Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2003:AF7758

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
25-03-2003
Datum publicatie
24-04-2003
Zaaknummer
08/000242-02 e.a.
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/000242-02

08/006294-02

08/006110-02

08/007035-01 (Vord.tul.)

08/006567-00 (Vord.tul.)

STRAFVONNIS

Uitspraak: 25/03/2003.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[F.T.],

geboren te Almelo, op [1978],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Utrecht -huis van bewaring locatie Nieuwegein,

terechtstaande terzake dat:

Voor wat betreft parketnummer 08/000242-02:

hij op of omstreeks 8 september 2002, in de gemeente Almelo, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een vrouw genaamd [vrouw] (geboren op [1985]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [vrouw], hebbende verdachte (telkens) zijn, verdachtes penis in de vagina en/of de mond van die [vrouw] geduwd/gebracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens) (met kracht) tegen het lichaam van die [vrouw] heeft geduwd en/of (het bovenlichaam van) die [vrouw] tegen de grond heeft geduwd/gedrukt en/of -terwijl die [vrouw] op de grond lag- bovenop (de benen van) die [vrouw] is gaan zitten en/of (vervolgens) die [vrouw] bij de polsen heeft vastgepakt en/of (vervolgens) die [vrouw] (meermalen) (met kracht) in het gezicht en/althans (elders) tegen het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens) de broek van die [vrouw] heeft losgemaakt en/of het shirt van die [vrouw] omhoog heeft geschoven en/of de broek en/of de onderbroek van die [vrouw] heeft uitgetrokken en/of het hoofd en/of de haren van die [vrouw] (met kracht) heeft vastgepakt en/of (meermalen) tegen die [vrouw] heeft gezegd -zakelijk weergegeven- dat zij haar bek moest houden en/of gebruik heeft gemaakt van het lichamelijk overwicht dat hij, verdachte, op die [vrouw] had en/of (aldus) voor die [vrouw] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Art. 242 Wetboek van Strafrecht.

Voor wat betreft parketnummer 08/006294-02:

1.

hij op of omstreeks 29 juni 2002, te Almelo, opzettelijk en wederrechtelijk een (personen)auto, geheel of ten dele toebehorende aan [man], in ieder geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt, door toen daar opzettelijk en wederrechtelijk (met kracht) tegen een ruit en/of de motorkap en/of de voorspatborden, in/van die (personen)auto te schoppen;

art. 350, lid 1 Wetboek van Strafrecht.

2.

hij op of omstreeks 29 juni 2002 te Almelo, toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en), te weten [ambtenaar 1], brigadier van de politie Twente en/of [ambtenaar 2], agent van de politie Twente, verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en), te weten van overtreding van artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of door met zijn hoofd een slaande beweging in de richting van die [ambtenaar 2]te maken;

art. 180 Wetboek van Strafrecht.

En voor wat betreft parketnummer 08/006110-02:

1.

hij op of omstreeks 24 maart 2002 te Almelo, een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) (die zich in de omgeving van café De Tapperij aldaar bevonden) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (ten overstaan van voornoemde perso(o)n(en) een mes ter hand genomen en/of die perso(o)n(en) dat mes getoond en/of (daarbij) deze opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "Ik steek jullie allemaal nog neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art. 285, lid 1 Wetboek van Strafrecht.

2.

hij op of omstreeks 24 maart 2002 te Almelo, heeft gedragen een mes, althans een steekwapen, in elk geval een voorwerp waarvan, gelet op de aard en/of de omstandigheden waaronder dat voorwerp werd aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dat voorwerp voor geen ander doel bestemd was dan om letsel aan personen toe te brengen dan wel te dreigen en dat voorwerp niet onder de categorieën I, II of III van genoemde wet valt, zijnde een voorwerp als bedoeld in de categorie IV van de Wet wapens en munitie;

art. 27, lid 1 Wet wapens en munitie.

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/000242-02, parketnummer 08/006294 en parketnummer 08/006110-02 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van parketnummer 08/000242-02:

hij op 8 september 2002, in de gemeente Almelo, door geweld en bedreiging met geweld, een vrouw genaamd [vrouw] (geboren [1985]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [vrouw], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina en de mond van die [vrouw] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte met kracht tegen het lichaam van die [vrouw] heeft geduwd en die [vrouw] tegen de grond heeft geduwd en -terwijl die [vrouw] op de grond lag- bovenop (de benen van) die [vrouw] is gaan zitten en vervolgens die [vrouw] bij de polsen heeft vastgepakt en vervolgens die [vrouw] meermalen in het gezicht heeft geslagen/gestompt en vervolgens de broek van die [vrouw] heeft losgemaakt en het shirt van die [vrouw] omhoog heeft geschoven en de broek en de onderbroek van die [vrouw] heeft uitgetrokken en het hoofd en de haren van die [vrouw] heeft vastgepakt en meermalen tegen die [vrouw] heeft gezegd -zakelijk weergegeven- dat zij haar bek moest houden en gebruik heeft gemaakt van het lichamelijk overwicht dat hij, verdachte, op die [vrouw] had en aldus voor die [vrouw] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Ten aanzien van parketnummer 08/006294-02:

1.

hij op 29 juni 2002, te Almelo, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, toebehorende aan [man], heeft beschadigd, door toen daar opzettelijk en wederrechtelijk met kracht tegen een ruit en de motorkap en de voorspatborden van die personenauto te schoppen.

2.

hij op 29 juni 2002 te Almelo, toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren, te weten [ambtenaar 1], brigadier van de politie Twente en [ambtenaar 2], agent van de politie Twente, verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, te weten van overtreding van artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht, hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden en door met zijn hoofd een slaande beweging in richting van die [ambtenaar 2] te maken.

en ten aanzien van parketnummer 08/006110-02:

1.

hij op 24 maart 2002 te Almelo, onbekend gebleven personen die zich in de omgeving van café De tapperij aldaar bevonden, heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend ten overstaan van voornoemde personen een mes ter hand genomen en die personen dat mes getoond en daarbij opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "Ik steek jullie allemaal nog neer".

2.

hij op 24 maart 2002 te Almelo, heeft gedragen een mes, zijnde een voorwerp als bedoeld in de categorie IV van de Wet wapens en munitie.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het ten laste gelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummers 08/000242-02, 08/006294-02 en 08/006110-02 meer of anders is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft parketnummer 08/000242-02, het misdrijf:

"Verkrachting",

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft parketnummer 08/006294-02 sub 1, het misdrijf:

"Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen",

strafbaar gesteld bij artikel 350, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft parketnummer 08/006294-02 sub 2, het misdrijf:

"Wederspannigheid",

strafbaar gesteld bij artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht.

wat betreft parketnummer 08/006110-02 sub 1, het misdrijf:

"Bedreiging met zware mishandeling",

strafbaar gesteld bij artikel 285, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

en wat betreft parketnummer 08/006110-02 sub 2, de overtreding:

"Handelen in strijd met artikel 27, lid 1 van de Wet wapens en munitie",

strafbaar gesteld bij artikel 54 van die wet.

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake het onder parketnummer 08/000242-02, parketnummer 08/006294-02 sub 1 en sub 2 en parketnummer 08/006110-02 sub 1 en sub 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest,

met onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen mes, alsmede met toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde partij [vrouw] en oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel.

Ten aanzien van de onder parketnummers 08/007035-01 en 08/006567-00 ingediende vorderingen na voorwaardelijke veroordeling, heeft de officier van justitie gevorderd dat telkens last tot tenuitvoerlegging zal worden gegeven van de straffen ten aanzien waarvan bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zouden worden tenuitvoergelegd.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en de maatregelen behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. Het slachtoffer in deze zaak is tegen haar wil en onder toepassing van grof fysiek geweld, door verdachte misbruikt voor de bevrediging van zijn seksuele lusten. Verdachte heeft zich daarbij niet bekommerd om het lichamelijk en geestelijk leed dat het slachtoffer door zijn handelen heeft moeten ondervinden. Een dergelijk grove aantasting van de lichamelijke integriteit dient naar het oordeel van de rechtbank zwaar te worden bestraft.

Over de persoon van verdachte is gerapporteerd door de klinisch psycholoog-psychotherapeut I.E.I.M. van Eynde. Hij concludeert dat bij verdachte sprake is van sterke antisociale en afhankelijke trekken, met mogelijk een psychopathiforme ontwikkeling, leidend tot recidiverend crimineel gedrag. De gedragsdeskundige constateert geen geestesstoornis of gebrekkige verstandelijke ontwikkeling -ook niet ten tijde van het begaan van het feit- bij verdachte en hij acht verdachte volledig toerekenbaar. De rechtbank neemt de conclusies van het rapport over. Zij is van oordeel dat verdachte volledig verantwoordelijk kan worden gesteld voor hetgeen hij het slachtoffer heeft aangedaan.

Behalve aan voormeld feit, heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan vernieling, wederspannigheid, bedreiging en verboden wapenbezit. In dit verband rekent de rechtbank het verdachte met name aan dat hij eerder terzake soortgelijke, dan wel op aanverwant terrein gelegen delicten, met justitie in aanraking kwam.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte -die door eerdergenoemde gedragsdeskundige detentiegeschikt wordt bevonden- een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur als door de officier van justitie gevorderd, behoort te worden opgelegd.

De rechtbank zal voor het onder parketnummer 08/006110-02 sub 2 bewezen verklaarde feit een geldboete van na te noemen bedrag opleggen, nu dat feit een overtreding betreft, waarvoor ingevolge artikel 62 Wetboek van Strafrecht afzonderlijk straf dient te worden opgelegd.

De rechtbank brengt voorts, overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht, in rekening:

-de gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, alsmede

-de gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk,

waartoe verdachte respectievelijk bij vonnis van de politierechter te Almelo d.d. 18 april 2002 en bij arrest van het gerechtshof te Arnhem d.d. 26 april 2002 is veroordeeld.

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen mes vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, nu met betrekking tot dat voorwerp de hiervoor in de zaak onder parketnummer 08/006110-02 bewezen verklaarde feiten zijn begaan, terwijl dat voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Civiele vordering:

De rechtbank overweegt verder, dat [vrouw], in de zaak onder parketnummer 08/000242-02, zich via het in artikel 51 van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van € 2235,= (na correctie door de rechtbank € 2205,=) bestaande uit de volgende posten: materiële schade, te weten kleding en schoenen € 205,= en immateriële schade

€ 2000,=.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze niet gemotiveerd door verdachte betwiste, vordering van de benadeelde partij (zoals gecorrigeerd) geheel gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht.

De schade bedraagt het (gecorrigeerde) gevorderde bedrag van € 2205,= zodat de vordering toewijsbaar is.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit is toegebracht.

De na te melden straf en maatregelen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10,23,24,24c,27,36b,36c,36f,57,62 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging wegens recidive, betreffende parketnummer

08/007035-01:

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo van 24 oktober 2002, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 18 april 2002 opgelegde voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf, van oordeel dat die vordering behoort te worden toegewezen, nu is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd meermalen aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering tenuitvoerlegging wegens recidive, betreffende parketnummer

08/006667-00:

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo van 18 maart 2003, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van deze rechtbank van 13 november 2001 opgelegde voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf, van oordeel dat de oproeping behoort te worden nietig verklaard, nu ter terechtzitting niet is kunnen worden vastgesteld dat de oproeping op de bij de wet voorgeschreven wijze is uitgereikt. Veroordeelde is weliswaar ter terechtzitting verschenen, maar zijn aanwezigheid betrof niet de onderhavige zaak met bovenvermeld parketnummer.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het onder parketnummer 08/000242-02, parketnummer 08/006294-02 en parketnummer08/006110-2 ten laste gelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

drie jaren.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen mes.

Veroordeelt verdachte, terzake van het onder parketnummer 08/000242-02 bewezen feit tot betaling aan de benadeelde partij [vrouw], wonende te [woonplaats], van een bedrag groot: € 2205,= (zegge: tweeduizend tweehonderdvijf euro).

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 2205,= ten behoev e van de benadeelde [vrouw], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 44 dagen zal worden toegepast

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer

08/000242-02, parketnummer 08/006294-02 en parketnummer 08/006110-02 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Betreffende parketnummer: 08/007035-01:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 18 april 2002, te weten van 2 maanden gevangenisstraf.

Betreffende parketnummer: 08/006567-00:

Verklaart de oproeping nietig.

Aldus gewezen door mr. Stoové, voorzitter, mrs. Teekman en Veurink, rechters, in tegenwoordigheid van Ter Haar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 maart 2003.