Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BA3461

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
17-04-2007
Datum publicatie
20-04-2007
Zaaknummer
08/710006-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in het uitgaansleven een persoon met een mes gestoken en een ander ermee geslagen. Voor poging tot doodslag en voor poging tot zware mishandeling krijgt hij een gevangenistraf van 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk opgelegd. Daarbij is rekening gehouden met het niet eerder voor geweldsdelicten veroordeeld zijn van verdachte en met de relatief beperkte gevolgen voor de slachtoffers van deze ernstige feiten. Verder is verdachte verplicht twee jaar onder toezicht van de reclassering, in verband met zijn alcoholgebruik tijdens het uitgaan. Tenslotte moet verdachte schade vergoeden aan het slachtoffer dat daarom had gevraagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710006-07

STRAFVONNIS

Uitspraak: 17 april 2007

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats en datum] 1984,

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats],

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 01 januari 2007 te Enschede, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk van het

leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1]

- met een mes, althans een scherp voorwerp in zijn (verdachtes) hand in het

gezicht, althans tegen het hoofd heeft geslagen of gestompt

en/of getroffen en/of

- meermalen, althans eenmaal (telkens), met een mes, althans een scherp

voorwerp, in de borst(streek), althans (elders in) het bovenlichaam heeft

gestoken en/of getroffen en/of

- meermalen, althans eenmaal (telkens) stekende bewegingen heeft gemaakt in de

richting van het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 01 januari 2007, in de gemeente Enschede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1]

- met een mes, althans een scherp voorwerp in zijn (verdachtes) hand in het

gezicht, althans tegen het hoofd heeft geslagen of gestompt en/of getroffen

en/of

- meermalen, althans eenmaal (telkens), met een mes, althans een scherp

voorwerp, in de borst(streek) heeft gestoken en/of getroffen en/of

- meermalen, althans eenmaal (telkens) stekende bewegingen heeft gemaakt in de

richting van het lichaam van die [slachtoffer 1],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 01 januari 2007, in de gemeente Enschede, meermalen, althans eenmaal (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] (met een mes, althans een scherp voorwerp, in zijn (verdachtes) hand) in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 01 januari 2007, in de gemeente Enschede, opzettelijk mishandelend een persoon genaamd [slachtoffer 2], meermalen, althans eenmaal (telkens) (met een mes, althans een scherp voorwerp, in zijn (verdachtes) hand) in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of getroffen, waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 01 januari 2007, in de gemeente Enschede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3] (met een mes, althans een scherp voorwerp, in zijn (verdachtes) hand) in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 01 januari 2007, in de gemeente Enschede, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk mishandelend genaamd [slachtoffer 3], (met een mes, althans een scherp voorwerp, in zijn (verdachtes) hand) in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of getroffen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd, nu niet blijkt dat [slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd is gestompt en/of geslagen en/of getroffen, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 01 januari 2007 te Enschede, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk van het

leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1]

- met een mes in zijn (verdachtes) hand in het gezicht heeft gestompt en getroffen en

- meermalen met een mes in het bovenlichaam heeft gestoken en getroffen en

- meermalen stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het

(boven)lichaam van die [slachtoffer 1],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 01 januari 2007, in de gemeente Enschede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] met een mes in zijn (verdachtes) hand in het gezicht heeft getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair en 2 primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 primair het misdrijf:

"Poging tot doodslag",

strafbaar gesteld bij artikel 287 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2 primair het misdrijf:

"Poging tot zware mishandeling",

strafbaar gesteld bij artikel 302 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht;

De rechtbank verwerpt het door de raadsvrouw aangevoerde beroep op noodweer, nu, gelet op de zich in het dossier bevindende verklaringen, niet aannemelijk is geworden dat er sprake is geweest van een noodweer situatie zoals die door en namens verdachte ter terechtzitting is geschetst.

De verdachte is deswege strafbaar, aangezien ook overigen niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair, 2 primair en 3 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 1] en oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel,

en met verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen mes.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregelen behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal ernstige geweldsdelicten. Door op een dergelijke wijze met een mes in te steken c.q. in te slaan op de slachtoffers, heeft verdachte de aanmerkelijke kans genomen dat zij zouden worden gedood dan wel ernstig gewond zouden raken en het is niet zijn verdienste geweest dat deze gevolgen niet zijn ingetreden.

Verdachte heeft door zijn handelwijze weer eens aangetoond waartoe wapenbezit in het uitgaansleven kan leiden.

Voor feiten als deze behoort in principe een langdurige vrijheidsstraf te worden opgelegd. De rechtbank zal hiervan in het onderhavige geval in belangrijke mate ten voordele van verdachte afwijken en vindt daartoe reden in het feit dat verdachte niet eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld en tevens vanwege het feit dat de nadelige gevolgen voor de slachtoffers relatief beperkt zijn gebleven.

Aan na te melden voorwaardelijke vrijheidsstraf zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht verbinden, aangezien verdachte heeft aangegeven dat hij tijdens (uitgaans)gelegenheden fors alcohol drinkt met alle mogelijke gevolgen van dien.

Civiele vordering

De rechtbank overweegt verder, dat [slachtoffer 1], ter zake van feit 1, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier ter terechtzitting als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van

€ 1.850,-, bestaande uit een bedrag van € 350,- ter zake materiële schade en een bedrag van € 1.500,- ter zake immateriële schade.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze niet gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de benadeelde partij ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank acht een bedrag van € 350,- ter zake materiële schade en € 1.000,- ter zake immateriële schade redelijk, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

De rechtbank overweegt dat het inbeslaggenomen mes vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu met betrekking tot dit mes de strafbare feiten zijn begaan en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in handen van deze verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De na te melden straf en maatregelen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36c, 36d, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair en 2 primair tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van achttien maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering Nederland, arrondissement Almelo, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen knipmes met rood heft.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit 1 tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [adres] van een bedrag groot € 1.350,-.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot

€ 1.350,- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 1], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 27 dagen zal worden toegepast.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair en 2 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Geeve, voorzitter, mr. Bossinga en mr. Bordenga, rechters, in tegenwoordigheid van Last, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 april 2007.