Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BA6288

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
21-05-2007
Datum publicatie
04-06-2007
Zaaknummer
85284 / KG ZA 07-99
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil: schorsing uitvoerbaarheid en staking executie.

Het te executeren vonnis berust klaarblijkelijk op een juridische misslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 85284 / KG ZA 07-99

datum vonnis: 21 mei 2007 (jm)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vieker Holding B.V.,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder te noemen Vieker,

procureur: mr. H. Dijks,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hanwel Environment And Energy B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen Hanwel,

procureur: mr. L. Bezoen.

Het procesverloop

Vieker heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. Vieker heeft ter zitting zijn eis vermeerderd.

Op 23 april 2007 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden.

De behandeling is op 10 mei 2007 voortgezet.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast. Vieker verhuurt op basis van een op 13 december 2006 tussen partijen gesloten huurovereenkomst bedrijfsruimte aan Hanwel. Partijen zijn op enig moment onderhandelingen gestart voor de huur van extra, naast de bestaande bouw nieuw te realiseren, bedrijfsruimte. Vieker heeft uiteindelijk besloten af te zien van de verhuur van deze nieuwe ruimte aan Hanwel. Hanwel is daar niet mee akkoord gegaan en is een kort geding procedure gestart bij de kantonrechter. Primair werd door Hanwel gevorderd dat Vieker de tussen partijen tot stand gekomen huurovereenkomst juist en volledig dient na te komen dan wel met bevel aan Vieker om met Hanwel door te onderhandelen totdat overeenstemming over een ingangsdatum van de huurovereenkomst zou zijn bereikt. Bij vonnis van 6 februari 2007 is Vieker veroordeeld om binnen acht dagen na betekening door te onderhandelen over het tot stand komen van een huurovereenkomst, een en ander op straffe van een dwangsom van € 250,- voor elke dag of gedeelte van de dag dat zij in gebreke zou blijven aan de veroordeling gehoor te geven. Tegen genoemd vonnis heeft Vieker appel ingesteld.

Tussen partijen is thans sprake van een executiegeschil. Hanwel heeft op 28 februari 2007 het vonnis aan Vieker betekend.

2. Hanwel stelt dat Vieker geen gevolg geeft aan de haar opgedragen onderhandelingen, zodat zij vanaf 9 maart 2007 dwangsommen is verbeurd. Hanwel heeft op betaling van de dwangsommen aanspraak gemaakt. Omdat betaling uitbleef heeft Hanwel beslag onder zichzelf gelegd. Hanwel heeft het bedrag aan verbeurde dwangsommen ad € 5.750,- ingehouden op de te betalen huurpenningen. De hierdoor ontstane achterstand in huurbetaling is inmiddels door Hanwel alsnog betaald.

3. Vieker vordert de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van de kantonrechter te schorsen en Hanwel te bevelen de executie van het vonnis te staken op straffe van een dwangsom. Vieker vordert tevens Hanwel te veroordelen de thans gehuurde ruimte binnen acht dagen te ontruimen en het door Hanwel onder zichzelf gelegde beslag op te heffen. Tenslotte vordert Vieker om Hanwel te veroordelen tot het betalen van een geldsom te vermeerderen met de wettelijke rente en Hanwel te veroordelen in de kosten van dit geding. Vieker stelt daartoe dat het vonnis van de kort geding rechter berust op een juridische misslag wat betreft de waardering van de feiten, de juridische maatstaf die de kantonrechter heeft aangelegd en de formulering van het dictum.

4. Hanwel voert verweer. Voor zover van belang zal hieronder op het verweer worden ingegaan.

5. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Schorsing of staking van de executie kan alleen indien Hanwel mede gelet op de belangen van Vieker geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid om in afwachting van de uitspraak in hoger beroep tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na het vonnis van 6 februari 2007 voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van Vieker een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het vonnis van de kantonrechter op een dergelijke juridische misslag berust. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 12 augustus 2005, NJ 2005, 467 geldt een nieuwe maatstaf voor de beoordeling van het bevel tot doorhandelen bij afgebroken onderhandelingen. Deze nieuwe maatstaf houdt in dat ieder van de onderhandelende partijen (die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen) vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Hierbij wordt benadrukt dat van een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf sprake is. Vast staat dat de kantonrechter deze nieuwe maatstaf niet aan de beoordeling van het geschil ten grondslag heeft gelegd. Daarom moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de rechter in appel alsnog zal oordelen dat het Vieker vrij stond de onderhandelingen af te breken. Dit te meer nu die onderhandelingen hebben plaatsgevonden op basis van de juist door Hanwel gestelde conditie dat partijen vrijblijvend en zonder dat er rechten aan ontleend kunnen worden, met elkaar in overleg zijn getreden (zie brief van Hanwel aan Zadelhoff (voor Vieker) van 20 maart 2006).

Vieker heeft tegen het vonnis spoed appel ingesteld en de behandeling in appel vindt op korte termijn (eind deze week) plaats. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat Hanwel geen in redelijkheid te respecteren belang heeft om in afwachting van de uitspraak in hoger beroep (langer of anderszins) tot executie over te gaan. Het belang dat Vieker heeft bij schorsing van de (verdere) executie dient hier te prevaleren. De voorzieningenrechter zal dan ook de uitvoerbaarheid en de executie schorsen op na te melden wijze.

7. Nu de uitvoerbaarheid bij voorraad en de executie zal worden geschorst en gestaakt dient ook het door Hanwel gelegde beslag onder zichzelf te worden opgeheven. Dit beslag is immers gelegd vanwege de non-betaling van de (vermeende) verbeurde dwangsommen van Vieker en houdt aldus rechtstreeks verband met de executie van het vonnis.

8. Verder is op voorhand niet vast te stellen dat Hanwel dermate is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de huurovereenkomst volgende verplichtingen, dat op basis daarvan zo goed als zeker de huurovereenkomst zal worden ontbonden. De huur is maar relatief korte tijd opgeschort en die opschorting is inmiddels ongedaan gemaakt, want gebleken is dat Hanwel ondertussen het zekere voor het onzekere heeft genomen door de achterstallige huur alsnog aan Vieker te betalen. Op het moment van de voortgezette behandeling bestond immers geen huurachterstand meer. Ook de overige door Vieker gestelde tekortkomingen van Hanwel zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter (ook in totaliteit met de opschorting van de huurbetaling) van onvoldoende gewicht om een ontbinding te kunnen rechtvaardigen. Dit ook in samenhang met de kort durende opschorting van de huur. De op een ontbinding van de huurovereenkomst vooruitlopende vordering van Vieker (ontruiming) zal dan ook worden afgewezen.

9. De vordering tot het betalen van een geldsom dient eveneens te worden afgewezen. De huurachterstand is – zoals gezegd - voldaan, zodat voor toewijzing van € 5.750,- geen grond meer bestaat. De verschuldigdheid van gevorderde contractuele boete wordt door Hanwel betwist en is door Vieker in kort geding onvoldoende geadstrueerd. Dit indachtig het hiervoor onder 8. overwogene.

10. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal Hanwel worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Schorst de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van 6 februari 2007 van de sector kanton, rechtbank Almelo, zaaknummer 235779 CV Expl 11788/06.

II. Beveelt Hanwel de executie van voornoemd vonnis te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag - te rekenen vanaf twee werkdagen na de rechtsgeldige betekening van dit vonnis - dat de executie voortduurt/opnieuw aanvangt, met een maximum van € 25.000,- en totdat in deze zaak door de appelrechter onherroepelijk zal zijn beslist.

III. Heft het door Hanwel onder zichzelf gelegde beslag op.

IV. Veroordeelt Hanwel in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vieker begroot op € 374,32 aan verschotten en € 816,- aan salaris van de procureur.

V. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Koopmans, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.