Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2006:AY7313

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-07-2006
Datum publicatie
01-09-2006
Zaaknummer
74316 / HA ZA 05-1038
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verklaringsprocedure.

Vordering van de Ontvanger tegen derde-beslagene (een stichting) op grond van 477a lid 1 Rv. Derdenbeslag niet gelegd op vestigingsadres van de stichting. Nietigheid derdenbeslag. Betrouwbaarheid gegevens Kamer van Koophandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 466
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 74316 / HA ZA 05-1038

datum vonnis: 26 juli 2006 (AL)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

De Ontvanger van de Belastingdienst Oost,

gevestigd te Almelo,

eiseres,

verder te noemen: de Ontvanger,

procureur: mr. P.C. Kleyn van Willigen,

advocaat: mr. J.E. van Praag te Amsterdam,

tegen

de stichting

Stichting Vikkerhoek,

gevestigd te Almelo,

gedaagde,

verder te noemen de Stichting,

procureur: mr. F. Kolkman.

Het procesverloop

De Ontvanger heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding en hij heeft bij akte van

9 november 2005 producties in het geding gebracht.

Op 21 december 2005 heeft de Stichting een conclusie van antwoord genomen.

Op 22 februari 2006 heeft de Ontvanger een conclusie van repliek genomen, waarbij hij tevens zijn eis heeft gewijzigd.

Op 5 april 2006 heeft de Stichting een conclusie van dupliek genomen.

Op 6 juli 2006 heeft de Ontvanger twee producties in het geding gebracht.

Op 14 juli 2006 heeft een pleidooi plaatsgevonden. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd. De pleitnota’s zijn bij de gedingstukken gevoegd.

Het vonnis is bepaald op heden.

De verdere beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1.

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voorzover niet bestreden, staat tussen partijen het volgende vast.

a) Op 17 mei 2005 heeft de belastingdeurwaarder P. ten Veen in opdracht en ten gunste van de Ontvanger een aan de Stichting gericht exploit met betrekking tot een executoriaal derdenbeslag ten laste van mevrouw J.M.G.T. Spoler uitgebracht aan het adres Vikkerhoekweg 85 te Hengelo (Ov).

a) De Ontvanger heeft het derdenbeslag doen leggen in verband met een vordering van

€ 217.211,-- uit hoofde van een aan Spoler gericht dwangbevel van de Ontvanger d.d.

17 juni 2004.

c) Op 18 mei 2005 is het derdenbeslag op het adres Wierdensestraat 140-B te Almelo door de belastingdeurwaarder P. ten Veen aan Spoler betekend.

d) Op 24 juni 2005 heeft de Ontvanger een aan de Stichting gerichte “sommatie verklaring derdenbeslag” gezonden aan het adres Vikkerhoekweg 85 te Hengelo. Die “sommatie verklaring derdenbeslag” is aan de Ontvanger retour gezonden, met op de envelop de tekst : “nogmaals !!! retour afzender adres onjuist invordering”.

e) Op 1 juli 2005 heeft de Ontvanger een aan de Stichting gerichte “sommatie verklaring derdenbeslag” gezonden aan het adres Wierdensestraat 140-B te Almelo.

Standpunten van partijen

2.

De Ontvanger heeft, zakelijk weergegeven, het volgende gesteld.

Bij proces-verbaal van 17 mei 2005 (productie 1 bij akte d.d. 9 november 2005) heeft de Ontvanger ten laste van J.G.M.T. Spoler executoriaal derdenbeslag doen leggen onder de Stichting tot verhaal van hetgeen de Ontvanger uit hoofde van enige dwangbevelen van Spoler te vorderen heeft. In deze procedure beperkt de Ontvanger zich tot het bedrag van

€ 217.211,-- dat zij uit hoofde van een dwangbevel van 17 juni 2004 (productie 3 bij akte d.d. 9 november 2005) van Spoler te vorderen heeft.

Ten tijde van de beslaglegging was de Stichting gevestigd aan de Vikkerhoekweg 85 te Hengelo (Ov). Bij brief van 24 juni 2005 heeft de Ontvanger de Stichting aan dit adres gesommeerd om alsnog te voldoen aan haar verplichting tot verklaring ex artikel 476a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv.). Die brief werd retour afzender gestuurd.

Nadat uit raadpleging van het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel was gebleken dat de Stichting inmiddels was gevestigd aan de Wierdensestraat 140-B te Almelo (het woonadres van Spoler), heeft hij de Stichting op dat adres op 1 juli 2005 nogmaals een sommatiebrief gestuurd (productie 7 bij akte d.d. 9 november 2005).

De Stichting heeft ook na die sommatie geen verklaring als bedoeld in artikel 476a Rv. afgelegd.

Aangezien de Stichting heeft nagelaten om een verklaring af te leggen als bedoeld in artikel 476a Rv., heeft de Ontvanger, gelet op het bepaalde in artikel 477a lid 1 Rv., het recht om tegen de Stichting een rechtsvordering in te stellen tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd.

Het is de Ontvanger bekend dat de Stichting, wegens de koop van een stuk weiland gelegen nabij de Vikkerhoekweg, aan Spoler een bedrag van € 48.000,-- verschuldigd is.

In verband met het vorenstaande vordert de Ontvanger, na wijziging van eis, dat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I

de Stichting wordt veroordeeld tot het doen van een gerechtelijke verklaring in dier voege, dat zij een bedrag van € 48.000,--, vermeerderd met rente aan Spoler verschuldigd is, althans een zodanig bedrag als de rechtbank de Stichting in goede justitie verschuldigd zal achten;

II

de Stichting wordt veroordeeld om het onder I vastgestelde bedrag (met rente) te voldoen aan de Ontvanger, zulks tot verhaal van de belastingschulden van Spoler, tot verzekering waarvan het derdenbeslag is gelegd;

III

voor recht wordt verklaard dat, door en met toewijzing van de onder II omschreven vordering, het door de Ontvanger ten laste van de Stichting gelegde conservatoire beslag

(overeenkomstig artikel 704 lid 1 Rv.) in de executoriale fase zal (zijn) over (ge)gaan, indien en voor zover het aldus verkregen vonnis voor ten uitvoerlegging vatbaar is geworden.

Een en ander met veroordeling van de Stichting in de kosten van dit geding, waaronder begrepen de kosten die met de gelegde beslagen zijn gemoeid.

3.

De Stichting heeft zich tegen de vordering van de Ontvanger verweerd. Zij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De Stichting is sedert haar oprichting gevestigd te Almelo aan de Wierdensestraat 140b en niet aan de Vikkerhoekweg 85 te Hengelo op welk adres de belastingdeurwaarder op

17 mei 2005 beslag heeft gelegd. De Stichting is nimmer te Hengelo gevestigd geweest. De Stichting heeft aan de Vikkerhoekweg te Hengelo een onbebouwd stuk weiland in eigendom. Op dat weiland is slechts de fundering van een stal aanwezig. Er bevindt zich daar geen brievenbus.

Het beslagexploit waarmee volgens de Ontvanger ten laste van J.M.G.T. Spoler executoriaal derdenbeslag is gelegd onder de Stichting, heeft de Stichting nooit bereikt.

Aangezien het beslag niet op het vestigingsadres van de Stichting is gelegd, is het beslag nietig.

De sommatie verklaring derdenbeslag d.d. 24 juni 2005 (productie 5 bij akte d.d. 9 november 2005) is geadresseerd aan de Vikkerhoekweg 85 te Hengelo en heeft de Stichting nimmer bereikt. Uit de (kopie) van de envelop die als productie 5 bij akte d.d. 9 november 2005 door de Ontvanger in het geding is gebracht, blijkt dat die envelop aan de Ontvanger in geretourneerd. Het is niet de Stichting geweest die de envelop retour heeft gezonden. Het moet de Ontvanger, nadat hij de envelop retour had ontvangen, duidelijk zijn geweest dat het adres onjuist was. Post wordt op het weiland van de Stichting in Hengelo niet bezorgd, omdat daar geen brievenbus aanwezig is. De brief waarvan de Ontvanger stelt dat hij deze op 1 juli 2005 aan de Wierdensestraat 140b heeft gezonden, is door de Stichting niet ontvangen. Die brief is niet aangetekend verzonden. Die sommatie treft overigens geen doel, omdat het gelegde beslag nietig is.

Nietigheid beslag

4.

Gelet op het bepaalde in artikel 475 lid 1 Rv. wordt executoriaal derdenbeslag gelegd door middel van een exploit dat behalve de gewone formaliteiten nog een aantal in dat artikel genoemde specifieke formaliteiten inhoudt.

De betekening van een exploit aan een privaatrechtelijke rechtspersoon, zoals een stichting, geschiedt aan het kantoor van die rechtspersoon of de woonplaats van een van de bestuurders

(artikel 50 Rv.)

Een stichting moet worden opgericht bij notariële akte, die de statuten van de stichting moet bevatten (artikel 2:286 Burgerlijk Wetboek (verder BW)). Uit de statuten moet onder meer blijken in welke Nederlandse gemeente de stichting haar zetel heeft (artikel 2:286 lid 4 BW). Voor de feitelijke plaats van vestiging (het kantoor) van een stichting geeft de wet geen regels.

Op 17 mei 2005 heeft de belastingdeurwaarder P. ten Veen in opdracht en ten gunste van de Ontvanger een aan de Stichting gericht exploit met betrekking tot een executoriaal derdenbeslag ten laste van mevrouw J.M.G.T. Spoler uitgebracht aan het adres

Vikkerhoekweg 85 te Hengelo (Ov).

Bij akte d.d. 6 juli 2006 heeft de Ontvanger een situatieschets met betrekking tot de Vikkerhoekweg 85 te Hengelo in het geding gebracht. De juistheid van die schets is door de Stichting niet betwist, zodat de rechtbank die schets als uitgangspunt zal nemen. Op de schets is te zien dat het erf waarop het woonhuis met het nummer 85 staat, door een zandpad wordt gescheiden van een stuk weiland. De Stichting heeft, onbetwist, gesteld dat het weiland haar in eigendom toebehoort, maar dat het weiland geen apart adres heeft, omdat zich daarop geen bebouwing bevindt. Voorts heeft de Stichting tijdens het pleidooi van

14 juli 2006 aangevoerd dat het woonhuis met nummer 85 in eigendom toebehoort aan de heer R.J.H. Maas en in vruchtgebruik is door de heer G.J. Markslag en mevrouw G.A. Rotgerink, die geen van drieën iets met de Stichting van doen hebben. Deze stelling is door de Ontvanger niet betwist. In de stukken die door beide partijen in het geding zijn gebracht, worden slechts drie namen genoemd van personen die aan de Stichting verbonden zijn, te weten die van de heer J.W. Bos, mevrouw J. Nikolajeva en mevrouw J.M.G.T. Spoler. De rechtbank leidt uit het vorenstaande af dat niet gebleken is dat er enig verband bestaat tussen enerzijds de eigenaar en de bewoners van het woonhuis aan de Vikkerhoekweg 85 en anderzijds de Stichting, zodat vastgesteld moet worden dat het exploit met betrekking tot het executoriaal derdenbeslag niet aan het kantoor, de persoon of de woonplaats van één van de bestuurders van de Stichting is betekend.

De Ontvanger is bij de beslaglegging kennelijk uitgegaan van het adres van de Stichting zoals dat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor De Veluwe en Twente, is ingeschreven. Volgens artikel 16 Handelsregisterbesluit 1996 moeten in dat register een aantal gegevens, waaronder de naam van de bestuurders van de stichting, worden ingeschreven. De feitelijke plaats van vestiging van de stichting wordt in dat artikel niet genoemd als één van de gegevens die moeten worden ingeschreven.

Uit de door de Ontvanger in het geding gebrachte stukken van de Kamer van Koophandel blijkt overigens dat die gegevens niet altijd even betrouwbaar moeten worden geacht. Immers uit een door Spoler doorgegeven wijziging van het adres van de Stichting (productie 10 bij conclusie van repliek), blijkt dat de Kamer van Koophandel die wijziging heeft ingeschreven, terwijl uit datzelfde stuk blijkt dat Spoler op dat moment geen bestuurder van de Stichting meer was. Voorts blijkt uit productie 11 (tweede bladzijde) dat de Kamer van Koophandel zelfs op grond van een enkel telefoontje bereid is om de inschrijving van het adres van een stichting te wijzigen.

Op grond van het bepaalde in artikel 477a Rv. wordt de derde-beslagene, indien de verklaring als bedoeld in artikel 476a Rv. niet door hem is gedaan, zelf aansprakelijk met betrekking tot het bedrag waarvoor beslag is gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank brengt dit rechtsgevolg met zich mee dat aan het derdenbeslag zeer hoge eisen moeten worden gesteld met betrekking tot formele aspecten daarvan.

Vaststaat dat het exploit waarbij het executoriaal derdenbeslag zou zijn gelegd niet aan de formele eisen van een geldig executoriaal derdenbeslag voldoet, aangezien het exploit met betrekking tot dat beslag niet aan het kantoor, de persoon of de woonplaats van één van de bestuurders van de Stichting is betekend. De Stichting is daardoor, gelet op het feit dat zijzelf voor het bedrag waarvoor beslag is gelegd aansprakelijk zou worden, onredelijk benadeeld. Het door de Ontvanger onder de Stichting gelegde derdenbeslag is derhalve nietig (artikel 66 lid 1 Rv.).

Afwijzing vordering

5.

De Ontvanger heeft zijn vordering gebaseerd op artikel 477a Rv. Aangezien het door de Ontvanger onder de Stichting gelegde derdenbeslag nietig is, mist artikel 477a Rv. toepassing, zodat de Stichting niet gehouden is het bedrag waarvoor het derdenbeslag is gelegd aan de Ontvanger te voldoen. De rechtbank zal de vorderingen van de Ontvanger derhalve afwijzen.

Proceskosten

6.

De Ontvanger dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure te worden veroordeeld.

RECHTDOENDE:

I

Wijst de vorderingen van de Ontvanger af.

II

Veroordeelt de Ontvanger in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de Stichting begroot op € 4.584,-- (vierduizend vijfhonderd vierentachtig euro) aan verschotten, en € 8.000,-- ( achtduizend euro) wegens het salaris van haar procureur.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.A.J. Lemain en is op 26 juli 2006 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.