Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:AZ9223

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
23-02-2007
Zaaknummer
84006 / KG ZA 07-44
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bij eiser, vidotheekhouder, is de elektriciteitsmeter verwijderd en de levering van elektriciteit is (tijdelijk) beëindigd wegens illegale afname van elektriciteit voor een hennepkwekerij. De vordering tot heraansluiting wordt toegewezen mits eiser de behandelingskosten en de boete voor het verbreken van het zegel vergoedt en hij daarnaast zekerheid stelt voor een bedrag van € 5.000,-- voor de schade die gedaagden geleden door het illegale verbruik van elektriciteit. De omvang van het illegale verbruik moet worden vastgesteld in een bodemprocedure.

Het verweer van gedaagden dat de verkeerde partij is gedagvaard wordt verworpen. Gedaagden hebben het geheel aan hun eigen handelen te wijten dat zij door eiser in deze procedure zijn betrokken.

De vennootschapsstructuur en de wijze waarop het concern zich naar buiten manifesteert zijn voor derden zo onduidelijk dat het voor hen niet eenvoudig is vast te stellen welke vennootschap waarvoor verantwoordelijk is en welke vennootschap waartoe bevoegd is. Zelfs de advocaat van gedaagden heeft zich tijdens het pleiten enkele malen vergist in de juiste contractspartij. Het mag zijn dat de splitsing tussen netwerk(beheer) en elektriciteitslevering voor de vennootschappen ingewikkelde gevolgen heeft gehad, maar daar heeft de gemiddelde afnemer geen boodschap aan. Wie op de hiervoor beschreven onbeholpen wijze concern speelt en zo aan het maatschappelijk verkeer deelneemt, bewerkstelligt daarmee dat, in ieder geval in het kader van voorlopige voorzieningen, iedere aan het namen- en vennootschappenfestival deelnemende vennootschap jegens een wederpartij volledig aansprakelijk is voor het doen of nalaten van een andere festivaldeelnemer. Vervolgens zoeken die vennootschappen dan maar intraconcern uit wie precies wat heeft te dragen en verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 239
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 84006 / KG ZA 07-44

datum vonnis: 16 februari 2007 (mk)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

EISER,

wonende te (Woonplaats),

eiser,

verder te noemen Eiser,

procureur: mr. M.F. Groen,

tegen

1. de naamloze vennootschap CENTRAAL OVERIJSSELSE NUTSBEDRIJVEN N.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COGAS ENERGIE B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COGAS FACILITAIR B.V.,

alle gevestigd te Almelo,

gedaagden,

procureur: mr. R. Kroon.

Het procesverloop

Eiser heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 16 februari 2007. Ter zitting zijn verschenen: Eiser vergezeld door mr. Groen en de heren W. van der Werff, A. van Buiten en

J.G.H. Gosenshuis namens gedaagden vergezeld door mr. Kroon. De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is op verzoek van Eiser bepaald op vandaag. Aan partijen is het dictum verstrekt, onder mededeling dat de schriftelijke motivering op 23 februari 2007 zal worden gegeven.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast. Eiser heeft met Cogas energie B.V. een overeenkomst gesloten tot levering van elektriciteit met ingang van 1 januari 2007 op het adres aan (Adres). Eiser woont met zijn gezin op dit adres. Ook is op dit adres de videotheek van Eiser gevestigd.

Op 29 januari 2007 heeft een monteur van gedaagden de elektriciteitsaansluiting in de woning van Eiser gecontroleerd. Bij de controle is schade aan meter en/of bedrading geconstateerd. Deze controle vond plaats naar aanleiding van klachten van afnemers over storingen in de elektriciteitsvoorzieningen. Gedaagden hebben naar aanleiding van de controle de politie ingeschakeld waarna een huiszoeking heeft plaatsgevonden. Bij die huiszoeking zijn restanten van een installatie aangetroffen waarmee hennep kan worden gekweekt. Nog dezelfde dag is de elektriciteitsmeter van Eiser ingenomen. Bij brief van 1 februari 2007 ontving Eiser een afrekeningsnota voor een bedrag van in totaal

€ 9.695,94. Eiser weigert enig bedrag aan schade te vergoeden.

Ondanks herhaalde verzoeken van Eiser hebben gedaagden geweigerd om tot heraansluiting over te gaan.

2. Eiser stelt – kort en zakelijk weergegeven – het volgende.

Het is volstrekt onduidelijk wie formeel tot beëindiging van de elektriciteitsvoorziening is overgegaan. De brief van 29 januari 2007 waarin wordt medegedeeld dat de energievoorziening wordt beëindigd, is afkomstig van Centraal Overijsselse Nutsbedrijven N.V.. Eiser heeft geen enkele contractuele relatie met deze vennootschap. Zij is niet bevoegd om over te gaan tot beëindiging van de elektriciteitsvoorzieningen. Voorts is van belang dat er twee dochterondernemingen zijn die opereren onder de naam Cogas Energie. Uit niets blijkt wie van deze ondernemingen tot beëindiging van de elektriciteitsvoorziening is overgegaan. De relatie tussen de verschillende ondernemingen is volstrekt onduidelijk. Gedaagden beroepen zich op een vermeende vordering van Netbeheerder Centraal Overijssel B.V. (Conet). Eiser betwist de vordering van Conet. Conet is een zelfstandig bedrijf dat optreedt als beheerder van het energienetwerk in Overijssel. Uit de producties blijkt echter dat niet Conet de elektriciteitsmeter heeft ingenomen, maar gedaagden. Gedaagden hadden en hebben die bevoegdheid niet. Reeds op deze grond dienen gedaagden over te gaan tot herstel. Nog geheel los van de deugdelijkheid van de vordering van Conet en de omvang daarvan, gaat een vordering van Conet op Eiser gedaagden niet aan. Conet is in deze procedure ook geen partij. Gedaagden zijn tot op heden niet bereid geweest om Eiser weer op het elektriciteitsnet aan te sluiten en de leverantie van elektriciteit te hervatten.

Eiser ontkent dat hij onrechtmatig heeft gehandeld. Hij ontkent dat hij heeft gefraudeerd door illegaal elektriciteit af te tappen. Uit het politieonderzoek is daarvan ook niet gebleken. Gedaagden hebben onrechtmatig gehandeld jegens Eiser, omdat zij niet bevoegd waren de elektriciteitsmeter weg te nemen en de levering van elektriciteit te beëindigen. Door dit (onrechtmatige) handelen van gedaagden heeft Eiser zijn videotheek noodgedwongen moeten sluiten. Eiser heeft hierdoor schade geleden.

Eiser vordert in dit geding een (hoofdelijke) veroordeling van gedaagden:

• om de elektriciteitsinstallatie aan de (Adres) te herstellen binnen een termijn van één dag na betekening van dit vonnis;

• om de levering van elektriciteit aan dit adres te hervatten en ongestoord voort te zetten;

• tot betaling van een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat gedaagden gezamenlijk dan wel ieder voor zich nalatig zijn aan de inhoud van dit vonnis te voldoen;

• tot betaling van een bedrag van € 2.500,-- als voorschot op de geleden dan wel nog te lijden schade;

• in de kosten van deze procedure.

3. Gedaagden hebben verweer gevoerd tegen de vorderingen. Zij stellen hiertoe – kort en zakelijk weergegeven – het volgende. Centraal Overijsselse Nutsbedrijven B.V. is de Holding vennootschap. Zij heeft geen contractuele relatie met Eiser. Zij levert geen energie en is daartoe ook niet in staat. Ook is zij niet in staat om een aansluiting te realiseren. Cogas Facilitair B.V. heeft een dienstverleningsovereenkomst met Conet en voert onder verantwoordelijkheid van Conet diverse taken uit. Er bestaat geen contractuele relatie tussen Eiser en Cogas Facilitair B.V.. Dit bedrijf handelt ook onder de naam Cogas Energie. Deze vennootschappen behoren alle tot de Cogas groep. Cogas Energie B.V. behoort sinds

1 oktober 2006 niet meer tot de Cogas groep. De aandelen van die vennootschap zijn verkocht aan Electrabel. Dit bedrijf is sinds januari 2007 de leverancier van de elektriciteit.

Gedaagden zijn niet tot afsluiting overgegaan en zijn ook niet in staat om aan de vordering tot heraansluiting en tot ongestoorde levering van energie gevolg te geven.

Conet is de netbeheerder en als enige bevoegd tot af- en aansluiting. Conet heeft sinds 1967 met Eiser een zakelijke overeenkomst.

Op die overeenkomst zijn de Algemene voorwaarden aansluiting en transport elektriciteit 2000 voor zakelijke afnemers van Conet van toepassing. Voor zover de aansluiting als een aansluiting voor particulieren moet worden aangemerkt, zijn de Algemene voorwaarden aansluiting en transport elektriciteit 2005 voor kleinverbruikers van toepassing.

Cogas heeft op enig moment van haar afnemers klachten gehad over storingen in de elektriciteitsvoorziening. Onderzoek heeft vastgesteld dat bij Eiser illegaal elektriciteit werd afgetapt. Een monteur heeft waargenomen dat er een leiding buiten de meter was omgelegd. Ook is waargenomen dat een zegel was verbroken. Het illegaal aftappen heeft plaatsgevonden in verband met illegale hennepteelt in de ruimte die door Eiser als videotheek werd geëxploiteerd. Gedaagden leggen een aantal foto’s over ter staving van hun stellingen. Er is sprake van diefstal van energie. Gedaagden hebben aangifte gedaan bij de politie van dit strafbare feit. Het is een feit van algemene bekendheid dat illegale hennepteelt en het daarmee gepaard gaande stroomverbruik leidt tot die storingen in het energienet waarmee Conet is geconfronteerd. Voor zover Eiser die gedragingen niet zelf heeft gepleegd, is hij daar als contractant en houder van de installatie verantwoordelijk en aansprakelijk voor.

Conet is bevoegd tot afsluiting op grond van artikel 10 juncto 19 respectievelijk artikel 9 juncto 18 van haar algemene voorwaarden voor zakelijk dan wel particulier gebruik. Daarnaast is zij hiertoe bevoegd op grond van de wet en op grond van de geldende jurisprudentie. Conet heeft Cogas Facilitair opdracht gegeven de meter te verwijderen. Conet is als enige bevoegd en in staat om de aansluiting te herstellen. Bij vergissing is een brief door Centraal Overijsselse Nutsbedrijven B.V. over de afsluiting verzonden. Conet is in deze procedure geen partij. Indien Eiser Conet alsnog in deze procedure wenst te betrekken, zal zij vrijwillig in deze procedure verschijnen en verweer voeren.

Conet is bereid tot heraansluiting wanneer Eiser bereid is de schade die zij geleden heeft te vergoeden. In eerste instantie is de schade begroot op € 9.695,94: € 6.885,26 voor het niet in rekening gestelde energieverbruik, een bedrag van € 2.677,61 voor behandelings-kosten energiediefstal en een bedrag van € 133,07 als boete voor het verbreken van een zegel. Bij de eerste berekening is uitgegaan van een totale duur van negen weken illegale hennepkweek. Op basis van een verklaring van Eiser zelf gaan gedaagden nu uit van vijf weken illegale hennepkweek en een bijbehorende schade van € 3.825,14. De overige kosten zijn ongewijzigd gebleven. De totale schade bedraagt nu € 6.635,82.

Eiser heeft geen spoedeisend belang bij toewijzing van het gevorderde voorschot op de gestelde (omzet)schade. Bovendien heeft Eiser de gestelde schade onvoldoende aangetoond. Gedaagden betwisten dat zij onrechtmatig jegens Eiser hebben gehandeld en zij zijn daarom niet gehouden tot vergoeding van enige schade. Indien en voor zover Eiser schade heeft geleden, heeft hij die schade te wijten aan zijn eigen onrechtmatige handelen.

4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de spoedeisendheid van de zaak voortvloeit uit de aard van de vordering. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het verweer van gedaagden dat niet zij hadden moeten worden gedagvaard, maar Conet. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter heeft Eiser gedaagden op goede gronden gedagvaard. Gedaagden hebben het geheel aan hun eigen handelen te wijten dat zij door Eiser in deze procedure zijn betrokken.

De vennootschapsstructuur en de wijze waarop het Cogasconcern zich naar buiten manifesteert zijn voor derden zo onduidelijk dat het voor hen niet eenvoudig is vast te stellen welke vennootschap waarvoor verantwoordelijk is en welke vennootschap waartoe bevoegd is.

Zelfs de advocaat van gedaagden heeft zich tijdens het pleiten enkele malen vergist in de juiste contractspartij.

Ook de door gedaagden gevoerde correspondentie met Eiser blinkt niet uit door duidelijkheid hierover. Eiser is bij brief van 29 januari 2007 geïnformeerd over de (tijdelijke) beëindiging van de energievoorziening. In die brief staat onder meer vermeld: “Hierdoor is Cogas Energie genoodzaakt om uw energievoorziening te beëindigen. (……..) Dit betekent dat wij de energievoorziening tijdelijk moeten beëindigen. (…..)Heeft u naar aanleiding van deze brief vragen en/of opmerkingen, dan kunt u op werkdagen tussen 8.00 uur contact opnemen met de afdeling Klantencontacten van Cogas, via het nummer

0546-836666.” Deze brief is echter ondertekend door Centraal Overijsselse Nutsbedrijven. Bij brief van 7 februari 2007 is aan Eiser onder meer medegedeeld dat het pand weer zal worden aangesloten op het elektriciteitsnet na betaling van de kosten. Deze brief is ondertekend door Cogas Energie. Voorts zijn de aangifte en het afrekenrapport energiefraude gedaan op briefpapier van Cogas Energie. In deze procedure stellen gedaagden dat Conet schade heeft geleden als gevolg van de beschadigde meter en wegens buiten de meter om geleverde energie terwijl enige zinnen later Cogas Energie B.V. weer als leverancier van elektriciteit wordt genoemd.

Daarnaast kan dan nog worden gewezen op het feit dat een vennootschap (Cogas Facilitair) onder de handelsnaam Cogas Energie (en dat is weer de vennootschapsnaam van een andere vennootschap uit het Cogasconcern) deelneemt.

Gedaagden beroepen zich op de (ingewikkelde) gevolgen van de Splitsingswet, waarbij het netwerkbeheer is afgesplitst van de levering van energie.

Eiser heeft voldoende getracht, door raadpleging van de brieven, het contract en uittreksels uit het Handelsregister te ontdekken wie als zijn wederpartij (had)den te gelden.

Het mag zijn dat de splitsing tussen netwerk(beheer) en elektriciteitslevering voor de vennootschappen ingewikkelde gevolgen heeft gehad, maar daar heeft de gemiddelde afnemer geen boodschap aan. Wie op de hiervoor beschreven onbeholpen wijze concern speelt en zo aan het maatschappelijk verkeer deelneemt, bewerkstelligt daarmee dat, in ieder geval in het kader van voorlopige voorzieningen, iedere aan het namen- en vennootschappenfestival deelnemende vennootschap jegens een wederpartij volledig aansprakelijk is voor het doen of nalaten van een andere festivaldeelnemer. Vervolgens zoeken die vennootschappen dan maar intraconcern uit wie precies wat heeft te dragen en verrichten.

5. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter komt aan gedaagden een bevoegdheid tot opschorting toe op grond van de Algemene Voorwaarden aansluiting en transport door zakelijke afnemers indien Eiser toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst. Eiser heeft de toepasselijkheid van die voorwaarden niet betwist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gedaagden voorshands voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er van de zijde van Eiser sprake is geweest van illegale stroomafname. Ter zitting heeft Eiser erkend dat hij in ieder geval heeft proefgedraaid met een hennepkwekerij met enkele hennepplanten. In de aangifte staat vermeld dat de monteur heeft geconstateerd dat er drie fasen boven de zekering werden afgetakt en dat deze montage levensgevaarlijk was. Deze illegale aftakking blijkt uit foto 1 die gedaagden als productie 4 in het geding hebben gebracht.

Daarnaast hebben gedaagden voldoende aannemelijk gemaakt dat het zegel van de stoppenkast is verbroken. Gedaagden hebben dit zegel ter zitting getoond.

Dit zegel is door de monteur op de grond van de meterkast aangetroffen. Eiser heeft niet betwist dat gedaagden de elektrische installatie tijdens de controle hebben aangetroffen zoals op de diverse foto’s wordt getoond. Uit deze foto’s kan de voorzieningenrechter niet anders dan concluderen dat er is geknoeid met de elektrische installatie (en dat wegens een, zoals uit de overgelegde foto’s blijkt, hennepkwekerij al dan niet in proeffase). Gelet op dit alles, acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk geworden dat Eiser op illegale wijze stroom heeft afgenomen: ook proefdraaien, als het al daartoe beperkt is gebleven, vergt elektriciteit. Hij heeft hiermee gehandeld in strijd met de algemene voorwaarden waardoor hij toerekenbaar jegens gedaagden is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst. Eiser weigert de schade die gedaagden hebben geleden te vergoeden, zodat gedaagden een opschortingsrecht toekomt.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of gedaagden in redelijkheid gebruik mogelijk blijven maken van die opschortingsbevoegdheid. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter brengen de omstandigheden van het geval mee dat de voortduring van de opschorting van de levering van elektriciteit in dit geval niet onaanvaardbaar is. Door toedoen van Eiser hebben gedaagden aanzienlijke schade geleden. Zij hebben hiermee een gerechtvaardigd belang bij afsluiting van Eiser van elektriciteit zolang Eiser hen niet schadeloos heeft gesteld.

6. Gedaagden hebben ter zitting verklaard dat zij bereid zijn om tegen betaling van de boete en van de behandelingskosten en tegen een zekerheidsstelling van het bedrag van de schade die zij hebben geleden als gevolg van het illegale verbruik voor de duur van vijf weken, tot hernieuwde levering van elektriciteit over te gaan.

De op de afrekennota vermelde behandelingskosten en de boete voor het verbreken van het zegel acht de voorzieningenrechter voldoende onderbouwd en komen hem niet onredelijk voor. Zo lang Eiser die kosten niet betaalt, mogen gedaagden hun verplichtingen uit de overeenkomst(en) opschorten. Hetgeen gedaagden echter in totaal claimen van Eiser lijkt te hoog en is voor een deel een slag in de lucht. Gedaagden mogen heraansluiting niet afhankelijk stellen van volledige betaling van het door hen gevorderde bedrag. De voorzieningenrechter zal gedaagden daarom hoofdelijk veroordelen om de elektriciteitsinstallatie te herstellen en de levering van elektriciteit te hervatten, mits Eiser voordien de behandelingskosten en de boete voor het verbreken van het zegel heeft voldaan.

7. De voorzieningenrechter acht het redelijk dat Eiser daarnaast zekerheid zal stellen voor de schade die gedaagden hebben geleden door het illegale verbruik van elektriciteit. Hoeveel elektriciteit Eiser illegaal heeft afgenomen is in deze procedure niet eenvoudig vast te stellen, maar de negen (of vijf) weken verbruik waar gedaagden nu van uit gaan, lijken niet erg gefundeerd. Dit verbruik zal in een eventuele bodemprocedure moeten worden vastgesteld. Dat er verbruikt is, is zeker, de omvang van het verbruik niet. De voorzieningenrechter zal het bedrag waartoe zekerheid moet worden gesteld naar redelijkheid vaststellen op een bedrag van € 5.000,--. Die zekerheid dient te worden gesteld door het afgeven van een bankgarantie of door storting in depot van dit bedrag.

Aan de gevorderde dwangsom wordt een maximum verbonden van € 50.000,--.

8. Omdat beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één aan de veroordeling voldoet de ander daartoe zal zijn bevrijd, om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis de elektriciteitsinstallatie van Eiser aan (Adres) te (doen) herstellen en de levering van elektriciteit aan dit adres te (doen) hervatten, mits Eiser voordien de behandelingskosten ad

€ 2.677,61 (tweeduizendzeshonderdzevenenzeventig 61/100 euro) en de boete voor het verbreken van het zegel ad € 133,07 (eenhonderddrieëndertig 07/100 euro) heeft voldaan en zekerheid heeft gesteld voor een bedrag van € 5.000,-- (vijfduizend euro) door het afgeven van een bankgarantie of door storting in depot van dit bedrag, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag dat gedaagden gezamenlijk dan wel ieder voor zich nalatig zijn aan deze veroordeling te voldoen, zulks tot een maximum van € 50.000,-- voor alle gedaagden gezamenlijk.

II. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

III. Compenseert de kosten van dit geding, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2007 en nader gemotiveerd op 23 februari 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.