Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2000:AA7260

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-09-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
40293 KG ZA 253-2000
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ALMELO

Kort Geding

zaaknummer: 40293 kg za 253 van 2000

datum uitspraak vonnis: 26 september 2000 (mk)

[Eiser],

handelende onder de naam C & C Slaaptotaal,

wonende en zaakdoende te Oldenzaal,

eiser,

hierna te noemen [Eiser] ,

procureur: mr. J.D. Onland,

tegen

[Gedaagde],

handelende onder de naam Slaap Totaal,

wonende en zaakdoende te Nijverdal, gemeente Hellendoorn,

gedaagde,

hierna te noemen [Gedaagde] ,

procureur: mr. H.K. van der Heide.

De president van de arrondissementsrechtbank te Almelo, rechtdoende in kort geding.

Gehoord partijen en gezien de stukken;

Overweegt ten aanzien van:

het verloop van de procedure:

[Eiser] heeft gevorderd overeenkomstig de in deze zaak uitgebrachte dagvaarding.

Ter zitting heeft hij zijn standpunten doen toelichten door zijn procureur.

Voor [Gedaagde] heeft mr. Van der Heide verweer gevoerd.

Partijen hebben vervolgens de stukken van het geding overgelegd en vonnis verzocht.

Het geschil van partijen, de beslissing en de motivering:

1. [Eiser] heeft in 1989 een slaapkamerspeciaalzaak geopend onder de naam C & C Slaaptotaal en hij heeft zich onder die naam in laten schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor De Veluwe en Twente. [Eiser] houdt zich bezig met de verkoop van slaapkamermeubilair en daarbij behorende artikelen, met name gericht op het middensegment. [Eiser] presenteert zich naar het publiek toe onder de naam "Slaap Totaal" met als toevoeging "Makelaars in Nachtrust". Deze naam staat vermeld op het winkelpand alsmede op het briefpapier, op de orderbevestigingen en in de reclame uitingen van [Eiser].

[Gedaagde] heeft in april/mei 2000 een slaapkamerspeciaalzaak geopend onder de naam "Slaap Totaal" met als toevoeging "voor luxer en gezonder slapen". Hij richt zich hierbij op hetzelfde segment als [Eiser]. De onderneming van [Gedaagde] maakt deel uit van een grote inkooporganisatie onder de naam Slaap Totaal Raamsveld B.V. te Hillegom.

2. [Eiser] vordert in dit geding [Gedaagde] te verbieden de naam "Slaap Totaal" als handelsnaam te gebruiken voor zijn onderneming te Nijverdal, zulks op verbeurte van een dwangsom.

3. [Eiser] stelt hiertoe dat [Gedaagde] door het gebruik van de handelsnaam "Slaap Totaal" handelt in strijd met het bepaalde in artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw) en aldus hierdoor onrechtmatig handelt jegens hem. De door [Gedaagde] gevoerde handelsnaam is (bijna) identiek aan die van [Eiser]. In verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn bestaat door het gebruik van die naam verwarring bij het publiek.

[Eiser] stelt voorts dat Nijverdal en omgeving eveneens tot zijn afzetgebied behoren.

4. [Gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering van [Eiser]. Hij stelt hiertoe dat [Eiser] in het handelsregister staat ingeschreven onder de naam "C & C Slaaptotaal" en dat zijn handelsnaam door de toevoeging "voor luxer en gezonder slapen" niet identiek is aan de handelsnaam van [Eiser]. Voormelde toevoeging in zijn handelsnaam en de toevoeging "Slaaptotaal" in de handelsnaam van [Eiser] zijn zogenaamde pay-offs. Er is sprake van totaal verschillende handelsnamen. Gebruik door [Eiser] van enkel en alleen de naam "Slaaptotaal" dan wel "Slaap Totaal" is in strijd met de inschrijving in het handelsregister. [Gedaagde] stelt voorts dat de lay-out van de handelsnamen totaal verschillend is qua kleurstelling en lettertype. Van verwarring bij het publiek is dan ook geen sprake. [Gedaagde] ontkent dat Nijverdal en omstreken behoren tot het afzetgebied van [Eiser].

5. Ingevolge artikel 1 Hnw is een handelsnaam een naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Aanspraken op een handelsnaam ontstaan door het daadwerkelijk gebruik daarvan. Een handelsnaam is dus de naam waaronder men handelt, een naam die naar buiten toe wordt geafficheerd en in beginsel een andere naam kan zijn dan de eigennaam. Beslissend is dat de naam gebruikt is als aanduiding van de onderneming en dat kan gebeuren op briefpapier, facturen, verpakking, in reclame of als aanduiding op een gebouw. De schrijfwijze van een handelsnaam is in beginsel niet van belang, vormt geen onderdeel van de handelsnaam en is evenmin object van bescherming van de Hnw. Inschrijving in het handelsregister is voor het voeren van een handelsnaam niet essentieel en niet beslissend.

6. Artikel 5 Hnw luidt: "Het is verboden een handelsnaam te voeren, die voordat de onderneming onder die naam werd gedreven reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, één en ander voor zover dientengevolge in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is."

Het criterium van verwarringsgevaar bepaalt de beschermingsomvang van het recht op de handelsnaam op grond van de Hnw. De andere criteria die worden genoemd in artikel 5 Hnw (de geringe afwijking, de aard van beide ondernemingen en de vestigingsplaats) zijn niet limitatief en zijn in de praktijk niet meer dan factoren die in aanmerking moeten worden genomen bij het oordeel of al dan niet verwarring bij het publiek te duchten is; zij vormen hulpmiddelen om te beoordelen in hoeverre er sprake is van verwarringsgevaar.

Er is sprake van verwarringsgevaar als het publiek zal kunnen denken dat beide ondernemingen op enigerlei wijze met elkaar gelieerd zijn. Dit gevaar - niet nodig is dat daadwerkelijk verwarring wordt aangetoond - is essentieel voor het aannemen van onrechtmatigheid van de bestreden handelsnaam.

7. Als één der factoren die het verwarringsgevaar helpen bepalen noemt artikel 5 Hnw de aard van beide ondernemingen. Onweersproken is dat beide ondernemingen soortgelijke producten verkopen en zich hierbij richten op dezelfde doelgroep.

Hiermee is echter nog niet de verwarring gegeven, immers een tweede factor is de geringe afwijking van de handelsnaam. Bij de beoordeling of de afwijking van de namen voldoende is om verwarring te voorkomen is, behalve de namen zelf, ook van belang het kenmerkende deel van beide namen, het hoofdbestanddeel, datgene wat het publiek in het geheugen blijft hangen, de naam waarmee het publiek de zaak pleegt aan te duiden.

Gelet op de in het geding gebrachte producties zoals foldermateriaal, fotomateriaal en briefpapier moet naar het voorlopig oordeel van de president "Slaap Totaal" als het kenmerkende deel van beide namen worden aangemerkt. De naam "Slaap Totaal" staat prominent afgebeeld op de gevel van beide winkels alsmede in de advertenties en in het foldermateriaal van beide ondernemingen. Nu het kenmerkende deel van de handelsnaam van beide ondernemingen identiek is, is er naar het voorlopig oordeel van de president sprake van een geringe afwijking van de handelsnaam als bedoeld in voormeld artikel 5 Hnw. Hierbij zijn niet van belang de factoren als de lengte van de volledige handelsnamen of bepaalde toevoegingen aan (één van) beide namen zoals "Makelaars in Nachtrust" ([Eiser]) en "voor luxer en gezonder slapen" ([Gedaagde]).

8. Ook hiermee is naar het voorlopig oordeel van de president de verwarring nog niet gegeven. Bij de beoordeling van het gevaar voor verwarring moet immers ook rekening worden gehouden met de plaats van vestiging van beide ondernemingen en met de werkingssfeer van beide ondernemingen. Dat wil zeggen, de feitelijke omvang van hun handelsdebiet.

[Eiser] is gevestigd te Oldenzaal en [Gedaagde] in Nijverdal. [Gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat hij adverteert in de editie West van het dagblad de Twentsche Courant/Tubantia. Die editie wordt verspreid in de gemeenten Wierden, Vriezenveen, Rijssen, Hellendoorn, in een deel van de gemeente Almelo en in een gebied ten westen van Nijverdal. [Gedaagde] heeft voorts onweersproken gesteld dat hij geen folders verspreidt in het wervingsgebied van [Eiser] en dat [Eiser] geen folders verspreidt in zijn wervingsgebied. Voorts acht de president van belang dat uit de door [Eiser] in het geding gebrachte producties blijkt dat [Eiser] hoofdzakelijk adverteert in de edities Oldenzaal en Hengelo van voormeld dagblad. De gemeenten Wierden, Vriezenveen, Rijssen, Hellendoorn en Almelo vallen niet onder het verspreidingsgebied van die edities. [Eiser] en [Gedaagde] adverteren niet landelijk en niet via de ether. Naar het voorlopig oordeel van de president is de "actieradius" van beide ondernemingen daardoor lokaal beperkt hetgeen voor de aard van de ondernemingen als de onderhavige, mede gelet op het grote aantal zaken dat een soortgelijk assortiment aanbiedt als [Eiser] en [Gedaagde], niet ongebruikelijk is. Hierdoor is het recht op de handelsnaam ook slechts lokaal beperkt. [Eiser] heeft weliswaar een aantal kopieën van orderbevestigingen in het geding gebracht waaruit blijkt van enig handelsdebiet in en rond Nijverdal, echter dit debiet acht de president niet van dien aard dat de bestreden handelsnaam bescherming behoeft in het werkingsgebied van [Gedaagde]. Een overlap van werkingsgebieden kan overigens naar het voorlopig oordeel van de president moeilijk helemaal worden voorkomen.

De vraag of er gevaar voor verwarring bij het publiek te duchten is dient dan ook ontkennend te worden beantwoord. De president merkt tenslotte nog op dat het antwoord op voormelde vraag zeker anders zou hebben geluid indien [Gedaagde] zich onder de bestreden naam zou hebben gevestigd in bijvoorbeeld Ootmarsum, Losser, Hengelo of Enschede.

9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dienen de gevraagde voorzieningen te worden geweigerd.

10. [Eiser] dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit geding te dragen.

RECHTDOENDE IN KORT GEDING:

Weigert de gevraagde voorzieningen.

Veroordeelt [Eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [Gedaagde] begroot op f. 2.400,-- aan salaris en verschotten van de procureur.

Aldus gewezen te Almelo door mr. Inden, president en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2000 , in tegenwoordigheid van Keupink, griffier.