Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2002:AE5014

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-06-2002
Datum publicatie
02-10-2002
Zaaknummer
02/414 GEMWT V1 V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Voorzieningenrechter

Registratienummer: 02/414 GEMWT V1 V

UITSPRAAK ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8:84 AWB

in het geschil tussen:

A en B, wonende te C, verzoekers,

gemachtigde: J.P.E. Baakman, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Bawa te Haaksbergen,

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede, verweerder,

Derde-belanghebbende: D, wonende te C.

1. Besluit waarop het verzoek betrekking heeft

Besluit van verweerder d.d. 24 april 2002.

2. De feiten en het verloop van de procedure

Bij brief van 31 juli 2001 hebben verzoekers verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen de in strijd met het vigerende bestemmingsplan gerealiseerde zogenaamde short golfbaan aan de […]weg 1 te X. De derde-belanghebbende is eigenaar en exploitant van de golfbaan.

Bij brief van 24 april 2002 heeft verweerder verzoekers onder meer laten weten legalisering van deze golfbaan na te streven.

Bij brief van 25 april 2001 hebben verzoekers een bezwaarschrift tegen verweerders besluit van 24 april 2002 ingediend voorzover daarbij hun verzoek om handhavend op te treden is afgewezen.

Bij verzoekschrift van 10 mei 2002 is aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat verweerder wordt gelast gedurende de bezwaarschriftprocedure alle activiteiten op de illegale golfbaan te doen laten staken totdat op het bezwaarschrift is beslist, met veroordeling van verweerder in de proceskosten.

Het verzoek is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 11 juni 2002. Verzoekers zijn verschenen met hun gemachtigde, terwijl verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door M.D.C. Westerterp. Tevens is de derde-belanghebbende verschenen.

3. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening worden gevraagd.

Bij de beoordeling van een zodanig verzoek dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voorzover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het onderwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig karakter.

Gelet hierop dient in het onderhavige geding de vraag te worden beantwoord of onverwijlde spoed vereist dat het besluit van 24 april 2002, inhoudende dat het verzoek om handhaving wordt afgewezen, wordt geschorst dan wel dat anderszins een voorlopige voorziening wordt getroffen. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

Ingevolge artikel 125 lid 1 van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot toepassing van bestuursdwang.

In artikel 5:21 van de Awb wordt onder bestuursdwang verstaan het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.

Onbestreden is dat de aangelegde golfbaan en het daarmee verbonden gebruik in strijd zijn met de voorschriften behorende bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Buitengebied 1996”. Verweerder is derhalve in beginsel bevoegd tot toepassing van bestuursdwang.

Verzoekers, die woonachtig zijn in de directe omgeving van voornoemd perceel, stellen zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd om van de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang gebruik te maken. Verzoekers stellen overlast te ondervinden van het frequente gebruik van de golfbaan, in het bijzonder van de gazonmaaimachines, van groepen golfers die schreeuwen en in hun tuin urineren en van afgezwaaide golfballen die met hoge snelheid op hun terrein belanden.

Volgens verweerder is de weigering bestuursdwang toe te passen gebaseerd op het feit dat ter legalisatie van de golfbaan een herziening van het desbetreffende bestemmingsplan in procedure is gebracht; deze herziening heeft met ingang van 6 juli 2001 vier weken ter visie gelegen en de gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 24 mei 2002 deze herziening vastgesteld.

Indien, zoals in het onderhavige geval, door belanghebbenden als verzoekers uitdrukkelijk is verzocht om tegen een illegale situatie op te treden, kan alleen in bijzondere gevallen van handhavend optreden worden afgezien. Een dergelijk bijzonder geval kan worden aangenomen indien concreet zicht bestaat op legalisering van de illegale situatie.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter bestaat een dergelijk concreet zicht op legalisering van de golfbaan thans niet. Weliswaar is de herziening inmiddels vastgesteld door de gemeenteraad, maar er is - (mede) vanwege het feit dat verweerder de herziening niet in het vooroverleg ex artikel 10 van het Besluit op de ruimtelijke ordening heeft gebracht - (nog) geen indicatie ten aanzien van de visie van Gedeputeerde Staten op deze herziening.

Daarenboven bevindt zich bij de stukken een door de adjunct-inspecteur ruimtelijke ordening ingediende zienswijze, waarin wordt verzocht het ontwerp-bestemmingsplan niet in deze vorm vast te stellen, onder meer vanwege strijd met het rijks- en provinciaal beleid ten aanzien van het gebied waarop de herziening betrekking heeft.

Ook overigens is niet gebleken van een bijzondere omstandigheid waardoor verweerder kan afzien van handhavend optreden tegen de illegale situatie. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker ten onrechte geweigerd handhavend op te treden. De voorzieningenrechter ziet dan ook aanleiding om verweerders besluit te schorsen.

Verzoekers hebben verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening de gemeente op te dragen onmiddellijk handhavend op te treden zodat het illegale gebruik van de golfbaan wordt gestaakt. Zij hebben daarbij onder meer gewezen op de ernstige hinder die zij vrijwel dagelijks van de golfbaan die aan hun tuin grenst ondervinden. Verweerder noch derde-belanghebbende hebben verzoekers’ stellingen omtrent de hinder bestreden. Bovendien is de golfbaan in gebruik zonder dat de derde-belanghebbende beschikt over de vereiste milieuvergunning. Verzoekers hebben derhalve een groot belang bij hun verzoek om het bestemmingsplan te handhaven. Daartegenover staat het belang van de derde-belanghebbende die in de aanleg van de golfbaan heeft geïnvesteerd. Bij toewijzing van het verzoek zal hij inkomsten missen. Desalniettemin weegt het belang van verzoekers zwaarder omdat het gebruik van de golfbaan in strijd is met het bestemmingsplan waaraan verzoekers hun rechtsbescherming mogen ontlenen. Bovendien bespaart toewijzing van het verzoek verzoekers en derde-belanghebbende een gang naar de burgerlijke rechter in kort geding, die ongetwijfeld een vordering jegens de derde-belanghebbende om het illegale gebruik te staken zal toewijzen.

Na afweging van de belangen komt de voorzieningenrechter derhalve tot de slotsom dat het verzoek als na te melden zal worden toegewezen. De derde-belanghebbende zal nog een kleine twee weken respijt worden gegund om uit eigen beweging te komen tot een geleidelijke staking van de exploitatie.

De voorzieningenrechter merkt nog op dat, mocht er op enig moment (alsnog) een concreet zicht op legalisering zijn, op grond van artikel 8:87 Awb een verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening kan worden ingediend.

Op grond van het vorenoverwogene acht de rechtbank het, gelet op het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, billijk verweerder te veroordelen in de kosten die verzoekers redelijkerwijs hebben moeten maken in verband met de behandeling van dit verzoek, zijnde de kosten van rechtsbijstand en reiskosten.

Beslist wordt derhalve als volgt:

4. Beslissing

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo,

Recht doende:

- wijst het verzoek toe;

- schorst het bestreden besluit d.d. 24 april 2002;

- gelast verweerder om al die maatregelen te treffen opdat de derde-belanghebbende onmiddellijk na ommekomst van veertien dagen te rekenen vanaf de datum van deze uitspaak wordt gedwongen het gebruik van de golfbaan te staken en gestaakt te houden:

- veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op EURO 656,02, door de gemeente Enschede te betalen aan verzoekers;

- verstaat dat de gemeente Enschede aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht ad EURO 109,-- vergoedt.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open

Gewezen en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2002

door mr. R.J. Jue, in tegenwoordigheid van mr. E. Horsthuis, griffier.

Afschrift verzonden op

Mtl