Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2003:AF3455

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-01-2003
Datum publicatie
28-01-2003
Zaaknummer
55813 KG ZA 03-17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Kort Geding

zaaknummer: 55813 KG ZA 03-17

datum uitspraak vonnis: 28 januari 2003 (mmv)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te Hilversum,

eiser,

verder te noemen: [eiser],

procureur: mr. H.A.A. Kienhuis,

advocaat: mr. J.H.A. van der Grinten te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AKZO Nobel Base Chemicals BV,

gevestigd te Amersfoort, ook kantoorhoudend te Farmsum en Hengelo,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AKZO Nobel Functional Chemicals BV,

gevestigd te Amersfoort,

3. de naamloze vennootschap AKZO Nobel NV,

gevestigd te Arnhem,

gedaagden,

verder te noemen AKZO Nobel Base Chemicals, AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV,

procureur mr. N.P.M. Haas,

advocaat: mr. G.C.W. van der Feltz te Den Haag,

en

4. de naamloze vennootschap Railion Benelux NV,

gevestigd te Utrecht

gedaagde,

verder te noemen: Railion,

advocaat: mr. A.D.J. van Ruyven te Utrecht.

Het procesverloop

[eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

Ter zitting van 21 januari 2003 heeft [eiser] zijn vordering doen toelichten door zijn advocaat.

AKZO Nobel Base Chemicals,Railion, AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV hebben verweer gevoerd bij monde van hun advocaten.

Alle partijen hebben pleitnota's en producties overgelegd.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast. [eiser] woont in Hilversum op een afstand van enkele honderden meters van een spoorlijn. AKZO Nobel Base Chemicals produceert op drie locaties in Nederland chloor (Rotterdam, Delfzijl en Hengelo). Railion, een toegelaten spoorvervoerder die beschikt over een tot 1 maart 2003 geldig Veiligheidsattest, vervoert krachtens overeenkomst met AKZO Nobel Base Chemicals, chloor per spoor van Delfzijl en Hengelo naar Rotterdam. In 2002 werd op die manier ongeveer 65.000 ton chloor vervoerd. Op deze transporten is een samenstelsel van nationale en internationale regels en voorschriften van toepassing: het zogenoemde chloorregime. Railion beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 29a van de Spoorwegwet alsmede de richtlijn 95/18/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1995.

De chloortransporten lopen onder andere via Hilversum.

Op 20 december 2002 is tussen de staatssecretaris van VROM en de minister van Economische zaken enerzijds en AKZO Nobel Base Chemicals, AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV anderzijds een overeenkomst (het Convenant) gesloten waarin onder meer is overeengekomen dat, bijzondere omstandigheden daargelaten, op 1 januari 2006 een einde komt aan de structurele chloortransporten in opdracht van AKZO Nobel.

2. [eiser] vordert, kort weergegeven, gedaagden te gebieden met onmiddellijke ingang alle chloortransporten tussen Delfzijl respectievelijk Hengelo en Rotterdam te beëindigen en beëindigd te houden, met bepaling van een dwangsom van € 50.000,-- voor iedere keer dat een gedaagde zich niet aan dat gebod houdt, met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

[eiser] stelt daartoe onder meer het volgende. Chloortransporten leveren enorme (veiligheids)risico's op. Indien het al zo zou zijn dat de kans op een ongeval met een chloortrein beperkt is, en [eiser] betwijfelt dat ten zeerste, geldt dat de gevolgen van een ongeval weergaloos rampzalig zijn. Het risico van een ongeval is groter dan door de overheid, AKZO Nobel Base Chemicals en Railion wordt aangenomen: bij de berekening van de risico's is uitgegaan van een behoorlijke staat van onderhoud van het spoor. Uit diverse uitlatingen van verschillende betrokkenen blijkt dat die staat van onderhoud niet goed is: toenmalig minister Pronk spreekt van een zorgenbarende spoorwegveiligheid, de huidige minister De Boer stelt dat hij zich is rotgeschrokken van de staat van onderhoud van het Nederlandse spoorwegennet en de directeur van ProRail, Klerk, heeft het over een verwaarloosd en uitgewoond spoor. Ook de voorzitter van de Raad voor de Transportveiligheid heeft gewezen op de kwetsbare situatie van spoor en spoorwegorganisatie. Nu het kennelijk niet in de macht van AKZO Nobel Base Chemicals en Railion ligt om extra veiligheidsmaatregelen te nemen, is stopzetting van de chloortransporten de enige mogelijkheid om de gevaarzetting te beëindigen.

Voorts schiet de gehanteerde normering tekort: de gebruikte risicobegrippen zijn geschikte begrippen voor vergelijkend onderzoek, maar ongeschikt om als norm voor toelaatbaarheid te worden gebruikt.

In de risicoanalyse is geen rekening gehouden met sabotage of terroristische aanslagen, hoewel sinds 11 september 2001 het inzicht bestaat dat voor onmogelijk gehouden aanslagen toch plaats kunnen vinden.

[eiser] wijst er verder nog op dat de gevolgen van een ongeval met chloor mede zo desastreus zijn omdat na zo'n ongeval nauwelijks adequate hulp kan worden geboden, omdat het getroffen gebied ontoegankelijk is.

Nu de chloortransporten slechts één enkel belang dienen, een relatief gering financieel belang van AKZO Nobel Base Chemicals, dient het maatschappelijk belang bij veiligheid te prevaleren. Het laten voortbestaan van de huidige gevaarlijke situatie, is in strijd met de zorgvuldigheid die AKZO Nobel Base Chemicals als pretens maatschappelijk verantwoord ondernemend bedrijf in acht heeft te nemen.

3. AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV verweren zich als volgt. AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV laten geen chloor door Nederland transporteren. Zij staan slechts in concernverband tot AKZO Nobel Base Chemicals en zij zijn voor het overige geen partij bij de overeenkomsten aangaande de chloortransporten.

4. AKZO Nobel Base Chemicals verweert zich, kort weergegeven, als volgt.

De veiligheid van het spoor is een kerntaak van Pro Rail en ter wille van de veiligheid wordt het spoor voortdurend gecontroleerd. [eiser] heeft op generlei wijze aannemelijk gemaakt dat Pro Rail haar veiligheidstaken niet naar behoren uitvoert en/of dat er zich op het deel van het spoor dat voor de chloortransporten wordt gebruikt ook maar enige gevaarlijke situatie voordoet.

Op het vervoer is het chloorregime van toepassing en AKZO Nobel Base Chemicals en Railion houden zich aan dat totaal van regelgeving, vergunningen en afspraken. Nu AKZO Nobel Base Chemicals en Railion aan al die nationale en internationale regels voldoen, is er geen sprake van een onrechtmatige daad. De Quick Scan die in het kader van de beleidsvernieuwing na "Enschede" is uitgevoerd toont aan dat bij de chloortransporten al wordt voldaan aan de eisen van de beleidsvernieuwing. Voorts is het niet aan de burgerlijke rechter om in te grijpen in het chloorregime: het publiekrechtelijk deel van het chloorregime is de uitkomst van democratische besluitvorming (door wetgever en bevoegd gezag) en de exclusiviteit van het bevoegd gezag en de democratisch gelegitimeerde regelgever dient intact te blijven. Dat zou hoogstens anders zijn, indien er een zodanig dringende situatie is ontstaan dat van [eiser] niet zou kunnen worden gevergd dat hij langs de normale (bestuursrechtelijke) weg optreedt. Zodanige omstandigheden zijn er niet. AKZO Nobel Base Chemicals betwist bovendien het spoedeisend belang van [eiser], onder andere nu de chloortransporten al sedert de jaren zestig worden uitgevoerd en een enkele mededeling over de toestand van het spoor levert geen spoedeisend belang op.

Gevaarzetting op zich is niet onrechtmatig, zodat een verbod daar niet op gebaseerd kan worden. Er is slechts plaats voor een verbod als er (ten minste) een reële kans bestaat dat het gevaar zich verwezenlijkt. Nu er geen sprake is van een gevaarlijke situatie of de reële dreiging van een ernstig ongeval moet het gevorderde worden afgewezen.

AKZO Nobel Base Chemicals wijst er daarbij nog op dat de Tweede Kamer in 2002 heeft ingestemd met het Convenant met AKZO. Ook daaruit blijkt dat recent nog is gekeken naar de noodzaak (en veiligheid) van chloortransporten, en dat is geconstateerd dat er geen reden of mogelijkheid is deze te verbieden.

Ook de subjectieve onveiligheidservaring van [eiser] mag geen rol spelen bij de beantwoording van de vraag of er (on)zorgvuldig wordt gehandeld, nu vast staat dat de chloortransporten plaatsvinden binnen de geldende regels.

5. Railion verweert zich, kort weergegeven, als volgt.

Aan Railion is ex artikel 29A Spoorwegwet en Richtlijn 95/18/EG een exploitatievergunning toegekend.

Anticiperend op de implementatie van Richtlijn 01/13/EG heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat bij de vergunningverlening zoveel als mogelijk rekening gehouden met de eisen van Richtlijn 01/13/EG.

Railion beschikt over het vereiste veiligheidsattest. Railned voert herhaaldelijk audits uit. Daarnaast doet Lloyds dat in het kader van de ISO 9002 norm. Ook wordt herhaaldelijk gekeurd ten behoeve van het Safety Quality Assessment Center (een normeringssysteem dat wordt opgelegd door de chemische industrie). Railion kwalificeert zich telkens als uitstekend. Nu Railion aan alle veiligheids- en zorgvuldigheidseisen voldoet, is er geen sprake van onrechtmatig gedrag.

Wat betreft de regelgeving, de taken van diverse organen, het onderhoud van de spoorwegen en de veiligheid onderschrijft Railion het door AKZO Nobel Base Chemicals gestelde.

Ook Railion wijst er op dat alle door [eiser] genoemde risicoaspecten zijn meegewogen bij het sluiten van het Convenant en dat die afweging heeft geleid tot handhaving van de bestaande situatie.

6. [eiser] heeft niet bestreden dat AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV geen feitelijke of juridische bemoeienis hebben met de chloortransporten. [eiser] is in zijn vordering tegen AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV dan ook niet ontvankelijk.

7. [eiser] heeft een spoedeisend belang bij het gevorderde. Dat spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van het gevorderde. Daarbij dient te worden gekeken naar het belang dat [eiser] op dit moment bij zijn vordering heeft en niet naar hoeveel jaar de transporten al plaatsvinden.

8. Buiten kijf is dat chloor een gevaarlijke stof is en dat het (grootscheeps) vervoer van chloor risico's met zich meebrengt. Ook betwisten AKZO Nobel Base Chemicals en Railion niet dat als er een ongeluk gebeurt waarbij grote hoeveelheden chloor vrijkomen, de gevolgen al snel rampzalig kunnen zijn.

Ook staat vast dat de chloortransporten plaatsvinden binnen de kaders die zijn gegeven door (inter)nationale regelgeving.

9. Naar analogie van het door de Hoge Raad in zijn arrest van 17 januari 1997 (NJ 1998/565) overwogene dient het uitgangspunt te zijn dat zolang AKZO Nobel Base Chemicals en Railion overeenkomstig de vergunning en wettelijke voorschriften handelen er geen plaats is voor voorzieningen als in dit geding gevorderd, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Dat brengt met zich mee dat hetgeen [eiser] in het algemeen over chloortransporten en de risico's daarvan heeft gesteld buiten beschouwing moet blijven. Deze stellingen worden immers geacht in het publiekrechtelijke gedeelte van deze zaak te zijn gewogen en beoordeeld.

Als bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld hebben te gelden dat [eiser] stelt dat de toestand van het spoor zodanig slecht is dat een ongeval zeer waarschijnlijk is, alsmede dat sinds 11 september 2001 gebleken is dat de kans op voorheen ongedachte terroristische aanslagen erg groot is.

10. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de toestand van het voor de chloortransporten gebruikte spoor zodanig (slecht) is dat daarover niet dan met de grote risico's kan worden gereden. Weliswaar citeert [eiser] enkele (al dan niet politieke) personen, maar uit niets blijkt dat deze, nog los van hun wellicht achterliggende bedoelingen met die opmerkingen, het oog hebben gehad op het spoor dat voor het chloortransport wordt gebruikt.

Daarenboven blijft het bij opmerkingen: [eiser] heeft nagelaten een of meer concrete voorbeelden te geven van wat er dan met dit gebruikte spoor niet in orde of gevaarlijk is. Dat is, zeker tegenover de onbetwist gestelde periodieke onderzoeken -AKZO Nobel Base Chemicals en Railion noemen dat audits -, onvoldoende om er van uit te gaan dat dat spoor daadwerkelijk niet in orde zou zijn.

11. Aan [eiser] kan worden toegegeven dat de inzichten omtrent wat er op het gebied van terroristische aanslagen allemaal mogelijk is sinds de aanslagen van 11 september 2001 fors zijn gewijzigd. Inderdaad is niet uit te sluiten dat religieus of politiek bevlogenen die met een actie erg veel slachtoffers willen maken een aanslag op een chloortransport plegen. Maar dat is geen argument om AKZO Nobel Base Chemicals en Railion te gebieden die chloortransporten te staken. Indien de vrees voor wat terroristen allemaal zouden kunnen aanrichten de enige of bepalende leidraad wordt voor het handelen, komt de samenleving volledig tot stilstand. De vrees voor een terroristische aanslag is derhalve geen grond het gevorderde toe te wijzen.

12. Nu er geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken, is er geen plaats voor de gevorderde voorzieningen. [eiser] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding te worden veroordeeld.

De beslissing

I. Verklaart [eiser] in zijn vorderingen jegens AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV niet ontvankelijk.

II. Wijst het gevorderde jegens AKZO Nobel Base Chemicals en Railion af.

III.. Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van AKZO Nobel Base Chemicals, AKZO Nobel Functional Chemicals en AKZO Nobel NV gezamenlijk begroot op € 193,-- aan verschotten en € 1.250,-- aan salaris van de procureur en aan de zijde van Railion begroot op € 193,-- aan verschotten en € 1.250,-- aan salaris van de advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.