Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AS6002

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
07-02-2005
Datum publicatie
14-02-2005
Zaaknummer
68641 / KG ZA 05-10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In deze zaak vorderden eisers van gedaagde om mee te werken aan het transport van een leveringsakte van een boerderij met landerijen voor een bedrag van € 310.000,=.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KWEP 2005/33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Kort Geding

zaaknummer: 68641 / KG ZA 05-10

datum vonnis: 7 februari 2005 (akg)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. [Eiser 1]

wonende te [woonplaats],

2. [Eiser 2]

wonende te [woonplaats],

3. [Eiser 3],

wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat: mr. J.T.A.M. van Mierlo te Deventer,

procureur: mr. T.J. van Drooge,

tegen

1. [Gedaagde 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

alsmede de leden van de Kerkenraad van de Gereformeerde Gemeente in Nederland zijnde:

2. [Gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Gedaagde 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Gedaagde 4],

wonende te [woonplaats],

5. [Gedaagde 5],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat: mr. F.W. van Dijk te Wageningen.

Het procesverloop

Eisers hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

Ter zitting van 24 januari 2005 zijn verschenen: [...], bijgestaan door mr. Van Mierlo, [...] bijgestaan door mr. Van Dijk. Hoewel behoorlijk opgeroepen is [...] niet verschenen. Van hetgeen is besproken is aantekening gemaakt.

Op 3 februari 2005 is namens eisers een fax ingekomen.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

Op 22 augustus 2002 is in Almelo overleden mevrouw [Erflater].

Op 18 juli 1995 heeft mevrouw [Erflater] een hoeve, staande en gelegen aan de [Adres] te Vriezenveen, bestaande uit een woonhuis met bedrijfsgebouwen op een perceel grond van ongeveer 44 are en 20 centiare grond alsmede de landerijen met een grootte van ongeveer 14 hectaren en 50 aren verpacht aan eisers. Vanwege de gemeentelijke herindeling luidt de kadastrale benaming van het gepachte inmiddels: [Kadastrale benaming].

Op 12 juli 1995 heeft mevrouw [Erflater] haar testament opgemaakt ten overstaan van notaris H. Holtman te Vriezenveen. In dit testament werd een tweetal legaten toegekend: één is onbekend bij eisers en een tweede is ten gunste van [Begunstigde] hetgeen de overige roerende lichamelijke goederen betreft.

Onder bezwaar van de legaten werden tot erfgenaam benoemd:

- voor 1/3 deel: de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Vriezenveen, en

- voor 2/3 deel: de Kerkenraad van de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Vriezenveen.

Aan eisers werd gelegateerd het recht van koop van de gepachte hoeve en de percelen grond uit te oefenen binnen negen maanden na het overlijden van mevrouw [Erflater] voor de alsdan vast te stellen economische waarde in de verpachte toestand. Nadat deze waarde is vastgesteld hebben eisers, dan wel de door deze uit hun midden aan te wijzen persoon, gedurende negen maanden de gelegenheid of zij van dit recht van koop gebruik wensen te maken. Mochten eisers, dan wel één hunner, te kennen hebben gegeven van dit recht gebruik te willen maken dan dient de akte binnen een maand na die kennisgeving te worden gepasseerd. Aan gedaagden is de verplichting opgelegd om daaraan hun volle en volledige medewerking te verlenen.

Boedelnotaris Endendijk heeft, na overleg met eisers en gedaagden, aan Agriteam Makelaars te Vriezenveen de opdracht tot taxatie van de onroerende zaken gegund. De heer J.B. Smelt heeft op 7 januari 2003 een taxatie verricht en heeft de woning en bedrijfsopstallen getaxeerd op een bedrag van € 126.000,= en de cultuurgrond (ruim 14 hectare) gewaardeerd op

€ 184.000,=.

2. Na aanvankelijke aarzeling zijn eisers uiteindelijk akkoord gegaan met de taxatiewaarde. Eisers zijn van mening dat gedaagden tegen de vastgestelde waarde door Smelt geen bezwaar kunnen maken. Dit vanwege het feit dat uit het testament blijkt dat alleen aan de legataris de mogelijkheid is geboden om na vaststelling van de verpachte waarde af te zien van de koop. In het testament is niet de mogelijkheid opgenomen dat ook de gedaagden kunnen afzien van verkoop als zij de verwachte waarde te gering achten. Naar de mening van eisers zijn gedaagden verplicht om mee te werken aan de verkoop tegen de door Agriteam vastgestelde waarde. Een eventuele waardestijging kan naar de mening van eisers niet leiden tot verhoging van de koopsom.

Van belang is verder dat een gebied van 180 hectare, waarin eveneens de hoeve is gelegen, sinds juni 2004 door de gemeente Almelo de voorkeursrechtstatus heeft verkregen op grond van de Wet Voorkeursrecht Gemeente (WVG). Eén en ander zou er toe kunnen leiden dat (een groot deel van) dit gebied een niet agrarische bestemming krijgt.

Eisers hebben groot belang bij spoedige levering van het verpachte. De opstallen zijn matig tot slecht onderhouden. Wanneer eisers het object in eigendom krijgen, kunnen zij overgaan tot het in goede staat terugbrengen van het object. Daarnaast zijn grote investeringen nodig; er zal een melkstal gebouwd moeten gaan worden. Inclusief de gepachte grond bezitten eisers 60 hectare grond in het gebied waarop de voorkeursrechtsituatie rust.

Eisers vorderen in dit geding om gedaagden te bevelen haar medewerking te verlenen aan het transport van het gepachte binnen tien dagen na betekening van dit vonnis tegen de taxatiewaarde zoals vastgesteld door het Agriteam ad € 310.000,=, één en ander op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,= per dag dat gedaagden daarmee in gebreke zijn, zulks met een maximum van € 350.000,=. Voor zover die vordering niet kan worden toegewezen, vorderen eisers om enige andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt. Daarnaast moeten gedaagden in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

3. Gedaagden voeren hiertegen verweer. Primair zijn gedaagden van mening dat de vordering tegen de leden van de kerkenraad, gedaagden sub 2 tot en met 5, niet kan worden toegewezen. In het testament is de kerkenraad voor 2/3 als erfgenaam benoemd en niet de afzonderlijke leden. De kerkenraad had als zodanig gedagvaard moeten worden, zeker nu zij ook als een rechtspersoon te beschouwen is.

Het dagvaarden van de individuele leden kan geen doel treffen, nu zij geen erfgenaam zijn. Nu de kerkenraad niet in deze procedure is betrokken, moeten eisers in hun vordering jegens gedaagden sub 2 tot en met 5 niet ontvankelijk worden verklaard.

Subsidiair zijn gedaagden van mening dat de vordering moet worden afgewezen omdat op de percelen en opstallen sinds medio 2004 een voorkeursrecht door de gemeente Almelo is gevestigd vanwege de WVG. Vanwege dit voorkeursrecht kan juridische levering aan derden pas plaatsvinden nadat de gemeente als eerste in staat is gesteld het betreffende goed te kopen. Zouden gedaagden met eisers bij de notaris verschijnen om de levering van de percelen en opstallen te bewerkstelligen, dan is de notaris niet in staat om de notariële verklaring als bedoeld in art. 24 WVG te verstrekken.

Daarnaast betwisten gedaagden dat er sprake is van een bindende prijsvaststelling. De taxatie van Smelt moet als een indicatie worden gezien van waaruit de onderhandelingen konden plaatsvinden. Voor gedaagden is de door Agriteam getaxeerde verpachte waarde niet acceptabel. Gedaagden hebben vervolgens aan Naafs opdracht gegeven voor een nieuwe taxatie. Deze komt tot een waarde in verpachte staat van € 450.000,=.

Bovendien kan naar de mening van gedaagden van het recht van verkoop nog geen gebruik worden gemaakt. Het testament moet letterlijk worden uitgelegd. Hieruit blijkt een aantal beslismomenten. Als eerste gaat het om de aanvaarding van het legaat, dat binnen negen maanden aanvaard diende te worden. Hieraan is voldaan. Het tweede beslismoment ziet op het moment van recht van koop voor de alsdan vast te stellen economische waarde in verpachte staat. Een vaststelling van de waarde heeft echter nooit plaatsgevonden. Partijen zijn na veelvuldig overleg (in aanwezigheid van de boedelnotaris) uiteindelijk in een impasse geraakt.

Verder is niet onbelangrijk dat de gemeente Almelo zich inmiddels bereid heeft verklaard om tot aankoop van de hoeve over te gaan tegen een aanmerkelijk hoger bedrag dan de waarde waaraan eisers denken. De actuele ontwikkeling moet naar de mening van gedaagden worden verdisconteerd en meegewogen bij de uiteindelijke prijsvaststelling.

4. Nu de ontvankelijkheid ter discussie is gesteld, zal de voorzieningenrechter eerst hieromtrent dienen te beslissen.

In art. 2:2 Burgerlijke Wetboek heeft de wetgever de zelfstandige rechtspositie van de kerkgenootschappen erkend door te bepalen dat “kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, rechtspersoonlijkheid bezitten”.

De wetgever heeft geen definitie gegeven van het begrip “kerkgenootschap”. Hoe de plaatselijke kerken zich tot hun landelijke organisatie verhouden, wordt door de betrokken kerken zelf bepaald. Uit documentatie valt af te leiden dat de plaatselijke kerk binnen de gereformeerde kerk fungeert als een rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap in de zin van art. 2 BW. De plaatselijke kerk geldt als rechtspersoon, de kerkenraad is slechts de vertegenwoordiger van die rechtspersoon. Nu de kerkenraad als erfgenaam in het testament van mevrouw [Erflater] is aangewezen, is het formeel juist dat de leden van de kerkenraad van de gereformeerde kerk als zodanig zijn gedagvaard. Gelet op die omstandigheid zijn eisers ontvankelijk in hun vordering jegens de gedaagden 2 tot en met 5.

5. Vervolgens komt de voorzieningenrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling. Vast staat dat aan eisers werd gelegateerd een recht van koop van het gepachte voor de alsdan vast te stellen economische waarde in de verpachte toestand. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter impliceert het recht van koop een onderhandelingsfase om uiteindelijk te komen tot een prijs waarin beide partijen zich kunnen vinden. Dat ook eisers daarvan zijn uitgegaan blijkt uit de door gedaagden overgelegde brief van 5 mei 2003. Hieruit blijkt dat zij (eisers) zich “na aanvankelijke aarzeling” konden vinden in de door de heer Smelt getaxeerde waarde. Deze stelling is door eisers ook niet weersproken. Gelet op de redactie van de hele zinsnede gaat de voorzieningenrechter er van uit dat “de aarzeling” alleen in de prijs moet worden gezocht en niet in overige voorwaarden. Het staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter gedaagden dan ook vrij om in die onderhandelingsfase zelf een taxatie te laten uitvoeren, des te meer nu uit het testament ook op geen enkele wijze kan worden afgeleid dat de vastgestelde waarde als een bindende prijsvaststelling moet worden beschouwd. Om die reden kan de eerste vordering van eisers niet worden toegewezen.

6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de tweede vordering van eisers te onbepaald om te worden toegewezen. De voorzieningenrechter realiseert zich dat partijen ook na dit vonnis in een impasse blijven zitten. Ter vermijding van de kosten van een bodemprocedure geeft de voorzieningenrechter partijen in overweging om in onderling overleg een derde deskundige te benaderen, die de waarde van de percelen en opstallen zoals die in januari 2003 zou zijn geweest zal vaststellen. Het gemiddelde van de drie taxaties zouden partijen dan als bindend kunnen aanmerken. Redengevend om deze datum als uitgangspunt te nemen is het feit dat er vooralsnog geen rekening moet worden gehouden met de actuele situatie zoals die is ontstaan vanwege het voorkeursrecht van de WVG. Van die situatie is niet binnen een redelijke termijn na het overlijden van mevrouw [Erflater] gebleken. Wanneer partijen er wel in waren geslaagd om binnen de in het testament genoemde termijnen gevolg te geven aan de uitvoering van het testament, dan was de WVG (en haar gevolgen) daarin immers ook niet betrokken.

7. Als de in het ongelijk gestelde partij worden eisers in de kosten van deze procedure veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst af vorderingen van eisers.

II. Veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op € 241,= wegens verschotten en € 816,= aan salaris van de procureur.

III. Verklaart dit vonnis voor wat betreft onderdeel II uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Inden, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.