Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BA4905

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
11-05-2007
Zaaknummer
08/710937-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man vrijgesproken van het (mede) veroorzaken van een dodelijk ongeval in Saasveld op 12 november 2006. De verklaringen van vier getuigen over de toedracht lopen sterk uiteen en de getuigen hadden veel alcohol gedronken. Ook was het donker en is de weg waarop het ongeval plaatsvond niet verlicht door straatlantaarns. Verder zijn de waarnemingen gedaan vanuit rijdende auto’s en hebben zij betrekking op rijdende auto’s.

Volgens de rechtbank staat niet vast dat de verdachte het ongeval (mede) heeft veroorzaakt. Het is mogelijk dat het ongeval ook zonder de gedragingen van de verdachte zou hebben plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt dat het overleden slachtoffer onder aanmerkelijke invloed van alcohol reed. Het is mogelijk dat hij daardoor de macht over het stuur heeft verloren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 287
Wetboek van Strafrecht 302
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2007/265
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710937-06

STRAFVONNIS

Uitspraak: 11 mei 2007

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [woonplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

terechtstaande - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 12 november 2006, te Saasveld, gemeente Dinkelland,

althans in het arrondissement Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met

dat opzet met twee auto's, althans met een auto, de auto bestuurd door

[slachtoffer 1] (zijnde een VW Golf) achtervolgd en/of klemgezet althans ingesloten, in elk geval de vrije doorgang van die VW Golf belemmerd, en/of (vervolgens, toen die [slachtoffer 1] weer was weggereden) met zeer hoge snelheid ingehaald (waardoor die VW Golf tussen de beide andere auto's kwam te rijden) en (vervolgens, toen die VW Golf weer voorop reed) met zeer hoge snelheid (over een smalle en onverlichte weg met bochten en met aan beide zijden bomen) die VW Golf (bumper aan bumper, althans op zeer korte afstand) achtervolgd en/of opgedreven en/of op die VW Golf ingedrongen, tengevolge waarvan die VW Golf uit de bocht is gevlogen en/of die [slachtoffer 1] de macht over het stuur heeft verloren en/of met zijn auto van de weg is geraakt en/of tegen een boom is gereden en tengevolge daarvan is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 12 november 2006,

te Saasveld, gemeente Dinkelland, althans in het arrondissement Almelo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende

over de weg, de Hanenweg en/of de Postweg, zich zodanig heeft gedragen dat een

aan zijn en/of dat van zijn mededader(s) schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en of onoplettend en/of onachtzaam en/of onoordeelkundig over

deze weg(en) te rijden, welke onvoorzichtigheid, onoplettendheid,

onachtzaamheid en/of onoordeelkundigheid hierin/hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), mede gelet op de omstandigheden ter

plaatse, te weten duisternis en/of een (zeer) smalle rijbaan en/of bomen aan

beide zijden van de weg, heeft gereden met een snelheid die veel te hoog was

voor een veilige verkeersafwikkeling ter plaatse en/of de auto bestuurd door

[slachtoffer 1] (zijnde een VW Golf) met zeer hoge snelheid heeft/hebben ingehaald

en/of met zeer hoge snelheid gedurende een lange afstand heeft/hebben gekleefd

en/of voornoemde VW Golf (bumper aan bumper, althans op zeer korte afstand)

heeft/hebben achtervolgd en/of opgedreven tengevolge waarvan de voornoemde VW Golf uit de bocht is gevlogen en tegen een boom is gebotst, althans een aanrijding is ontstaan, waarbij voornoemde [slachtoffer 1] werd gedood, terwijl hij verdachte, al dan niet verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;

ALTHANS, MEER SUBSIDIAIR

hij op of omstreeks 12 november 2006, te Saasveld, gemeente Dinkelland, althans in het arrondissement Almelo, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Hanenweg en/of de Postweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het

opzettelijk gewelddadig met twee auto's, althans met een auto, de auto bestuurd door [slachtoffer 1] (zijnde een VW Golf) met zeer hoge snelheid achter¬volgen en/of klemzetten althans insluiten en/of (vervolgens, toen die VW Golf weer was weggereden) (met een auto) met zeer hoge snelheid inhalen (waardoor die VW Golf tussen de beide andere voornoemde auto's kwam te rijden) en (vervolgens,

toen die VW Golf weer voorop reed) met zeer hoge snelheid (over een smalle en

onverlichte weg met bochten en met aan beide zijden bomen) die VW Golf (bumper

aan bumper, althans op zeer korte afstand) achtervolgen en/of opdrijven en/of

op die VW Golf indringen, waarbij hij, verdachte, een van de achtervolgende

auto's bestuurde, en welk door hem gepleegd geweld de dood van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 12 november 2006 te Saasveld, gemeente Dinkelland, althans

in het arrondissement Almelo, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] van het leven te beroven, met dat opzet, met twee auto's, althans met een auto, de auto waarin voornoemde personen als passagier gezeten waren (zijnde een VW Golf), heeft/hebben achtervolgd en/of klemgezet althans ingesloten, in elk geval de vrije doorgang van die VW Golf belemmerd en/of met zeer hoge snelheid

ingehaald (waardoor die VW Golf tussen de beide andere auto's kwam te rijden)

en/of vervolgens, toen die VW Golf weer voorop reed met zeer hoge snelheid

(over een smalle en onverlichte weg met bochten en met aan beide zijden bomen)

die auto (bumper aan bumper, althans op zeer korte afstand) heeft/hebben

achtervolgd en/of opgedreven en/of op die VW Golf is/zijn ingedrongen,

tengevolge waarvan voornoemde VW Golf uit de bocht is gevlogen en/of van de

weg is geraakt en/of tegen een boom is gereden en/of (vervolgens) op het

moment dat voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] beklemd zaten in de VW Golf en/of voornoemde inzittenden buiten bewustzijn verkeerden en/of de VW Golf begon te branden en/of er op dat moment geen hulp van anderen te verwachten was,

is/zijn weggereden en/of daarbij geen contact heeft/hebben opgenomen met (een)

hulpdienst(en) en/of (een) ander(en) die hulp had(den) kunnen verlenen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 12 november 2006 te Saasveld, gemeente Dinkelland, althans

in het arrondissement Almelo, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan personen genaamd: [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met twee auto's, althans met een auto, de auto waarin voornoemde personen als passagier gezeten waren (zijnde een VW Golf), heeft/hebben achtervolgd en/of klemgezet althans

ingesloten, in elk geval de vrije doorgang van die VW Golf belemmerd en/of met zeer hoge snelheid ingehaald (waardoor die VW Golf tussen de beide andere auto's kwam te rijden) en/of vervolgens, toen die VW Golf weer voorop reed met zeer hoge snelheid (over een smalle en onverlichte weg met bochten en met aan beide zijden bomen) die auto (bumper aan bumper, althans op zeer korte afstand) heeft/hebben achtervolgd en/of opgedreven en/of op die VW Golf is/zijn ingedrongen, tengevolge waarvan voornoemde VW Golf uit de bocht is gevlogen en/of van de weg is geraakt en/of tegen een boom is gereden en/of (vervolgens) op het moment dat voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] beklemd zaten in de VW Golf en/of voornoemde inzittenden buiten bewustzijn verkeerden en/of de VW Golf begon te branden en/of er op dat moment geen hulp van anderen te verwachten was, is/zijn weggereden en/of daarbij geen contact heeft/hebben opgenomen met (een) hulpdienst(en) en/of (een) ander(en) die hulp had(den) kunnen verlenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en sub 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De essentie van de tenlastelegging is dat het aan het verkeersgedrag van verdachte (en zijn mededaders) te wijten is dat [slachtoffer 1] de macht over het stuur is verloren, hij met zijn auto uit de bocht is gevlogen en tegen een boom is gebotst, [slachtoffer 1] is overleden en de inzittenden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gewond zijn geraakt.

Dat verkeersgedrag is nader omschreven in de tenlastelegging.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachten, zodat alleen de verkeersgedragingen van verdachte zelf resteren. De gebeurtenissen vóór de drempel, voor zover al bewezen, zijn naar het oordeel van de rechtbank in tijd en plaats te ver verwijderd van het ongeval om een causaal verband daarmee aan te nemen. Voor de beoordeling van de vraag of de gedragingen van verdachte het ongeval (mede) hebben veroorzaakt is naar het oordeel van de rechtbank cruciaal wat de feitelijke situatie vlak voor het ongeval geweest is.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte – op het moment dat [slachtoffer 1] met zijn auto van de weg raakte en tegen een boom botste – op dermate korte afstand reed dat sprake is van opdrijven. Verdachte heeft zowel bij de politie als ter zitting consequent verklaard dat hij – op het moment dat [slachtoffer 2] de eerste bocht inreed – op de drempel in de buurt van garagebedrijf Oude Booyink reed, op ongeveer 600 meter afstand. Weliswaar hebben getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [slachtoffer 3] anders verklaard, maar deze verklaringen wijken onderling sterk af. [Slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij via de rechter buitenspiegel van de auto van [slachtoffer 1] heeft gezien dat de auto van verdachte maximaal 30 meter achter de auto van [slachtoffer 1] reed en dat de afstanden gedurende de rit ongeveer gelijk bleven (pagina’s 502 en 503). [Getuige 1] heeft verklaard over een afstand van 10 à 15 meter op het moment dat de Golf en de Peugeot de eerste bocht ingingen (pagina 215) en in een latere verklaring (pagina 230) spreekt hij over ‘bumper aan bumper, er kon geen auto tussen”. [Getuige 2] heeft verklaard dat de afstand tussen beide auto’s gedurende de rit ongeveer 10 meter bedroeg (pagina 352) en dat toen beide auto’s de bocht namen de afstand zeker niet meer dan dertig meter bedroeg (pagina 361), terwijl [getuige 3] heeft verklaard dat de auto’s bumper aan bumper reden en er nog geen twee meter tussen zat (pagina’s 401 ev en 406 ev).

Niet alleen wijken de genoemde getuigenverklaringen van elkaar af, ook de betrouwbaarheid ervan is onvoldoende om het bewijs van opdrijven aan te nemen. Alle genoemde getuigen hadden immers voorafgaand aan het ongeval een aanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank genuttigd. Bovendien was het donker en wordt de Postweg niet verlicht door straatlantaarns. De waarnemingen van de getuigen zijn gedaan vanuit rijdende auto’s en zien op rijdende auto’s. Al deze omstandigheden maken dat aan de inhoud van de verklaringen getwijfeld kan worden en dat ze daarom onvoldoende betrouwbaar zijn. De verklaring van [getuige 3] dat verdachte hem heeft verteld dat hij het ongeluk heeft zien gebeuren, staat voorts op zichzelf. Bovendien heeft [getuige 3] deze verklaring later genuanceerd, door te verklaren dat volgens hem verdachte wel had verteld dat hij de auto tegen de boom had zien vliegen.

Nu niet bewezen is dat verdachte de auto van [slachtoffer 1] vlak voor het ongeval heeft opgedreven of op korte afstand heeft achtervolgd is het causaal verband tussen de gedragingen van verdachte en het ongeval naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan. Niet blijkt dat het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden zonder de gedragingen van verdachte. Uit het dossier heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat [slachtoffer 1] onder aanmerkelijke invloed van alcohol verkeerde op het moment van het ongeval. Het is mogelijk dat hij daarom de macht over het stuur is verloren.

Omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het ongeval (mede) heeft veroorzaakt en dit onderdeel de essentie vormt van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde, dient van al deze feiten vrijspraak te volgen.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 primair en meer subsidiair en 2 primair en subsidiair tenlastegelegde bovendien nog dat niet is komen vast te staan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een dergelijk (dodelijk) ongeval zou plaatsvinden. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat volgens vaste jurisprudentie in zaken waarin doodslag in het verkeer is tenlastegelegd aan de bewezenverklaring van het bestanddeel opzet strenge eisen dienen te worden gesteld.

Verlaten plaats ongeval zonder hulp in te roepen

Onderdeel van zowel de onder 2 primair tenlastegelegde poging tot doodslag als de onder 2 subsidiair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling, is het verlaten van de plaats van het ongeval op het moment dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in de auto beklemd zaten en de Golf begon te branden zonder dat verdachte hulp heeft ingeschakeld. Omdat de rechtbank – zoals hiervoor reeds overwogen – niet bewezen acht dat verdachte met zijn Peugeot, de Golf van [slachtoffer 1] – waarin [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zaten – heeft opgejaagd en het ongeval daardoor (mede) heeft veroorzaakt, dient voor deze feiten vanwege het niet bewezen achten van de essentie van de tenlastelegging, algehele vrijspraak te volgen en komt zij aan het tenlastegelegde wegrijden zonder het inroepen van hulp niet toe.

De rechtbank overweegt ten overvloede dat de wet een tweetal artikelen kent die ook ter zitting aan de orde zijn gesteld en die zijn geschreven voor de situatie waarin aan hulpbehoevenden geen hulp wordt geboden: artikel 255 en artikel 450 Wetboek van Strafrecht. Deze artikelen zijn niet tenlastegelegd. De rechtbank overweegt dat deze artikelen – waren zij wel tenlastegelegd – echter niet tot een veroordeling hadden kunnen leiden. Volgens artikel 450 Wetboek van Strafrecht is eerst van strafbaarheid sprake indien de dood van de hulpbehoevende volgt. Nu [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] het ongeval – ondanks de handelwijze van verdachte en dankzij het kordate optreden van de omwonenden – hebben overleefd, mist artikel 450 Wetboek van Strafrecht in dit geval toepassing. Omdat [slachtoffer 1] vermoedelijk reeds was overleden toen verdachte ter plaatse van het ongeval kwam, kan ook ter zake het achterlaten van hem geen sprake zijn van overtreding van artikel 450 Wetboek van Strafrecht.

Voor strafbaarheid op grond van artikel 255 Wetboek van Strafrecht moet sprake zijn van een verplichting op grond van de wet of overeenkomst van de verdachte tot onderhoud of verpleging of verzorging van het slachtoffer. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ook op grond van dit artikel zou verdachte derhalve niet strafbaar zijn.

Hoewel verdachte moreel verwijtbaar heeft gehandeld door geen hulpdienst in te schakelen en het ongeval te verzwijgen kan hem daarvan gelet op de inhoud van de tenlastelegging geen strafrechtelijk verwijt gemaakt worden.

Civiele vordering

De rechtbank overweegt verder, dat de erven [slachtoffer 1], ten name van [nabestaande], ter zake van feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van € 13.150,50.

Nu de rechtbank niet bewezen acht wat aan verdachte onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair is tenlastgelegd, dient de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en sub 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. Rikken, voorzitter, mr. Caminada en mr. Groener, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Dallinga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 mei 2007.