Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:1999:AA3999

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-12-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
35197 kg za 311 van 1999
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ALMELO

Vonnis in kort geding

in de zaak van

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ABB Sattline BV,

gevestigd te Etten-Leur,

eiseres,

hierna te noemen ABB ,

advocaat: mr. Asselbergs te Etten-Leur,

procureur: mr. H.C. van der Sijs,

tegen

Mr. J. van der Hel,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid QtecQ BV,

kantoorhoudende te Enschede,

gedaagde,

hierna te noemen de curator ,

procureur: mr. J. van der Hel.

zaaknummer: 35197 kg za 311 van 1999

datum uitspraak vonnis: 23 december 1999 (jd)

De president van de arrondissementsrechtbank te Almelo, rechtdoende in kort geding;

Gehoord partijen en gezien de stukken;

overweegt over:

het verloop van de procedure:

ABB heeft gesteld en gevorderd zoals is weergegeven in de dagvaarding.

Ter terechtzitting van 3 december 1999 heeft ABB haar vorderingen toegelicht bij monde van mr. Asselbergs.

De curator heeft verweer gevoerd.

De zitting heeft plaatsgehad ten kantore van de gefailleerde vennootschap QtecQ BV te Enschede, hierna te noemen QtecQ, alwaar tevens een bezichtiging ter plaatse heeft plaatsgevonden.

Vervolgens hebben partijen onder overlegging van de stukken vonnis verzocht.

het geschil:

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

1.1 QTecQ heeft bij ABB goederen besteld voor de computerbesturing van in aanbouw zijnde sluizen in de gemeente Lith. ABB heeft de goederen geleverd. QtecQ is vervolgens gefailleerd. Bij de goederen gaat het om een computer met daarin een systeem genaamd 61131-3 en om de hardware voor de zogenaamde sluiscomputers. QtecQ heeft terzake van de door ABB geleverde goederen en diensten f. 295.632,46 onbetaald gelaten.

1.2 ABB heeft de goederen geleverd onder eigendomsvoorbehoud. Het eigendomsvoorbehoud is door de curator erkend.

1.3 Naast ABB heeft ook Advantech Benelux hardware voor de sluiscomputers aan QtecQ geleverd. De hardware van ABB en Advantech Benelux is eerder in een testopstelling bij ABB geplaatst. Die testopstelling is ontmanteld en vervolgens is de apparatuur opgebouwd bij QtecQ. Daar bevindt de apparatuur zich nog steeds.

1.4 De door ABB geleverde software heeft gediend als bouwsteen waarop door QtecQ verder is ontwikkeld. De kosten die QtecQ voor het verder ontwikkelen van de software heeft gemaakt, bedragen f. 593.634,--.

2. ABB stelt dat de opstelling bij QtecQ thans nog bestaat uit afzonderlijke apparatuur. Het is, aldus ABB, weliswaar de bedoeling van QtecQ geweest om één systeem te maken en dit te installeren bij het sluizencomplex te Lith, maar dit systeem is tot op heden nog niet gerealiseerd. Er kan daarom naar de mening van ABB naar verkeersopvattingen niet worden gesproken van één zaak. Nu QtecQ niet heeft betaald, geldt het eigendomsvoorbehoud.

ABB vordert daarom, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de curator te veroordelen tot afgifte van de hardware binnen twee dagen na betekening van dit vonnis.

De curator verzet zich tegen de vordering.

3. Artikel 5:16, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat indien iemand voor zichzelf een zaak vormt of doet vormen uit hem niet toebehorende roerende zaken, hij eigenaar wordt van de nieuwe zaak, tenzij de kosten van de vorming dit wegens hun geringe omvang niet rechtvaardigen. Om van zaaksvorming te kunnen spreken is beslissend of de nieuwe zaak naar verkeersopvattingen een eigen, van de oorspronkelijke zaak of zaken te onderscheiden identiteit heeft (HR 5 december 1985, NJ 1987, 745).

4. In het onderhavige geschil dient de vraag te worden beantwoord of de afzonderlijke goederen zijn samengevoegd tot een nieuwe zaak en of deze nieuwe zaak een van de oorspronkelijke zaken te onderscheiden identiteit heeft.

5. De bedoeling van QtecQ was om de computerbesturing, zowel de software als de hardware, als één systeem aan de beheerder van het sluizencomplex Rijkswaterstaat te verkopen. De verkoopprijs zou circa f. 1.200.000,-- bedragen. ABB is van mening dat de computer-besturing op dit ogenblik nog niet als één systeem kan worden beschouwd. Er zou daarom nog geen sprake zijn van zaaksvorming.

6. De door ABB geleverde hardware bestaat uit tientallen componenten. De opstelling bij QtecQ omvat enkele manshoge en tenminste meterbrede metalen kasten, eigendom van QtecQ, waarin de hardwarecomponenten van ABB zijn bevestigd. De bezichtiging laat kasten zien die van onder tot boven zijn volgepakt met electronische apparatuur, de hardware, gemonteerd op bevestigingssystemen en onderling verbonden met veel bedrading. Voorts omvat de opstelling personal computers, beeldschermen en printers. Niet in geschil is dat de onderdelen van de opstelling zonder beschadiging uit de kasten kunnen worden gedemonteerd. Naar niet anders is gesteld of gebleken zal dat een langdurig en precies karwei zijn. Onbestreden is voorts de stelling van de curator dat de hardwarecomponenten elektronisch zijn ingesteld op de parameters die gelden voor het project van de sluisbediening.

7. Het gehele systeem kan naar het oordeel van de president worden omschreven als de computerbesturing voor het sluizencomplex te Lith. Hoewel het systeem nog niet geheel gereed is, moet toch worden vastgesteld dat de constructie zich in een zeer vergevorderd stadium bevindt en voltooiing nadert. De functie van het systeem zal zijn om de computerbesturing van de sluizen mogelijk te maken.

8. Beziet men de onderdelen van de door ABB geleverde hardware ieder afzonderlijk, dan is elke doos of kast om zo te zeggen dood materiaal. De hardware komt pas tot leven als het in een systeem wordt verwerkt en met software gevoed. In het door QtecQ gebouwde systeem is de hardware verwerkt en zijn software en hardware zijn op elkaar afgestemd. Indien de hardware van ABB uit het systeem wordt verwijderd is het zonder meer incompleet. Zonder hardware kan de functie van het systeem, besturing van de sluizen, niet worden verwezenlijkt. Het totaal van de aangeleverde onderdelen is door QtecQ samengevoegd tot een nieuw geheel met een specifieke functie.

9. De president is op grond van het voorgaande van oordeel dat voorshands aannemelijk is dat hier naar verkeersopvattingen een zaak is ontstaan die een van de oorspronkelijke zaak te onderscheiden identiteit heeft. Daarbij acht hij ook nog van belang dat de waarde van het systeem, gelet op de verkoopprijs van f. 1.200.000,--, meer is dan de som van de waarde van de hardware, circa f. 250.000,-- en de software, circa f. 600.000,--. Er is dan ook voldaan aan de vereisten voor zaaksvorming genoemd in artikel 5:16, tweede lid, BW. Daardoor is QtecQ, als degene die de nieuwe zaak heeft gevormd, eigenaar geworden van de oorspronkelijke zaken. Het door ABB gemaakte eigendomsvoorbehoud voor de door haar geleverde hardware is daarom teniet gegaan.

10. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van ABB moet worden afgewezen.

11. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal ABB worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

RECHTDOENDE IN KORT GEDING:

I. Wijst de vorderingen van ABB af.

II. Veroordeelt ABB in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op f. 400,-- aan verschotten en f. 2.000,-- aan salaris.

Aldus gewezen te Almelo door mr. Drewes, president en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.