Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2003:AI0688

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-07-2003
Datum publicatie
01-08-2003
Zaaknummer
59011 KG ZA 03-181
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ProperMat heeft Pro Mat gesommeerd het gebruik van de naam Pro Mat met betrekking tot haar onderneming en de door haar op de markt gebrachte artikelen te staken, aan welke sommatie Pro Mat geen gehoor heeft gegeven

ProperMat vordert veroordeling van Pro Mat om binnen vijf dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, het gebruik van de naam "Pro Mat" (B.V.) en/of een daarop gelijkende naam met betrekking tot haar onderneming en de door haar op de markt gebrachte artikelen te staken en gestaakt te houden en alle in haar onderneming of elders gehanteerde uitingen, waarin deze naam voorkomt te (doen) vernietigen, (doen) verwijderen alsmede vernietigd en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,= per overtreding vermeerderd met een dwangsom van EUR 500,= voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de overtreding zal voortduren, met veroordeling van Pro Mat in de kosten van dit geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2003, 2
BIE 2003, 87

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Kort Geding

zaaknummer: 59011 / KG ZA 03-181

datum uitspraak vonnis: 29 juli 2003 (r.d.)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ProperMat B.V.,

gevestigd te Rhenen en kantoorhoudende te Elst (U),

eiseres,

verder te noemen: ProperMat,

advocaat: mr. T.J. van Veen te Ede,

procureur: mr. H.A.A. Kienhuis,

tegen

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijheid Pro Mat B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rijssen,

gedaagde,

verder te noemen: Pro Mat,

procureur: mr. W.B. Brusse.

Het procesverloop

ProperMat heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

Ter zitting van 21 juli 2003 zijn verschenen: ProperMat, bijgestaan door mr. Van Veen, en Pro Mat, bijgestaan door mr. Brusse. Van hetgeen is besproken is aantekening gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

- ProperMat is een onderneming die zich bezighoudt met het in hoofdzaak aan detailhandelsbedrijven leveren van entreetapijt, tapijt (al dan niet voorzien van logo's), matten en rollen tapijt voor binnen- en buitentoepassingen. Zij voert de handelsnaam ProperMat B.V., welke is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. ProperMat is op 27 september 1999 opgericht en op 1 oktober 1999 in het handelsregister ingeschreven. Voorafgaand aan de oprichting van eiseres is de naam gebruikt door haar rechtsvoorganger/ oprichter Propergenta B.V. en/of daarmee gelieerde vennootschappen;

- ProperMat is houdster van het woordmerk "ProperMat", welke sinds april 1992 is ingeschreven bij het Benelux Merkenbureau;

- Pro Mat is een onderneming die zich bezighoudt met het aan detailhandelsbedrijven leveren van entreematten en logomatten en alle overige promotionele artikelen, alsmede met de produktie van matten. Deze onderneming is op 9 mei 2003 opgericht en op

21 mei 2003 in het handelsregister ingeschreven;

- ProperMat heeft Pro Mat gesommeerd het gebruik van de naam Pro Mat met betrekking tot haar onderneming en de door haar op de markt gebrachte artikelen te staken, aan welke sommatie Pro Mat geen gehoor heeft gegeven.

2. ProperMat vordert veroordeling van Pro Mat om binnen vijf dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, het gebruik van de naam "Pro Mat" (B.V.) en/of een daarop gelijkende naam met betrekking tot haar onderneming en de door haar op de markt gebrachte artikelen te staken en gestaakt te houden en alle in haar onderneming of elders gehanteerde uitingen, waarin deze naam voorkomt te (doen) vernietigen, (doen) verwijderen alsmede vernietigd en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van e 10.000,= per overtreding vermeerderd met een dwangsom van e 500,= voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de overtreding zal voortduren, met veroordeling van Pro Mat in de kosten van dit geding.

3. ProperMat stelt daartoe dat door het gebruik van de naam Pro Mat als handelsnaam voor de onderneming van gedaagde bij het publiek verwarring te duchten valt tussen de ondernemingen van partijen, hetgeen op grond van artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw) verboden is. Daarnaast is het gebruik door gedaagde van het woord Pro Mat met betrekking tot de door haar op de markt gebrachte producten in strijd met het uitsluitend recht van eiseres tot het gebruik van het woordmerk ProperMat en derhalve in strijd met artikel 5a Hnw.

Volgens ProperMat heeft zij veel geïnvesteerd in reclameuitingen en pr en is zij daardoor marktleider in het betreffende segment geworden. Haar afnemers bevinden zich door geheel Nederland. Hoewel dit detailhandelaars zijn, handelen zij dikwijls in opdracht van een consument. ProperMat wenst met haar handelsnaam te associëren aan "proper" en "promoten", waardoor deze voldoende onderscheidend vermogen heeft.

Ten slotte stelt ProperMat een spoedeisend belang te hebben bij haar vordering, nu zij van klanten heeft vernomen dat er reeds verwarring tussen de ondernemingen is opgetreden.

4. Pro Mat heeft verweer gevoerd. Pro Mat betwist primair het spoedeisend belang van ProperMat bij haar vordering. Volgens Pro Mat had ProperMat de in artikel 6 Hnw genoemde kantongerechtsprocedure kunnen volgen en heeft ProperMat door op zeer korte termijn een kort gedingprocedure aanhangig te maken ProMat in haar verdediging willen schaden.

Voorts betwist Pro Mat gebruik te maken van het woordmerk ProperMat, nu op de door haar geproduceerde en geleverde matten geen merknaam wordt aangebracht.

Met betrekking tot de door haar gevoerde handelsnaam merkt Pro Mat op dat:

- haar afzetmarkt Overijssel betreft en in het bijzonder Twente;

- Pro Mat niet bekend is met het bedrijf van ProperMat en zij betwist dat ProperMat marktleider is in het betreffende segment;

- Pro Mat gelet op het vorenstaande ook niet bewust gekozen heeft voor een naam gelijkend op die van ProperMat. Bovendien is na een onderzoek door het handelsregister niet naar voren gekomen dat er elders in Nederland nog een bedrijf zou zijn met een naam gelijkend op Pro Mat;

- De produkten van beide ondernemingen elkaar slechts voor een klein gedeelte (zijnde de verkoop van binnenmatten met logo) overlappen. Pro Mat verkoopt immers ook andere promotionele artikelen, zoals vlaggen. ProperMat verkoopt voorts in tegenstelling tot Pro Mat ook buitenmatten en tapijten;

- Pro Mat in tegenstelling tot ProperMat geen tussenhandelaar is maar producent;

- Niet duidelijk is welke naam ProperMat nu precies gebruikt, nu in het handelsregister de naam in hoofdletters is vermeld en in de dagvaarding zowel gesproken wordt van ProperMat als Proper Mat;

- De namen ProperMat en Pro Mat zich voldoende van elkaar onderscheiden en geen verwarring valt te duchten bij het publiek. Immers "mat" is beschrijvend en met het woord "Pro" wenst Pro Mat te associeren aan promotie, terwijl "Proper" de associatie wekt van schoon;

- Het publiek dat kennisneemt van de handelsnamen met name deskundig publiek is, nu ProperMat uitsluitend aan detailhandelaars levert, van wie verwacht mag worden dat zij de markt en de marktpartijen goed kennen en derhalve minder snel in verwarring komen dat consumenten;

- Op grond van de vestigingsplaatsen (Elst en Rijssen) van beide ondernemingen te duchten verwarringsgevaar bij het publiek niet aannemelijk is.

5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang voldoende aannemelijk is geworden, nu ProperMat heeft gesteld dat er bij haar klanten reeds sprake is van verwarring tussen de ondernemingen van partijen, onder meer doordat er klanten door Pro Mat worden benaderd, welke stelling door Pro Mat onvoldoende gemotiveerd is betwist. Niet gezegd kan derhalve worden dat ProperMat door het op korte termijn aanspannen van deze kort gedingprocedure enkel Pro Mat heeft willen schaden in haar verdediging. De door Pro Mat genoemde procedure bij de kantonrechter op grond van artikel 6 Hnw betreft een bodemprocedure welke de mogelijkheid van een kort gedingprocedure in spoedeisende gevallen, in casu het geval, niet uitsluit.

6. Ter beoordeling staat vervolgens de vraag of gedaagde door het gebruik van de handelsnaam Pro Mat in strijd handelt met artikel 5 Hnw. Vast staat dat ProperMat haar handelsnaam sinds 1999 en derhalve langer voert dan Pro Mat. Voorts is gesteld noch gebleken dat ProperMat deze naam onrechtmatig voert.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het onderdeel "mat" in de beide namen beschrijvend en derhalve onvoldoende onderscheidend. Naast dit beschrijvende bestanddeel vormen de woorden "Proper" en "Pro" de kenmerkenden bestanddelen van de handelsnamen van de ondernemingen. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter zijn deze bestanddelen zowel auditief als visueel sterk op elkaar gelijkend. De precieze schrijfwijze is hierbij niet relevant. Bovendien kunnen beide woorden, mede gelet op de promotiematten die beide ondernemingen leveren, de associatie "promotie" wekken. Gelet op de aard van de ondernemingen (beide leveren binnenmatten met logo's) acht de voorzieningenrechter het voorshands aannemelijk dat verwarring tussen de ondernemingen bij het publiek valt te duchten. Hieraan doet niet af dat Pro Mat zelf matten produceert, het gaat om het op de markt brengen van het produkt. Tevens doet daaraan niet af dat beide ondernemingen ook andere produkten leveren.

7. Het gestelde van Pro Mat dat beide aan een deskundig publiek leveren, waardoor verwarring minder snel zal optreden, gaat niet op. Nog afgezien van het feit dat onder publiek in de zin van artikel 5 Hnw niet slechts afnemers dienen wordt te verstaan, is door ProperMat gesteld dat haar afnemers voor het overgrote deel in opdracht handelen van niet deskundig publiek, door Pro Mat niet betwist.

Voorts is gelet op het afzetgebied van beide ondernemingen te duchten verwarringsgevaar aannemelijk. Blijkens de door ProperMat ter terechtzitting getoonde klantenlijsten heeft zij immers onder meer klanten in het afzetgebied van Pro Mat, weshalve in het midden kan blijven of ProperMat al dan niet marktleider in haar segment is en naamsbekendheid geniet.

8. Op grond van het vooroverwogene is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat gedaagde door het gebruik van de handelsnaam Pro Mat in strijd handelt met artikel 5 Hnw.

Voorts is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat gedaagde door het gebruik van de handelsnaam Pro Mat tevens in strijd handelt met artikel 5a Hnw. Deze handelsnaam wijkt immers slechts in geringe mate af van het woordmerk ProperMat. Aangezien partijen (gedeeltelijk) dezelfde produkten verhandelen is bij het publiek verwarring omtrent de herkomst van deze produkten te duchten, ongeacht of Pro Mat haar produkten al dan niet van een merkteken voorziet.

9. Gelet op het bovenstaande is de vordering van ProperMat voor toewijzing vatbaar. De voorzieningenrechter ziet aanleiding een maximum te verbinden aan de gevorderde dwangsom. Voorts acht de voorzieningenrechter het redelijk de termijn waarbinnen Pro Mat aan de veroordeling dient te voldoen, te verruimen.

10. Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter hierbij met het oog op het gestelde van Pro Mat dat de vordering van ProperMat beperkt dient te worden tot Nederland, op dat dit overbodig is nu de bescherming die artikel 5 Hnw biedt zich slechts uitstrekt tot in Nederland gevoerde handelsnamen.

11. Pro Mat dient als de ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding te worden veroordeeld.

De beslissing

I. Veroordeelt gedaagde om binnen een maand na betekening van dit vonnis het gebruik van de naam "Pro Mat" (B.V.) en/of een daarop sterk gelijkende naam met betrekking tot haar onderneming en de door haar op de markt gebrachte artikelen te staken en gestaakt te houden en alle in haar onderneming of elders gehanteerde uitingen, waarin deze naam voorkomt te (doen) vernietigen, (doen) verwijderen alsmede vernietigd en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van e 10.000,= per overtreding vermeerderd met een dwangsom van e 500,= voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de overtreding zal voortduren met een maximum van e 200.000,=.

II. Veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op e 273,20 aan verschotten en e 750,= aan salaris van de procureur.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Inden, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.