Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2003:AN8623

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-11-2003
Datum publicatie
20-11-2003
Zaaknummer
08/030226-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte maakte dankzij onbekendheid met de felheid van haar nieuwe auto ernstige brokken. Het telastegelegde misdrijf, ernstig onvoorzichtig rijden en daardoor schuld hebben aan het letsel van een ander als gevolg van de gevolgde aanrijding, wordt door de rechtbank niet bewezen verklaard. Wel bewezen wordt dat de verdachte gevaar heeft veroorzaakt op de weg. De opgelegde boete is 500 euro, geheel voorwaardelijk, mede in verband met de media-aandacht die de zaak heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 30226/03

STRAFVONNIS

Uitspraak: 18 november 2003

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[H.C.V.],

geboren te [geboorteplaats]op [datum] 1932,

wonende te [woonplaats en adres]

terechtstaande terzake dat:

zij op of omstreeks 05 december 2002 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede

rijdende over de weg, de Rande zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar

schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden

immers is zij, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

met dat door haar bestuurde motorrijtuig (personenauto), vanuit een aan die

weg gelegen garagebox, die garagebox achterwaarts is gaan uitrijden en

(vervolgens) in plaats van, door middel van het rempedaal, dat motorrijtuig af

te remmen, het gaspedaal heeft ingedrukt en (vervolgens) ingedrukt heeft

gehouden, waarna zij dat door haar bestuurde motorrijtuig niet en/of

onvoldoende onder controle heeft gehouden en/of de macht over het stuur heeft

verloren en/of met dat door haar bestuurde motorrijtuig met (zeer) hoge

snelheid genoemde weg achterwaarts is overgereden en/of (vervolgens) met die

(zeer) hoge snelheid is gekomen of gegaan in de tuin van perceel Rande 14

en/of (vervolgens) met die (zeer) hoge snelheid is aangereden of gebotst tegen

de voorgevel van perceel Rande 14,

waardoor een ander (genaamd [benadeelde]) zwaar lichamelijk letsel, te

weten een of meer ribbreuk(en) aan de linkerzijde en/of een schedelkneuzing

en/of een longkwetsing links en/of een borstholtebloeding links, of zodanig

lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 05 december 2002 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), als

bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), daarmee een aan de weg, de

Rande, gelegen garagebox, achterwaarts is uitgereden en (vervolgens) in

plaats van, door middel van het rempedaal, dat motorrijtuig af te remmen, het

gaspedaal heeft ingedrukt, waarna zij dat door haar bestuurde motorrijtuig

niet en/of onvoldoende onder controle heeft gehouden en/of de macht over het

stuur heeft verloren en/of met dat door haar bestuurde motorrijtuig met (zeer)

hoge snelheid genoemde weg achterwaarts is overgestoken en/of (vervolgens) met

die (zeer) hoge snelheid is gekomen of gegaan in de tuin van perceel Rande 14

en/of (vervolgens) met die (zeer) hoge snelheid is aangereden of gebotst tegen

de voorgevel van perceel Rande 14,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in haar verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte primair is tenlastegelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Met name is niet bewezen dat zij aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend een motorrijtuig heeft bestuurd.

De rechtbank is door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 05 december 2002 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), daarmee een aan de weg, de Rande, gelegen garagebox, achterwaarts is uitgereden en vervolgens in plaats van, door middel van het rempedaal, dat motorrijtuig af te remmen, het gaspedaal heeft ingedrukt, waarna zij dat door haar bestuurde motorrijtuig niet onder controle heeft gehouden en met dat door haar bestuurde motorrijtuig met hoge snelheid genoemde weg achterwaarts is overgestoken en vervolgens met die hoge snelheid is gekomen in de tuin van perceel Rande 14 en vervolgens met die hoge snelheid is gebotst tegen de voorgevel van perceel Rande 14, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

"Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994",

strafbaar gesteld bij artikel 177 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een haar strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, wordt veroordeeld tot een geldboete van 500 Euro voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en 1 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte was kort in het bezit van een auto uitgerust met automatisch transmissie systeem en was daar nog niet mee vertrouwd. Door de voor haar onverwachte felheid van de auto is zij in paniek geraakt en heeft zij de auto niet meer onder controle kunnen houden waardoor zij uiteindelijk met die auto tegen de voorgevel van een woning is gebotst. De rechtbank is van mening dat verdachte, die zoals zij zelf zegt al dertig jaar rijervaring heeft, onnodig gevaar op de weg heeft veroorzaakt nu zij niet heeft gereageerd zoals van een ervaren chauffeur kon en mag worden verwacht. De rechtbank zal aan verdachte een straf opleggen maar houdt daarbij rekening met het feit dat verdachte first offender is en al veel geleden heeft onder de media aandacht die het voorval heeft getrokken. Voorts houdt zij rekening met het feit dat het voorval bijna een jaar geleden is gebeurd.

De na te melden straf is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en 178 van de Wegenverkeerswet 1994.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het subsidiair tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een geldboete van 500 Euro bij niet betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Beveelt dat de geldboete niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Rikken, voorzitter, mr. Caminada en mr. Veurink, rechters, in tegenwoordigheid van Veldhuis, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 november 2003.