Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BA4558

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
03-05-2007
Datum publicatie
07-05-2007
Zaaknummer
242580 CV EXPL 2512/07
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Overtreding door een medewerker van een gedragsregel bij een bankinstelling levert in dit geval geen dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Eveneens onvoldoende zwaarwichtig om vertrouwen in werkneermster op te kunnen zeggen. Voorwaardelijk ontbindingsverzoek afgewezen. Vordering wedertewerkstelling in kort geding toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 242580 CV EXPL 2512/07

Uitspraak : 3 mei 2007

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

hierna ook wel te noemen: eiseres

gemachtigde: mr. J.M. de Nooij

advocaat en procureur te Paterswolde

tegen

de naamloze vennootschap ABN/AMRO BANK N.V.

gevestigd te Amsterdam, tevens kantoorhoudende te Enschede

gedaagde partij

hierna ook wel te noemen: De Bank

gemachtigde: mr. E.D. Tanis

in dienst van De Bank

1. procedure

1.1 Eiseres heeft bij dagvaarding van 2 april 2007 De Bank opgeroepen in kort geding te verschijnen ter zitting van donderdag 12 april 2007 om 10:30 uur. Op verzoek van (een van) partijen is de mondelinge behandeling nader bepaald op donderdag 26 april 2007 te 10:30 uur.

Ter zitting verschenen eiseres en mw. … namens De Bank. Beiden werden vergezeld door hun gemachtigde, die de standpunten van partijen mondeling hebben toegelicht.

1.2 Vonnis is bepaald op heden.

2. feiten

2.1 Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij onvoldoende of niet zijn betwist of zijn erkend.

2.2 Eiseres is op 1 november 1983 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) De Bank in de functie van administratief medewerkster gedurende 36 uur per week. Sedert september 2000 werkt eiseres parttime gedurende 18 uur per week tegen een bruto maandsalaris van laatstelijk € 988,75, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.

2.3 Op de arbeidsovereenkomst is de ABN AMRO CAO, hierna ook: de cao, van toepassing. In de cao is een kopje “Gedragsregels eigen bankzaken” opgenomen, waarin onder meer wordt bepaald:

[… .] Om iedere schijn te vermijden, is het u daarom verboden uw eigen bankzaken te behandelen.

Voorbeelden:

• U mag niet zelf een eigen rekening openen of mutaties op uw eigen rekening in- of uitvoeren; [… .]

Artikel 12.4 van de cao bepaalt onder meer:

• Bij [… .] overtreding van de gedragsregels[… .] zijn onder meer de volgende sancties, al dan niet gecombineerd, mogelijk:

- berisping;

- overplaatsing;

- schorsing

- ontslag (zo nodig op staande voet)

2.4 Eiseres heeft in een periode van zes maanden 13 keer mutaties op haar eigen bankrekening of die van haar kinderen verricht.

2.5 Op 23 februari 2007 is aan eiseres een brief overhandigd, waarin het navolgende wordt medegedeeld, voor zover hier van belang:

[… .] Hierdoor bevestigen wij het gesprek van 23 februari 2007 tussen u en de heer …t [… .] en mevrouw …, vestigingsmanager, waarin wij u lieten weten dat wij ons genoodzaakt hebben gezien u op 23 februari 2007 op staande voet te ontslaan.

Dit ontslag is u gegeven op grond van een door ons ingesteld onderzoek en de door u op 20 februari 2007 afgelegde verklaring, waarvan u een kopie hebt ontvangen en met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7:677 juncto 7:678 van het Burgerlijk Wetboek.

De dringende reden bestaat in het navolgende.

U heeft, telkens zonder dat u daartoe gerechtigd of gemachtigd was of anderszins daarvoor toestemming of opdracht had gekregen, in of omstreeks de periode mei 2006 tot januari 2007, 13 keer, althans meerdere keren, tijdens de uitoefening van uw functie als medewerker kas/balie opname(s), overboeking(en), stortingen gedaan op uw eigen bankrekening(en) en die van uw kinderen.

Wij achten de bovenomschreven u verweten handelwijze(n), ieder voor zich doch tevens in samenhang beschouwd, onaanvaardbaar. [… .]

2.6 Eiseres heeft zich bij schrijven van 23 februari 2007 verzet tegen het gegeven ontslag. Zij schrijft voor zover hier van belang:

[… .] Op 23-2-2007 heeft u de arbeidsovereenkomst beëindigd. Deze beëindiging heeft plaatsgevonden zonder dat u daartoe toestemming had van het CWI. Ik bestrijd dat er een dringende reden voor het ontslag op staande voet is.

Bij deze doe ik een beroep op de vernietigbaarheid van deze beëindiging. Het gegeven ontslag is nietig. Ik houd mij beschikbaar om mijn werkzaamheden te verrichten. [… .]. Tevens maak ik aanspraak op doorbetaling van mijn salaris.[… .]

2.7 Bij verzoekschrift van 11 april 2007 heeft De Bank zich tot de kantonrechter gewend met een (voorwaardelijk) verzoek de arbeidsovereenkomst met eiseres te mogen ontbinden.

2.8 Bij beschikking d.d. 3 mei 2007 heeft de kantonrechter het verzoek van De Bank tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met eiseres afgewezen.

3. geschil

3.1 Eiseres vordert -zakelijk weergegeven- dat De Bank wordt veroordeeld:

• haar wederom te werk te stellen in haar oorspronkelijk functie van kas/baliemedewerkster op de locatie Enschede aan de Wesselernering;

• tot betaling van het aan eiseres toekomende salaris vanaf maart 2007 tot aan de dag waarop de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd;

• tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW.

Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat aan het haar op 23 februari 2007 gegeven ontslag iedere juridische grondslag ontbreekt. Eiseres betwist dat haar handelwijze in deze een dringende reden oplevert die een ontslag op staande voet zou kunnen rechtvaardigen. Eiseres erkent dat zij wel eens middels haar codepasje inlogde op de computer om zodoende bedragen van haar spaarrekening naar haar rekening-courantrekening te schuiven dan wel vice versa. Dat zij hiermee in strijd handelde met de bij De Bank geldende interne gedragsregels heeft zij zich niet gerealiseerd. Van kwade opzet dan wel het welbewust benadelen van de bank is geen sprake geweest. Eiseres stelt dat binnen de bankvestiging waarin zij werkzaam is, nimmer enige aandacht is besteed aan deze gedragsregels.

Eiseres heeft in de 23 jaar dat zij bij De Bank heeft gewerkt nooit een waarschuwing gehad omtrent enig onjuist handelen en het had dan ook meer voor de hand gelegen, na constatering van de onregelmatigheden, dat haar leidinggevende haar had gewezen op de overtreding van de gedragsregels. Eiseres is zonder nadere toelichting naar Veiligheidzaken gezonden om aldaar gehoord te worden om vervolgens op staande voet te worden ontslagen. Eiseres is van mening dat De Bank zich in deze niet heeft opgesteld zoals een goed werkgever betaamt. De Bank heeft een onjuiste belangenafweging gemaakt en zij is geheel voorbij gegaan aan de gevolgen die een ontslag op staande voet voor eiseres in de toekomst zal hebben.

3.2 De Bank is -zakelijk weergegeven- van mening dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Daartoe voert zij -samengevat voor zover ten deze relevant- aan dat de tussen partijen bestaand hebbende arbeidsovereenkomst is geëindigd door middel van een ontslag op staande voet. De Bank stelt dat eiseres in een tijdsbestek van 6 maanden meermalen de bij haar geldende gedragsregels heeft overtreden door mutaties op haar eigen bankrekening of die van haar kinderen te verrichten. De Bank heeft haar medewerkers verboden om eigen bankzaken te behandelen. Dit verbod is expliciet neergelegd in de gedragsregels die zijn opgenomen in de cao. Eiseres is goed bekend met deze gedragsregels en zij heeft geen plausibele verklaring gegeven voor haar handelwijze. De handelwijze van eiseres levert naar het oordeel van De Bank een dringende reden op zoals bedoeld in artikel 7:677 lid 1 jo. 7:678 BW.

4. beoordeling

4.1 De vraag of het ontslag terecht, dat wil zeggen met een gegronde, dringende reden, is gegeven wordt in het kader van deze procedure niet beantwoord. Zoals ter mondelinge behandeling reeds aangegeven is de kantonrechter van oordeel dat het op 23 februari 2007 gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure niet overeind zal blijven.

Vast staat dat eiseres de gedragsregels bij De Bank heeft overtreden. Vast staat eveneens dat eiseres met haar handelwijze De Bank op geen enkele wijze financieel of anderszins heeft geschaad. In het midden kan blijven of eiseres al dan niet op de hoogte was van de bij De Bank geldende gedragsregels. Gelet op het feit dat deze regels zijn opgenomen in de toepasselijke cao had eiseres hiervan op de hoogte moeten zijn, althans kunnen zijn. Wat van het vorenstaande ook zij, de reactie van De Bank op het overtreden van een gedragsregel door eiseres, het ultieme middel van een ontslag op staande voet, is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter buitenproportioneel. Een andere sanctie, bijvoorbeeld genoemd in artikel 12.4 van de cao, had meer voor de hand gelegen. Het bevreemdt de kantonrechter dat een medewerker van het kaliber eiseres: 23 jaar in dienst van De Bank met een onberispelijke staat van dienst van 23 jaar, van De Bank zo weinig krediet heeft gekregen. Het moge zo zijn dat De Bank haar gedragsregels strikt wenst na te leven, doch het kan niet zo zijn dat elke schending van die regels automatisch leidt tot een ontslag op staande voet. De overtreding van eiseres van de regels zijn van te gering gewicht om toepassing van het zwaarste middel dat het arbeidsrecht kent te rechtvaardigen.

4.2 Nu er voorlopig van moet worden uitgegaan dat het dienstverband tussen partijen nog steeds bestaat, is De Bank gehouden het overeengekomen salaris door te betalen totdat de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst op een rechtsgeldige wijze is beëindigd. De hierop gebaseerde vordering is toewijsbaar.

De medegevorderde wettelijke verhoging zal de kantonrechter, bij gebreke van een spoedeisend belang, afwijzen.

4.3 De kantonrechter zal de gevorderde weder te werkstelling op de locatie Enschede aan de Wesselernering eveneens toewijzen. Van De Bank mag worden verwacht dat zij op een professionele wijze de terugkeer van eiseres zal begeleiden en het overige personeel hiervan op gepaste wijze op de hoogte stelt. De termijn waarbinnen een en ander dient te zijn gerealiseerd zal de kantonrechter vaststellen op twee dagen na betekening van dit vonnis.

De mede gevorderde dwangsom acht de kantonrechter bovenmatig en zal worden beperkt tot een bedrag van € 250,-- voor elke dag dat De Bank in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen en tot een maximum van € 50.000,--.

De wettelijke rente over het loon van de maand maart 2007 is toewijsbaar als hierna te vermelden.

4.4 De Bank zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van deze procedure worden veroordeeld.

5. beslissing

5.1 Veroordeelt De Bank om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis eiseres weder te werk te stellen in haar oorspronkelijke functie van kas-/baliemedewerkster op de locatie Enschede aan de Wesselernering 2h, op straffe van verbeurte van een dwangsom aan eiseres ad € 250,-- voor elke dag of dagdeel dat De Bank in gebreke blijft hieraan te voldoen, tot een maximum van € 50.000,--.

5.2 Veroordeelt De Bank om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen het loon over de maand maart 2007, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der verschuldigdheid tot aan de dag der voldoening.

5.3 Veroordeelt De Bank om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen het overeengekomen loon aan eiseres vanaf 1 april 2007 tot het moment van rechtsgeldige beëindiging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

5.4 Veroordeelt De Bank in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van eiseres gevallen en begroot op € 683,31, waarin begrepen een bedrag van € 400,-- aan het salaris van de gemachtigde.

5.5 Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.6 Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen te Enschede door mr. H.J. Vos, kantonrechter, en op 3 mei 2007 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.