Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AU4890

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
25-10-2005
Datum publicatie
25-10-2005
Zaaknummer
08/710538-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een 2-jarig jongetje, dat in een kinderzitje op een fiets zat, vastgepakt en aan zijn T-shirt getrokken, waardoor het jongetje pijn werd aangedaan. Ook heeft verdachte een man meermalen getrapt en in het gezicht en elders op het lichaam geslagen. Voor deze twee gevallen van mishandeling krijgt verdachte van de rechtbank 4 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710538-05

STRAFVONNIS

Uitspraak: 25 oktober 2005.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats en land],

thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats],

terechtstaande -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2005,

in de gemeente Hengelo (Ov.),

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk een

2-jarig jongetje, genaamd [jongetje], wederrechtelijk van de

vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, met dat opzet zich naar dat

jongetje, dat in een (kinder)zitje (van/op een fiets) zat, heeft begeven en/of

(het t-shirt van) dat jongetje heeft vastgepakt en/of (vervolgens/daarbij) aan dat t-shirt/jongetje heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 21 juni 2005,

in de gemeente Hengelo (Ov.),

opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [jongetje], die toen

in een (kinder)zitje (van/op een fiets) zat, heeft vastgepakt en/of bij het

t-shirt heeft vastgepakt en/of (vervolgens) met kracht aan deze persoon en/of

aan dat t-shirt heeft getrokken, waardoor deze persoon letsel heeft bekomen

en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 21 juni 2005,

in de gemeente Hengelo (Ov.),

opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [man], meermalen,

althans eenmaal, al dan niet met kracht op en/of tegen en/of in het lichaam

heeft getrapt of geschopt heeft geslagen en/of gestompt en/of deze persoon al

dan niet met een (hard) voorwerp in het gezicht of het gelaat en/althans

(elders) in en/of tegen en/of in het lichaam heeft geslagen of gestompt,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 primair is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 21 juni 2005,

in de gemeente Hengelo (Ov.),

opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [jongetje], die toen

in een kinderzitje op een fiets zat, bij het t-shirt heeft vastgepakt en vervolgens met kracht aan dat t-shirt heeft getrokken, waardoor deze persoon pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 21 juni 2005,

in de gemeente Hengelo (Ov.),

opzettelijk mishandelend een persoon, genaamd [man], meermalen met kracht tegen het lichaam heeft getrapt en deze persoon in het gezicht en elders tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 subsidiair en sub 2 telkens het misdrijf:

"Mishandeling",

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht;

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair en sub 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden onvoorwaardelijk met aftrek van het voorarrest, alsmede TBS met dwangverpleging.

Voor wat betreft de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen de omtrent verdachte door mr. D.F.J. Hoekstra, arts-gedragskundige en J. Dam, zenuwarts/psychiater opgemaakte rapporten met de in die rapporten opgenomen conclusies, van welke rapporten de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd.

De rechtbank is op grond van de inhoud van de rapporten, welke zij tot de hare maakt en van hetgeen verder ter terechtzitting omtrent de persoon van verdachte is gebleken, van oordeel dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde, te dien aanzien in sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar was en dat, gezien de grote kans op recidive, de veiligheid van anderen danwel de algemene veiligheid van personen, eisen dat verdachte ter beschikking wordt gesteld, met verpleging van overheidswege. Ter terechtzitting is door verdachte meegedeeld dat hij zich kan vinden in een zodanige beslissing. Met name daarom kan hier dan ook worden volstaan met deze bondige motivering.

Gelet op de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat, met inachtneming van het hiervoren overwogene, aan verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte, die in het verleden al eerder terzake geweldsdelicten met politie en justitie in aanraking is geweest heeft zich thans andermaal aan soortgelijke feiten schuldig gemaakt. Met name het onder 1 bewezenverklaarde feit houdt een ernstig delict in dat, met name gelet op de omstandigheden waaronder en de wijze waarop dat feit is gepleegd, veel indruk heeft gemaakt op de moeder van het slachtoffer en het een feit betreft waardoor de rechtsorde is geschokt.

Op feiten als de onderhavige past, naar het oordeel van de rechtbank, als reactie slechts een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft de rechtbank in belangrijke mate rekening gehouden met genoemde aan verdachte op te leggen maatregel.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormeld artikel, op de artikelen 10, 27, 37a, 37b en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 subsidiair en sub 2 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier maanden.

Gelast de terbeschikkingstelling van verdachte;

Beveelt dat de terbeschikkinggstelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Drewes, voorzitter, mrs. Vogel en Groener, rechters, in tegenwoordigheid van Klaassen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 oktober 2005.