Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2000:AA4974

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-02-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
08/025970-99 en 08/000147-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/025970-99 en 08/000147-99.

STRAFVONNIS

Uitspraak: 29 februari 2000.

De arrondissementsrechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] ([geboorteland verdachte]) op [geboortedatum verdachte],

wonende te [woonplaats verdachte],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Almelo,

terechtstaande -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake

dat:

onder parketnummer 08/000147-99:

hij in of omstreeks de nacht van 1 op 2 juni 1999, te Losser,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een Chinees-Indisch restaurant aan de [Straatnaam restaurant] heeft weggenomen (ongeveer) fl.5.000,- en/of een (gouden) armband, in elk geval enig geld en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geld(en)/goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] en/of tegen hun/diens zoontje [Slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, het zij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op/tegen het hoofd en/of tegen de slaap van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezet/gedrukt/gehouden en/of

- bij die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] een mes op de keel en/of in de rug heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of

- de benen en/of armen en/of de handen van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] en/of die [Slachtoffer 3] met tape/plakband heeft/hebben vastgeplakt en/of vastgebonden en/of

- de mond van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] met tape/plakband heeft/hebben afgeplakt/dichtgeplakt en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Niet bewegen, niet schreeuwen anders schiet ik je dood met het pistool” en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Je moet niet bewegen, anders steek ik je dood” en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Waar is het geld” en/of: “Meer geld, anders snij ik je keel af”

en althans (telkens) woorden van (soortgelijke) bedreigende aard of strekking;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de nacht van 1 op 2 juni 1999 te Losser,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen tot de afgifte van (ongeveer) fl.5.000,- en/of een (gouden) armband, in elk geval van enig geld en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op/tegen het hoofd en/of tegen de slaap van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezet/gedrukt/gehouden en/of

- bij die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] een mes op de keel en/of in de rug heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of

- de benen en/of armen en/of de handen van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] en/of van hun/diens zoontje [Slachtoffer 3] met tape/plakband heeft/hebben vastgeplakt en/of vastgebonden en/of

- de mond van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] met tape/plakband heeft/hebben afgeplakt/dichtgeplakt en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Niet bewegen, niet schreeuwen anders schiet ik je dood met het pistool” en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Je moet niet bewegen, anders steek ik je dood” en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Waar is het geld” en/of: “Meer geld, anders snij ik je keel af”

en althans (telkens) woorden van (soortgelijke) bedreigende aard of strekking;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

[Mededader 1] en/of [Mededader 2] in of omstreeks de nacht van 1 op 2 juni 1999 te Losser,

tezamen en in vereniging met elkaar en/althans met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een Chinees-Indisch restaurant aan de [Straatnaam restaurant] heeft weggenomen (ongeveer) fl.5.000,- en/of een (gouden) armband, in elk geval enig geld en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of hun/diens mededader(s),

waarbij die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of hun/diens mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geld(en)/goed(eren) onder diens/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op/tegen het hoofd en/of tegen de slaap van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezet/gedrukt/gehouden en/of

- bij die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] een mes op de keel en/of in de rug heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of

- de benen en/of armen en/of de handen van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] en/of die [Slachtoffer 3] met tape/plakband heeft/hebben vastgeplakt en/of vastgebonden en/of

- de mond van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] met tape/plakband heeft/hebben afgeplakt/dichtgeplakt en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Niet bewegen, niet schreeuwen anders schiet ik je dood met het pistool” en/of

tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Je moet niet bewegen, anders steek ik je dood” en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Waar is het geld” en/of: “Meer geld, anders snij ik je keel af”

en althans (telkens) woorden van (soortgelijke) bedreigende aard of strekking,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 1 juni 1999 en/of 2 juni 1999 en/althans in of omstreeks de periode van 1 april 1999 tot 3 juni 1999 te Helden en/of Losser en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/althans bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 1 juni 1999 en/of 2 juni 1999 en/althans in of omstreeks de periode van 1 april 1999 tot 3 juni 1999 te helden en/of te Losser en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk behulpzaam is geweest,

door zijn auto aan die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of (één van) hun/diens mededader(s) ter beschikking te stellen en/althans ten behoeve van dat misdrijf ter beschikking te stellen en/of

door voor een auto, althans voor vervoer naar Losser te zorgen en/of

door die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of diens mededader(s) met een door hem, verdachte, bestuurde auto naar Losser en/althans naar de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf te brrengen en/of

door tijdens het plegen van dat misdrijf zich op de uitkijk op te houden met de bedoeling om bij eventueel onraad die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of hun/diens mededader(s) te waarschuwen en/of

door tijdens het plegen van dat misdrijf in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf een auto voor de aftocht/vlucht van die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of hun/diens mededader(s) ter beschikking te houden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

[Mededader 1] en/of [Mededader 2] in of omstreeks de nacht van 1 op 2 juni 1999 te Losser,

tezamen en in vereniging met elkaar en/althans met een ander of anderen, althans ieder voor zich al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2] hebben/heeft gedwongen tot de afgifte van (ongeveer) fl.5.000,- en/of een (gouden) armband, in elk geval van enig geld en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of hun/diens mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen lijkend voorwerp, op/tegen het hoofd en/of tegen de slaap van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezet/gedrukt/gehouden en/of

- bij die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] een mes op de keel en/of in de rug heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of

- de benen en/of armen en/of de handen van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] en/of die [Slachtoffer 3] -het zoontje van [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2]- met tape/plakband heeft/hebben vastgeplakt en/of vastgebonden en/of

- de mond van die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] met tape/plakband heeft/hebben afgeplakt/dichtgeplakt en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Niet bewegen, niet schreeuwen anders schiet ik je dood met het pistool” en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Je moet niet bewegen, anders steek ik je dood” en/of

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Waar is het geld” en/of: “Meer geld, anders snij ik je keel af”

en althans (telkens) woorden van (soortgelijke) bedreigende aard of strekking,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 1 juni 1999 en/of 2 juni 1999 en/althans in of omstreeks de periode van van 1 april 1999 tot 3 juni 1999 te Helden en/of Losser en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/althans bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 1 juni 1999 en/of 2 juni 1999 en/althans in of omstreeks de periode van 1 april 1999 tot 3 juni 1999 te helden en/of te Losser en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk behulpzaam is geweest,

door zijn auto aan die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of (één van) hun/diens mededader(s) ter beschikking te stellen en/althans ten behoeve van dat misdrijf ter beschikking te stellen en/of

door voor een auto, althans voor vervoer naar Losser te zorgen en/of

door die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of diens mededader(s) met een door hem, verdachte, bestuurde auto naar Losser en/althans naar de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf te brrengen en/of

door tijdens het plegen van dat misdrijf zich op de uitkijk op te houden met de bedoeling om bij eventueel onraad die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of hun/diens mededader(s) te waarschuwen en/of

door tijdens het plegen van dat misdrijf in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf een auto voor de aftocht/vlucht van die [Mededader 1] en/of die [Mededader 2] en/of hun/diens mededader(s) ter beschikking te houden;

onder parketnummer 08/025970-99:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 1998 tot 18 september 1998 te Huijbergen, gemeente Woensdrecht, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (één) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van fl.30.000,-, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), (hij) en/of zijn mededader(s) voornoemde [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4] om geld heeft/hebben gevraagd en/of tegen die [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat ze het geld kwamen halen en (daarbij) (telkens) dreigend heeft/hebben gezegd

- dat zij de zaak van die [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4] zouden afbranden en/of

- dat zij [Slachtoffer 4], [Slachtoffer 4] en/of de kinderen zouden vermoorden en/of doodschieten,

en/of dat zij die [Slachtoffer 4] zouden verkrachten en/of dat hij met één of meer van zijn mededader(s) meermalen, althans éénmaal in bovengenoemde periode op dreigende wijze in de horecagelegenheid van die [Slachtoffer 4] en/of die [Slachtoffer 4] aanwezig is geweest,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 1998 tot 18 september 1998 te Huijbergen, gemeente Woensdrecht, althans in Nederland,

[Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met brandstichting en/of met verkrachting,

immers heeft verdachte (meermalen) samen met één of meer van zijn mededader(s) opzettelijk dreigend zich opgehouden in de cafetaria van die [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4] en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (meermalen) opzettelijk dreigend al dan niet door de telefoon tegen voornoemde [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4] gezegd, dat zij (verdachten of hun mededaders) het huis in brand zouden steken en/of dat zij die [Slachtoffer 4], [Slachtoffer 4] en/of hun kinderen zouden vermoorden en/of doodschieten en/of dat die [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4] en/of hun kinderen klappen zouden krijgen en/of dat die [Slachtoffer 4] zou worden verkracht,

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie (6 jaar gevangenisstraf met aftrek);

Gelet op de verdediging door en namens verdachte in het midden gebracht;

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat er sprake is van onrechtmatig verkregen c.q. onbetrouwbaar bewijs, aangezien de gevolgde procedures omtrent confrontatie van getuigen met verdachte, te weten middels fotoconfrontaties, in strijd zijn met onder meer Richtlijnen van de Recherche Advies Commissie. Verdachte is hierdoor in zijn belangen geschaad, doordat de kans op foute herkenningen groter is dan indien er bijvoorbeeld een Oslo-confrontatie of een confrontatie in persoon zou hebben plaatsgevonden. De resultaten van de confrontatie mogen derhalve niet meewerken voor het bewijs.

Ten aanzien hiervan overweegt de rechtbank dat geen enkele wettelijke bepaling voorschrijft op welke wijze een confrontatie van getuigen met een verdachte dient plaats te vinden. De in casu gevolgde procedures zijn derhalve niet in strijd met enige wettelijke bepaling.

De enkele omstandigheid dat de confrontaties niet in de vorm van een “Oslo-confrontatie” hebben plaatsgevonden en één van de confrontaties niet met onafhankelijke testobservatoren maar met mogelijke verdachten heeft plaatsgevonden, is niet voldoende om strijd met een eerlijke procesvoering op te leveren.

Door de raadsman zijn geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die aannemelijk maken dat verdachte in zijn belangen is geschaad door de toegepaste procedures met betrekking tot de confrontatie, zodat er geen reden is de resultaten uit te sluiten voor het bewijs.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/000147-99 primair en het onder parketnummer 08/025970-99 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

onder parketnummer 08/000147-99:

hij in de nacht van 1 op 2 juni 1999, te Losser,

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een Chinees-Indisch restaurant aan de [Straatnaam restaurant] heeft weggenomen (ongeveer) fl.5.000,- en een gouden armband, toebehorende aan [Slachtoffer 1] en/of [Slachtoffer 2],

waarbij hij, verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en het weg te nemen geld en goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] en tegen hun zoontje [Slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders:

- een pistool op die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] hebben gericht en gericht gehouden en

- een pistool tegen het hoofd en tegen de slaap van die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] hebben gehouden en

- bij die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] een mes op de keel of in de rug hebben gezet en gedrukt en

- de benen en/of de handen van die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] en die [Slachtoffer 3] met tape hebben vastgeplakt en

- de mond van die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] met tape hebben dichtgeplakt en

- tegen die [Slachtoffer 1] en/of die [Slachtoffer 2] hebben gezegd: “Niet bewegen, niet schreeuwen anders schiet ik je dood met het pistool” en

- tegen die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] hebben gezegd: “Je moet niet bewegen, anders steek ik je dood” en

- tegen die [Slachtoffer 1] en die [Slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: “Waar is het geld” en: “Meer geld, anders snij ik je keel af”;

onder parketnummer 08/025970-99:

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 1998 tot 18 september 1998 te Huijbergen, gemeente Woensdrecht,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [Slachtoffer 4] en [Slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van fl.30.000,-, toebehorende aan die [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4],

hij en zijn mededaders voornoemde [Slachtoffer 4] en [Slachtoffer 4] om geld hebben gevraagd en tegen die [Slachtoffer 4] en/of [Slachtoffer 4] hebben gezegd dat ze het geld kwamen halen en daarbij dreigend hebben gezegd

- dat zij de zaak van die [Slachtoffer 4] en [Slachtoffer 4] zouden afbranden en

- dat zij [Slachtoffer 4] en/of de kinderen zouden vermoorden en/of doodschieten, en

dat hij met zijn mededaders meermalen in bovengenoemde periode op dreigende wijze in de horecagelegenheid van die [Slachtoffer 4] en die [Slachtoffer 4] aanwezig is geweest,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop die inhoud bijzonderlijk betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezene levert op:

voor wat betreft het onder parketnummer 08/000147-99 primair tenlastegelegde, het misdrijf:

"Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij art. 312 jo. 310 van het Wetboek van Strafrecht;

en voor wat betreft het onder parketnummer 08/025970-99 primair tenlastegelegde, het misdrijf:

"Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij art. 317 jo. 312 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is deswege strafbaar aangezien van geen zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid is gebleken.

De rechtbank overweegt voor wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een brutale en gewelddadige overval door, voorzien van wapens, de woning van de slachtoffers binnen te dringen. Onder het aanwenden van fors fysiek geweld en het uiten van bedreigingen werden geld en een gouden armband afhandig gemaakt.

Daarnaast heeft verdachte zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan poging tot afpersing. Verdachte is reeds eerder veroordeeld wegens afpersing.

Feiten als de onderhavige grijpen niet alleen diep in in de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers, doch er ontstaat bij dergelijke feiten ook een grote mate van onrust en beroering bij medeburgers in het algemeen, en bij Chinese horecahouders in het bijzonder. Eén en ander heeft verdachte kennelijk onverschillig gelaten, althans is hij er als ondergeschikt aan zijn eigen belangen aan voorbij gegaan.

Gelet op deze ernst van de feiten en de speciale recidive van verdachte, kan geen andere dan een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur worden opgelegd.

De rechtbank overweegt verder, dat [Slachtoffer 2], wonende te Losser, [adres slachtoffer 2], terzake het onder parketnummer 08/000147-99 tenlastegelegde feit, zich via het voorgeschreven 'voegingsformulier' ter terechtzitting (zie 51b, lid 2 Sv) als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b, lid 1 Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van fl. 5.800,-.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze vordering van de benadeelde partij geheel gegrond, aangezien is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 08/000147-99, zulks op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken.

Deze schade bedraagt, naar het oordeel van de rechtbank, inderdaad het gevorderde bedrag van f 5.800,-, zodat de vordering toewijsbaar is.

De rechtbank zal hierbij tevens de maatregel bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht mede aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit onder parketnummer 08/000147-99 is toegebracht.

De na te noemen straf is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het onder parketnummer 08/000147-99 primair en onder parketnummer 08/025970-99 primair tenlastegelegde in voege als boven omschreven door verdachte is begaan;

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld;

Verklaart verdachte deswege strafbaar;

Veroordeelt hem te dier zake tot een gevangenisstraf voor de tijd van zes jaren.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen mobiele telefoon.

Veroordeelt verdachte, terzake het bewezen feit onder parketnummer 08/000147-99, tot betaling aan de benadeelde partij [Slachtoffer 2] van een bedrag groot: f 5.800,-, voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsmede in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat verdachte verplicht is, terzake het bewezen feit onder parketnummer 08/000147-99 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot f 5.800,- zulks ten behoeve van de benadeelde [Slachtoffer 2], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 50 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemd bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, voornoemd, dat daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan de benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Bossinga, voorzitter, mrs. Derks en Rottier, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Gerritsen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 februari 2000.