meermalen, in elk geval eenmaal, zijn penis in en/of tegen haar vagina

geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of bewogen, en/of;

- met zijn tong aan haar vagina en/of anus gelikt en/of met zijn tong haar

vagina en/of anus binnengedrongen, en/of;

- met zijn/een vinger(s) haar vagina binnengedrongen, en/of;

- zijn penis in haar mond geduwd, en/of,

- haar lichaam betast bij haar borsten en/of anus en/of kruis/vagina en/of aan

haar tepels/borsten gelikt, en/of haar op de mond gezoend,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen voornoemde [slachtoffer] heeft gezegd, "dan moet ik het maar gewoon doen",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of,

- haar bij de nek heeft vastgepakt en/of met een of beide hand(en) haar bij

het hoofd heeft vastgepakt, en/of,

- tegen haar heeft gezegd,"Hou eens op met dat stomme gejank", althans

woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of,

- aan haar arm heeft getrokken en/of haar bij de middel heeft vastgepakt en/of

haar richting de trap heeft geduwd en/of (vervolgens) (hard) de trap heeft

opgeduwd en/of de trap op heeft getrokken, en/of tegen haar heeft gezegd,

"Loop nu maar door, dan ben je er het snelst van af", althans woorden van

gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of,

- haar op bed heeft geduwd, en/of haar broek en/of haar trui heeft

uitgetrokken, en/of (vervolgens) bovenop haar is gaan liggen, en/of,

- tegen haar gezegd dat zij bovenop hem moest gaan zitten, en/of,

- tegen haar gezegd dat als hij zou klaarkomen zij de penis van hem,

verdachte, in de mond moest nemen, en/of,

- dat hij haar aan zijn wil heeft onderworpen door het gebruik van

bovenstaande bedreigingen en/of lichamelijk geweld en/of overwicht indien zij

niet deed wat hij wilde, en/of

(aldus) voor haar een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en in stand

gehouden;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 januari 2006 te Goor, gemeente Hof van Twente, door geweld en bedreiging met geweld of feitelijkheden de hoogzwangere [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer], hebbende verdachte:

- zijn penis in haar vagina geduwd en gehouden en bewogen en

- met zijn tong aan haar vagina en anus gelikt en met zijn tong haar vagina en/of anus

binnengedrongen en

- met zijn vinger haar vagina binnengedrongen en

- zijn penis in haar mond geduwd en

- haar lichaam betast bij haar kruis/vagina en aan haar tepels/borsten gelikt en haar

op de mond gezoend,

en bestaande dat geweld of die feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte:

- tegen voornoemde [slachtoffer] heeft gezegd, "dan moet ik het maar gewoon doen"

en

- haar bij de nek heeft vastgepakt en met beide handen haar bij het hoofd heeft

vastgepakt en

- tegen haar heeft gezegd "Hou eens op met dat stomme gejank" en

- aan haar arm heeft getrokken en haar richting de trap heeft geduwd en de trap heeft

opgeduwd en tegen haar heeft gezegd "Loop nu maar door, dan ben je er het snelst

van af" en

- haar op bed heeft geduwd en haar broek en haar trui heeft uitgetrokken en

(vervolgens) bovenop haar is gaan liggen en

- tegen haar gezegd dat zij bovenop hem moest gaan zitten en

- tegen haar gezegd dat als hij zou klaarkomen zij de penis van hem, verdachte, in de

mond moest nemen en

- dat hij haar aan zijn wil heeft onderworpen door het gebruik van bovenstaande bedreigingen en lichamelijk geweld en overwicht indien zij niet deed wat hij wilde en (aldus) voor haar een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en in stand gehouden;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

"Verkrachting",

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft primair gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren en terbeschikkingstelling met dwangverpleging, alsmede tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde straf..

Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte voor onderzoek zal worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum te Utrecht.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

De verdachte heeft het slachtoffer, een zwangere vrouw, in haar eigen woning opgezocht en nadat zij had aangegeven niet van zijn avances te zijn gediend onder het aanwenden van fysiek en verbaal geweld naar boven naar haar eigen slaapkamer getrokken en geduwd.

Aldaar heeft verdachte het slachtoffer op gewelddadige en bedreigende wijze verkracht.

Door het plegen van dit feit heeft de verdachte op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het valt dan ook te verwachten dat het slachtoffer nog geruime tijd zal lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen de verdachte haar heeft aangedaan. Daarnaast brengt een feit als dit bij de burgers in het algemeen sterke angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. Verdachte is hieraan volledig voorbij gegaan, althans hij heeft dit ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen seksuele verlangens.

De rechtbank is voor wat betreft de strafafdoening van oordeel dat uitsluitend een straf in aanmerking kan komen die (deels) langdurige vrijheidsbeneming met zich brengt.

Daarnaast onderkent de rechtbank de noodzaak dat verdachte zal worden behandeld.

In de over verdachte uitgebrachte psychiatrische- en psychologische rapportage wordt de rechtbank in overweging gegeven aan verdachte een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen, dan wel een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De rechtbank onderschrijft het belang van een klinische behandeling van verdachte.

De behandeling zou, naar het oordeel van de rechtbank, moeten plaatsvinden in het kader van een voorwaardelijke straf of terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Onderzoek naar opnamemogelijkheden in dat kader heeft uitgewezen dat de daartoe geëigende klinieken niet bereid c.q. uitgerust zijn om verdachte die behandeling te bieden die voor hem noodzakelijk of gewenst is.

De rechtbank kan derhalve geen klinische behandeling opleggen, nu voor verdachte geen behandelplek is.

De maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging acht de rechtbank in deze zaak niet gepast.

Aan verdachte zal een straf worden opgelegd waarvan een gedeelte van één jaar in voorwaardelijke vorm, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, ook als dat ambulante behandeling inhoudt.

Bij het opleggen van deze strafmodaliteit heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit met justitie in aanraking is geweest, almede met de omstandigheid dat verdachte er ter terechtzitting blijk van heeft gegeven de ernst van de situatie in te zien en heeft aangegeven behandeld te willen worden, teneinde recidive te voorkomen.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met de omtrent verdachte uitgebrachte rapportage, waaruit blijkt dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde feit als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

De rechtbank neemt die laatste conclusie over.

De na te melden straf is gegrond, behalve op voormeld artikel, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging wegens recidive, betreffende parketnummer 460433-05:

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo van 14 maart 2006, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 8 november 2005 opgelegde voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf, van oordeel dat die vordering behoort te worden toegewezen, nu is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie jaren.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot één jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op drie jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering Nederland, arrondissement Almelo, ook als dit inhoudt een toeleiding naar begeleiding of behandelingen door derden, bijvoorbeeld een ambulante behandeling bij De Tender,

met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Betreffende parketnummer 06/460433-05

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zutphen van 8 november 2005, te weten van vijftig dagen gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. Geeve, voorzitter, mr. Rikken en mr. Groener, rechters, in tegenwoordigheid van Last, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op

20 maart 2007.