Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AT3181

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
09-03-2005
Datum publicatie
05-04-2005
Zaaknummer
69530 / KG ZA 05-58
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opinieartikel in tijdschrift onjuist, grievend en beledigend en derhalve onrechtmatig?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 211
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Kort Geding

zaaknummer: 69530 / KG ZA 05-58

datum vonnis: 9 maart 2005 (gww)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

eiseres,

gevestigd te Hengelo,

eiseres,

verder te noemen Eiseres,

procureur: mr. E.J.M. Abels,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

gedaagde sub 1,

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen: Gedaagde sub 1,

procureur: mr. D. Brouwer te Utrecht.

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Gedaagde sub 2,

gevestigd te Almelo,

gedaagde,

verder te noemen: Gedaagde sub 2,

vertegenwoordigd door H. Pape.

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 1 maart 2005. Ter zitting zijn verschenen: Eiseres, vertegenwoordigd door haar directrice, vergezeld door mr. Abels en Gedaagde sub 1, vertegenwoordigd door haar directeur, vergezeld door mr. Brouwer, alsmede Gedaagde sub 2, vertegenwoordigd door haar directeur.

De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

Feiten

1. In deze zaak staat het navolgende – als enerzijds gesteld en anderzijds onbetwist - vast.

Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 zijn uitgeefsters van het tijdschrift Los. Het tijdschrift Los wordt in de regio Twente gratis verspreid in onder meer theaters en bibliotheken. Los wordt niet huis-aan-huis verspreid. Op pagina 26 van de februari 2005 uitgave van Los hebben de hoofdredacteuren, R. Dieleman en H. Pape, een artikel geschreven onder de titel ‘in or out management in Twente’. Een gedeelte van dit artikel heeft betrekking op Eiseres.

Eiseres is ontstaan uit de fusie tussen M. en D. en is leverancier van Apple computers in de regio Twente en verleent daaraan ook ondersteunende service- en beheerwerkzaamheden. De voormalige directeur van D, J.G. Groeneveld, is inmiddels niet meer werkzaam binnen Eiseres en heeft zijn aandelen doen overnemen door M. Lotgerink Bruinenberg, voormalig eigenaresse van M. Na het vertrek van Groeneveld hebben drie medewerkers van Eiseres (ex-medewerkers van D) de arbeidsovereenkomst met Eiseres opgezegd.

Standpunten van partijen

2. Bij dagvaarding vordert Eiseres, naast de kosten van deze procedure, veroordeling van gedaagden om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis op kosten van gedaagden in het dagblad Tubantia voor het gehele verspreidingsgebied van Twente de navolgende advertentie te doen plaatsen:

‘In de eerste uitgave van Los is ten onrechte vermeld dat Apple Centre Eiseres met vestigingen in Hengelo en Enschede het loodje heeft gelegd. Het tegendeel is echter waar, Eiseres is een gezond en sterk groeiende onderneming; zelfs de enige geautoriseerd Apple Reseller in Twente met volledige ondersteuning vanuit Apple Computer Nederland.

Met een team van 10 medewerkers staat Apple Centre Eiseres garant voor optimaal advies, service en support’, althans een door de voorzieningenrechter gewijzigde redactie hiervan, met bepaling van de omvang van de advertentie.

Voorts vordert Eiseres veroordeling van gedaagde om voornoemde rectificatie een halve pagina groot te plaatsen in de eerst verschijnende editie van het tijdschrift Los na betekening van dit vonnis.

Tevens vordert Eiseres een dwangsom ten bedrage van € 500,= per dag dat gedaagden nalatig blijven met het voldoen aan voornoemde publicatieverplichtingen, met een maximum van € 200.000,=.

Tenslotte vordert Eiseres veroordeling van gedaagden tot betaling van een bedrag ex aequo et bono te bepalen, bij wijze van voorschot op de schadevergoeding.

3. Eiseres stelt daartoe dat de publicatie in de februari 2005 uitgave van het tijdschrift Los, zoals deze publicatie op pagina 26 is geschreven door de hoofdredacteur(en) feitelijk onjuist is, alsmede onnodig grievend en beledigend. Ten onrechte wordt in de litigieuze passage de indruk gewekt dat Eiseres ‘het loodje heeft gelegd’ en dat er sprake is van een zinkend schip. Eiseres is een gezond bedrijf en bevindt zich geenszins aan de rand van een faillissement. Voorts wordt ten onrechte gesteld dat de medewerkers van Eiseres ‘holle verkopertjes’ zijn.

Door een ongeverifieerde en voor de reputatie van Eiseres schadelijk gerucht te verspreiden en vervolgens rectificatie te weigeren, handelen gedaagden onrechtmatig jegens Eiseres. Eiseres lijdt hierdoor forse schade, waarvan de omvang groter dreigt te worden naarmate gedaagden langer wachten met het door hun in de wereld geholpen gerucht. Het is bovendien aannemelijk dat dit gerucht zich inmiddels heeft verspreid buiten de kring van de lezers van het tijdschrift, zodat het redelijk is een rectificatie te doen plaatsen in het dagblad Tubantia.

Eiseres is inmiddels door zowel leveranciers als klanten benaderd met vragen omtrent een op handen zijnd faillissement. Voorts is de omzet drastisch gedaald. Gelet op het vorenstaande heeft Eiseres dan ook een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening als gevorderd.

4. Gedaagde sub 1 voert bij monde van haar raadsman verweer tegen hetgeen door Eiseres wordt gevorderd en stelt daartoe het navolgende.

Onder een aantal ondernemers in Twente bestond onvrede over de fusie tussen M en D. Deze onvrede vloeide voort uit ervaringen van ondernemers, waaronder de schrijver van het litigieuze artikel Dieleman, dat er significante verschillen bestonden tussen de serviceverlening van M enerzijds en D anderzijds, in die zin dat D in tegenstelling tot M serieuze service verleende. Door de fusie is Eiseres ten aanzien van de verkoop van Apple computers monopolist in Twente geworden en zijn ondernemers die gebruik maken van Apple computers aangewezen op Eiseres. Gevolg van de fusie is echter dat het grootste deel van de medewerkers van Eiseres bestaat uit voormalige medewerkers van M.

Tegen de hiervoor geschetste achtergrond beroept Gedaagde sub 1 zich op het in artikel 10 EVRM neergelegde recht op persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. De in lid 2 van voornoemd artikel neergelegde beperking dient hierbij restrictief te worden uitgelegd. Voorts spelen waarheidsgehalte en grievend karakter van de publicatie een rol bij de beoordeling van de vraag of een publicatie al dan niet onrechtmatig is. Hierbij moet eveneens een belangenafweging worden gemaakt.

In de litigieuze publicatie zijn volgens Gedaagde sub 1 geen onjuiste feiten naar voren gebracht. De publicatie richt zich tegen de fusie tussen M en D. Het kwalificeren van deze fusie als ‘zinkend schip’ valt volgens Gedaagde sub 1 onder de journalistieke vrijheid. Hieronder valt ook een kritische, negatieve of badinerende toonzetting. Dat in de publicatie de suggestie zouden worden gewekt dat Eiseres op het randje van een faillissement zou staan, wordt door Gedaagde sub 1 van de hand gewezen. Uit de tekst van de publicatie blijkt dat met ‘zinkend schip’ gerefereerd wordt aan de mislukte fusie, reden waarom de hoop wordt uitgesproken dat D II spoedig een feit zal zijn. Over een faillissement van Eiseres wordt echter met geen woord gerept.

Voorts is zijn de gebruikte kwalificaties niet onnodig grievend of beledigend. Onder verwijzing naar jurisprudentie stelt Gedaagde sub 1 dat in de pers behoefte is aan schokkend, grievend excessief taalgebruik als instrument om haar publieke taak uit te oefenen. In dit kader moeten dan ook de kwalificaties ‘vermaledijde fusiemonster’ en ‘holle verkopertjes’ worden gezien.

Bovendien zijn de gebruikte kwalificaties conform de stijl van het tijdschift Los, hetwelk zich profileert als kritisch, creatief en brutaal. Van belang is voorts dat de bestreden publicatie in de vorm van een column wordt geschreven. Dit journalistieke genre biedt auteurs een grotere vrijheid om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen dan in andere journalistieke genres.

De vrijheid van meningsuiting brengt met zich dat Gedaagde sub 1 niet veroordeeld kan worden tot het herroepen van haar mening, dan wel het verklaren dat Gedaagde sub 1 moet vinden dat de uitlatingen beledigend en onnodig grievend zijn, noch dat Gedaagde sub 1 zich een geheel ander waardeoordeel eigen moet maken. Veroordeling tot rectificatie in het dagblad Tubantia moet dan ook worden afgewezen. Tubantia is zelf niet gedagvaard en Gedaagde sub 1 beschikt niet over de mogelijkheden om het dagblad Tubantia te gebieden een advertentie als verzocht te plaatsen.

Voorts dient het gevorderde voorschot op de schadevergoeding te worden afgewezen. De schade wordt op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt, noch het causaal verband tussen de publicatie en schade. Ook kan niet met recht worden gesteld dat voldoende aannemelijk is dat een vordering tot schadevergoeding in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Gedaagde sub 1 ziet ook niet in waarom van Eiseres niet gevergd zou kunnen worden dat zij wat betreft een schadevergoeding de afloop van een bodemprocedure niet afwacht. Hiermee wordt tevens het spoedeisend belang bij een voorschot op de schadevergoeding betwist.

Eiseres dient aldus niet ontvankelijk te worden verklaard in haar vorderingen, subsidiair dienen de vorderingen van Eiseres te worden afgewezen, met veroordeling van Eiseres in de kosten van deze procedure.

Het verweer van gedaagde sub 2 luidt in de kern conform het verweer van Gedaagde sub 1.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

5.1 Spoedeisend belang

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Eiseres heeft een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening, nu voldoende aannemelijk is geworden dat een publicatie nadelige gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering.

5.2 Inhoudelijke beoordeling

Voor de beoordeling van de vraag of de gewraakte publicatie feitelijk onjuist, onnodig grievend of beledigend is en derhalve onrechtmatig, dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter een belangenafweging te worden gemaakt aan de hand van de omstandigheden van het geval.

5.2.1 Feitelijk onjuist

De publicatie kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden aangemerkt als onjuist. Hoewel de woordkeuze wellicht ietwat ongelukkig is, kan uit de gewraakte publicatie niet eenduidig worden afgeleid dat de schrijver het oog heeft gehad op een eventueel op handen zijnd faillissement van Eiseres. De door Eiseres gewraakte termen passen in de gekozen stijl van schrijven, die niet alleen in de gewraakte publicatie, maar in het gehele tijdschrift gebruikt wordt. De publicatie moet dan ook worden gelezen in het licht van de strekking van het tijdschrift Los, hetwelk zich profileert als een brutaal en kritisch tijdschrift. De gebruikte termen zijn wellicht vervelend voor Eiseres, maar dat maakt de publicatie nog niet onrechtmatig in de zin van feitelijk onjuist.

5.2.2. Onnodig grievend of beledigend

Ook de stelling dat de gewraakte publicatie onnodig grievend en beledigend is ten aanzien van Eiseres treft naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen doel. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het navolgende.

Het recht op persvrijheid en vrijheid van meningsuiting is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een groot goed. Dit recht kent uiteraard ook haar beperking, doch deze beperking dient ingevolge jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens restrictief te worden uitgelegd. Derhalve bestaat er voor de journalistiek een ruime vrijheid om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen en haar mening te uiten in onder meer opinieartikelen, zoals het onderhavige. Dat deze mening wordt geuit in een kritische, negatieve of badinerende toonzetting valt ook onder de journalistieke vrijheid en kan als zodanig in beginsel niet als onrechtmatig worden aangemerkt.

In het gewraakte artikel wordt op een kritische, badinerende toon de fusie tussen M en D op de korrel genomen, (wellicht) mede door eigen frustraties te dien aanzien van de schrijver. Evenals hiervoor onder punt 5.2.1 is overwogen past de gebruikte toonzetting in de stijl van het tijdschrift en is de toonzetting naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zodanig grievend of beledigend dat de publicatie aangemerkt dient te worden als onrechtmatig. Dit wordt nog versterkt door het feit dat de gewraakte publicatie in de vorm van een column is verschenen. In een column wordt over het algemeen niet de waarheid gepretendeerd, maar wordt vaak op ongezouten wijze een mening van de auteur naar voren gebracht.

Bovendien dient het navolgende nog in aanmerking te worden genomen.

Het tijdschrift Los is in een beperkte oplage verkrijgbaar profileert zich als een brutaal cultureel tijdschrift, gericht op een hoger opgeleid, kunstzinnig publiek. De kwalificatie cultureel brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter logischerwijs met zich mee dat slechts een beperkt publiek interesse zal tonen in het tijdschrift. Dit wordt nog versterkt door het feit dat het tijdschrift zich richt op een hoger opgeleid publiek, hetwelk eveneens een selectieve groepering in de samenleving betreft. Van voornoemd publiek mag naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook worden verwacht dat zij bepaalde publicaties op hun waarde weet te schatten, zonder daaruit onmiddellijk verstrekkende conclusies te trekken.

6. Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden moeten de vorderingen van Eiseres dan ook worden afgewezen. Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Nu het verweer van Gedaagde sub 2 in de kern hetzelfde luidt als het door Gedaagde sub 1 bij monde van haar raadsman gevoerde verweer, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de kosten ten aanzien van de Gedaagde sub 2 op nihil te stellen.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst de vorderingen van Eiseres af.

II. Veroordeelt Eiseres in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gedaagde sub 1 begroot op € 291,= aan verschotten en € 527,= aan salaris van de procureur.

III. Veroordeelt Eiseres in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gedaagde sub 2 begroot op nihil.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. H.J. Inden, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.