Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2007:AZ8528

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-02-2007
Datum publicatie
14-02-2007
Zaaknummer
08/710157-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft bij diverse scholen, bedrijven en instellingen in Enschede en Hengelo ingebroken en dan voornamelijk computerapparatuur gestolen. Ook heeft hij van diverse mensen de fiets of snorfiets gestolen. Hij deed dit in verband met zijn drugsverslaving. Hij woont nu op een zorgboerderij en staat open voor hulpverlening. Rekening houdend daarmee wordt hij veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk. Ook moet hij een aantal gedupeerden de schade vergoeden. Tenslotte legt de rechtbank de maatregel op die ervoor zorgt dat Justitie zal proberen dit geld voor die gedupeerden te incasseren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummers: 710157-06 + 750494-06

STRAFVONNIS

Uitspraak: 13 februari 2007

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1978,

wonende te [plaats],

thans verblijvende [plaats van verblijf].

terechtstaande dat:

Ten aanzien van parketnummer: 710157-06:

1.

hij in of omstreeks het tijdvak van 25 januari 2006 tot en met 31 januari

2006, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, driemaal, althans meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijf aan de Voortsweg 133

aldaar heeft weggenomen een computerkast en/of een beeldscherm (incident 1)

en/of twee, althans een of meer TFT-scherm(en) (incident 2) en/of twee,

althans een of meer TFT-scherm(en) (incident 3), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Project buro Roombeek en/of [benadeelde A], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(parketnummer 710157/06, incident 1 t/m 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 september 2005 en/of 24 september 2005,

in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand aan de Wegtersweg aldaar heeft weggenomen een computerkast en/of een monitor, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde B]

Aannemersbedrijf, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(parketnummer 710157/06,incident 5)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 9 oktober 2005,

in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school/perceel aan de Industriestraat 15 aldaar heeft weggenomen acht, althans een of meer, computerkast(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ROC Twente, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(parketnummer 710157/06, incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 16/17 november 2005,

in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school/perceel aan de Minister D. Savornin Lohmanlaan 58 aldaar heeft weggenomen een computerkast en/of een beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan stichting Het Maatman, althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(parketnummer 710157/06, incident 7)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 23/24 december 2005, in de gemeente Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school/perceel

aan de Bandoengstraat 7 aldaar heeft weggenomen een beeldscherm, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan OSG Hengelo (O), althans aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(parketnummer 710157/06, incident 11)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks het tijdvak van 10 januari 2006 tot en met 8 februari

2006, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand/perceel aan de Geerdinksweg 135 aldaar heeft weggenomen twee, althans een of meer, computerkast(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Arbo Unie B.V., althans aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak, verbreking en/of inklimming;

(parketnummer 710157/06, incident 29 + 30)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 10/11 februari 2006, in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school/perceel

aan de Deppenbroekstraat 4 aldaar heeft weggenomen een computerkast en/of twee, althans een of meer, beeldscherm(en) en/of een toetsenbord en/of een

luidspreker en/of een muis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan het Greijdanuscollege, althans aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(parketnummer 710157/06, incident 40)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van parketnummer: 750494-06:

hij in of omstreeks de periode van 11 september 2005 tot en met 3 oktober

2005, te Hengelo, gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met anderen

of een ander, althans alleen, meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

(snor)fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) die weg te nemen (snor)fiets (telkens) onder hun/zijn bereik

hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse

sleutel, en wel:

- op of omstreeks 11 september 2005 een fiets (merk Koga Miyata) geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde C] en/of

- op of omstreeks 28 september 2005 een fiets (merk Gazelle) geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde D] en/of

- op of omstreeks 30 september 2005 een fiets (merk Union) geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde E] en/of - op of omstreeks 30 september 2005 een fiets (merk Gazelle) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde F1] en/of mevrouw [benadeelde F2] en/of

- in of omstreeks de periode van 26 september 2005 tot en met 3 oktober 2005,

een snorfiets geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde G];

(parketnummer 750494/06)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd. Hierbij is door de verdediging aangevoerd dat het proces-verbaal met daarin de resultaten van het onderzoek naar de schoenen van verdachte, het rapport van de NFI, waaruit blijkt dat er een match bestaat tussen het dna-profiel van verdachte en de aangetroffen dna-profielen en de processen-verbaal die naar aanleiding van dit rapport zijn opgesteld op grond van art. 359 a lid 1 onder b Wetboek van Strafvordering van het bewijs uitgesloten dienen te worden. Voornoemde stukken zijn, volgens de raadsman, verkregen naar aanleiding van een inverzekeringstelling die de rechter-commissaris onrechtmatig heeft geacht (het onderzoek naar de schoenen) of dienen als verboden vrucht hiervan te worden beschouwd (het NFI rapport en de processen-verbaal).

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat genoemde stukken kunnen bijdragen aan het bewijs en derhalve hiervan niet uitgesloten dienen te worden. De desbetreffende schoenen waren op grond van artikel 94 Wetboek van Strafvordering vatbaar voor inbeslagneming teneinde de waarheid aan de dag te brengen. Een onrechtmatige inverzekeringstelling, waar de opsporingsambtenaren op dat moment ook niet van op de hoogte waren, doet aan deze bevoegdheid niets af.

Het wangslijm met dna is vrijwillig door verdachte afgestaan en reeds hierom al bruikbaar voor het bewijs. Bovendien volgt de rechtbank de raadsman niet in diens standpunt dat de afname dient te worden beschouwd als vrucht van de eerste (onrechtmatige) inverzekeringstelling nu vaststaat dat het wangslijm is afgenomen tijdens de tweede inverzekeringstelling, die door de rechter-commissaris rechtmatig is bevonden.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen – die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen – waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

ten aanzien van parketnummer: 710157-06:

1.

hij in het tijdvak van 25 januari 2006 tot en met 31 januari 2006, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijf aan de Voortsweg 133

heeft weggenomen een computerkast en een beeldscherm en twee TFT-schermen toebehorende aan Project buro Roombeek waarbij verdachte en zijn mededader(s) de weg te nemen goederen telkens onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

2.

hij omstreeks 23 september 2005, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand aan de Wegtersweg heeft weggenomen een computerkast en een monitor toebehorende aan [benadeelde B] Aannemersbedrijf, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

3.

hij op of omstreeks 9 oktober 2005, in de gemeente Hengelo (O), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een school aan de Industriestraat 15 heeft weggenomen acht computerkasten toebehorende aan ROC Twente, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

4.

hij omstreeks 16 november 2005, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een school aan de Minister D. Savornin Lohmanlaan 58 heeft weggenomen een computerkast en een beeldscherm toebehorende aan stichting Het Maatman, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

5.

hij omstreeks 23/24 december 2005, in de gemeente Hengelo (O), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een school aan de Bandoengstraat 7 heeft weggenomen een beeldscherm toebehorende aan OSG Hengelo (O), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

6.

hij in het tijdvak van 10 januari 2006 tot en met 8 februari 2006, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand aan de Geerdinksweg 135 heeft weggenomen twee computerkasten toebehorende aan Arbo Unie B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

7.

hij omstreeks 10 februari 2006, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een school aan de Deppenbroekstraat 4 heeft weggenomen een computerkast en twee beeldschermen en een toetsenbord en een luidspreker en een muis toebehorende aan het Greijdanuscollege, waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

ten aanzien van parketnummer: 750494-06:

hij in de periode van 11 september 2005 tot en met 3 oktober

2005, te Hengelo, gemeente Hengelo (O), telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (snor)fiets toebehorende aan de

hierna te noemen rechthebbende, waarbij verdachte die weg te nemen (snor)fiets telkens onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en wel:

- op 11 september 2005 een fiets (merk Koga Miyata) toebehorende aan [benadeelde C] en

- op 28 september 2005 een fiets (merk Gazelle) toebehorende aan [benadeelde D] en

- op 30 september 2005 een fiets (merk Union) toebehorende aan [benadeelde E] en

- in of de periode van 26 september 2005 tot en met 3 oktober 2005 een snorfiets toebehorende aan [benadeelde G].

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer: 710157-06:

wat betreft sub 1 het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 2, sub 4, sub 6 en sub 7 telkens het misdrijf:

"diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 3 en sub 5 telkens het misdrijf:

"diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

en ten aanzien van parketnummer: 750494-06:

"diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd",

strafbaar gesteld bij artikel 311 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake de tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 19 maanden en 5 dagen voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact inhoudende het opvolgen van aanwijzingen inzake verblijfs- en behandelinstellingen en/of klinieken (inclusief zorgboerderijen), eventueel door tussenkomst van dhr. D. Hoekstra (FPD-deskundige/arts), met aftrek van het voorarrest, met toewijzing van de civiele vorderingen van:

- gemeente Enschede/Project Roombeek (feit 1) ten bedrage van € 2.990,--;

- gemeente Enschede/school het Maatman (feit 4) ten bedrage van € 1.576,87;

- Arbo Unie (feit 6) ten bedrage van € 759,34

en oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft, grotendeels samen met zijn mededader(s) stelselmatig een aanmerkelijk aantal, veelal planmatig voorbereide, inbraken in scholen en bedrijven gepleegd. Hiervan is slechts een gedeelte opgenomen in de tenlastelegging. Met name de enorme schade, die mede door toedoen van verdachte bij de gedupeerden teweeg is gebracht, heeft verdachte ten tijde van het begaan van de feiten kennelijk onverschillig gelaten. De drijfveer van zijn crimineel gedrag was het verkrijgen van de nodige middelen om zijn drugsverslaving te kunnen bekostigen. Zijn behoefte om aan drugs te komen heeft hij aldus laten prevaleren boven het leed dat hij door zijn toedoen bij de slachtoffers heeft bewerkstelligd. Op een dergelijke inbreuk van de rechtsorde dient in principe gereageerd te worden met een vrijheidsstraf van lange duur. De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte openstaat voor hulpverlening en hieraan meewerkt. De voorlopige hechtenis van verdachte is inmiddels hierom geschorst en verdachte heeft intrek genomen in een zorgboerderij. Volgens de gezinsouders van de zorgboerderij heeft verdachte goed contact met hen en de medebewoners. De rechtbank legt daarom onder andere een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een omvang waardoor verdachte niet opnieuw een detentie zal dienen te ondergaan. De rechtbank legt ook een gedeeltelijk voorwaardelijk straf op, teneinde verdachte er mede op die wijze van te weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen. Hierbij wordt tevens als bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte zich naar de aanwijzingen van de reclassering dient te gedragen.

Bij de vaststelling van na te melden straf heeft de rechtbank bovendien rekening gehouden met het omtrent verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport d.d. 21 juni 2006, opgemaakt door D.F.J. Hoekstra, arts/gedragskundige, van welke rapport de rechtbank de conclusie overneemt en tot de hare maakt. De rechtbank heeft derhalve bij de strafoplegging rekening gehouden met het feit dat de bewezenverklaarde feiten verdachte in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Civiele vorderingen

De rechtbank overweegt verder dat de hierna te noemen bedrijven/instellingen zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij hebben gevoegd in het strafproces en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van een vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot de volgende bedragen:

feit 1:

Gemeente Enschede / projectbureau Roombeek, p/a Voortseweg 133 te (7500 AP) Enschede, tot een bedrag van € 3.540,43, verhoogd met de wettelijke rente;

feit 4:

Gemeente Enschede / school Het Maatman, Postbus 20 te (7500 AA) Enschede, tot een bedrag van € 1.576,87;

feit 6:

Arbo Unie B.V., Geerdinksweg 135 te (7555 DL) Hengelo, tot een bedrag van € 1.084,34;

feiten niet op de tenlastelegging:

Scholengemeenschap Twickel, Paul Krugerstraat 49 te (7551 GW) te Hengelo, ten bedrage van € 198,75;

[benadeelde H] Beton B.V., Haaksbergerstraat 43-45 te (7555 HB) Hengelo, ten bedrage van € 505,--.

Naar het oordeel van de rechtbank is de gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de gemeente Enschede / school Het Maatman geheel gegrond en van de gemeente Enschede / projectbureau Roombeek en de Arbo Unie ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen door het bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade is toegebracht.

De schade van de gemeente Enschede / projectbureau Roombeek bedraagt minder dan het gevorderde bedrag namelijk € 2.990,-- (het gevorderde bedrag minus het bedrag van 2 beeldschermen), verhoogd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2006, zodat de vordering voor dat bedrag toewijsbaar is, met niet-ontvankelijk verklaring in het resterende deel van de vordering.

De schade van de gemeente Enschede / school Het Maatman bedraagt het gevorderde bedrag, namelijk € 1.576,87, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

De schade van Arbo Unie B.V. bedraagt minder dan het gevorderde bedrag, namelijk € 1.033,-- (€ 625,-- voor systeemkasten + € 386,-- voor glasreparatie + € 22,-- niet te verrekenen B.T.W.), zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1, 4 en 6 is toegebracht.

De benadeelde partijen scholengemeenschap Twickel en [benadeelde H] Beton B.V. dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering nu de feiten waarop die vorderingen betrekking hebben niet aan verdachte zijn tenlastegelegd.

De na te melden straf en maatregelen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen dat het tenlastegelegde sub 1, sub 2, sub 3, sub 4, sub 5, sub 6 en sub 7 onder parketnummer 710157-06 en het tenlastegelegde onder parketnummer 750494-06 zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 (ACHTTIEN) maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes (ZES) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, ook wanneer de aanwijzingen zullen inhouden dat de veroordeelde moet verblijven bij (een soortgelijke voorziening als) zorgboerderij [naam zorgboerderij] (of een vervolgvoorziening hierop) met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte terzake van het bewezen feit 1 (parketnummer 710157-06) tot betaling aan de benadeelde partij de gemeente Enschede / projectbureau Roombeek van een bedrag van € 2.990,--, verhoogd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2006, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 (parketnummer 710157-06) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.990,-- ten behoeve van de benadeelde partij, gemeente Enschede / projectbureau Roombeek, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 30 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de gemeente Enschede / projectbureau Roombeek voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte terzake van het bewezen feit 4 (parketnummer 710157-06) tot betaling aan de benadeelde partij de gemeente Enschede / school Het Maatman van een bedrag van € 1.576,86, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 (parketnummer 710157-06) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.576,86 ten behoeve van de benadeelde partij, gemeente Enschede / school Het Maatman, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte terzake van het bewezen feit 6 (parketnummer 710157-06) tot betaling aan de benadeelde partij de Arbo Unie B.V. van een bedrag van € 1.033,--, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 6 (parketnummer 710157-06) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.033,-- ten behoeve van de benadeelde partij, Arbo Unie B.V., met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de Arbo Unie B.V. voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij dit gedeelte van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partijen scholengemeenschap Twickel en [benadeelde H] Beton B.V. niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat die benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Heft op het tegen verdachte verleende (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van heden.

Aldus gewezen door mr. Rikken, voorzitter, mr. Teekman en mr. Caminada, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Lambers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 februari 2007.