Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AT9140

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
11-07-2005
Datum publicatie
12-07-2005
Zaaknummer
71894 KG ZA 05-168
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tussen partijen staat vast dat er onderhandelingen zijn geweest. Gedaagde heeft zich teruggetrokken uit deze onderhandelingen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in casu de vraag moet worden beantwoord of Gedaagde hiertoe gerechtigd was. Daarbij is van belang in welke fase de onderhandelingen zich bevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 71894 KG ZA 05-168

datum vonnis: 11 juli 2005 (aj)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

Eiser,

wonende te Oldenzaal,

eiser,

verder te noemen Eiser,

procureur: mr. H.G.M. van Zutphen,

tegen

1. Gedaagde,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jujoja Beheer B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Casa Porta B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gedaagde Meubelen B.V.,

gedaagde sub 1 wonende en gedaagden sub 2, 3 en 4 gevestigd te Oldenzaal,

gedaagden,

gedaagde sub 1 verder te noemen Gedaagde,

procureur: mr. N. Hijmans.

Het procesverloop

Eiser heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding onder overlegging van vijfentwintig producties.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 4 juli 2005. Ter zitting zijn verschenen: Eiser vergezeld door mr. Van Zutphen en Gedaagde vergezeld door mr. Hijmans. Mr. Hijmans heeft voorafgaand aan de zitting zeventien producties overgelegd. Mr. Van Zutphen heeft voorafgaand aan de zitting nog drie producties overgelegd. Beide raadslieden hebben ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgedragen.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

a. Eiser en Gedaagde hebben onderhandelingen gevoerd met betrekking tot een keukenonderneming.

b. Doel van de onderhandelingen was dat Casa Porta B.V. na naamswijziging Keuken Design Oldenzaal B.V. zou gaan heten. Daarna zouden de aandelen van die vennootschap worden verkocht aan de personal holdings van Gedaagde

(Gedaagde Beheer B.V.) en Eiser (Cyba Holding B.V.).

c. Eiser verricht sinds 1 augustus 2004 werkzaamheden voor de keukenonderneming. Hij heeft daarvoor in de periode tot en met april 2005 een vergoeding van € 1.800,00 per maand ontvangen.

d. Gedaagde heeft de onderhandelingen met Eiser beëindigd en heeft daarbij opgemerkt dat hij geen onderneming met Eiser wil beginnen. Hij heeft dit schriftelijk aan Eiser bevestigd bij brief van 16 april 2005.

2. Eiser heeft onder meer gesteld dat Gedaagde zich in de eindfase van de onderhandelingen heeft terug getrokken en zich daardoor jegens hem schadeplichtig heeft gedragen. Omdat partijen in de pre-contractuele fase zijn blijven steken is Eiser van mening dat de samenwerking vanaf 1 augustus 2004 tussen Eiser en Gedaagde moet worden gekwalificeerd als een vennootschap onder firma. Eiser ontving, zo stelt hij, vanaf augustus 2004 een bedrag van € 1.800,00 per maand als voorschot op zijn managementfee.

Eiser heeft -kort samengevat- gevorderd gedaagden te veroordelen tot dooronderhandelen, inzage geven in stukken, toegang verschaffen tot kantoor- en bedrijfsruimten, zich onthouden van negatieve uitlatingen over Eiser en doorbetaling van de voorschotbedragen ad € 1.800,00 per maand vanaf mei 2005.

3. Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Gedaagde heeft aangevoerd dat de samenwerking met Eiser, nog voordat de onderhandelingen waren afgerond, op een mislukking is uitgelopen en dat hij gerechtigd was de onderhandelingen te beëindigen. Gedaagde heeft gesteld dat de betalingen aan Eiser van € 1.800,00 per maand werden uitbetaald als salaris op grond van een arbeidsovereenkomst met Gedaagde Meubelen B.V.. Indien de vordering van Eiser is gebaseerd op de managementovereenkomst dan had Cyba Beheer B.V. als eiseres moeten optreden.

4. Namens Jujoja Beheer B.V. en Casa Porta Beheer B.V. heeft mr. Hijmans aangevoerd dat Eiser niet-ontvankelijk is in zijn vordering jegens hen, althans dat de vordering dient te worden afgewezen.

Overwegingen van de voorzieningenrechter

5. Eiser heeft onweersproken gesteld dat hij een spoedeisend belang heeft.

Tussen partijen staat vast dat sprake is geweest van onderhandelingen. Gedaagde heeft zich teruggetrokken uit deze onderhandelingen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in casu de vraag moet worden beantwoord of Gedaagde hiertoe gerechtigd was. Daarbij is van belang in welke fase de onderhandelingen zich bevonden. Uit de jurisprudentie en de literatuur volgt dat er drie stadia zijn te onderscheiden, welke hierna als volgt worden aangeduid:

1. de aanvangsfase, waarin partijen zich zonder meer mogen terugtrekken;

2. de middenfase, waarin partijen zich niet meer kunnen terugtrekken zonder de door de ander gemaakte kosten voor zijn rekening te nemen;

3. de eindfase, waarin partijen zich niet meer mogen terugtrekken.

6. De onderhandelingen zijn gevoerd tussen Gedaagde en Eiser. Tussen partijen staat vast dat er een aantal concept-akten is opgesteld. Daaruit, alsmede uit hetgeen partijen ter zitting hebben verklaard, volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat partijen de aanvangsfase reeds zijn gepasseerd. De voorzieningenrechter is evenwel van oordeel dat voorshands niet aannemelijk is geworden dat de onderhandelingen zich in de eindfase bevonden. Er is geen uitvoering gegeven aan hetgeen in de concepten is opgenomen, terwijl een aantal handelingen reeds kon worden uitgevoerd, zoals het oprichten van Cyba Beheer B.V., de naamswijziging van (de lege vennootschap) Casa Porta B.V. en het overdragen van de aandelen van Casa Porta B.V. aan Gedaagde Beheer B.V.

7. Naar aanleiding van de concept-akten heeft op 10 januari 2005 een bespreking plaats gevonden, waarvan een “besprekingsverslag” is overgelegd door Eiser (productie 12 bij dagvaarding, waarbij de voorzieningenrechter het er, gezien het onderwerp en de inhoud van de bespreking, voor houdt dat het jaartal 2004 als verschrijving dient te worden aangemerkt). Bij deze bespreking waren naast Gedaagde en Eiser ook hun (financieel) adviseurs, de heren Advi en Seur, aanwezig. Uit de conclusie van het besprekingsverslag volgt dat er discussie is over de invulling van de aandelenverhouding tussen Gedaagde Beheer B.V. en Cyba Holding B.V., dat er vele wijzigingen hebben plaatsgevonden in die verhouding ten nadele van Cyba Holding B.V. en dat de partij Gedaagde een starre houding aanneemt. Het verslag, waaruit volgt dat zeker veertien voorstellen zijn gedaan, wordt afgesloten met de conclusie “ dat een samenwerking in de vorm zoals die nu vastligt in de conceptaktes niet wenselijk is en dat een alternatief overwogen moet worden”. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit dit verslag niet volgt dat de onderhandelingen zich in de eindfase bevonden. Evenmin volgt dit, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, uit de overgelegde bescheiden van na die datum.

8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een verplichting om door te onderhandelen slechts in de eindfase kan worden opgelegd. In dat stadium mag in ieder geval één van de partijen er op vertrouwen dat de onderhandelingen zullen resulteren in een contract. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen mocht Eiser er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet op vertrouwen dat de onderhandelingen zouden leiden tot het resultaat waar partijen bij aanvang naar streefden, althans tot enigerlei samenwerkingscontract, zoals partijen aanvankelijk voor ogen stond. De vordering om door te onderhandelen zal dan ook worden afgewezen. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter daarbij nog dat onderhandelingen alleen zinvol zijn als het sluiten van een overeenkomst nog tot de reële mogelijkheden behoort. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting acht de voorzieningenrechter een dergelijke reële mogelijkheid niet aanwezig.

9. Nu de eerste onderhandelingsfase is gepasseerd en de derde fase niet is bereikt, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de onderhandelingen in de tweede fase zijn gestrand. Dit impliceert dat Gedaagde zich niet uit de onderhandelingen kon terugtrekken zonder de door Eiser gemaakte kosten te vergoeden. Eiser heeft echter geen (voorschot op) kostenvergoeding noch schadevergoeding gevorderd, zodat dit in het kader van het onderhavige kort geding niet aan de orde kan komen, nog daargelaten dat de omvang van die kosten niet vaststaat.

10. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat geen sprake kan zijn van een vennootschap onder firma, zoals door Eiser is gesteld. Op grond van artikel 22 Wetboek van Koophandel moet een vennootschap onder firma worden aangegaan bij authentieke of bij onderhandse akte. Een dergelijke akte is weliswaar geen constitutief vereiste, maar een dergelijke akte is wel vereist wanneer een vennoot tegenover een beweerde vennoot wil bewijzen dat een vennootschap onder firma bestaat en de beweerde vennoot dit ontkent. In casu heeft Gedaagde ontkend dat er een vennootschap onder firma bestaat. Daarbij komt dat Eiser heeft niet weersproken dat een vennootschapsakte ontbreekt.

11. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij € 1.800,00 per maand zou ontvangen als voorschot op de managementfee. Tussen partijen staat vast dat het de bedoeling was dat Cyba Holding B.V. zou gaan participeren in de nieuwe keukenonderneming. Nu Cyba Holding B.V. niet is opgericht, kan geen sprake zijn van managementfee, respectievelijk een voorschot daarop.

Eiser heeft, om zijn werkzaamheden in de keukenshowroom te kunnen verrichten, voor 1 augustus 2004 ontslag moeten nemen bij zijn vorige werkgever. Partijen zijn overeengekomen dat hij een bedrag van € 1.800,00 per maand zou ontvangen. In dit kader gebruikt Eiser in zijn e-mail aan Gedaagde van 25 augustus 2004 onder andere de volgende termen: mijn arbeidscontract, maandsalaris, loon, vakantiegeld en arbeidsduur bedraagt 37 uur/week. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het maandelijks betaalde bedrag van € 1.800,00 een vergoeding voor verrichte werkzaamheden betreft. Deze betalingen zijn sedert april 2005 gestaakt, hetgeen verband lijkt te houden met het opzeggen door Gedaagde van de samenwerking. De vraag of sprake is van een onrechtmatig en onregelmatig ontslag en de vraag of sprake had moeten zijn van doorbetaling van loon, gaat het kader van dit kort geding te buiten. Eiser heeft immers geen doorbetaling van loon gevorderd of andere vorderingen, verbandhoudend met het bestaan van een arbeidsovereenkomst, ingesteld.

12. Nu de hiervoor besproken vorderingen zullen worden afgewezen, dienen de vorderingen inzake de gevorderde toegang tot kantoor- en bedrijfsruimten en inzage in stukken tevens te worden afgewezen. Gedaagde heeft in dit kader echter wel een aantal toezeggingen (opgenomen in de pleitnota) gedaan. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat Gedaagde deze toezeggingen gestand zal doen.

13. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vordering van Eiser met betrekking tot het achterwege laten van negatieve uitlatingen door gedaagden over Eiser jegens derden, niet kan worden toegewezen nu deze vordering door Eiser onvoldoende feitelijk is onderbouwd.

14. De onderhandelingen zijn gevoerd tussen Eiser en Gedaagde, beiden in privé. Ter zitting heeft Eiser verklaard dat ook de betaling van € 1.800,00 is overeengekomen tussen Eiser en Gedaagde in privé. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, zeker nu de onderhandelingen niet hebben geleid tot het door Eiser gewenste resultaat, Eiser niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen jegens Jujoja Beheer B.V., Casa Porta B.V. en Gedaagde Meubelen B.V.. Dat een aantal betalingen aan Eiser is verricht via de bankrekeningen van Casa Porta B.V. en Gedaagde Meubelen B.V. doet hieraan niet af.

15. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Eiser worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Nu mr. Hijmans heeft verklaard het woord te voeren voor Jujoja Beheer B.V., Casa Porta B.V. en Gedaagde Meubelen B.V. en het namens die vennootschappen gevoerde verweer onderdeel is van het verweer van Gedaagde, zullen de proceskosten aan de zijde van Jujoja Beheer B.V., Casa Porta B.V. en Gedaagde Meubelen B.V worden begroot op nihil.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Verklaart Eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering jegens Jujoja Beheer B.V.,

Casa Porta B.V. en Gedaagde Meubelen B.V..

II. Wijst de vorderingen van Eiser jegens Gedaagde af.

III. Veroordeelt Eiser in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gedaagde begroot op € 244,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de procureur.

IV. Veroordeelt Eiser in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Jujoja Beheer B.V., Casa Porta B.V. en Gedaagde Meubelen B.V. begroot op nihil.

V. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Lorist, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.