Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2006:AZ5782

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-12-2006
Datum publicatie
09-01-2007
Zaaknummer
08/700152-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft onder de naam autoverkoopbedrijf Auto Garant via "marktplaats.nl" auto's aangeboden met een kilometertellerstand die lager was dan geregistreerd door Nationale Autopas, met een te hoog opgegeven motorvermogen en met een te jong bouwjaar. Van 221 aangiftes zijn er 21 geselecteerd en in het dossier terechtgekomen. Het protest daartegen van de verdediging wordt verworpen. Verdachte wordt veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk. Ook moet hij schade vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 84
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08.700152/06

STRAFVONNIS

Uitspraak: 18/12/2006.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats], op [datum] 1962,

wonende te [plaats en adres],

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting [plaats],

terechtstaande -na aanpassing van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat:

1.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van

01 januari 2003 tot en met 4 april 2006 te Enschede en/althans te Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een

valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

een of meer kopers van auto's heeft/hebben bewogen tot de afgifte van geld

(telkens hierin bestaande dat de koper een hoger bedrag heeft betaald dan de

actuele marktwaarde van het voertuig), in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid een of meer auto's (in de uitoefening van het

autoverkoopbedrijf Auto Garant) te koop aangeboden en (vervolgens) verkocht

(telkens):

=met een tellerstand op de kilometerteller die lager was dan het daadwerkelijk

aantal met dat voertuig gereden kilometers, althans lager was dan het aantal

kilometers dat voor dat voertuig was geregistreerd door 'Nationale Autopas'

en/of

=met een motorvermogen dat hoger was dan het daadwerkelijke motorvermogen en/of

=met bouwjaar dat jonger was dan het daadwerkelijke bouwjaar,

waardoor die koper(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

2.

hij op of omstreeks 04 april 2006 te Enschede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, potentiele kopers te bewegen tot de afgifte

van geld (telkens hierin bestaande dat de koper een hoger bedrag zou betalen

dan de actuele marktwaarde van het voertuig), althans tot het aangaan van een

koopovereenkomst, met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of

meer van zijn mededader(s), althans alleen,

een of meer auto's (in de uitoefening van het autoverkoopbedrijf Auto Garant)

te koop heeft aangeboden (telkens):

=met een tellerstand op de kilometerteller die lager was dan het daadwerkelijk

aantal met dat voertuig gereden kilometers, althans lager was dan het aantal

kilometers dat voor dat voertuig was geregistreerd door 'Nationale Autopas'

en/of

=met een motorvermogen dat hoger was dan het daadwerkelijke motorvermogen en/of

=met bouwjaar dat jonger was dan het daadwerkelijke bouwjaar,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De raadsman van verdachte heeft gesteld dat het Openbaar Ministerie

niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard in de vervolging van verdachte op grond van het zogenaamde “Edwards beginsel”, behelzende dat het dossier ook dient te bevatten wat ten voordele van de verdachte strekt. De raadsman heeft daartoe

-zakelijk weergegeven- aangevoerd dat het blijkens de processen-verbaal zoals die zijn opgemaakt en door de verdediging zijn ontvangen, in casu zou gaan om 3000 auto’s die in eerste instantie zijn onderzocht. Uit dat onderzoek zijn 415 brieven voortgekomen van vermoedelijk gedupeerden, hetgeen heeft geresulteerd in 221 aangiften en 233 getuigenverklaringen. De verdediging is van oordeel dat het onderzoek naar die verklaringen -dat er geen onderzoek zou hebben plaatsgevonden zoals door de officier van justitie veronderstelt, valt naar het oordeel van de verdediging uit te sluiten- in voor verdachte belastende zin niets heeft opgeleverd en derhalve tot zijn voordeel strekt. De verdediging stelt zich op het standpunt dat het verzwijgen van een en ander strijdig is met het Edwards beginsel en dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

De rechtbank overweegt dienaangaande:

De officier van justitie heeft in dit verband gesteld dat door het Openbaar Ministerie in de onderhavige zaak heel duidelijk is aangegeven dat er gedurende meerdere jaren door het bedrijf van verdachte ruim 1200 auto’s zijn verhandeld, waarvan in 415 gevallen sprake was van een onregelmatigheid met betrekking tot de kilometerstand. Naar aanleiding van deze uitkomst zijn kopers benaderd, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in totaal 221 aangiften.

De officier van justitie heeft er vervolgens heel nadrukkelijk voor gekozen om een bepaald deel van de feiten ten aanzien waarvan verdenking bestaat, in casu 21 aangiftes, nader uit te werken en dat deel in extenso in de strafzaak tegen verdachte als bewijsmateriaal te presenteren. Voorts heeft de officier van justitie ter terechtzitting aangegeven dat hij zijn strafeis ook heeft gebaseerd op voormelde 21 aangiftes alsmede op het onder 2 ten laste gelegde feit, ten aanzien waarvan hij, officier van justitie, van mening is dat het in voorraad hebben en door middel van advertenties te koop aanbieden van die auto’s met een teruggedraaide kilometerstand, een begin van uitvoering en daarmee poging tot oplichting oplevert.

Uitgangspunt van het wettelijk systeem is dat de samenstelling van het strafdossier in beginsel aan het Openbaar Ministerie is voorbehouden en dat het uit hoofde van die taak gehouden is daarin alle stukken op te nemen die redelijkerwijze van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin.

In het voor het strafproces uiterst fundamentele Edwards-arrest d.d. 16 december 1992, A 247-B (NJCM-bulletin 1993, pag. 449-453), overwoog het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM) in dit verband:

“That it is a requirement of fairness under paragraph 1 of Article 6 that the prosecuting authorities disclose to the defence all material evidence for or against the accused…”. Uit het arrest valt tevens af te leiden dat het om relevant materiaal moet gaan, dat wil zeggen materiaal dat relevant zou kunnen zijn.

De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie in haar bovenomschreven taak niet tekort is geschoten. De officier van justitie heeft ervoor gekozen om met het dossier zoals dat thans voorligt, behelzende de resultaten van het opsporingsonderzoek van 21 aangiftes, de zaak tegen verdachte aan te gaan en de rechtbank heeft in dit verband reeds in een eerder stadium -te weten bij haar afwijzing van een verzoek van de verdediging, ertoe strekkend dat alle 221 aangiften ter beoordeling aan het dossier worden toegevoegd- de stelling betrokken en doet dat thans wederom, dat zij ook op basis van dit dossier de behandeling ter zitting zal uitvoeren en beoordelen of datgene wat aan verdachte wordt verweten, al dan niet bewezen kan worden verklaard en welke strafoplegging als bedoeld in artikel 351 Wetboek van Strafvordering in dat geval dient te volgen.

De enkele mededeling van de raadsman dat ander onderzoek -voorzover daarvan gelet op het ter zitting ingenomen standpunt van de officier van justitie al sprake zou zijn geweest- materiaal zou kunnen bevatten wat in aanvulling op de reeds in het dossier aanwezige stukken redelijkerwijze van belang zou kunnen zijn in voor de verdachte ontlastende zin, doet naar het oordeel van de rechtbank aan een eerlijke behandeling en beoordeling van de onderhavige strafzaak niet af. De rechtbank is van oordeel dat, nu zij de beslissing over bewezenverklaring en eventuele strafoplegging baseert op het dossier over de 21 aangiftes, het materiaal over de andere aangiftes niet relevant kan zijn.

Van een ernstige inbreuk op beginselen van een behoorlijke procesorde, waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan (vgl. HR

30 maart 2004, LJN AM2533), is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

De officier van justitie dient derhalve ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van verdachte.

Hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen impliceert mede dat de rechtbank geen aanleiding ziet het subsidiair door de raadsman gedane verzoek om het dossier alsnog te complementeren met onderzoeksresultaten betreffende 233 getuigenverklaringen welke zijn binnengekomen van in totaal 415 aangeschreven vermoedelijk gedupeerde autokopers bij Autogarant, te honoreren.

Zoals hiervoor aangegeven acht de rechtbank zich in het kader van de afdoening van de onderhavige strafzaak op basis van het dossier zoals dat thans voorligt voldoende geïnformeerd.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen –die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 01 januari 2003 tot en met 4 april 2006 te Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels,

kopers van auto's heeft bewogen tot de afgifte van geld

(telkens hierin bestaande dat de koper een hoger bedrag heeft betaald dan de

actuele marktwaarde van het voertuig), hebbende

verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid auto's (in de uitoefening van het autoverkoopbedrijf Auto Garant) te koop aangeboden en vervolgens verkocht:

=met een tellerstand op de kilometerteller die lager was dan het daadwerkelijk

aantal met dat voertuig gereden kilometers, althans lager was dan het aantal

kilometers dat voor dat voertuig was geregistreerd door 'Nationale Autopas'

en/of

=met een motorvermogen dat hoger was dan het daadwerkelijke motorvermogen en/of

=met bouwjaar dat jonger was dan het daadwerkelijke bouwjaar,

waardoor die kopers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op 04 april 2006 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, potentiële kopers te bewegen tot de afgifte van geld (telkens hierin bestaande dat de koper een hoger bedrag zou betalen dan de actuele marktwaarde van het voertuig), althans tot het aangaan van een koopovereenkomst, met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededaders,

auto's (in de uitoefening van het autoverkoopbedrijf Auto Garant)

te koop heeft aangeboden:

=met een tellerstand op de kilometerteller die lager was dan het daadwerkelijk

aantal met dat voertuig gereden kilometers, althans lager was dan het aantal

kilometers dat voor dat voertuig was geregistreerd door 'Nationale Autopas',

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Tot deze beslissing geven reden de in die -in onderlinge samenhang te beschouwen-bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het ten laste gelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1, het misdrijf:

"Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd",

strafbaar gesteld bij artikel 326, juncto artikel 47, lid 1van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2, het misdrijf:

"Medeplegen van poging tot oplichting",

strafbaar gesteld bij artikel 326, juncto artikel 45, lid 1 en 47, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake de feiten 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest,

met toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde partijen, te weten:

-[Bri...] tot een bedrag van € 400,=

-[De L...] tot een bedrag van € 1500,=

-[Kle...] tot een bedrag van €1231,=

-[Nij...] tot een bedrag van € 1000,=

-[Pos...] tot een bedrag van € 1000,=

-[Kam...] tot een bedrag van € 3952,=

-[Ott...] tot een bedrag van € 3013,=

-[Bru...] tot een bedrag van € 1898,99

-[Mek...] tot een bedrag van € 5202,=

-[Sab...] tot een bedrag van € 6991,=

-[Hol...] tot een bedrag van € 4000,=

en telkens oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel,

alsmede onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen kentekenplaat

YS-47-GX en 2 pistolen, respectievelijk vermeld onder nummer 85 en 86 op de zich in het dossier bevindende lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Ten aanzien van de overige inbeslaggenomen goederen op die lijst vordert de officier van justitie voortduring van het beslag tot bewaring van het recht tot verhaal voor een naar aanleiding van de onderhavige misdrijven op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en de maatregelen behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

De verdachte heeft zich gedurende meerdere jaren beziggehouden met gewiekste oplichtingspraktijken via het internet. De verdachte, die zich hierbij voor deed als bonafide zakenman, bood op de site “Marktplaats.nl” en andere internetsites auto’s te koop aan, waarvan hij wist dat de kilometerstand en/of bouwjaar en/of motorvermogen niet in overeenstemming waren met de daadwerkelijke technische gegevens van die auto’s. Hiermee heeft verdachte door misbruik van vertrouwen niet alleen kopers financieel gedupeerd, maar ook het vertrouwen in de handel via internet in het algemeen schade toegebracht. Daarnaast heeft het handelen van verdachte tot gevolg gehad dat bonafide autobedrijven die wel aan de in acht te nemen verkoopverplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie is aangedaan.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zijn eigen financieel gewin vooropgesteld heeft en weinig compassie heeft getoond met de personen die door zijn gedrag werden bewogen tot het doen van investeringen. In dat verband is de rechtbank voorts van oordeel dat verdachte door zijn opstelling gedurende het onderzoek weinig blijk heeft gegeven van inzicht in de strafbaarheid van zijn gedrag. Verdachte is op zijn verzoek door de rechtbank meermalen middels een schorsing van de voorlopige hechtenis in de gelegenheid gesteld om in het kader van zijn verdediging het nodige onderzoek te doen en zijn dossier/boekhouding te bestuderen, maar hij heeft er desondanks voor gekozen geen openheid van zaken te geven en daarmee ten opzichte van de gedupeerden verantwoordelijkheid voor zijn handelen te willen nemen.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 14 juli 2006 in het buitenland eerder is veroordeeld terzake bedrog (“betrug”).

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van een door B.A. Otten, als reclasseringswerker verbonden aan de Reclassering Nederland omtrent verdachte opgemaakt voorlichtingsrapport d.d. 17 november 2006.

Al het voorgaande in aanmerking nemende, is de rechtbank van oordeel dat een gecombineerde vrijheidsstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Daarbij is ook rekening gehouden met de ernst en omvang van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, hetgeen onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank overweegt dat de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een plaat voorzien van het kenteken YS-47-GX en 2 (luchtdruk)pistolen, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte gepleegde feiten aangetroffen voorwerpen, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, respectievelijk kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

Civiele vorderingen:

De rechtbank overweegt verder, dat:

-[Bri...], wonende te […],

-[De L...], wonende te […],

-[Kle...], wonende te […],

-[Nij...], wonende te […],

-[Pos...], wonende te […],

-[Kam...], wonende te […],

-[Ott...], wonende te […],

-[Bru...], wonende te […],

-[Mek...], wonende te […],

-[Sab...], wonende te […], en

-[Hol...], wonende te […]

terzake van feit 1, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van respectievelijk:

€ 400,= ([Bri...])

€ 1500,= ([De L...])

€ 3050,= ([Kle...])

€ 1950,= ([Nij...])

€ 1250,= ([Pos...])

€ 3952,16 ([Kam...])

€ 4300,= ([Ott...])

€ 2013,99 ([Bru...])

€ 6500,= ([Mek...])

€ 14637,= ([Sab...])

€ 4000,= ([Hol...]).

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de niet gemotiveerd door verdachte betwiste, vorderingen van de benadeelde partijen gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade is toegebracht.

De schade bedraagt voor wat betreft de benadeelde partij [Bri...] voornoemd, het gevorderde bedrag van € 400,=, zodat de vordering toewijsbaar is.

Ten aanzien van de overige benadeelde partijen bedraagt de schade naar het oordeel van de rechtbank telkens minder dan het gevorderde bedrag, namelijk:

€ 950,= voor wat betreft de benadeelde partij [De L...],

€ 1231,= voor wat betreft de benadeelde partij [Kle...],

€ 1000,= voor wat betreft de benadeelde partij [Nij...],

€ 1000,= voor wat betreft de benadeelde partij [Pos...],

€ 1896,= voor wat betreft de benadeelde partij [Kam...],

€ 3013,= voor wat betreft de benadeelde partij [Ott...],

€ 1000,= voor wat betreft de benadeelde partij [Bru...],

€ 5202,= voor wat betreft de benadeelde partij [Mek...],

€ 6991,= voor wat betreft de benadeelde partij [Sab...] en

€ 3839,= voor wat betreft de benadeelde partij [Hol...].

De rechtbank volgt in dit verband de schadeberekening van het bedrijf Autolex-Expertise welke zich in het dossier bevindt en zij heeft reparatiekosten alleen toegewezen in het geval de reparatie voldoende causaal verband had met het bewezen verklaarde.

De respectievelijke vorderingen zijn derhalve tot bovengenoemde bedragen toewijsbaar, met niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in het resterende deel van hun vordering.

De rechtbank zal hierbij telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

De na te melden straf en maatregelen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10,14a,14b,14c,27,36c,36d,36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 en sub 2 ten laste gelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van achttien maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een plaat met kenteken YS-47-GX en twee (luchtdruk)pistolen.

Handhaaft het beslag van de overige inbeslaggenomen goederen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een naar aanleiding van de hiervoor bewezen verklaarde misdrijven door de officier van justitie aangekondigde vordering strekkende tot het opleggen van de verplichting aan veroordeelde tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit 1 tot betaling aan:

-de benadeelde partij [Bri...] eerdergenoemd, van een bedrag groot: € 400,=

(zegge: vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het

ontstaan van de schade, te weten 20 december 2003,

-de benadeelde partij [De L...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 950,=

(zegge: negenhonderdvijftig euro),

-de benadeelde partij [Kle...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 1231,=

(zegge: eenduizend tweehonderd eenendertig euro),

-de benadeelde partij [Nij...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 1000,=

(zegge: eenduizend euro),

-de benadeelde partij [Pos...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 1000,=

(zegge: eenduizend euro),

-de benadeelde partij [Kam...] eerdergenoemd, van een bedrag groot

€ 1896,= (zegge: eenduizend achthonderd zesennegentig euro),

-de benadeelde partij [Ott...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 3013,=

(zegge: drieduizend dertien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het

ontstaan van de schade, te weten 25 april 2005,

-de benadeelde partij [Bru...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 1000,=

(zegge: eenduizend euro),

-de benadeelde partij [Mek...] eerdergenoemd, van een bedrag groot

€ 5202,= (zegge: vijfduizend tweehonderdtwee euro),

-de benadeelde partij [Sab...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 6991,=

(zegge: zesduizend negenhonderd eenennegentig euro) en

-de benadeelde partij [Hol...] eerdergenoemd, van een bedrag groot € 3839,=

(zegge: drieduizend achthonderd negenendeertig euro),

telkens voorzover deze bedragen niet door een mededader zullen zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden telkens begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van:

-een bedrag groot € 400,= ten behoeve van de benadeelde [Bri...] voornoemd, met

bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal

worden toegepast,

-een bedrag groot € 950,= ten behoeve van de benadeelde [De L...] voornoemd, met

bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 19 dagen zal

worden toegepast,

-een bedrag groot € 1231,= ten behoeve van de benadeelde [Kle...] voornoemd,

met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 24 dagen zal

worden toegepast,

-een bedrag groot € 1000,= ten behoeve van de benadeelde [Nij...] voornoemd,

met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen

zal worden toegepast,

-een bedrag groot € 1000,= ten behoeve van de benadeelde [Pos...] voornoemd, met

bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen

zal worden toegepast,

-een bedrag groot € 1896,= ten behoeve van de benadeelde [Kam...]

voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal

van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van

37 dagen zal worden toegepast,

-een bedrag groot € 3013,= ten behoeve van de benadeelde [Ott...] voornoemd, met

bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 60 dagen zal

worden toegepast,

-een bedrag groot € 1000,= ten behoeve van de benadeelde [Bru...] voornoemd,

met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen

zal worden toegepast,

-een bedrag groot € 5202,= ten behoeve van de benadeelde [Mek...] voornoemd,

met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 104 dagen

zal worden toegepast,

-een bedrag groot € 6991,= ten behoeve van de benadeelde [Sab...] voornoemd, met

bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 119 dagen

zal worden toegepast en

-een bedrag groot € 3839,= ten behoeve van de benadeelde [Hol...] voornoemd,

met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het

verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 76 dagen

zal worden toegepast,

een en ander voorzover dit bedrag telkens niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoelde bedragen daarmee telkens de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee telkens de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partijen:

-[De L...], voor een deel van € 550,=

-[Kle...], voor een deel van € 1819,=

-[Nij...], voor een deel € 950,=

-[Pos...], voor een deel van € 250,=

-[Kam...], voor een deel van € 2056,16

-[Ott...], voor een deel van € 1287,=

-[Bru...], voor een deel van € 1013,99

-[Mek...], voor een deel van € 1298,=

-[Sab...], voor een deel van € 7646,=

-[Hol...], voor een deel van € 161,=

niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen, en dat de benadeelde partijen die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. Rikken, voorzitter, mrs. Caminada en De Jong, rechters, in tegenwoordigheid van Ter Haar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 december 2006.