Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2005:AS3519

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-01-2005
Datum publicatie
21-01-2005
Zaaknummer
68527 kg za 3 van 2005
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inbreuk op auteursrechtelijk beschermde muziekwerken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALMELO

Kort Geding

zaaknummer: 68527 kg za 3 van 2005

datum uitspraak vonnis: 20 januari 2005 (rd)

Inzake

Vereniging Buma,

gevestigd en kantoorhoudende te Hoofddorp,

eiseres,

hierna te noemen Buma,

advocaat mr. S.R.M.T. Janssen te Amsterdam,

procureur: mr. G.G. Vermeulen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,

hierna te noemen [gedaagde],

gedaagde, niet verschenen.

Het procesverloop

1. Gedaagde, [gedaagde], is te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen haar verstek is verleend.

2. Eiseres -Buma- heeft gesteld en gevorderd als staat te lezen in de dagvaarding.

3. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 17 januari 2005, waarbij Buma haar standpunt heeft doen toelichten door mr. S.R.M.T. Janssen. Namens Buma is de [relatiemedewerker bij Buma], verschenen.

4. Vervolgens is vonnis verzocht.

Het geschil van partijen, de beslissing en de motivering:

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

2. Buma stelt dat gedaagde in de door haar geëxploiteerde onderneming op het adres [adres] te Almelo stelselmatig tot het repertoire van Buma behorende composities openbaar maakt, zonder dat gedaagde daartoe de benodigde auteursrechtelijke toestemming heeft.

Buma stelt dat [de relatiemedewerker van Buma] namens Buma op 10 december 2003 een bezoek heeft gebracht aan de door gedaagde geëxploiteerde onderneming. Tijdens dat bezoek heeft [de relatiemedewerker van Buma] een gesprek gehad met [de directeur van gedaagde], waarin is besproken dat in de onderneming stelselmatig auteursrechtelijk beschermde muziekwerken openbaar worden gemaakt. Door [de relatiemedewerker van Buma] is een opgaveformulier ingevuld, welk formulier door gedaagde is ondertekend en waaruit onder meer blijkt dat gedaagde sinds november 2003 door Buma beheerd en beschermd repertoire openbaar maakt. Gedaagde is volgens Buma erop gewezen dat gedaagde daartoe de toestemming van Buma nodig heeft en dat gedaagde met Buma een licentieovereenkomst kan aangaan, in welk geval gedaagde jaarlijks een licentiebedrag verschuldigd zal zijn. Buma heeft vervolgens een acceptgirokaart aan gedaagde gezonden. Volgens Buma zou door de betaling van de acceptgiro de licentieovereenkomst tot stand zijn gekomen. Gedaagde heeft de acceptgiro, ondanks een tweetal aanmaningen door Buma, niet voldaan. De [de relatiemedewerker van Buma] heeft vervolgens op 13 juli 2004 nogmaals een bezoek gebracht aan de door gedaagde geëxploiteerde onderneming. Tijdens dat bezoek heeft [de relatiemedewerker van Buma] geconstateerd dat in de openbare voor publiek toegankelijke ruimte door middel van een aldaar aanwezige muziekcomputer een muziekwerk uit het door Buma beheerde en beschermde repertoire ten gehore werd gebracht.

Buma stelt dat haar incasso-intermediair gedaagde erop heeft gewezen dat nu Buma geen (volledige) betaling heeft ontvangen, gedaagde niet de benodigde toestemming had om door Buma beschermde muziekwerken in het openbaar ten gehore te brengen. Op 21 oktober 2004 is tussen partijen een betalingsregeling getroffen, welke betalingsregeling gedaagde echter niet is nagekomen. Bij brief van 12 november 2004 is gedaagde gesommeerd het verschuldigde te voldoen.

Buma stelt dat zij door de inbreuk van gedaagde over november tot en met december 2003 en over 2004 tot het moment dat het gevorderde verbod zal ingaan, een schade heeft geleden van € 469,57 inclusief BTW, zijnde het bedrag dat door gedaagde aan Buma verschuldigd zou zijn geweest indien een licentie-overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. Voorts heeft Buma buitengerechtelijke incassokosten gemaakt.

Buma stelt ten slotte dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.

3. Buma vordert gedaagde te verbieden om in haar lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van haar beroepsuitoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk ten gehore (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van de datum waarop het vonnis te dezer zal zijn gewezen voor zover gedaagde daartoe geen licentie van eiseres heeft gekregen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per keer dat gedaagde aan dit verbod geen gehoor geeft.

Voorts vordert Buma gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 563,48 inclusief een bedrag van € 93,91 wegens buitengerechtelijke incassokosten, althans een zodanig bedrag dat de voorzieningenrechter meent dat behoort, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 469,57 vanaf 12 november 2004 tot aan de dag der algehele voldoening.

4. Door de niet-verschijning van gedaagde moeten de door Buma gestelde feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen.

Deze omstandigheden rechtvaardigen de conclusie dat gedaagde inbreuk maakt op de auteursrechten van Buma en dus onrechtmatig jegens haar handelt. Het gevorderde verbod is naar het oordeel van de voorzieningenrechter toewijsbaar. Tevens is de gevorderde schadevergoeding toewijsbaar. De voorzieningenrechter ziet voorts aanleiding een maximum te verbinden aan de gevorderde dwangsommen.

5. Gedaagde dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding te worden veroordeeld.

RECHTDOENDE IN KORT GEDING:

I. Verbiedt gedaagde om in haar lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van haar beroepsuitoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk ten gehore (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van de datum van betekening van dit vonnis voor zover gedaagde daartoe geen licentie van eiseres heeft gekregen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,= per keer dat gedaagde aan dit verbod geen gehoor geeft met een maximum van € 25.000,=.

II. Veroordeelt gedaagde tot betaling van € 563,48 (vijfhonderd en drieënzestig 48/100 euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 469,57 vanaf 12 november 2004 tot aan de dag der algehele voldoening.

III. Veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Buma begroot op € 70,40 aan verschotten en € 527,= aan salaris van de procureur.

IV. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen te Almelo door mr. Verhoeven, voorzieningenrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2005 in tegenwoordigheid van mr. Dallinga, griffier.