Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AS4596

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
01-02-2005
Datum publicatie
02-02-2005
Zaaknummer
68621 / KG ZA 05-7
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot verbod executie van dwangsommen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Kort Geding

zaaknummer: 68621 / KG ZA 05-7

datum uitspraak vonnis: 1 februari 2005 (rd)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te Enschede,

eiser,

verder te noemen: [eiser],

procureur: mr. G.M.H. van Stokkum,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Spaarshop B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen: Spaarshop,

procureur: mr. H. Dijks.

Het procesverloop

[eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

Ter zitting van 25 januari 2005 zijn verschenen: [eiser], bijgestaan door mr. Van Stokkum, en [bestuurder van Spaarshop] namens Spaarshop, bijgestaan door mr. Dijks. Van hetgeen is besproken is aantekening gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

- Spaarshop handelt onder de namen Handelsmaxx, Villa Rendement, Concreet Consumenten Advies en ESDP Consultance.

- [eiser] handelt onder de naam Consumentenvisie. Het bedrijf van [eiser] is gevestigd aan het woonadres van [eiser] aan [adres] te Enschede.

- [eiser]is bij vonnis van 29 juni 2004 resp. bij herstelvonnis van 6 juli 2004 van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo veroordeeld zich te onthouden van iedere activiteit, die in strijd is met het relatiebeding d.d. 30 januari 2004, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,= per overtreding respectievelijk voor elke dag dan wel gedeelte van een dag dat [eiser] in strijd handelt met het gebod, welke dwangsom in de plaats komt van de in het relatiebeding opgenomen boete. Daarnaast is [eiser]veroordeeld tot betaling aan de Spaarshop van een bedrag van € 10.000,= voor de overtreding van het relatiebeding, dit bij wijze van voorschot. Laatstgenoemde veroordeling is door [eiser] nagekomen.

- Spaarshop is aangevangen met de executie van verbeurde dwangsommen wegens het acht maal overtreden van het relatiebeding door [eiser]. Bij deurwaardersexploit van 30 november 2004 is [eiser] aangezegd tot betaling van een bedrag van € 80.000,= in hoofdsom over te gaan en is executoriaal beslag gelegd op de roerende zaken (bedrijfsinventaris en privé-boedel) van [eiser]. Bij deurwaardersexploit van 4 december 2004 is de openbare verkoop van de goederen aangezegd. De openbare verkoop is aangehouden in afwachting van dit kort geding. Voorts is beslag gelegd op de bedrijfsrekening van [eiser].

- Bij het door de deurwaarder opgemaakte proces-verbaal van constatering d.d. 12 en 13 januari 2005 heeft de deurwaarder geconstateerd dat aan het adres van [eiser] het achterste gedeelte van de voorkamer en de achterkamer (aan de tuinzijde) is ontruimd, dat in het vorenste gedeelte van de voorkamer een bureau met stoel, enkele kantoorstoelen en computerapparatuur staat, dat op het raam aan de voorzijde van het perceel [adres] te Enschede een biljet is aangebracht met daarop de vermelding: TE HUUR – kantoor – [telefoonnummer] en dat ter plaatse op de in het exploit vermelde tijdstippen niemand is aangetroffen.

- Tussen partijen is een bodemzaak aanhangig bij de kantonrechter te Enschede waarin Spaarshop in conventie veroordeling van vijf keer € 10.000,= aan verbeurde dwangsommen vordert en [eiser] in reconventie de rechtmatigheid van de beslagen en de rechtsgeldigheid c.q. de omvang van het relatiebeding aan de orde stelt.

2. [eiser] vordert – zakelijk weergegeven – uitvoerbaar bij voorraad:

1. te bevelen dat de lopende executie van de verbeurde dwangsommen van € 80.000,= gestaakt wordt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 20.000,= voor iedere overtreding respectievelijk voor elke dag dat Spaarshop handelt in strijd met dit bevel.

2. te bevelen dat toekomstige executoriale beslagen op grond van het vonnis van 6 juli 2004 ter instemming moeten worden voorgelegd aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 20.000,= voor iedere overtreding respectievelijk voor iedere dag dat Spaarshop handelt in strijd met dit bevel.

3. Spaarshop te veroordelen in de kosten van dit geding.

3. [eiser] stelt daartoe dat Spaarshop misbruik van procesrecht maakt en onrechtmatig jegens hem handelt door voortdurend beslagen te leggen. Volgens [eiser] heeft Spaarshop geen grond om tot beslaglegging over te gaan. [eiser] ontkent dat hij in de periode van 17 tot en met 24 oktober 2004 het relatiebeding heeft overtreden door zich op de huishoudbeurs te Hengelo (O) te bevinden in de stand van [financieel adviesbureau]. Volgens [eiser] heeft hij de beurs op 17 en op 24 oktober als consument bezocht en heeft hij zich enkel in de stand van [financieel adviesbureau] bevonden voor een “social talk”. [eiser] betwist dat hij als medewerker/ adviseur werkzaam is geweest in de stand en dat hij op andere dagen dan bovengenoemde dagen op de beurs is geweest. Voorts stelt [eiser] dat hij, al zou hij in een stand hebben gestaan, niet in strijd zou hebben gehandeld met het relatiebeding aangezien niet alle bezoekers van de stand klant van Spaarshop zijn (geweest). Volgens [eiser] is er geen sprake van handelen in strijd met het overeengekomen relatiebeding en zijn er derhalve geen dwangsommen verbeurd, waardoor de aangevangen executie onrechtmatig is. [eiser] lijdt hierdoor schade, aangezien zijn bedrijf volledig wordt lamgelegd. [eiser] stelt dat Spaarshop de intentie heeft zijn onderneming te doen stranden. Ten slotte stelt [eiser] dat hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering.

4. Spaarshop voert verweer. Spaarshop stelt dat [eiser] zowel op dinsdag 19 als op zaterdag 23 oktober 2004 actief bezig is geweest in de stand van [financieel adviesgroep] op de huishoudbeurs te Hengelo. Spaarshop stelt zich op het standpunt dat [eiser] aldus handelend het relatiebeding heeft overtreden en uit hoofde van de op 29 juni 2004 resp. 6 juli 2004 gewezen vonnissen dwangsommen heeft verbeurd. Spaarshop heeft toegezegd niet langer aanspraak te maken op acht keer verbeurde dwangsommen (aangezien de beurs acht dagen heeft geduurd), maar haar executie te beperken tot twee verbeurde dwangsommen, in totaal voor een bedrag van € 20.000,=. Spaarshop stelt tot slot dat zij – gelet op het proces-verbaal van de deurwaarder – gegronde vrees heeft dat [eiser] de beslagen goederen doet verdwijnen.

5. Het gestelde spoedeisend belang is niet betwist, zodat daarvan kan worden uitgegaan.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de vorderingen van [eiser] dienen te worden afgewezen. De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende:

Partijen zijn een relatiebeding overeengekomen. Dit relatiebeding bevat een tweetal verboden, welke – voor zover hier van belang – als volgt luiden:

1.

“Het is de werknemer ..... verboden gedurende een periode van vier jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst op enigerlei wijze direct of indirect dan wel door middel van derden, waaronder mede te verstaan door werknemer beheerde rechtspersonen, werkgeefsters bestaande of vroeger cliënten en/of correspondenten waaronder mede begrepen (vroegere) cliënten van met haar gelieerde vennootschappen, te benaderen of te doen benaderen met het oog hen te bewegen verzekeringen dan wel verzekeringsproducten via hem te doen afsluiten casu quo via hen te doen oversluiten dan wel op enigerlei wijze zakelijke betrekkingen daarmee aan te gaan of te doen onderhouden.

Onder cliënten worden niet verstaan grootouders, ouders, broers, zusters en de partners van werknemer en genoemde bloedverwanten.

2.

“Het is de werknemer bovendien verboden gedurende een periode van drie jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst op enigerlei wijze direct dan wel indirect dan wel door middel van derden, waaronder mede te verstaan door werknemer beheerde rechtspersonen gebruik te maken van het door de werkgeefster ontwikkelde mobiel-concept en de daaraan gerelateerde beursbezoeken....” .

7. Spaarshop heeft gesteld dat [eiser] in ieder geval vier dagen op de beurs is geweest en heeft ter staving van haar stelling een aantal ondertekende verklaringen in het geding gebracht. [Getuige 1] verklaart dat hij op dinsdag 19 oktober 2004 omstreeks 20.00 uur [eiser] werkzaam zag op de huishoudbeurs in de Expo-hallen te Hengelo in de stand van [financiële adviesgroep]. [Getuige 2] verklaart dat hij zag dat [eiser] mensen te woord stond en deze mensen folders gaf, die hij vervolgens samen met hen doornam. [Getuige 3] verklaart dat hij op zaterdag 23 oktober 2004 [eiser] heeft gezien in een stand van financieel advies bureau Bisram en dat deze stand betrekking had op hypotheken en dergelijke. [Getuige 3] verklaart dat [eiser] in gesprek was met een heer en daarbij aan een bureau zat. Zijns inziens waren er ook promotie dames aanwezig. [Getuige 3] verklaart dat zijn werkgever, [naam werkgever], hem heeft verzocht de verklaring op schrift te zetten.

8. Tegenover deze verklaringen staat de door [eiser] in het geding gebrachte ondertekende verklaring van [een medewerker van de financiële adviesgroep], die verklaart dat de [eiser] nooit werkzaam is geweest bij de [financieel adviesgroep] te Enschede en ook niet tijdens de huishoudhobbybeurs te Hengelo (O).

9. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de in het geding gebrachte verklaringen niet onder ede zijn afgelegd en daardoor beperkte bewijswaarde hebben. De kort geding procedure leent zich echter niet voor uitgebreide bewijsvoering, zodat voor het horen van de getuigen in het kader van dit geding geen plaats is. Gelet op de door de Spaarshop overgelegde verklaringen acht de voorzieningenrechter het voorshands voldoende aannemelijk dat [eiser] op 19 oktober en 23 oktober 2004 in de stand van [financieel adviesgroep] werkzaam is geweest. [eiser] heeft slechts één verklaring overgelegd, van [een medewerker van de financiële adviesgroep]. De voorzieningenrechter acht deze verklaring van minder gewicht dan de door Spaarshop in het geding gebrachte verklaringen, nu [eiser] ter zitting heeft verklaard op goede voet te staan met [een medewerker van de financiële adviesgroep]. [eiser] heeft ter terechtzitting verklaard dat de getuigen van Spaarshop allen in zaken- of familierechtelijke betrekking staan tot [de bestuurder] van Spaarshop. De stelling is door Spaarshop betwist. Nu de voorzieningenrechter geen aanwijzingen heeft voor de juistheid van de stelling van [eiser] gaat hij daaraan voorbij.

10. Uit de door Spaarshop overgelegde verklaringen blijkt echter niet dat [eiser] bestaande of vroegere klanten van de Spaarshop heeft benaderd, zodat [eiser] naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet in strijd heeft gehandeld met het eerste in het relatiebeding opgenomen verbod. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat uit de verklaringen wel blijkt dat [eiser] in strijd heeft gehandeld met het tweede in het relatiebeding opgenomen verbod, zijnde het verbod om gebruik te maken van het door Spaarshop ontwikkelde mobiel-concept en de daaraan gerelateerde beursbezoeken. Volgens Spaarshop betreft dit mobiel-concept een stand en is het [eiser] op grond van dit verbod verboden om met een stand betreffende verzekeringen op beurzen te staan. [eiser] heeft deze uitleg van het verbod niet gemotiveerd betwist, zodat de voorzieningenrechter uitgaat van de juistheid van deze uitleg. Met de overgelegde verklaringen heeft Spaarshop voldoende aannemelijk gemaakt dat [eiser] op 19 oktober en 23 oktober in de stand van [financiële adviesgroep] advieswerkzaamheden aangaande verzekeringen heeft verricht en aldus in strijd heeft gehandeld met het tweede in het relatiebeding opgenomen verbod. Op grond van de vonnissen van 29 juni 2004 resp. 6 juli 2004 is [eiser] naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 20.000,= verschuldigd, aangezien [eiser] zich op twee dagen niet onthouden heeft van activiteiten in strijd met het relatiebeding. Spaarshop handelt derhalve naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet onrechtmatig door de verbeurde dwangsommen te executeren, met dien verstande dat de executie, zoals ook door Spaarshop aangegeven, beperkt dient te blijven tot een bedrag van € 20.000,=.

11. Op grond van het bovenstaande dienen de vorderingen van [eiser] om de lopende executie te staken en om te bevelen dat toekomstige executoriale beslagen vooraf instemming behoeven van de voorzieningenrechter, te worden afgewezen. De voorzieningenrechter merkt hierbij ten overvloede op dat laatst gevorderde voorziening geen steun vindt in de wet en zelfs strijdig geacht kan worden met in Nederland geldende burgerlijke procesrecht.

12. [eiser] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding te worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst de vorderingen af

II. Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Spaarshop begroot op € 241,= aan verschotten en € 527,= aan salaris van de procureur.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Inden, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2005, in tegenwoordigheid van mr. Dallinga, griffier.