Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2004:AO4581

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-02-2004
Datum publicatie
27-02-2004
Zaaknummer
08/004390-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verdachte zou zich hebben schuldig gemaakt aan afpersing of diefstal met geweld, aan diefstal van een laptop uit een winkel, aan diefstal met braak van een of meer computers van een bedrijf, aan het belemmeren van de aanhouding van een ander in zijn woning en aan wederspannigheid tijdens zijn eigen aanhouding. uitsluitend de laatste twee feiten worden bewezen verklaard. mede rekening wordt gehouden met de pijn die verdachte zelf heeft opgelopen tijdens zijn aanhouding en met eerdere contacten met justitie wegens geweldsdelicten. Opgelegd worden twee weken gevangenisstraf, voorwaardelijk, en 500 euro boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/004390-03

STRAFVONNIS

Uitspraak: 24/2/2004.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[N.M.],

geboren te [geboorteplaats], op [datum] 1974,

wonende te [postcode, woonplaats]

[adres]

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 22 november 2002, in de gemeente Hengelo, althans in het arrondissement Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een bedrag aan geld en/of een enveloppe met (daarin) een bedrag aan geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een van zijn mededaders een (zilverkleurig) pistool, althans een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op/tegen het hoofd van die [benadeelde 1] heeft/hebben gehouden/geplaatst/gericht en hem (dreigend) heeft/hebben toegevoegd de woorden: "geld, geld, waar is je geld.." en/of "waar is je geld anders schiet ik je af", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

althans dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van bovengenoemd misdrijf, althans dat hij opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van bovengenoemd misdrijf;

art. 317, lid 1 Wetboek van Strafrecht.

art. 312, lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht.

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat:

hij op of omstreeks 22 november 2002, in de gemeente Hengelo, althans in het arrondissement Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bedrag aan geld, althans een enveloppe met (daarin) een bedrag aan geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of een van zijn mededaders een (zilverkleurig) pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op/tegen het hoofd van die [benadeelde 1] heeft/hebben gehouden/geplaatst/gericht en hem (dreigend) heeft/hebben toegevoegd de woorden: "geld, geld, waar is je geld.." en/of "waar is je geld anders schiet ik je af", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

althans dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van bovengenoemd misdrijf, althans dat hij opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van bovengenoemd misdrijf;

art. 310 Wetboek van Strafrecht.

art. 312, lid 1 Wetboek van Strafrecht.

art. 312, lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht.

art. 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

art. 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht. Wetboek van Strafrecht.

2.

hij op of omstreeks 26 september 2001, in de gemeente Tubbergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkel aan de Grotestraat aldaar, heeft weggenomen een laptop/computer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], althans de heer [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art. 310 Wetboek van Strafrecht.

art.311, lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht.

3.

hij in of omstreeks de periode van 21 juni 2002 tot en met 24 juni 2002, in de gemeente Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfs(pand) aan de Fred. Roeskestraat aldaar, heeft weggenomen een of meerdere computers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art. 310 Wetboek van Strafrecht.

art. 311, lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht.

art. 311, lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht.

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat:

hij in of omstreeks de periode van 21 juni 2002 tot en met 1 december 2002, in Hengelo, gemeente Hengelo (O), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere computers heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die computers wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art. 416, lid 1 ahf/onder a Wetboek van Strafrecht.

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat:

hij in of omstreeks de periode van 21 juni 2002 tot en met 1 december 2002, in Hengelo, gemeente Hengelo (O), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer computers heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die computers redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art. 417bis, lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht.

4.

hij op of omstreeks 9 december 2002, te 's- Gravenhage, toen G.T.H. Wilmot, hoofdagent van politie Haaglanden en/of W.L. Grotzinger, brigadier van politie Haaglanden en/of I. Baloglu, hoofdagent van politie Haaglanden en/of M.C. Stigter, agent van politie Haaglanden, belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten -buiten heterdaad- [derde persoon] als verdacht van overtreding van de artikelen 312 en/of 317 Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, wilden aanhouden en/of (daartoe) (met een machtiging) de woning van verdachte wilden betreden/betraden, deze door die opsporingsambtena(a)r(en) ter uitvoering van het bepaalde in artikel 54 van het Wetboek van Strafvordering ondernomen handeling(en) opzettelijk heeft belet en/of belemmerd en/of verijdeld door

-op aanbellen van die opsporingsambtena(a)r(en) niet (direct) te reageren en/of

-op de vraag of hij [derde persoon] was bevestigend te antwoorden en/of

-meermalen, althans eenmaal, beledigende en/of dreigende woorden te uiten naar

(een of meer van) die ambtena(a)r(en) en/of

-(telkens) verbaal die ambtena(a)r(en) lastig te vallen en/of

-met zijn, verdachtes, vinger (een) prikkende beweging(en) te maken naar het

gezicht, althans het hoofd van de zich in zijn, verdachtes, (directe) nabijheid

bevindende Grotzinger en/of

-een zogenaamde kopstoot(beweging) in de richting van/naar die Stigter te maken;

art. 184, lid 1 Wetboek van Strafrecht.

5.

hij op of omstreeks 9 december 2002 te 's- Gravenhage, toen de aldaar dienstdoende G.T.H. Wilmot, hoofdagent van politie Haaglanden en/of W.L. Grotzinger, brigadier van politie Haaglanden en/of I. Baloglu, hoofdagent van politie Haaglanden en/of M.C. Stigter, agent van politie Haaglanden, verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 184, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten politiebureau Zuid-West, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig

-meermalen, althans eenmaal, te rukken en/of te trekken in een andere richting

dan die waarin (een of meer van) die ambtena(a)r(en) hem, verdachte, trachtte(n) te

geleiden en/of

-(bij het omdoen van de transportboeien) een rukkende en/of trekkende beweging(en)

te maken en/of

-meermalen, althans eenmaal (achterwaarts) zgn. kopstootbeweging(en) te maken

in de richting van/naar de zich in zijn, verdachtes, (directe) nabijheid bevindende

Grotzinger;

art. 180 Wetboek van Strafrecht.

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 primair en subsidiair, sub 2 en sub 3 primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 4 en sub 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

4.

hij op 9 december 2002 te 's- Gravenhage, toen G.T.H. Wilmot, hoofdagent van politie Haaglanden en W.L. Grotzinger, brigadier van politie Haaglanden en I. Baloglu, hoofdagent van politie Haaglanden en M.C. Stigter, agent van politie Haaglanden belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten -buiten heterdaad- [derde persoon] als verdacht van overtreding van de artikelen 312 en/of 317 Wetboek van Strafrecht, wilden aanhouden en daartoe met een machtiging de woning van verdachte wilden betreden/betraden, deze door die opsporingsambtenaren ter uitvoering van het bepaalde in artikel 54 van het Wetboek van Strafvordering ondernomen handelingen opzettelijk heeft belemmerd door

-op de vraag of hij [derde persoon] was bevestigend te antwoorden en

-beledigende en dreigende woorden te uiten naar die ambtenaren

-en verbaal die ambtenaren lastig te vallen en

-met zijn, verdachtes, vinger prikkende bewegingen te maken naar het gezicht

van de zich in zijn, verdachtes, directe nabijheid bevindende Grotzinger en

-een zogenaamde kopstootbeweging in de richting van die Stigter te maken.

5.

hij op 9 december 2002 te 's- Gravenhage, toen de aldaar dienstdoende G.T.H. Wilmot, hoofdagent van politie Haaglanden en W.L. Grotzinger, brigadier van politie Haaglanden en I. Baloglu, hoofdagent van politie Haaglanden en M.C. Stigter, agent van politie Haaglanden, verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 184, hadden aangehouden en vastgegrepen, teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten politiebureau Zuid-West, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig

-te rukken en te trekken in een andere richting dan die waarin die ambtenaren hem,

verdachte, trachtten te geleiden en

-bij het omdoen van de transportboeien rukkende bewegingen te maken en

-achterwaarts zogenaamde kopstootbewegingen te maken in de richting van de

zich in zijn, verdachtes, directe nabijheid bevindende Grotzinger.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan verdachte sub 4 en sub 5 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 4, het misdrijf:

"Opzettelijk enige handeling door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belemmeren",

strafbaar gesteld bij artikel 184, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 5, het misdrijf:

"Wederspannigheid",

strafbaar gesteld bij artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake de feiten 3 meer subsididiar, 4 en 5 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden en 31 dagen, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van 2 jaar, alsmede dat civiele vordering van de benadeelde [benadeelde 1] niet-ontvankelijk zal worden verklaard,

met verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen notebook en teruggave van het inbeslaggenomen holster en een geldbedrag van € 4067,79 aan verdachte.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straffen behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee misdrijven tegen het openbaar gezag, te weten het belemmeren van een krachtens wettelijk voorschrift ondernomen ambtshandeling en -in aansluiting daarop- wederspannigheid. Aldus heeft verdachte

zowel het belang van bescherming van het ambtelijk gezag als de eis tot naleving van door het bevoegd gezag aan burgers gegeven bevelen, met voeten getreden. Bij dit alles is sprake geweest van gewelddadig (actief) verzet van verdachte tegen de betrokken politieambtenaren, bestaande naast rukken en trekken, ook uit het met de vingers maken van prikkende bewegingen naar het gezicht en plaatsen van kopstootbewegingen naar één of meer van die ambtenaren. Laatstbedoelde uitoefening van fysieke kracht dient verdachte met name te worden aangerekend, te meer nu hij blijkens het desbetreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister reeds meermalen terzake geweldsdelicten met justitie in aanraking is geweest.

Naast voormelde feiten en omstandigheden zal de rechtbank bij de straftoemeting echter ook rekening houden met de pijn die verdachte bij zijn aanhouding heeft ondervonden en het letsel dat hij daarbij heeft bekomen.

Tot slot zal de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht een eerdere veroordeling van verdachte in rekening brengen, te weten: het arrest van het gerechtshof te 's- Gravenhage d.d. 19 maart 2003, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een geldboete van tweehonderd euro, subsidiair 4 dagen hechtenis.

Het complete feitencomplex dient -alles tegen elkaar afwegende- naar het oordeel van de rechtbank te worden bestraft met een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, alsmede met een geldboete tot na te noemen bedrag.

Civiele vordering:

De rechtbank overweegt verder, dat [benadeelde 1], wonende te 7546 PE Enschede, Vretberg 8, ter zake van feit 1, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van € 14.921,17.

Naar het oordeel van de rechtbank dient deze vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu verdachte van het aan die vordering ten grondslag leggende feit zal worden vrijgesproken.

De na te melden straffen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10,14a,14b,14c,23,24,24c,27,57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 primair en subsidair, sub 2 en sub 3 primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 4 en sub 5 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van twee weken.

Beveelt dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte voorts tot betaling van een geldboete ten bedrag van vijfhonderd euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis gedurende tien dagen.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] eerdergenoemd,

niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte sub 4 en sub 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen holster en het inbeslaggenomen geldbedrag van € 4.067,79.

Gelast de teruggave van de onder verdachte inbeslaggenomen laptop, merk Toshiba, type Tecra, aan het bedrijf People Soft BV, gevestigd te Amsterdam, Kingsfordweg 43.

Aldus gewezen door mr. Stoové, voorzitter, mrs. Teeekman en Caminada, rechters, in tegenwoordigheid van Ter Haar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 februari 2004.