Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:AZ8534

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-02-2007
Datum publicatie
14-02-2007
Zaaknummer
08/710363-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft stelselmatig met anderen inbraken op bedrijventerreinen gepleegd. Verdachte heeft hierbij onder andere grote hoeveelheden kabels weggenomen. De rechtbank veroordeelt hem tot 15 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Ook moet hij schade vergoeden. De vonnissen tegen de twee medeverdachten zullen gepubliceerd worden onder LJN-nummers AZ8536 en AZ8537.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 710363-06

STRAFVONNIS

Uitspraak: 13 februari 2007

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1969,

wonende te [adres].

terechtstaande dat:

1.

hij op of omstreeks 22 april 2006, althans in of omstreeks de periode van 22

april 2006 tot en met 23 april 2006, in de gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op/aan/vanaf (een bouwterrein aan) de Rijssensestraat heeft weggenomen (ongeveer) 312 meter, althans een hoeveelheid, kabel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [H] Beton en Industriebouw BV, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 1, proces-verbaal blz. 99);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2006 tot en met 27 maart 2006,

in de gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op/aan/vanaf (een bouwterrein aan) de Rijssensestraat (vanuit een (stapel)bak) heeft weggenomen 6, althans een of meer, verlengkabel(s) met stekkers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [HN] BV Materieel en/of aan [H] Beton en Industriebouw B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 2, proces-verbaal blz. 116);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 maart 2006

tot en met 3 april 2006, te Bornerbroek in de gemeente Almelo,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op/aan/vanaf (een

bouwterrein aan) de Kanaaldijk heeft weggenomen een (zeer) (grote) hoeveelheid

(tot een totaal van -ongeveer- 460 meter), (electriciteit)kabels en/of een

manometerset, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

firma [S-T], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 3, proces-verbaal blz. 133);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 10 maart 2006 tot en met 15 maart 2006,

te Bornerbroek in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op/aan/vanaf (een perceel aan) het Tusveld heeft weggenomen een trilplaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ballast Nedam, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 6, proces-verbaal blz. 162);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2006 tot en met 20 april 2006,

in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit op/aan/vanaf (een perceel/terrein) aan de Alfred Marshallstraat heeft weggenomen (ongeveer) 70 meter (grond)kabel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Systabo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(incident 7, proces-verbaal blz. 173);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 9 april 2006 tot en met 10 april 2006,

in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op of aan de Geysendorfferweg (vanaf een auto) heeft weggenomen 4, althans een of meer, velg(en) en/of 4, althans een of meer, banden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde R], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(incident 8, proces-verbaal blz. 181);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2006 tot en met 23 maart 2006,

te Vriezenveen in de gemeente Twenterand, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit op/aan/vanaf (een bedrijfsterrein aan) de Krijgerstraat heeft weggenomen (ongeveer) 35 meter installatie-/grondkabel en/of een haspel met (ongeveer) 50 meter grondkabel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [V]

Installatiebedrijf, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 9, proces-verbaal blz. 192);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in of omstreeks de periode van 13 april 2006 tot en met 18 april 2006,

in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op/aan/vanaf (een

bouwplaats/-terrein aan) Het Kalkhaar heeft weggenomen een krachtstroomkabelen/of een steenknipper, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 11, proces-verbaal blz. 213);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9.

hij in of omstreeks de periode van 31 maart 2006 tot en met 3 april 2006,

in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op/aan (een bedrijfsterrein) aan de Dollegoorweg (van)uit (de tank van) een vrachtauto heeft weggenomen (ongeveer) 125, althans een of meer, liter(s) diesel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan GTG Oost B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 12, proces-verbaal blz. 222);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

10.

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2006 tot en met 20 april 2006,

te Bornerbroek in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een bouwkeet) op of aan Het Tusveld heeft weggenomen een (gas)kachel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ballast Nedam, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 13, proces-verbaal blz. 229B);

(parketnummer 08/710363-06);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 10 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen – die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen – waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1, sub 2, sub 3, sub 4, sub 5, sub 6, sub 7, sub 8, sub 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 22 april 2006 in de gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwterrein aan

de Rijssensestraat heeft weggenomen ongeveer 312 meter kabel toebehorende

aan [H] Beton en Industriebouw BV, waarbij verdachte en zijn

mededaders het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

2.

hij in de periode van 24 maart 2006 tot en met 27 maart 2006, in de gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwterrein aan de Rijssensestraat vanuit een stapelbak heeft weggenomen 6 verlengkabels met stekkers toebehorende aan [H] Beton en Industriebouw B.V.;

3.

hij in de periode van 31 maart 2006 tot en met 3 april 2006, te Bornerbroek in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander en anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwterrein aan de Kanaaldijk heeft weggenomen een hoeveelheid (tot een totaal van -ongeveer- 460 meter) elektriciteitskabels en een manometerset toebehorende aan de firma [S-T], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

4.

hij in de periode van 10 maart 2006 tot en met 15 maart 2006, te Bornerbroek in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een perceel aan het Tusveld heeft weggenomen een trilplaat toebehorende aan Ballast Nedam;

5.

hij in de periode van 19 april 2006 tot en met 20 april 2006, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een perceel aan de Alfred Marshallstraat heeft weggenomen ongeveer 70 meter (grond)kabel toebehorende aan Systabo, waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

6.

hij in de periode van 9 april 2006 tot en met 10 april 2006, in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aan de Geysendorfferweg (vanaf een auto) heeft weggenomen 4 velgen en 4 banden toebehorende aan [benadeelde R];

7.

hij in de periode van 21 maart 2006 tot en met 23 maart 2006, te Vriezenveen in de gemeente Twenterand, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bedrijfsterrein aan de Krijgerstraat heeft weggenomen ongeveer 35 meter installatie-/grondkabel en een haspel met ongeveer 50 meter grondkabel toebehorende aan [V] Installatiebedrijf, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

8.

hij in de periode van 13 april 2006 tot en met 18 april 2006, in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwplaats/-terrein aan Het Kalkhaar heeft weggenomen een krachtstroomkabel en een steenknipper, toebehorende aan [J], waarbij verdachte en zijn mededader de krachtstroomkabel onder hun bereik hebben gebracht

door middel van braak;

9.

hij in de periode van 31 maart 2006 tot en met 3 april 2006, in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op een bedrijfsterrein aan de Dollegoorweg vanuit de tank van een vrachtauto heeft weggenomen ongeveer 125 liter diesel toebehorende aan GTG Oost B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1, telkens het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 2, telkens het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 3, het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 4, telkens het misdrijf:

“diefstal door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 5, telkens het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht

wat betreft sub 6, het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 7, telkens het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 8, het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij artikel 310 jo. 311 van het Wetboek van Strafrecht;

en tevens het misdrijf:

“diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”

strafbaar gesteld bij artikel 310 jo. 311 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 9, telkens het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake sub 1, sub, 2, sub 3, sub 5, sub 6, sub 7, sub 8 en sub 9 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met toewijzing van de civiele vorderingen van [H] Bouw B.V., [V] B.V., [S-T] Nederland N.V., Bouwbedrijf [H en J] B.V. en GTG Oost B.V. en oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel en met onttrekking aan het verkeer van een tang (Klaucke K 150) en twee betonscharen.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft stelselmatig met anderen inbraken op bedrijventerreinen gepleegd. Verdachte heeft hierbij onder andere grote hoeveelheden kabels weggenomen. Verdachte heeft verklaard dat hij de misdrijven heeft gepleegd met het oog op financieel gewin. Hij heeft zich op geen enkele wijze gerealiseerd wat de gevolgen van zijn handelen voor de bedrijven zijn. De schade die hierdoor is toegebracht is groot en de bouwbedrijven hebben door het handelen van verdachte hinder ondervonden bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Daarnaast zijn de diefstallen voor in elk geval één van de bouwbedrijven aanleiding geweest om bewaking in te huren voor het, vaak lastig te beveiligen, bouwterrein. De rechtbank rekent verdachte verder zwaar aan dat hij degene is geweest die gelegenheid heeft verschaft om de kabels van hun koper te ontdoen door het hiervoor openstellen van zijn garage. Bovendien heeft verdachte recidive met betrekking tot de gepleegde feiten. De rechtbank legt een gedeelte van de straf voorwaardelijk op teneinde verdachte er mede op die wijze van te weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank alleen rekening gehouden met de bewezenverklaarde feiten en niet, zoals gevorderd door de officier van justitie, met andere, door verdachte in het proces-verbaal bekende feiten, nu deze niet ad-informandum op de dagvaarding zijn vermeld.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het beslag dat de tang en de twee betonscharen ontrokken dienen te worden aan het verkeer aangezien de rechtbank aannemelijk acht dat met behulp van deze voorwerpen de feiten zijn begaan en het ongecontroleerde bezit in strijd is met het algemeen belang.

Civiele vordering

De rechtbank overweegt verder, dat [H] Bouw B.V. (Postbus 75 te (7440 AB) Nijverdal), ter zake van feit 1 en 2, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier heeft gevoegd in het strafproces en opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 10.408,80 en de wettelijke rente vanaf 25 januari 2007.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze, gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de benadeelde partij ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht. De schade bedraagt naar het oordeel van de rechtbank echter minder dan het gevorderde bedrag, namelijk € 5.422,80 (6 verlengkabels en 312 meter kabel) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2007, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in zijn vordering tot vergoeding van 300 meter kabel niet- ontvankelijk aangezien deze diefstal niet is opgenomen in de tenlastelegging. De benadeelde partij wordt ook in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard aangezien dit gedeelte niet eenvoudig is te beoordelen.

[V] Installatiebedrijf B.V. (Postbus 56 te (7630 AB) Ootmarsum) heeft zich terzake van feit 6 via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier gevoegd in het strafproces en heeft opgave gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 1.488,25.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze, gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de benadeelde partij geheel gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht ten bedrage van € 1.488,25.

[S-T] Nederland N.V. (Weegschaalstraat 3 te (5632 CW) Eindhoven) heeft zich terzake van feit 3 via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier gevoegd in het strafproces en heeft opgave gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 22.681,71, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2006.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze, gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de benadeelde partij ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht. De schade bedraagt naar het oordeel van de rechtbank echter minder dan het gevorderde bedrag, namelijk € 14.021,72 (gestolen en beschadigde elektriciteitskabels ten bedrage van € 12.357,86 en € 1.510,-- en de manometerset ten bedrage van € 153,86) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2006. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in het resterende deel van de vordering aangezien deze niet eenvoudig is te beoordelen.

Bouwbedrijf [H en J] B.V. (Westeinde 405 te (7671 EW) Vriezenveen) heeft zich terzake van feit 8 via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier gevoegd in het strafproces en heeft opgave gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 486,50.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze, gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de benadeelde partij geheel gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht ten bedrage van € 486,50.

GTG Oost B.V. (Dollegoorweg 19 te (7602 EC) Almelo) heeft zich terzake van feit 9 via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier gevoegd in het strafproces en heeft opgave gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 153,75.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze vordering van de benadeelde partij geheel gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht ten bedrage van € 153,75.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feiten zijn toegebracht.

De na te melden straf en maatregel is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 55, en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 10 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat het sub 1, sub 2, sub 3, sub 4, sub 5, sub 6, sub 7, sub 8, sub 9 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van 15 (VIJFTIEN) maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot drie (DRIE) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen de tang en twee betonscharen.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit 1 en 2 tot betaling aan de benadeelde partij [H] Bouw B.V. van een bedrag groot € 5.422,80 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2007, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 en 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 5.422,80 ten behoeve van de benadeelde [H] Bouw N.V., met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 36 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij [H] Bouw N.V. voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte terzake van het bewezen feit 7 tot betaling aan de benadeelde partij [V] B.V. van een bedrag groot € 1.488,25, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 7 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 1.488,25 ten behoeve van de benadeelde [V] B.V. met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 9 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit 3 tot betaling aan de benadeelde partij [S-T] Nederland N.V. van een bedrag groot € 14.021,72 verhoogd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2006, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 14.021,72 ten behoeve van de benadeelde [S-T] Nederland N.V. met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 93 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij [S-T] Nederland N.V. voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte terzake van het bewezen feit 8 tot betaling aan de benadeelde partij Bouwbedrijf [H en J] B.V. van een bedrag groot € 486,50, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 8 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 486,50 ten behoeve van de benadeelde Bouwbedrijf [H en J] B.V. met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 9 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte terzake van het bewezen feit 9 tot betaling aan de benadeelde partij GTG Oost B.V. van een bedrag groot € 153,75, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 9 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 153,75 ten behoeve van de benadeelde GTG Oost B.V. met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 1 dag zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 2, sub 3, sub 4, sub 5, sub 6, sub 7, sub 8, sub 9 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. Teekman, voorzitter, mr. Caminada en mr. Scholten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Lambers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 februari 2007.