Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2003:AF8504

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-05-2003
Datum publicatie
13-05-2003
Zaaknummer
08/000324-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/000324-02.

STRAFVONNIS

Uitspraak: 13 mei 2003.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[C.X. L.],

geboren te [geboorteplaats (China)],

op [geboortedatum 1960],

zonder bekende vast woon- of verblijfplaats,

thans verblijvende in het Huis van Bewaring te [plaats HvB],

terechtstaande terzake dat:

hij op of omstreeks 10 november 2002, in de gemeente Enschede, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [voorletter] [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een hakbijl, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen althans eenmaal,

op de halsstreek, althans de nek, in elk geval het lichaam, van deze [slachtoffer] ingehakt, of

tegen/in de halsstreek, althans de nek, in elk geval het lichaam, van deze [slachtoffer] geslagen/gesneden, tengevolge waarvan deze [slachtoffer] is overleden;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 november 2002, in de gemeente Enschede, opzettelijk [voorletter] [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet, met een hakbijl, meermalen, in de halsstreek van deze [slachtoffer] geslagen, tengevolge waarvan deze [slachtoffer] is overleden;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden;

De verdachte heeft ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, verklaard:

Ik wilde met mijn vrouw teruggaan naar China. Zij wilde dat niet. Ik heb haar gezegd dat ik dan naar de politie zou gaan. Mijn vrouw heeft een mes gepakt en wilde mij daarmee slaan. Ik heb daarop dat mes van haar afgepakt en met dat mes heb ik haar toen twee keer geslagen.

Voor zover verdachte zich beroept op noodweer, verwerpt de rechtbank dit beroep en heeft dienaangaande overwogen:

Dat het slachtoffer verdachte met een hakbijltje of mes is aangevallen is niet komen vast te staan.

Verdachte heeft ter zitting bovendien aangegeven dat hij in de door hem gestelde bedreigende situatie het bijltje heeft afgenomen en dat hij er vervolgens voor had kunnen kiezen het vertrek te verlaten. Verdachte handelde niet uit angst maar, volgens eigen zeggen, uit boosheid. Het uit boosheid doden van zijn vrouw, die op bed lag en daarin werd neergedrukt door verdachte wordt ook niet gerechtvaardigd indien de boosheid door de vrouw zelf zou zijn veroorzaakt.

Van enige noodzakelijkheid om te handelen zoals verdachte heeft gedaan, is niet gebleken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

"Doodslag",

strafbaar gesteld bij artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake "moord" wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaren, met aftrek van het voorarrest,

onttrekking aan het verkeer van het valse paspoort, teruggave aan verdachte van de nrs. 8-11 van de beslaglijst en onttrekking aan het verkeer van de overige inbeslaggenomen voorwerpen;

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en de maatregel behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zijn echtgenote, de moeder van zijn dochter, van het leven beroofd. De omstandigheden van het geval zijn dusdanig dat daarop slechts met een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur kan worden gereageerd.

De rechtbank overweegt dat aannemelijk is geworden dat verdachte zich gedurende enkele jaren in een positie gedwongen heeft gevoeld waarbij zijn dagelijks leven en zijn welzijn in belangrijke mate werden beheerst door zijn vrouw. Zij immers was het die in belangrijke mate bepaalde waar hij zou werken -ver van de echtelijke woning- terwijl zij er een liefdesrelatie op na hield met tenminste één ander - van welk feit hijzelf en zijn leefomgeving op de hoogte waren. Zijn wens om samen terug te keren naar China werd door haar niet gedeeld, hetgeen hem frustreerde en heeft geleid tot een uitbarsting van boosheid onder invloed waarvan hij zijn vrouw heeft gedood.

Bij het vaststellen van na te melden straf heeft de rechtbank acht geslagen op het omtrent verdachte uitgebrachte rapport van Drs. I.E.I.M. van Eynde, klinisch psycholoog-psychotherapeut.

De rechtbank is van oordeel dat de navolgende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: 1 vals paspoort ten name van [derde belanghebbende] en de op de "lijst van inbeslaggenomen voorwerpen" onder 1 tot en met 6 vermelde goederen, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien deze aan verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang en die voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, dan wel kunnen dienen tot de belemmering van de opsporing van soortgelijke feiten.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormeld artikel, op de artikelen 10, 27, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van zeven jaren.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen valse paspoort op naam van [derde belanghebbende] en de op de aangehechte "lijst van inbeslaggenomen voorwerpen" onder nrs. 1 tot en met 6 vermelde goederen..

Gelast de teruggave aan verdachte van een mobiele telefoon, merk Ericson en 2 instappers en het paspoort op naam van verdachte.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Berg, voorzitter, mr. Teekman en mr. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van Feijer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 mei 2003.