Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:BA2703

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
21-08-2007
Zaaknummer
79594 HA ZA 748 van 2006
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2010:BL6032, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid sauna voor uitglijden?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 183
Prg. 2007, 138
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 79594 HA ZA 748 van 2006

datum vonnis: 24 januari 2007 (as)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

A

wonende te ,

eiser,

hierna te noemen A,

procureur: mr. Ph.C. Kleyn van Willigen,

advocaat: mr. M.A. Smits te Nijmegen,

tegen

de vennootschap onder firma

firma SAUNA K. v.o.f.,

gevestigd en zaakdoende te Oldenzaal,

beiden wonende te Oldenzaal,

gedaagden,

hierna te noemen Sauna K.,

procureur: mr. E.M.M. van de Loo,

advocaat: mr. W.J. Hengeveld te Rotterdam.

Het procesverloop

De rechtbank heeft op 25 oktober 2006 een tussenvonnis gewezen, waarbij een comparitie van partijen is gelast. De comparitie van partijen is gehouden op 6 december 2006 en van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

De rechtbank heeft daarna bepaald dat wederom vonnis zal worden gewezen.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. De rechtbank neemt over hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist.

2. Partijen hebben zich ter comparitie van partijen nader uitgelaten, onder meer over de toedracht van het ongeval. A heeft ter comparitie verklaard dat hij uit de buitensauna kwam en in eerste instantie rechtdoor is gelopen naar het zwembad. Hij wilde zo spoedig mogelijk het zwembad in want hij kwam uit de sauna en had het koud, maar hij holde niet.. Volgens A was het koud buiten, een graad of 5, en had het geregend. Er lag geen mat over de tegels. Bij de receptie had hij alleen een handdoek en een badjas ontvangen, geen slippers en op afgifte daarvan heeft A niet aangedrongen.

Door de heer B.H.A. K. is ter comparitie van partijen verklaard dat de tegels bij het buitenzwembad ongeglazuurd zijn en dat ze twee keer per jaar worden afgespoten. Het dragen van badslippers in de sauna is verplicht vanwege de hygiëne en om uitglijden te voorkomen. Medewerkers hebben de instructie gehad dat zij mensen op het dragen van slippers moeten wijzen. Keizer stuurt mensen niet uit de sauna als ze de slippers niet dragen. Sommige mensen vergeten wel eens slippers aan te doen. De huisregels hangen op drie plekken in de sauna.

3. De rechtbank zal bij de beoordeling van dit geschil uitgaan van de volgende vaststaande feiten:

- Sauna K. exploiteert een sauna in een pand te Oldenzaal.

- Aan de achterzijde van het pand is het buitenzwembad gesitueerd en daar bevindt zich in een aparte houten gebouw een buitensauna.

- De tegels die om het buitenzwembad zijn gelegd, zijn ongeglazuurd.

- A is op 2 april 2003 in een spontane opwelling met een vriendin naar Sauna K. gegaan en men had geen saunabenodigdheden bij zich.

- Aan A is bij de receptie van Sauna K. een badjas en een handdoek ter beschikking gesteld.

- Sauna K. hanteert huisregels, waaronder de regel dat het dragen van badslippers verplicht is in verband met hygiëne en om uitglijden te voorkomen.

- A is op de tegels uitgegleden nadat hij uit een buitensauna kwam en in het buitenzwembad wilde gaan, toen hij na het passeren van een bloemperk linksaf liep.

- A droeg geen badslippers.

- A heeft ten gevolge van de val zijn knieschijf gebroken.

4. In dit geschil gaat het om de vraag in hoeverre A aan Sauna K. van dat uitglijden een verwijt kan maken. A legt - naar de rechtbank begrijpt - aan het gevorderde, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag:

• de huisregel “dragen van badslippers verplicht” is een veiligheidsnorm en Sauna K. is tekortgeschoten doordat zij onvoldoende heeft gedaan om de naleving daarvan te verlangen;

• ingevolge de kelderluikleer en de jurisprudentie daarover is de door Sauna K. gegeven waarschuwing geen afdoende maatregel ter voorkoming van gevaar, zodat nadere veiligheidsmaatregelen getroffen hadden moeten worden door Sauna K.. De medewerker had A dringend behoren te adviseren badslippers te dragen en had hem de toegang moeten ontzeggen om gevaar daadwerkelijk te voorkomen. Door dat niet te doen heeft Sauna K. A aan gevaar van uitglijden blootgesteld.

5. De rechtbank stelt vast dat partijen twisten over het feit of A en zijn vriendin daadwerkelijk aan de medewerker van Sauna K. om badslippers hebben verzocht, of deze hen heeft gewezen op de verplichting tot het dragen van badslippers, alsmede over de wijze waarop A liep. De rechtbank is evenwel van oordeel dat deze feiten bij de beoordeling van het geschil buiten beschouwing kunnen blijven. Waar het in deze allereerst om gaat is of Sauna K. een gevaarlijke situatie voor A heeft geschapen met het buitenzwembad en dan met name met de zwembadtegels daaromheen en door hem zonder badslippers toegang te verschaffen tot de sauna. Het is vaste rechtspraak dat niet reeds de enkele mogelijkheid van een ongeval, als verwezenlijking van een gevaar dat aan een bepaald gedrag inherent is, dat gedrag onrechtmatig doet zijn.

Nu niet is gesteld of gebleken is dat de ongeglazuurde zwembadtegels ongeschikt of ondeugdelijk waren, zal de rechtbank er bij haar beoordeling vanuit gaan dat sprake was van een normaal gebruikelijke zwembadtegel.

6. A is uitgegleden op vloertegels gelegen bij een niet overkapt buitenzwembad. De tegels waren blootgesteld aan invloeden van het weer, zoals regen. A wist blijkens zijn verklaring bij het verlaten van de buitensauna dat het geregend had, zodat hij heeft gezien, althans had kunnen zien dat de tegels nat waren. Hij had zich bij het lopen over de tegels bewust moeten zijn van het gevaar van uitglijden. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat de tegels om een zwembad glad kunnen zijn, zeker als deze nat geregend zijn.

7. Naar het oordeel van de rechtbank deed zich hier geen bijzonder gevaar voor, anders dan bij de door A aangehaalde jurisprudentie over de “jetblast”, de opgevroren plek in een parkeergarage, de skeelerles en het geven van bewegingsinstructies aan een zwembadrand. Het gaat hier om een doodgewoon bezoek van een volwassene aan een (buiten)sauna met de daarbij behorende “dip in the pool”, waarbij zich het algemeen bekende gevaar voor uitglijden op tegels bij het buitenzwembad kon voordoen, derhalve een voorzienbare en zichtbare omstandigheid waarop A bedacht had moeten zijn en waarmee hij bij (het de hoek om) lopen rekening had moeten houden.

8. Omdat door Sauna K. geen bijzondere gevaarlijke situatie in het leven is geroepen, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de factoren ingevolgde de kelderluikleer, zoals de mate van bezwaarlijkheid van het treffen van voorzorgsmaatregelen en dergelijke. A kan Sauna K. dan ook niet verwijten dat zij hem niet op de naleving van de huisregel dat badslippers moeten worden gedragen, door A aangeduid als veiligheidsnorm, heeft gewezen of hem heeft verwijderd. Daar komt bij dat niet iedere badslipper uit antislip materiaal vervaardigd is en het bovendien een feit van algemene bekendheid is dat men ook bij het dragen van schoeisel kan uitglijden, terwijl een ieder op enig moment de slippers uit moeten doen alvorens het zwembad in te gaan, waarbij veelal enige meters blootsvoets moeten worden afgelegd, zodat het gevaar voor uitglijden hoe dan ook blijft bestaan. Om die reden kan de door partijen gevoerde discussie over het al dan niet dragen van badslippers en het beroep van A op de naleving van de eigen veiligheidsnorm buiten beschouwing blijven.

9. De rechtbank is van oordeel dat Sauna K. evenmin kan worden verweten dat zij contractueel tekort is geschoten jegens A, nu op haar geen verplichting rustte om badslippers ter beschikking te stellen en zij uit dien hoofde evenmin gehouden is om gasten te verplichten zich aan de huisregel tot het dragen van badslippers te houden.

10. De conclusie is dat Sauna K. geen tekortschieten of onrechtmatig handelen verweten kan worden, zodat het gevorderde afgewezen dient te worden.

11. A dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

I. Wijst het door A gevorderde af.

II. Veroordeelt A in de proceskosten aan de zijde van Sauna K. bepaalt op € 248,-- aan verschotten en op € 904,-- aan salaris van de procureur (2 punten à tarief II € 452,--).

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.A.A.M. Schreuder en op 24 januari 2007 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.