Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2006:AZ6199

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-10-2006
Datum publicatie
15-01-2007
Zaaknummer
78680 / HA ZA 06-590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis inzake geldlening.

Zie ook het eindvonnis in deze zaak d.d. 20 december 2006.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RF 2007, 24

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 78680 / HA ZA 06-590

datum vonnis: 18 oktober 2006 (jm)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Geldrent B.V.,

gevestigd te Echteld,

eiseres,

verder te noemen Geldrent

procureur: mr. R.F. Kötter,

tegen

1.

gedaagde 1,

wonende te Enschede,

verder te noemen gedaagde,

2.

gedaagde 2,

wonende te Enschede,

verder te noemen gedaagde,

gedaagden,

niet verschenen.

Het procesverloop

De procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- akte inbreng producties van Geldrent ter rolle van 7 juni 2006

- tussenvonnis van 5 juli 2006

- akte met producties van Geldrent ter rolle van 23 augustus 2006

Vervolgens heeft Geldrent vonnis verzocht.

Gedaagden zijn te dienende dage niet in rechte verschenen waarna tegen hen verstek is verleend.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. De inhoud van het tussenvonnis dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Bij akte van 23 augustus 2006 heeft Geldrent zich uitgelaten over de vraag of de Wet op het consumentenkrediet (WCK) op de onderhavige overeenkomst van toepassing is.

2. Geldrent stelt dat de WCK op de onderhavige geldleen overeenkomst niet van toepassing is omdat het de bedoeling van partijen is geweest een hypothecaire geldlening aan te gaan, zodat in dit geval de uitzonderingsbepaling van artikel 4 lid 1 sub f WCK van toepassing is. Voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de WCK wel van toepassing is, stelt Geldrent primair dat dit niet van invloed is op haar vordering, subsidiair wijzigt zij haar eis.

3. De vraag dient te worden benantwoord of de WCK op de onderhavige overeenkomst van toepassing is. De rechtbank stelt hierbij voorop dat ingevolge artikel 1 aanhef en sub 3 WCK onder krediettransactie -zakelijk weergegeven- onder meer wordt verstaan iedere overeenkomst met de strekking dat door de kredietgever aan de kredietnemer een geldsom ter beschikking wordt gesteld en de kredietnemer aan de kredietgever een of meer betalingen doet en dat tenminste één van die betalingen van de kredietnemer later plaatsvindt dan drie maanden nadat de geldsom ter beschikking is gesteld (art. 1 aanhef en sub a onder 1WCK).

De onderhavige overeenkomst kenmerkt zich onder meer hierdoor dat Geldrent aan gedaagden een bedrag ter beschikking heeft gesteld, waarover gedaagden periodiek rente dienden te betalen en welk bedrag gedaagden aan het einde van de looptijd dienden terug te betalen. Aldus voldoet deze overeenkomst aan bovengenoemde definitie. In dit verband is van belang dat de wetsgeschiedenis bij art. 1 WCK onder meer vermeldt: “Centraal in de wet staat het begrip krediettransactie, dat beoogt alle relevante vormen van consumentenkrediet te omvatten. Uitgangspunt is dat een feitelijke omschrijving wordt gegeven van de verschillende elementen, waaruit een krediettransactie kan bestaan. Bij een meer formeel-juridische benadering bestaat het gevaar van ontduiking van de wet via juridische constructies die de economische werkelijkheid maskeren.” (kamerstukken II 1986-1987, 19 785, nr. 3, blz. 68). Nu ook aan de overige eisen voor toepasselijkheid van de WCK is voldaan, geldt deze wet. De uitzondering genoemd in art. 4 lid 1 onder f WCK is hier niet van toepassing. In casu is immers geen sprake van een geldkrediet bij het aangaan waarvan hypothecaire zekerheid wordt verleend dan wel een geldkrediet met betrekking waartoe reeds hypothecaire zekerheid bestaat. Dat partijen de bedoeling hebben gehad bij het aangaan van het geldkrediet hypothecaire zekerheid te verlenen is hiervoor niet voldoende. Vast staat dat geen hypothecaire zekerheid is verleend hetgeen voor toepassing van art. 4 lid 1 onder f WCK vereist is.

4. Volgens art. 9 WCK is het verboden zonder daartoe verleende vergunning krediet te verlenen. Nu niet is gesteld of gebleken dat Geldrent ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomst over een dergelijke vergunning beschikte, zal de zaak naar de rol worden verwezen teneinde Geldrent in de gelegenheid te stellen zich uit te laten of en zo ja gedurende welke periode Geldrent een dergelijke vergunning had onder overlegging van bewijsstukken.

De beslissing

De rechtbank:

I. Draagt Geldrent op om te bewijzen als overwogen in rechtsoverweging 4.

II. Verwijst de zaak daartoe naar de rol van 1 november 2006.

III. Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Verhoeven en op 18 oktober 2006 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.