Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2004:AR4916

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-10-2004
Datum publicatie
29-11-2004
Zaaknummer
03 / 1035 WW AG1 A
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uit de WW vloeit impliciet voort dat sollicitatie-activiteiten bij verschillende werkgevers ontplooid moeten worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Bestuursrecht

enkelvoudige Kamer

Registratienummer: 03 / 1035 WW AG1 A

UITSPRAAK

in het geschil tussen:

A, wonende te B, eiseres,

en

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gevestigd te Zwolle, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder d.d. 30 oktober 2003.

2. De feiten en het verloop van de procedure

Bij besluit van 25 februari 2003 heeft verweerder aan eiseres een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) toegekend met ingang van 8 december 2002. Op 4 juli 2003 heeft verweerder besloten ten aanzien van eiseres een maatregel te nemen. Deze maatregel houdt in dat de uitkering van eiseres over de periode 30 juni 2003 tot 20 oktober 2003 met 20% wordt gekort. Op 14 augustus 2003 heeft eiseres tegen deze beslissing een bezwaarschrift ingediend. Verweerder heeft het bezwaar bij besluit van 30 oktober 2003 ongegrond verklaard. Eiseres heeft daartegen op 5 november 2003 beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft op 28 november 2003 een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 24 augustus 2004, waar eiseres is verschenen, terwijl verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door M.J. Gerritsen..

3. Overwegingen

In geschil is de vraag of het besluit van 30 oktober 2003 in rechte in stand kan blijven.

Bij dit besluit heeft verweerder, na heroverweging, een maatregel opgelegd inhoudende een korting op de WW-uitkering van 20% gedurende 16 weken. Het opleggen van deze maatregel had als reden dat eiseres op het werkbriefje over de periode 2 juni tot 30 juni 2003, slechts twee gerichte sollicitatieactiviteiten had vermeld.

Eiseres is van mening dat zij in de periode 2 juni tot 30 juni 2003 voldoende sollicitatieactiviteiten heeft verricht. Zij heeft op 2 juni, op 11 juni en op 20 juni bij Thuiszorg Service Enschede e.o. BV (hierna: TSN) gesolliciteerd voor meer uren en voor administratieve werkzaamheden en op 24 juni bij RSB uitzendbureau voor werkzaamheden bij Holland Casino. De sollicitaties bij TSN heeft ze niet op haar werkbriefje vermeld. Wel heeft ze een brief van TSN overgelegd waaruit blijkt dat ze aldaar gesolliciteerd heeft. Verder vindt ze dat ze ten onrechte niet is gewaarschuwd voor de maatregel en vindt ze de opgelegde maatregel onevenredig zwaar. Veel sollicitaties leiden tot niets, mede als gevolg van haar leeftijd.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij terecht de maatregel heeft opgelegd. Eiseres heeft in de betreffende periode drie maal telefonisch bij de werkgever voor wie ze reeds werk verrichtte gesolliciteerd voor meer uren. Wachten op het resultaat van die gesprekken brengt met zich dat zij ingeval van een afwijzing nog langer een beroep op een WW uitkering moet doen en dat ze opnieuw moet beginnen met solliciteren. Aangezien ze driemaal bij dezelfde werkgever heeft gesolliciteerd kan dit niet worden gezien als drie verschillende sollicitaties maar als één sollicitatie. Eiseres is voldoende gewaarschuwd. Ook iemand, die 54 jaar is, heeft een sollicitatieplicht.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op deze zaak zijn de volgende wettelijke bepalingen van toepassing.

Artikel 24, eerste lid, sub b, onder 1° van de WW bepaalt – voor zover hier van belang - dat de werknemer voorkomt dat hij werkloos is of blijft doordat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen.

Artikel 24, vierde lid, van de WW bepaalt dat als passende arbeid, bedoeld in het eerste lid, wordt beschouwd alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Niet als passende arbeid wordt beschouwd arbeid op grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Wet sociale werkvoorziening.

Artikel 27, derde lid, van de WW bepaalt – voor zover hier van belang - dat indien de werknemer een verplichting, hem op grond van artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk weigert.

Artikel 27, vierde lid, van de WW bepaalt dat een maatregel als bedoeld in het derde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

Artikel 27, zesde lid, van de WW bepaalt dat, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.

In artikel 27, achtste lid, van de WW wordt tenslotte bepaald dat het Lisv nadere regels met betrekking tot het derde en vierde lid stelt.

De in artikel 27, achtste lid 8, van de WW bedoelde “nadere regels” staan in het Maatregelenbesluit Tica van 6 juni 1996. In dit besluit staat per overtreding uit (onder andere) de WW, welke maatregel daarvoor dient te worden opgelegd.

Op basis van artikel 6 van het Maatregelenbesluit Tica, in combinatie met de bijlage onder C, vierde categorie onder 1°, is de hoogte en de duur van de maatregel 20% gedurende 16 weken, dan wel, indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging van de verzekerde daartoe aanleiding geeft, 10% gedurende 16 weken.

De verplichting tot het in voldoende mate trachten arbeid te verkrijgen vloeit rechtstreeks voort uit de WW. Het vereiste van vier sollicitaties per vier weken vloeit niet rechtstreeks uit de wet voort maar is in het “Besluit sollicitatieplicht werknemers” opgenomen, welk besluit afkomstig is van het Lisv en dat, blijkens artikel 1 van genoemd besluit, het beleid van het Lisv weergeeft. In de bijlage bij dit besluit staat dat van de werknemer, die in aanmerking komt voor een WW-uitkering, in het algemeen wordt verwacht dat hij minimaal één concrete sollicitatieactiviteit per week verricht. Voor de vaststelling of is voldaan aan de sollicitatieplicht wordt rekening gehouden met een aantal aspecten, waaronder het aantal beschikbare vacatures, aldus deze bijlage.

Het Besluit sollicitatieplicht werknemers beoogt derhalve een richtsnoer te geven waarbij op grond van individuele omstandigheden van het geval beoordeeld zal moeten worden of de uitkeringsgerechtigde al dan niet aan zijn sollicitatieplicht heeft voldaan.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of de telefonische sollicitatieactiviteiten, die eiseres heeft ondernomen bij TSN, zijn aan te merken als drie afzonderlijke activiteiten dan wel als één sollicitatieactiviteit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht gesteld dat de activiteiten moeten worden gezien als één sollicitatieactiviteit. Doelstelling van het ondernemen van sollicitatieactiviteiten is immers het verkrijgen van arbeid. Daarbij geldt de aanname dat iemand, indien hij voldoende inspanningen aan de dag legt, een meer dan hypothetische kans heeft om passende arbeid te vinden. Wanneer nu de sollicitatieactiviteiten bij meerdere werkgevers plaatsvinden, is de kans op het vinden van passende arbeid groter dan wanneer meerdere sollicitatieactiviteiten bij één werkgever plaatsvinden.

Eiseres heeft driemaal in een tijdsbestek van enkele weken bij één werkgever, TSN, telefonisch c.q. mondeling gesolliciteerd naar meer uren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit terecht niet gezien als het verrichten van meerdere sollicitatieactiviteiten maar als één sollicitatieactiviteit. Daarmee heeft eiseres niet voldaan aan de verplichting om vier (voldoende) concrete sollicitatieactiviteiten te ondernemen.

Naar het oordeel van de rechtbank was eiseres voldoende op de hoogte van haar sollicitatieverplichting. Weliswaar heeft verweerder niet expliciet in zijn beleid geformuleerd dat sollicitatieactiviteiten moeten worden ondernomen bij verschillende werkgevers, maar, zoals hiervoor al overwogen, vloeit dit impliciet uit de wet voort. Bij twijfel had het op de weg van eiseres gelegen hierover informatie in te winnen bij verweerder.

Het overtreden van de desbetreffende verplichting heeft op grond van de wettelijke bepalingen tot gevolg dat verweerder een maatregel moet opleggen. Artikel 6, eerste lid, van het Maatregelenbesluit TICA schrijft in een geval als dit in beginsel een korting van 20% gedurende 16 weken voor. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen grond aan te nemen dat er bij haar sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Verweerder heeft dan ook op goede gronden besloten over te gaan tot het opleggen van de desbetreffende maatregel.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit in rechte in stand kan worden gelaten.

Beslist wordt derhalve als volgt:

4. Beslissing

De Rechtbank Almelo,

Recht doende:

verklaart het beroep ongegrond.

Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na verzending hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Gewezen en in het openbaar uitgesproken op

door mr. M.L.J. Koopmans, in tegenwoordigheid van G.M. Middelhuis, griffier.

Afschrift verzonden op

CK