Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:AZ9362

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
21-02-2007
Datum publicatie
27-02-2007
Zaaknummer
82040 Ha Za 06-1132
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omzetkredietovereenkomst tussen bank en besloten vennootschap waarbij directeur zich als hoofdelijk medeschuldenaar heeft verbonden. Tot betaling aangesproken beroept directeur zich op ontbreken toestemming echtgenote ex art. 1:88 B.W en stelt i.v.m. lid 5 van dat artikel dat de aandelen van de B.V. zijn gecertificeerd.Rechtbank oordeelt dat het aangaan van een kredietovereenkomst als de onderhavige ter verrruiming van de liquiditeiten niet ongebruikelijk is zodat toestemming echtgenote i.c. niet noodzakelijk was, terwijl certificering als zodanig niet in de weg behoeft te staan aan toepassing van het in lid 5 van art. 1:88 B.W. gestelde.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 88
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2007, 52
RF 2007, 31
JE 2007, 173
JIN 2007/207
JOR 2007/130 met annotatie van A. Steneker
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 82040 Ha Za 06-1132

datum vonnis: 21 februari 2007 (jg)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

De naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

statutair gevestigd te Utrecht,

eiseres,

verder te noemen SNS Bank,

procureur: mr. Ph.C. Kleyn van Willigen,

advocaat mr. J.A. Trimbach te Hilversum,

tegen

[Gedaagde],

wonende te Hengelo (O),

gedaagde,

verder te noemen [Gedaagde],

procureur: E.J.M. Abels,

advocaat: mr. R. van Veen.

Het procesverloop

SNS Bank heeft de gedaagde partij [Gedaagde] aanvankelijk gedagvaard voor de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Enschede. Bij vonnis van 7 november 2006 heeft de kantonrechter zich onbevoegd verklaard om van de vordering kennis te nemen en de zaak verwezen naar de rechtbank Almelo, sector civiel. Met betrekking tot het procesverloop neemt de rechtbank over wat in het vonnis van de kantonrechter van 7 november 2006 is vermeld.

Bij exploit van 30 november 2006 is partij [Gedaagde] door SNS Bank opgeroepen om te verschijnen ter rolzitting van de rechtbank Almelo, sector civiel van 13 december 2006. Daarna heeft SNS Bank nog een akte genomen waarbij zij haar aanvankelijke eis heeft vermeerderd. [Gedaagde] heeft zich vervolgens bij antwoordakte gerefereerd met betrekking tot de eisvermeerdering. Vervolgens is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

De beoordeling

1. De rechtbank neemt over hetgeen in het vonnis van de kantonrechter van 7 november 2006 is overwogen en beslist.

2. SNS Bank is in februari 2004 met de besloten vennootschap Proper Controls B.V. een Omzetkredietovereenkomst aangegaan. [Gedaagde] heeft zich als bestuurder van die vennootschap bij het aangaan van de kredietovereenkomst tevens persoonlijk als hoofdelijk medeschuldenaar verbonden. Na de wijziging van eis vordert SNS Bank, stellende dat zowel Proper Controls B.V. als [Gedaagde] persoonlijk nalatig zijn gebleven om de verschuldigde aflossingstermijnen te voldoen, de veroordeling van [Gedaagde] tot betaling van een hoofdsom € 25.829,31, vermeerderd met vertragingsrente ad € 1.347,54 en vermeerderd met buitengerechtelijke kosten ad € 1.158,--, zomede de overeengekomen variabele vertragingsvergoeding over de hoofdsom vanaf 12 mei 2006 en de proceskosten.

3. [Gedaagde] heeft zich met betrekking tot de omvang van de door SNS Bank gestelde vordering gerefereerd. Hij erkent dat hij bestuurder was van Proper Controls B.V. en dat hij zich bij het aangaan van het omzetkrediet jegens de SNS Bank als hoofdelijk medeschuldenaar heeft verbonden. [Gedaagde] beroept zich er evenwel op dat hij voor het zich verbinden als hoofdelijk medeschuldenaar toestemming had moeten hebben van zijn echtgenote. Die toestemming is nimmer gegeven. Bij brief van 14 juli 2006 heeft zijn echtgenote de overeenkomst met SNS Bank (dan ook) in zoverre vernietigd, dit alles als bedoeld in artikel 1:89 B.W.

4. De vraag of [Gedaagde] hoofdelijk als medeschuldenaar jegens SNS Bank aansprakelijk is moet worden beantwoord aan de hand van het gestelde in artikel 1:88 lid 1 onder c en lid 5 B.W. Beide partijen hebben zich ter onderbouwing van hun standpunt op genoemdartikel beroepen. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

5. Ingevolge artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c B.W., behoeft een echtgenoot toestemming van de andere echtgenoot voor overeenkomsten die er toe strekken dat hij, anders dan in de uitoefening van zijn beroep op bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt. Gelet op de bedoeling van de in artikel 1:88 gegeven regeling staat vast dat de in lid1 sub c gemaakte uitzondering op het toestemmings-vereiste restrictief moet worden uitgelegd. De rechtshandeling waarbij de bestuurder

van een vennootschap zich stelt als hoofdelijk medeschuldenaar valt dan ook niet onder de uitzondering van artikel 1:88 lid 1 sub c B.W., tenzij het aangaan daarvan voor het eigen beroep van de directeur kenmerkend is.

6. Waar het gaat om [Gedaagde] is noch gesteld, noch gebleken dat het aangaan van een kredietovereenkomst als de onderhavige voor de uitoefening van zijn beroep of bedrijf danwel anderszins voor zijn functie van bestuurder van de vennootschap kenmerkend is. Wel kan worden geoordeeld dat het aangaan van de kredietovereenkomst in casu verband houdt met de vennootschap waarvan [Gedaagde] bestuurder was, doch zulks is niet voldoende voor het aanwezig achten van de uitzondering op het toestemmingsvereiste als bedoeld in artikel 1:88 lid 1 sub c B.W.

7. De wetgever heeft de uitzonderingssituatie van lid 1 sub c uitgebreid door de bepaling die thans is opgenomen in artikel 1:88 lid 5 B.W. Op grond van het aldaar gestelde zou [Gedaagde] zich zonder toestemming van zijn echtgenote tot hoofdelijk medeschuldenaar jegens de bank hebben kunnen verbinden indien hij de rechtshandeling als bedoeld in lid 1 onder c heeft verricht als bestuurder van zijn vennootschap, terwijl hij alleen of metmedebestuurders de meerderheid der aandelen houdt en mits de rechtshandeling geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap.

8. [Gedaagde] heeft erkend dat hij bestuurder van Proper Controls B.V. was en heeft niet aangevoerd dat er naast hem nog andere bestuurders geweest zouden zijn. Waar het gaat om het aandeelhouderschap heeft [Gedaagde] zonder verdere toelichting aangevoerd dat de aandelen van Propers Controls B.V. zijn gecertificeerd via een stichting Administratiekantoor, hetgeen naar zijn oordeel reeds in de weg staat aan toepasselijkheid van het in artikel 1:88 lid 5 gestelde. De rechtbank onderschrijft dat standpunt niet. Voor toepassing van lid 5 is niet beslissend de vraag of de bestuurder rechtstreeks of middellijk aandeelhouder is. [Gedaagde] heeft niet gesteld dat hij geen of geen doorslaggevende zeggenschap binnen Proper Controls had, of dat hij door de door hem gestelde certificering een wezenlijk andere positie als rechthebbende binnen Proper Controls B.V. uitoefende dan zonder die certificering. De rechtbank oordeelt dan ook dat voor de toepasselijkheid van lid 5 [Gedaagde] als directeur-aandeelhouder moet worden aangemerkt op de wijze zoals in lid 5 bedoeld.

9. Aldus is beslissend voor de al dan niet toewijsbaarheid van de vordering van SNS Bank het antwoord op de vraag of ten deze sprake is van een rechtshandeling die is geschied ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap. Overwogen moet worden dat de wetgever weliswaar een uitzondering heeft gemaakt op het toestemmingsvereiste door toevoeging van (thans) lid 5 aan artikel 88 B.W. , doch dat daarbij met de woorden “mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap” een wezenlijke beperking heeft beoogd. Klaarblijkelijk is bedoeld dat de toestemming van de andere echtgenoot alleen dan niet is vereist indien de rechtshandeling waarvoor de in artikel 1:88 lid 1 onder c bedoelde zekerheid wordt verstrekt zelf behoort tot de rechtshandelingen die in de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht. ,

10. Nagegaan moet derhalve worden of het aangaan van een omzetkredietovereenkomst door Proper Controls B.V. zoals de onderhavige behoort tot de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap. De rechtbank beantwoordt die vraag op grond van het hierna gestelde bevestigend. Uit de door [Gedaagde] op 11 februari 2004 zowel voor zichzelf als namens Proper Controls B.V. ondertekende brief (productie 1 bij dagvaarding) blijkt dat een bestaande limiet in rekening courant van de vennootschap bij de bank is verruimd door het aangaan van de omzetkredietovereenkomst, waarbij de kredietlimiet bij aanvang werd gesteld op € 26.000,-- en waarbij, aan de hand van de gerealiseerde credit-omzet de limiet zou kunnen oplopen tot € 50.000,--. De rechtbank acht het aangaan van een dergelijke kredietovereenkomst door een vennootschap teneinde kennelijk tot vergroting van de liquiditeitsruimte te komen, niet ongebruikelijk. Uit niets is gebleken dat, zoals [Gedaagde] bij conclusie van dupliek voor het eerst heeft aangevoerd, de betreffende kredietovereenkomst noodzakelijk was om het bedrijf te redden. [Gedaagde] heeft geen inzicht gegeven in de rekening courant verhouding met de bank voor het aangaan van de kredietovereenkomst en daarna noch inzicht gegeven in de financiële situatie van destijds. Gelet op de vordering in hoofdsom van SNS Bank concludeert de rechtbank dat kennelijk Proper Controls B.V. de door het aangaan van de omzetkredietovereenkomst beschikbare liquiditeitsruimte vrijwel volledig heeft gebruikt. Aldus heeft de betreffende overeenkomst, naar moet worden aangenomen, tot vergroting van de liquiditeiten van Proper Controls B.V. geleid. De rechtbank oordeelt derhalve dat ten deze voldaan is aan de uitzonderingssituatie als bedoeld in lid 5 van artikel 1:88 B.W., zodat [Gedaagde] de bevoegdheid had om zich als hoofdelijk mede-schuldenaar jegens SNS Bank te verbinden zonder toestemming van zijn echtgenote. Aldus kan in het midden blijven welke waarde moet worden toegekend aan het door SNS Bank onweersproken gestelde dat de echtgenote van [Gedaagde], die in de regeling van artikel 1:88 B.W. bescherming van haar positie zou kunnen vinden indien en voorzover niet de hiervoor bedoelde uitzonderingssituatie van toepassing zou zijn, bij het Handelsregister stond ingeschreven als gevolmachtigde van Proper Controls B.V. en mitsdien derhalve een eigen betrokkenheid bij die vennootschap had.

11. De rechtbank oordeelt derhalve dat [Gedaagde] zich op rechtsgeldige wijze als hoofdelijk medeschuldenaar jegens SNS Bank heeft verbonden en dat de door zijn echtgenote ingeroepen vernietiging van de overeenkomst geen effect sorteert, nu toestemming van de echtgenote niet noodzakelijk was. Waar [Gedaagde] overigens inhoudelijk tegen de omvang van de vordering van SNS Bank geen verweer heeft gevoerd en zich dienaangaande heeft gerefereerd, ligt die vordering voor toewijzing gereed.

12. [Gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

I. Veroordeelt [Gedaagde] om aan SNS Bank tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een som van € 28.334,85, (achtentwintigduizend driehonderd vierendertig 85/100 Euro) zulks vermeerderd met de overeengekomen variabele vertragingsvergoeding over een bedrag van € 25.829,31 vanaf 12 mei 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

II. Veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van SNS Bank begroot op € 784,51 aan verschotten en € 1.158,-- aan het salaris van de procureur.

III Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen en op woensdag 21 februari 2007 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.