Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AU4879

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
25-10-2005
Datum publicatie
25-10-2005
Zaaknummer
08/710271-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is volgens de rechtbank opzettelijk met een door hem bestuurde bedrijfsauto tegen een personenauto gereden waar de benadeelde dicht bij stond. Hij heeft daarmee een poging tot zware mishandeling gepleegd en opzettelijk wederrechtelijk andermans goed beschadigd. Op grond van de aangehaalde deskundigen-verklaringen concludeert de rechtbank dat aan verdachte zijn gedrag geheel niet kan worden toegerekend. Hij wordt ontslagen van rechtsvervolging en hij krijgt dus geen straf. Wel wordt hij veroordeeld tot € 300 schadevergoeding. Ook wordt aan hem de maatregel opgelegd die inhoudt dat het CJIB in Leeuwarden dat bedrag voor de benadeelde zal incasseren.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 287
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 302
Wetboek van Strafrecht 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2005/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710271-05

STRAFVONNIS

Uitspraak: 25 oktober 2005.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1951,

wonende te [plaats, adres],

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 2 april 2005,

te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een

persoon, genaamd [benadeelde], van het leven te beroven, met dat opzet als

bestuurder van een (bedrijfs)auto (vol) gas heeft gegeven en/of (vervolgens)

in/met die (bedrijfs)auto in de richting van een aldaar geparkeerd staande

personenauto is gereden en/of met die door hem bestuurde (bedrijfs)auto tegen

die personenauto is gebotst/gereden - toen/terwijl voornoemde [benadeelde] zich (op

korte afstand) achter die geparkeerd staande personenauto bevond - en/of heeft

verdachte (terwijl hij nog steeds gas gaf) die personenauto naar achteren

gedrukt/geduwd, ten gevolge waarvan die personenauto (vanuit een parkeervak)

het trottoir is opgedrukt/opgeduwd en/of tegen een aldaar staande boom is

gedrukt/geduwd/gebotst en/of tegen die boom tot stilstand is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 2 april 2005,

te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon,

genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet als bestuurder van een (bedrijfs)auto (vol) gas heeft gegeven en/of

(vervolgens) in/met die (bedrijfs)auto in de richting van een aldaar

geparkeerd staande personenauto is gereden en/of met die door hem bestuurde

(bedrijfs)auto tegen die personenauto is gebotst/gereden - toen/terwijl

voornoemde [benadeelde] zich (op korte afstand) achter die geparkeerd staande

personenauto bevond - en/of heeft verdachte (terwijl hij nog steeds gas gaf)

die personenauto naar achteren gedrukt/geduwd, ten gevolge waarvan die

personenauto (vanuit een parkeervak) het trottoir is opgedrukt/opgeduwd en/of

tegen een aldaar staande boom is gedrukt/geduwd/gebotst en/of tegen die boom

tot stilstand is gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 2 april 2005,

te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Volkswagen Polo), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd

en/of onbruikbaar heeft gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en

wederrechtelijk met een door hem, verdachte, bestuurde (bedrijfs)auto tegen

die personenauto te botsen/rijden en/of met die door hem bestuurde

(bedrijfs)auto die personenauto naar achteren te drukken/duwen, ten gevolge

waarvan die personenauto (vanuit een parkeervak) het trottoir is

opgedrukt/opgeduwd en/of tegen een aldaar staande boom is

gedrukt/geduwd/gebotst en/of tegen die boom tot stilstand is gekomen;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 primair is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 2 april 2005,

te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon,

genaamd [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat

opzet als bestuurder van een bedrijfsauto gas heeft gegeven en vervolgens met die bedrijfsauto in de richting van een aldaar geparkeerd staande personenauto is gereden en met die door hem bestuurde bedrijfsauto tegen die personenauto is gebotst terwijl

voornoemde [benadeelde] zich op korte afstand achter die geparkeerd staande

personenauto bevond - en heeft verdachte terwijl hij nog steeds gas gaf

die personenauto naar achteren gedrukt, ten gevolge waarvan die

personenauto het trottoir is opgedrukt en tegen een aldaar staande boom tot stilstand is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 2 april 2005,

te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Volkswagen Polo), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], heeft beschadigd, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk met een door hem, verdachte, bestuurde bedrijfsauto tegen die personenauto te botsen en met die door hem bestuurde bedrijfsauto die personenauto naar achteren te drukken, ten gevolge

waarvan die personenauto het trottoir is opgedrukt en tegen een aldaar staande boom tot stilstand is gekomen;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 subsidiair het misdrijf:

"Poging tot zware mishandeling",

strafbaar gesteld bij artikel 302 jo. artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2 het misdrijf:

"Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen",

strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 subsidiair en sub 2 wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, met de niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij en de teruggave van het onder verdachte inbeslaggenomen rijbewijs.

Voor wat betreft de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen, de door D.W.Opperdijk, psychiater, M.G.J. Nijhuis-Quanjel, GZ-psycholoog en L.H.W.M. Kaiser, psychiater, omtrent verdachte opgemaakte rapporten, welke verkort en zakelijk weergegeven, ondermeer inhouden:

als relaas van Opperdijk, voornoemd:

Er is bij betrokkene sprake van een duidelijke geestesstoornis. Deze geestesgesteldheid was ook aanwezig ten tijde van het begaan van het feit waarvan verdachte wordt verdacht.

als relaas van Nijhuis-Quenjel, voornoemd:

Er was bij betrokkene ten tijde van het tenlastegelegde sprake van een ziekelijke stoornis van geestvermogens in de vorm van een psychotische stoornis NAO, zodat hij zijn wil niet kon bepalen.

Betrokkene was ten tijde van het tenlastegelegde volledig ontoerekeningsvatbaar.

als relaas van Kaiser, voornoemd:

Betrokkene handelde bij het tenlastegelegde geheel vanuit een ontremming en psychose. Hij is lijdende geweest aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een psychotische stoornis NAO met een delirant-psychotisch beeld na staken van medicatie (Tramadol). De stoornis was aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde.

Vanuit zijn psychose pleegde hij het tenlastegelegde waarbij hij de waan had dat hij in een film speelde, ontremd was en een psychotische angst had. Zijn werkelijkheidszin was fors gestoord. Vanuit die toestand wilde hij het verkeer regelen en door de gestoorde werkelijkheidszin kon hij niet inzien dat zijn gedrag volkomen inadequaat en onjuist was.

Betrokkene had alstoen niet bewust inzicht in de wederrechtelijkheid van de begane feiten. Het tenlastegelegde kan betrokkene, indien bewezen, niet worden toegerekend.

De rechtbank is op grond van vorenvermelde inhoud van de rapporten en de gezamenlijke conclusies, welke zij tot de hare maakt en van hetgeen verder ter terechtzitting omtrent de persoon van verdachte is gebleken, van oordeel dat verdachte ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten, te dien aanzien niet toerekeningsvatbaar was zodat hij terzake daarvan dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Civiele vordering:

De rechtbank overweegt verder, dat [benadeelde], zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van €. 1222,84.

Door de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten staat civielrechtelijk vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige daden jegens [benadeelde]. Vast staat ook dat [benadeelde] daardoor schade heeft geleden.

Beantwoord moet worden de vraag of de onrechtmatige gedragingen civielrechtelijk gezien aan verdachte kunnen worden toegerekend. Het antwoord daarop is bevestigend indien

1. die onrechtmatige gedragingen te wijten zijn aan zijn schuld ofwel

2. te wijten zijn aan een oorzaak die krachtens de wet of verkeersopvattingen voor zijn rekening komt.

Bij deze dader ontbreekt schuld.

Toch komen zijn onrechtmatige gedragingen en de daaruit voortvloeiende schade voor zijn rekening op grond van de wet, te weten het bepaalde in art. 6:165 Burgerlijk Wetboek. Die bepaling houdt zakelijk weergegeven in dat ook daden verricht onder invloed van een geestelijke (of lichamelijke) stoornis aan de dader zijn toe te rekenen. De civiele vordering kan daarom toegewezen worden als hierna te melden.

Naar het oordeel van de rechtbank is de niet gemotiveerd door verdachte betwiste vordering van de benadeelde partij ten dele geheel gegrond.

De schade bedraagt minder dan het gevorderde bedrag, namelijk €. 300,-- terzake van immateriële schade, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Met betrekking tot de door de officier van justitie gevorderde teruggave van het rijbewijs aan verdachte overweegt de rechtbank dan van een door de officier van justitie overgelegde beslaglijst geen sprake is zodat een uitspraak dienaangaande achterweg kan blijven

De na te beslissing is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 subsidiair en sub 2 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging.

Veroordeelt verdachte, terzake van de bewezen feiten tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag groot: €, 300,--.Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot

€. 300,-- ten behoeve van de benadeelde [benadeelde], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 dagen zal worden toegepast.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij [benadeelde], voornoemd voor een deel van €. 922,84 niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte 1 subsidiair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Heft op het tegen verdachte verleende (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van heden.

Aldus gewezen door mr. Groener, voorzitter, mrs. Drewes en Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van Klaassen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 oktober 2005.