Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2003:AG0126

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-06-2003
Datum publicatie
15-06-2003
Zaaknummer
08/002017-02 en 08/002018-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beklag over inbeslagneming (en het verzoek tot ter beschikking stelling aan klaagster, [Aegon Nederland N.V.], voornoemd) van de onder de verdachten [verdachte 1] en [verdachte 2] in beslag genomen dossiers, zoals genoemd in bijlage 2 bij het klaagschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

SAS-nummer: 03/225

Parketnummers: 08/002017-02 en 08/002018-02

BESCHIKKING ex 552a SV

De rechtbank te Almelo, meervoudige raadkamer:

Gezien het op 22 mei 2003 ter griffie van deze rechtbank ingekomen klaagschrift met bijlagen, ingediend door J.T.J. Hoedemakers, namens:

AEGON Nederland N.V.,

alsmede de in een bijlage bij het klaagschrift genoemde groepsvennootschappen,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

verder te noemen klaagster,

houdende beklag over inbeslagneming (en het verzoek tot ter beschikking stelling aan klaagster voornoemd) van de onder de verdachten [verdachte 1] en [verdachte 2] in beslag genomen dossiers, zoals genoemd in bijlage 2 bij het klaagschrift.

Gezien voorts de op 7 mei 2003 door deze rechtbank en kamer gegeven beschikking naar aanleiding van een op 15 april 2003 ingekomen klaagschrift van klaagster voornoemd.

Gezien tenslotte het door de officier van justitie in dit arrondissement overgelegde strafdossier met bovengenoemde parketnummers, ten name van verdachten voornoemd, betrekking hebbend op de feiten naar aanleiding waarvan voormelde inbeslagneming is geschied.

Gelet op het openbare onderzoek in raadkamer, d.d. 4 juni 2003, alwaar zijn gehoord:

de officier van justitie,

de heren J.O. van Klinken, senior bedrijfsjurist, en E. Lagendijk, directeur juridische zaken, namens klaagster, bijgestaan door de raadsman mr. D.V.A. Brouwer,

de verdachten [verdachte 1] en [verdachte 2] voornoemd, bijgestaan door respectievelijk mr. L. de Leon en mr. R.F. Speijdel.

O V E R W E G E N D E:

In de hiervoor genoemde beschikking van 7 mei jl. is onder meer - zakelijk weergegeven - overwogen dat in het destijds ingediende klaagschrift geen documenten waren gespecificeerd en werd evenmin aangegeven welk belang klaagster had bij het niet toevoegen van die documenten aan het procesdossier.

Thans heeft klaagster zich wederom beklaagd over de inbeslagname, maar is namens haar gespecificeerd om welke documenten het gaat en welk belang is gediend bij het niet toevoegen van die documenten aan het procesdossier.

Ter terechtzitting is door mr. De Leon voornoemd betoogd dat klaagster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar beklag omdat zij reeds eerder beklag heeft gedaan en daarop is beslist; er zou aldus sprake zijn van een verkapt hoger beroep. Naar het oordeel van de rechtbank zijn in het onderhavige beklag nieuwe feiten aangevoerd nu klaagster, in tegenstelling tot haar vorige klaagschrift, thans de documenten heeft gespecificeerd en gecategoriseerd en namens haar is aangegeven welk belang zij heeft bij het niet aan het procesdossier toevoegen van die bepaalde documenten. In dat geval is een hernieuwd beklag mogelijk zodat klaagster ontvankelijk is in haar beklag.

Reeds in de op 7 mei 2003 gegeven beschikking heeft de rechtbank overwogen dat de verdediging een zwaarwegend belang heeft bij toegang tot voor haar mogelijk belangrijke documenten. Ter terechtzitting heeft mr. De Leon gesteld dat de verdachten en hun raadslieden slechts op bepaalde tijdstippen en onder toezicht in het Huis van Bewaring en via een CD-ROM kennis kunnen nemen van de inhoud van genoemde documenten. Dit is bevestigd door de officier van justitie. Volgens mr. De Leon is deze wijze van inzage tijdrovend en omslachtig en wordt aldus het verdedigingsbelang, dat ziet op een volledige en toegankelijke inzage in de stukken, geschonden. Bovendien staat de officier van justitie niet toe dat prints worden gemaakt van de CD-ROM en dat de CD-ROM wordt gekopieerd.

De rechtbank is van oordeel dat onder “processtukken” moet worden verstaan: alles wat aan het dossier wordt toegevoegd door de opsporende en vervolgende instanties alsook alles waarover deze instanties beschikken en daaruit ten behoeve van een “fair trial” zouden moeten toevoegen. Niet gebleken is dat de officier van justitie of de rechter-commissaris in strafzaken hebben besloten om in de onderhavige strafzaken verdachte(n) bepaalde processtukken te onthouden, welke mogelijkheid artikel 30 lid 2 Wetboek van Strafvordering biedt. Buiten kijf is - zo volgt ook uit artikel 34 Wetboek van Strafvordering - dat de beginselen van behoorlijke procesorde met zich brengen dat de verdachte het recht heeft om kennis te kunnen nemen van al het beschikbare bewijsmateriaal. Dit recht op informatie vindt tevens steun in artikel 6 lid 3, a en b EVRM. De op CD-ROM gekopieerde documenten zijn nog niet toegevoegd aan het dossier. De rechtbank is van oordeel dat deze bij de verdachten zelf inbeslaggenomen zaken behoren tot die documenten waarvan zij mede zouden moeten kunnen beoordelen of die ten behoeve van een fair trial aan het procesdossier zouden moeten worden toegevoegd.

Gegeven de omstandigheden waaronder verdachte [verdachte 1] en zijn raadman mr. De Leon in de gelegenheid worden gesteld om kennis te nemen van de stukken is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende sprake van een behoorlijke mate van toegankelijkheid van het onderzoek. Aannemelijk is dat toegang tot de stukken via een CD-ROM of een andere kennisdrager, gelet op de omvang van het strafdossier, tijdrovender en moeizamer is dan raadpleging van het fysieke dossier. Verdachten hoeven derhalve geen genoegen te nemen met genoemde informatiedragers, tenzij het niet mogelijk is om op andere wijze toegang te krijgen tot de processtukken dan met behulp van die voorzieningen. Door inzage in het fysieke dossier te onthouden ontbreekt ook de mogelijkheid om de juistheid van de stukken of de volledigheid van het procesdossier te controleren, althans wordt deze ernstig bemoeilijkt.

Uit het voorgaande volgt dat het belang van de verdediging om toegang te hebben tot voor haar mogelijk belangrijke stukken - welke belang in het Wetboek van Strafvordering is gewaarborgd - nog steeds bestaat. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat dit belang nog steeds zwaarder weegt dan het belang van klaagster die stelt dat mogelijke openbaarmaking van bepaalde stukken haar en haar klanten kan schaden. Het belang van strafvordering verzet zich thans derhalve tegen afgifte van stukken aan klaagster, zodat het beklag moet worden afgewezen.

Gelet op artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering.

B E S C H I K K E N D E :

Wijst voormeld beklag af.

Aldus beslist en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2003 door mr. Derks, voorzitter, mrs. Berg en Van der Veer, rechters, in tegenwoordigheid van Endlich, griffier.

Deze beschikking is door de voorzitter en de griffier ondertekend.