Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2004:AO4592

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-02-2004
Datum publicatie
01-03-2004
Zaaknummer
08/004641-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar vergrepen aan zijn dochter, die toen het seksueel misbruik begon slechts zeven jaar oud was. Verdachte heeft meerdere malen zijn penis in haar mond gestopt en ontuchtige handelingen met haar gepleegd. De rechtbank betrekt daarbij dat hij zijn dochter bestraft heeft toen deze tegen kennissen over het seksueel misbruik begon te vertellen. Het valt te vrezen dat een verstandelijk beperkt kind dat op zo jonge leeftijd misbruikt is, nog lange tijd de nadelige gevolgen van dit seksueel misbruik zal ondervinden. Een gevangenisstraf van lange duur is daarom de enig passende straf. De straf: gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan zes voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd van drie jaar gedraagt naar de aanwijzingen van de Reclassering, ook wanneer de aanwijzingen betrekking hebben op de contacten van veroordeelde met zijn (ex-) vrouw en dochter of sociale contacten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/004641-03

STRAFVONNIS

Uitspraak: 24 februari 2004

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1962,

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats]

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 mei 2003 te Enschede, (telkens) met [dochter] (geboren op [datum] 1994), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter], hebbende verdachte zijn penis in haar mond gestopt;

2.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 mei 2003 te Enschede, (telkens) met [dochter] (geboren op [datum] 1994), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

- het houden van zijn stijve penis tegen de bilnaad van [dochter] en het maken van bewegingen;

- het zich laten aftrekken door [dochter]; en/of

- het houden van zijn penis tegen [dochter]s mond;

3.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 mei 2003 te Enschede (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, [dochter], geboren op [datum] 1994, bestaande die ontucht uit:

- het houden van zijn stijve penis tegen de bilnaad van [dochter] en het maken van bewegingen;

- het zich laten aftrekken door [dochter]; en/of

- het houden van zijn penis tegen [dochter]s mond;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1, sub 2 en sub 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 mei 2003 te Enschede, telkens met [dochter] (geboren op [datum] 1994), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter], hebbende verdachte zijn penis in haar mond gestopt;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 mei 2003 te Enschede, telkens met [dochter] (geboren op [datum] 1994), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het houden van zijn stijve penis tegen de bilnaad van [dochter] en het maken van bewegingen; en/of

- het zich laten aftrekken door [dochter]; en/of

- het houden van zijn penis tegen [dochter]s mond;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 mei 2003 te Enschede (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, [dochter], geboren op [datum] 1994, bestaande die ontucht uit:

- het houden van zijn stijve penis tegen de bilnaad van [dochter] en het maken van bewegingen; en/of

- het zich laten aftrekken door [dochter]; en/of

- het houden van zijn penis tegen [dochter]s mond;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1, sub 2 en sub 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat bij de onder 2 en onder 3 bewezenverklaarde feiten sprake is van eendaagse samenloop in de zin van artikel 55 lid 1 van het Wetboek van strafrecht. De gepleegde ontucht valt in meer dan één strafbepaling, nu het slachtoffer zowel een persoon jonger dan 16 jaar als het minderjarig kind van verdachte is. Het bewezenverklaarde kan gekwalificeerd worden als het misdrijf van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht en als het misdrijf van artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht. Omdat deze strafbepalingen gelijk van gewicht zijn en beide bepalingen zich niet tot elkaar verhouden als een bijzondere strafbepaling tot een algemene, is de rechtbank vrij in haar keuze voor een van beide bepalingen. Aangezien de officier van justitie tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 25 november 2003 nadrukkelijk verzocht heeft om te kwalificeren volgens artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht en ook de rechtbank van oordeel is dat met deze kwalificatie de ernst van het feit het best tot uitdrukking wordt gebracht, kiest de rechtbank ervoor het onder 3 bewezenverklaarde feit te kwalificeren.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1, het misdrijf:

"met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren een handeling plegen die bestaat uit het seksueel binnendringen van het lichaam",

strafbaar gesteld bij artikel 244 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

en wat betreft sub 3, het misdrijf:

"ontucht plegen met zijn minderjarig kind",

strafbaar gesteld bij artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake het sub 1, sub 2 en sub 3 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest, en met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen haar te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, onder meer inhoudende dat verdachte zich moet houden aan de voorwaarden zoals deze in het Plan van Aanpak van de reclassering d.d 12 februari 2004 zijn vermeld.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar vergrepen aan zijn dochter, die toen het seksueel misbruik begon slechts zeven jaar oud was. Verdachte heeft louter ter bevrediging van zijn eigen lusten meerdere malen zijn penis in haar mond gestopt en ontuchtige handelingen met haar gepleegd. Verdachte heeft aldus de lichamelijke en psychische integriteit van zijn dochter geschonden en bovendien het vertrouwen dat een kind in haar vader mag hebben op grove wijze beschaamd. De rechtbank rekent het verdachte bovendien ten zeerste aan dat hij zijn dochter bestraft heeft toen deze tegen kennissen over het seksueel misbruik door haar vader begon te vertellen. Zo mocht zij niet mee op een schoolkamp. Het valt naar het oordeel van de rechtbank te vrezen dat een verstandelijk beperkt kind dat op zo jonge leeftijd misbruikt is, nog lange tijd de nadelige gevolgen van dit seksueel misbruik zal ondervinden. Een gevangenisstraf van lange duur is daarom de enig passende straf.

De rechtbank heeft voor wat betreft de persoon van verdachte acht geslagen op een Pro Justitia rapport d.d. 14 november 2003. Blijkens dit rapport is verdachte een vrij beperkte, kinderlijke en primitieve man die over weinig zelfinzicht beschikt. Dit beeld van verdachte ziet de rechtbank bevestigd in een voorlichtingsrapport van de reclassering d.d. 12 februari 2004. De rechtbank is met de rapporteur van de reclassering van oordeel dat verdachte om recidive te voorkomen een verplicht reclasseringscontact opgelegd dient te krijgen van maximale duur, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook wanneer dit intramurale behandeling inhoudt. De aan verdachte te stellen voorwaarden kunnen daarnaast inhouden dat verdachte niet of nauwelijks contact onderhoudt met zijn gezin, in het bijzonder zijn dochter en (ex-) vrouw, en zijn sociale contacten inzichtelijk moet houden.

De na te melden straf is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1, sub 2 en sub 3 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op drie jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, ook wanneer de aanwijzingen betrekking hebben op de contacten van veroordeelde met zijn (ex-) vrouw en dochter of sociale contacten en ook wanneer de aanwijzingen zullen inhouden dat de veroordeelde zich intramuraal moet laten behandelen in een door die instelling aan te wijzen kliniek met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 2 en sub 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Derks, voorzitter, mr. Beuving en mr. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Raat, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 februari 2004.