Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2001:AE3520

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-06-2001
Datum publicatie
03-06-2002
Zaaknummer
01/440 GEMWT V1 V, 01/440 GEMWT V1 V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK ALMELO

President

Registratienummers: 01/440 GEMWT V1 V

01/467 GEMWT V1 V

UITSPRAAK ALS BEDOELD IN ARTIKEL 8:87 AWB

in het geschil tussen:

de gemeenteraad van de gemeente Enschede, verzoeker 1, tevens verweerder,

gemachtigde: mr. B.J.Th. Bouma, werkzaam bij Kienhuis Hoving Advocaten te Enschede

en

[verzoeker 2], wonende te [woonplaats], verzoeker 2, tevens verweerder,

gemachtigde: mr. A.J. Louter, werkzaam bij De Jonge Peters en Remmelink Advocaten te Enschede.

1. Besluit waarop het verzoek betrekking heeft

De uitspraak van de president van de rechtbank van 29 mei 2001 op het verzoek om een voor- lopige voorziening van M.C. Soeters d.d. 27 april 2001.

De feiten en het verloop van de procedure

Bij besluit van 19 februari 2001 heeft verweerder het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede waarbij de binnenstad van Enschede als tijdelijke markt- locatie wordt aangewezen, bekrachtigd. Het besluit van 19 februari 2000 houdt een tijdelijke wij- ziging in van de locatie aan het H.J. van Heekplein in die zin dat met de dinsdag- en zaterdag- markt onder meer wordt uitgeweken naar de Klokkenplas. Verzoeker 2 woont aan de [adres] te [woonplaats] en heeft op 11 april 2001 een bezwaarschrift ingediend tegen dit besluit. Tevens heeft hij op 27 april 2001 aan de president van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende de schorsing van het besluit van 19 februari 2001.

Bij uitspraak van 29 mei 2001 heeft de president het besluit van 19 februari 2001 met ingang van 15 juni 2001 geschorst tot 6 weken nadat er op het bezwaarschrift is beslist, voor zover dit besluit het mogelijk maakt dat er op de Klokkenplas een vismarkt wordt gehouden.

Bij verzoekschrift van 1 juni 2001 heeft verzoeker 1 verzocht om voornoemde uitspraak in die zin te wijzigen, dat de datum waarop de schorsing van het raadsbesluit van 19 februari 2001 ingaat nader wordt vastgesteld op 1 september 2001. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer 01/440 GEMWT V1 V.

Bij schrijven van 8 juni 2001 heeft verzoeker 2 de rechtbank een verweerschrift doen toekomen. Tevens is met datzelfde schrijven een zelfstandig verzoek ingediend om de hiervoren genoemde uitspraak van de president te wijzigen, in die zin dat aan de gemeente Enschede een dwangsom wordt opgelegd van ƒ 10.000,-- voor iedere dag ná 15 juni 2001 dat er een vismarkt zal worden gehouden aan de Klokkenplas te Enschede. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer 01/467 GEMWT V1 V.

De verzoeken zijn met instemming van partijen gevoegd behandeld ter zitting van 12 juni 2001. Aldaar is verzoeker 1 verschenen bij zijn gemachtigden mr. A.M. ter Horst, stadsdeel manager centrum en mr. B.J.Th. Bouma, voornoemd, terwijl verzoeker 2 in persoon is verschenen, met bijstand van mr. A.J. Louter voornoemd.

3. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de president een eerder ge- troffen voorlopige voorziening opheffen of wijzigen. Gelet op het bepaalde in artikel 8:87, tweede lid, juncto artikel 8:81, tweede en derde lid, van de Awb kunnen beide verzoekers in hun verzoek worden ontvangen.

Bij de beoordeling van deze verzoeken dient te worden nagegaan of sprake is van zodanige gewij- zigde feiten of omstandigheden, dat de vorenbedoelde schorsing niet langer kan worden gehand- haafd. Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het on- derwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig karakter.

Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

Verzoeker 1 vraagt om de ingangsdatum van de schorsing nader vast te stellen op 1 september 2001. Daarbij is, kort weergegeven, aangevoerd dat er veelvuldig overleg dient te worden gevoerd (en deels na de uitspraak van 29 mei 2001 ook reeds is gevoerd) met zowel de omwonenden van de Klokkenplas, omwonenden van de eventuele nieuw te kiezen locatie, de marktbond en andere leden van de Stuurgroep Centrummanagement (horeca, winkeliers en culturele instellingen), de individuele viskooplieden en de overige marktkooplui. Tevens is aangevoerd dat bij de uiteindelijk te kiezen locatie voorts mogelijk voorbereidende werkzaamheden zullen moeten worden uit- gevoerd ten einde de markt aldaar te kunnen plaatsen.

De president ziet hierin geen zodanig gewijzigde feiten en omstandigheden dat de vorenbedoelde schorsing geen stand kan houden. Verzoeker 1 had immers in een veel eerder stadium dit overleg kunnen starten. Het verzoek van verzoeker 1 dient derhalve te worden afgewezen.

Om verzoeker 1 evenwel enigszins tegemoet te komen is de president , mede vanwege het feit dat verzoeker 2 ter zitting heeft aangegeven dat hij, zij het met enig tegenzin, hiermede accoord kan gaan, bereid om de ingangsdatum van de schorsing ambtshalve nader vast te stellen op 1 juli 2001.

Verzoeker 2 heeft in zijn verzoek van 8 juni 2001 verzocht om de uitspraak van de president van 29 mei 2001 in die zin te wijzigen dat aan verweerder een dwangsom wordt opgelegd van ƒ 10.000,-- voor iedere dag dat vismarkt na het ingaan van de schorsing op de Klokkenplas zal worden gehouden. Gelet op het door verweerder gehuldigde standpunt dat het onmogelijk was om voor 15 juni 2001 een andere locatie voor de vismarkt te vinden, is de president van oordeel dat verzoeker 2 gegronde redenen had om dat verzoek in te dienen.

Nu de gemachtigde van verzoeker 1 evenwel ter zitting heeft verklaard dat zijn cliënt zich, indien de president het verzoek om de ingangsdatum van de schorsing nader vast te stellen op 1 september 2001 niet inwilligt, zal refereren aan de uitspraak van de president, ziet de president thans geen aanleiding om de gemeente Enschede een dwangsom op te leggen.

Gelet op het vorenstaande ziet de president aanleiding om verzoeker 1, gelet op het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb, te veroordelen in de kosten die verzoeker 2 redelijkerwijs in beide pro- cedures heeft moeten maken in verband met de behandeling van de verzoeken, zijnde ƒ 225,-- wegens betaalde griffierechten (in zaak 01 / 440), ƒ 13,25 wegens reiskosten en ƒ 2.130,-- wegens verleende rechtsbijstand (in zaak 01 / 440 bestaande uit het indienen van een verweerschrift en het verschijnen ter zitting en in zaak 01 / 467 bestaande uit het indienen van een verzoekschrift en het verschijnen ter zitting), waarbij de president de vergoeding voor het verschijnen ter zitting vanwege de gevoegde behandeling heeft gematigd tot één zitting.

Uit het voorgaande volgt dat de verzoeken om wijziging van de uitgesproken schorsing niet zullen worden ingewilligd, doch dat de president ambtshalve de ingangsdatum van de bij uitspraak van 29 mei 2001 uitgesproken schorsing zal wijzigen.

4. Beslissing

De president van de Arrondissementsrechtbank Almelo,

Recht doende:

- wijst de verzoeken om wijziging van de schorsing van het besluit van verzoeker 1 van

19 februari 2001 af;

- stelt de ingangsdatum van de schorsing van het besluit van verzoeker 1 van 19 februari 2001 nader vast op 1 juli 2001;

- veroordeelt de gemeente Enschede in de door verzoeker 2 gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op ƒ 2.143, 25, door verweerders gemeente te betalen aan de verzoeker 2;

- verstaat dat de gemeente Enschede aan verzoeker 2 het griffierecht ad. ƒ 225,-- vergoedt.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2001 door mr. R.J. Jue in tegen- woordigheid van M.W. Hulsman als griffier.

Afschrift verzonden op

av