Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AS5259

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
08-02-2005
Datum publicatie
08-02-2005
Zaaknummer
08/004717-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte, een notoire wegpiraat met een strafblad van 54 bladzijden, stapt ondanks een rijontzegging tot 2007 onder invloed van drugs en drank in een onverzekerde auto. tijdens de daarop volgende achtervolging ontziet verdachte niets en niemand. hij toont geen enkel inzicht in het foute van zijn handelen en heeft vooral medelijden met zichzelf. de rechtbank legt hem 3 jaar gevangenisstraf op en in totaal 5 jaar rijontzegging voor een poging tot doodslag en twee pogingen tot zware mishandelingen van personen die hij op zijn weg tegenkwam.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 287
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2005/22
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/004717-04

STRAFVONNIS

Uitspraak: 8 februari 2005

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1956,

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats]

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 26 augustus 2004 te Almelo ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [betrokkene 1] van het leven te

beroven, met dat opzet op die [betrokkene 1] (die op de rijbaan stond) met een

personenauto is ingereden zonder snelheid te minderen, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 26 augustus 2004 te Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [betrokkene 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet op die [betrokkene 1] (die op de rijbaan stond) met een personenauto is ingereden zonder snelheid te minderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 26 augustus 2004 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [betrokkene 2] van het leven te beroven, met dat opzet tesamen en in vereniging met een ander, nadat een politieman verdachte had gevorderd de autosleutels van de personenauto waarin verdachte en zijn mededader zaten aan hem af te geven, met zijn mededader met de contactsleutel de motor heeft gestart en vervolgens met die personenauto is weggereden terwijl [betrokkene 2] met zijn bovenlichaam door het open portierraam in de auto hing, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 26 augustus 2004 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [betrokkene 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet tesamen en in vereniging met een ander, nadat een politieman verdachte had gevorderd de autosleutels van de personenauto waarin verdachte en zijn mededader zaten aan hem af te geven, met zijn mededader met de contactsleutel de motor heeft gestart en vervolgens met die personenauto is weggereden terwijl [betrokkene 2] met zijn bovenlichaam door het open portierraam in de auto hing, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 26 augustus 2004 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente

Twenterand ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] van het leven te beroven, met dat opzet met een personenauto met hoge snelheid is ingereden op, althans gereden in de richting van een als zodanig herkenbaar politievoertuig met inzittenden dat een wegblokkade vormde, waarbij zonder ingrijpen van de inzittenden van dit voertuig, dit voertuig door verdachte zou zijn aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 26 augustus 2004 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente

Twenterand ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [betrokkene 3] en/of een persoon genaamd [betrokkene 4], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een personenauto met hoge snelheid is ingereden op, althans gereden in de richting van een als zodanig herkenbaar politievoertuig met inzittenden dat een wegblokkade vormde, waarbij zonder ingrijpen van de inzittenden van dit voertuig, dit voertuig door verdachte zou zijn aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 2 primair en sub 3 primair is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

[bewijsmiddelen]

De rechtbank is door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair, sub 2 subsidiair en sub 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 26 augustus 2004 te Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [betrokkene 1] van het leven te beroven, met dat opzet op die [betrokkene 1] (die op de rijbaan stond) met een personenauto is ingereden zonder snelheid te minderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 26 augustus 2004 te Vriezenveen, gemeente Twenterand, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [betrokkene 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, nadat die politieman verdachte had gevorderd de autosleutels van de personenauto waarin verdachte zat aan hem af te geven, met die personenauto is weggereden terwijl [betrokkene 2] met zijn bovenlichaam door het open portierraam in de auto hing, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 26 augustus 2004 te Westerhaar-Vriezenveensewijk, gemeente

Twenterand ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [betrokkene 3] en/of een persoon genaamd [betrokkene 4], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een personenauto is ingereden op een als zodanig herkenbaar politievoertuig met inzittenden dat een wegblokkade vormde, waarbij zonder ingrijpen van de inzittenden van dit voertuig, dit voertuig door verdachte zou zijn aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair, sub 2 subsidiar en sub 3 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 primair, het misdrijf:

"poging tot doodslag",

strafbaar gesteld bij artikel 287 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 2 subsidiair, het misdrijf:

"poging tot zware mishandeling",

strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 3 subsidiair, het misdrijf:

"poging tot zware mishandeling",

strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair, sub 2 subsidiair en sub 3 subsidiair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 jaren.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij met de door hem vertoonde handelwijze op volstrekt onaanvaardbare wijze de belangen van anderen heeft veronachtzaamd.

Verdachte heeft inmiddels een bijzonder indrukwekkende lijst van 54 pagina’s aan documentatie opgebouwd, maar dit geeft hem blijkbaar in het geheel geen stof tot nadenken. Verdachte lijkt zichzelf boven de wet te stellen, nu hij – een aan hem opgelegde rij-ontzegging tot februari 2007 negerend – onder invloed van zowel drank als drugs in een niet-verzekerde auto stapt. Verdachte lapt bevelen en aanwijzingen van politieagenten en diverse verkeersregels meermalen aan zijn laars, door met hoge snelheid tijdens een wilde achtervolging gevaar voor deze agenten en andere verkeersdeelnemers te veroorzaken. Voorts heeft verdachte zijn auto als een wapen gebruikt tegen de heer [betrokkene 1]. De heer [betrokkene 1] stond op de weg, teneinde verdachte tot stoppen te dwingen, maar kon door het opzij stappen tenauwernood voorkomen dat verdachte, die op hoge snelheid door de straat reed, hem omver reed.

Voorts acht de rechtbank van belang dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten neemt. Verdachte ziet zichzelf, naar het oordeel van de rechtbank volstrekt ten onrechte, als slachtoffer van de situatie. Nu verdachte, hoewel daar ter terechtzitting diverse malen mee geconfronteerd, op geen enkele wijze blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien, is naar het oordeel van de rechtbank, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur thans de enige passende straf.

De na te melden straf is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179a van de Wegenverkeerswet 1994.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 2 primair en sub 3 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair, sub 2 subsidiair en sub 3 subsidiair tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

drie (3) jaren.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair, sub 2 subsidiair en sub 3 subsidiar meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen:

ten aanzien van sub 1 voor de duur van twee (2) jaren; ten aanzien van sub 2 voor de duur van een (1) jaar en zes (6) maanden en ten aanzien van sub 3 voor de duur van een (1) jaar en zes (6) maanden.

Aldus gewezen door mr. Stoové, voorzitter, mr. Caminada en mr. Beuving, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Hofstee, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 februari 2005.