Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:1999:AA3913

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-10-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
4271/99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK ALMELO.

Parketnummer : 4271/99

Uitspraak d.d.: 26 oktober 1999.

STRAFVONNIS

De arrondissementsrechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in het Opvangcentrum "Het Poortje"

te Groningen, Hoogeweg 9,

terechtstaande - na toelating van de vordering nadere omschrijving

telastelegging conform artikel 314a Wetboek van Strafvordering - terzake dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998

in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland

meermalen althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een kind, genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van genoemd kind, hebbende verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) (telkens) haar, verdachtes, vinger(s) en/of een pen en/of een stokje en/of een spuit, althans een voorwerp in de anus van die [slachtoffer 1] gestopt en/of gebracht en/of geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) die [slachtoffer 1] (gewelddadig) heeft/hebben vastgepakt en/of geknepen en/of de kleding van die [slachtoffer 1] (hardhandig) heeft uitgetrokken en/of (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; art 242 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998

in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland meermalen althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een of meer kind(eren), genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2]) en/of [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van genoemd(e) kind(eren), hebbende verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s)

- (telkens) bij [slachtoffer 3] een stok(je) en/of een spuit en/of een vinger, althans (een) voorwerp(en) in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer 3] gestopt en/of gebracht en/of geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s) die [slachtoffer 3] in de bosjes heeft/hebben getrokken en/of heeft geknepen en/of heeft geslagen en/of heeft gebeten en/of heeft geschopt en/of in de vijver heeft gegooid en/of

(mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of

- (telkens) bij [slachtoffer 2]

een stok(je) en/of een spuit en/of een vinger, althans (een) voorwerp(en) in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer 2] gestopt en/of gebracht en/of geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) haar mededader(s)

die [slachtoffer 2] heeft geknepen en/of geslagen en/of gebeten en/of geschopt en/of de keel van die [slachtoffer 2] heeft dichtgeknepen en/of

(mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998

in de gemeente Enschede meermalen althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een of meer kind(eren), genaamd [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 4]) en/of [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 5]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5], hebbende verdachte en/of haar mededader(s)

- (telkens) bij die [slachtoffer 4]

een stokje en/of een vinger en/of een spuitje en/althans een voorwerp in de anus en/of de vagina van die [slachtoffer 4] gebracht en/of geduwd en/of gestopt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of haar mededader(s) genoemde [slachtoffer 4] hardhandig bij de polsen heeft vastgepakt en/of

een mes althans een scherp voorwerp op/tegen de keel van die [slachtoffer 4] heeft gezet en/of/althans met dat mes/voorwerp ten overstaan van die [slachtoffer 4] heeft gemanipuleerd en/of (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en/of

- (telkens) bij die [slachtoffer 5]

een stokje en/of een vinger en/of een spuitje en/althans een voorwerp in de anus en/of de vagina van die [slachtoffer 5] gebracht en/of geduwd en/of gestopt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of haar mededader(s) genoemde [slachtoffer 5] heeft geschopt en/of geslagen en/of hardhandig heeft vastgepakt en/of vastgebonden en/of geblinddoekt en/of een pistool althans een hard voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 5] heeft gezet en/of (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; art 242 Wetboek van Strafrecht

4.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998

in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/althans alleen, meermalen althans eenmaal (telkens)door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een jongetje genaamd [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 6]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6], hebbende verdachte en/of een of meer van haar mededader(s)(telkens) een vinger en/of een stokje en/of een spuit, althans een voorwerp in de anus van die [slachtoffer 6] gebracht en/of geduwd en/of gestopt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of een of meer van haar mededader(s) genoemde [slachtoffer 6] heeft geslagen en/of geschopt en/of geknepen en/of hardhandig heeft vastgepakt en/of

de vrije doorgang voor die [slachtoffer 6] heeft belemmerd en/of de kleding van die [slachtoffer 6] (geweldadig) heeft uitgetrokken en/of (mede) door het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 6] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; art 242 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 1998 tot 30 juli 1998 te Enschede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum slachtoffer 6]) en/of [slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum slachtoffer 7]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), (telkens) bestaande uit het geweldadig een de penis van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] trekken, de penis van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] omdraaien en/of het in de ballen knijpen van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en bestaande dat geweld of

die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en)(telkens) uit die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] schoppen en/of slaan en/of knijpen en/of hardhandig

vastpakken en/of de vrije doorgang belemmeren en/of het (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en/of lichamelijk overwicht voor die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] doen ontstaan van een bedreigende situatie; art 246 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte in het midden gebracht;

Indien in de telastelegging taal-en/of schrijffouten voorkomen zijn deze verbeterd.

De verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen, waarop na te

melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 primair telastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998

in de gemeente Enschede meermalen telkens tezamen en in vereniging met een ander, en alleen, door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden een kind, genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van genoemd kind, hebbende verdachte en/of haar mededader telkens haar, verdachtes, vinger en/of een pen en/of een stokje en/of een spuit, in de anus van die [slachtoffer 1] gestopt en geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden telkens hierin

dat verdachte en/of haar mededader die [slachtoffer 1] gewelddadig heeft/hebben vastgepakt en/of geknepen en/of de kleding van die [slachtoffer 1] (hardhandig) heeft/hebben uitgetrokken en (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht

(aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

2.

zij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998

in de gemeente Enschede meermalen telkens tezamen en in vereniging met een ander, en alleen, door geweld of (een) andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden kinderen, genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2]) en [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 3])

heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit

of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van

genoemde kinderen, hebbende verdachte en/of haar mededader

- telkens bij [slachtoffer 3]

een stok(je) en/of een spuit

in de vagina en de anus van die [slachtoffer 3] gestopt en geduwd

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkheden telkens hierin dat verdachte

en/of haar mededader

die [slachtoffer 3] in de bosjes heeft/hebben getrokken en/of heeft/hebben geknepen en/of

heeft/hebben geslagen en/of heeft/hebben gebeten en/of heeft/hebben geschopt en/of in de vijver

heeft/hebben gegooid en

(mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht

(aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan

en

- telkens bij [slachtoffer 2]

een stok(je) en/of een spuit in

de vagina en de anus van die [slachtoffer 2] gestopt en geduwd

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkheden telkens hierin dat verdachte en/of haar mededader die [slachtoffer 2] heeft/hebben geknepen en/of geslagen en/of geschopt en (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

3.

zij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998

in de gemeente Enschede meermalen telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden kinderen, genaamd [slachtoffer 4]

(geboren op [geboortedatum slachtoffer 4]) en [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 5])heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4]en [slachtoffer 5], hebbende verdachte en/of haar mededader(s)

- telkens bij die [slachtoffer 4]

een stokje en/of een spuitje in de anus en de vagina van die [slachtoffer 4] geduwd en gestopt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden telkens hierin dat verdachte en haar mededader(s) genoemde [slachtoffer 4] hardhandig bij de polsen heeft/hebben vastgepakt en (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan

en

- telkens bij die [slachtoffer 5]

een stokje en/of een vinger en/of een spuitje in de

anus en de vagina van die [slachtoffer 5] geduwd en gestopt

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkheden telkens hierin dat verdachte

en haar mededader(s) genoemde [slachtoffer 5] heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

hardhandig heeft vastgepakt en/of vastgebonden

en (mede) door gezien het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk

overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

4.

zij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 juli 1998 in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen telkens door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden een jongetje genaamd [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum [slachtoffer 6])heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6], hebbende verdachte en haar mededader telkens een vinger en/of een stokje en/of een spuit in de anus van die [slachtoffer 6] geduwd en gestopt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden telkens hierin dat verdachte en haar mededader genoemde [slachtoffer 6] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of geknepen en/of hardhandig vastgepakt en/of de vrije doorgang voor die [slachtoffer 6] heeft/hebben belemmerd en/of de kleding van die [slachtoffer 6] geweldadig heeft/hebben uitgetrokken en (mede) door het leeftijdsverschil geestelijk en lichamelijk overwicht (aldus) voor die [slachtoffer 6] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandig-heden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het feit, waarop die inhoud bijzonderlijk betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen verdachte sub 1, sub 2, sub 3 en

sub 4 primair meer of anders is telastegelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrij gespro-ken.

Het bewezene levert op:

voor wat betreft sub 1, de misdrijven:

"Medeplegen van verkrachting "

strafbaar gesteld bij artikel 47 en artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

en

"Verkrachting "

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

voor wat betreft sub 2, telkens de misdrijven:

"Medeplegen van verkrachting "

strafbaar gesteld bij artikel 47 en artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, telkens meermalen gepleegd;

en

"Verkrachting "

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, telkens meermalen gepleegd;

voor wat betreft sub 3, telkens het misdrijf:

"Medeplegen van verkrachting "

strafbaar gesteld bij artikel 47 en artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, telkens meermalen gepleegd;

voor wat betreft sub 4 primair, het misdrijf:

"Medeplegen van verkrachting "

strafbaar gesteld bij artikel 47 en artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

De verdachte is deswege strafbaar aangezien van geen haar strafbaarheid uitsluiten-de omstan-digheid is gebleken.

De rechtbank overweegt voor wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregel behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte, van wie aannemelijk is dat zij zelf het slachtoffer is geweest van seksueel misbruik, heeft op zeer jeugdige leeftijd een groot aantal (zeer jonge) kinderen, zowel jongens als meisjes, seksueel misbruikt.

Verdachte heeft door te handelen zoals is bewezenverklaard blijk gegeven van elk respect voor de geestelijke en lichamelijke integriteit van haar nog jeugdige slachtoffertjes verstoken te zijn, terwijl het zeker niet ondenkbaar is, dat haar slachtoffertjes tengevolge van de in de bewezenverklaring omschreven handelingen nog gedurende langere tijd psychische schade zullen ondervinden.

Daarnaast hebben de door verdachte gepleegde en thans bewezenverklaarde feiten grote onrust doen ontstaan bij de ouders van haar slachtoffertjes en bij ouders van (zeer) jonge kinderen in de buurt waar verdachte woonachtig was.

Gelet op de ernst van de feiten, de rol van verdachte met betrekking tot genoemde feiten alsmede op de recidive van verdachte met betrekking tot die strafbare feiten, behoort aan verdachte in principe een langdurige vrijheidsstraf te worden opgelegd.

De rechtbank zal echter van het opleggen van een langdurige vrijheidsstraf afzien, omdat de rechtbank de conclusie van na te noemen deskundigen omtrent de toereke-ningsvat-baarheid van verdachte, zoals vermeld in de omtrent verdachte uitgebrachte rapporten, houdende dat verdachte in (zeer) vermin-derde mate toereke-ningsvat-baar moet worden geacht, deelt en, evenals de deskundigen, van mening is dat een behandeling van verdachte noodzakelijk is en de voorkeur verdient boven een langdurige vrijheidsstraf. Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting blijkt dat verdachte zelf zwaar beschadigd is in haar ontwikkeling als kind en dringend behandeling behoeft.

Op grond van vorenstaande komt de rechtbank tot het opleggen van na te melden vrijheidsstraf en van na te melden maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, ten aanzien van welke maatregel de rechtbank nog overweegt:

1. Naar aanleiding van een 'persoonlijkheidsonderzoek' is op 2 oktober 1999 een psychiatrisch rapport over verdachte uitgebracht door de forensisch (jeugd)psychiater-seksuoloog F. Bruinsma te Utrecht.

Uit dit verslag, waarvan de gehele inhoud als hier ingelast moet worden be-schouwd, blijkt ondermeer het volgende.

De sociaal-emotionele ontwikkeling van betrokkene is in ernstige mate verstoord verlopen, hetgeen waarschijnlijk samenhangt met een fysiek en/of seksualiserend traumatiserende en/of emotioneel verwaarlozende chaotische voorgeschiedenis. Op grond hiervan is er bij betrokkene in psychiatrische zin sprake van een specifieke emotionele ontwikkelingsstoornis ("alexithymie", partiële gevoelsdissociatie) en van een al jaren bestaande gedragsstoornis.

Als gevolg van bovengenoemde verstoorde voorgeschiedenis is ook de gewetensontwikkeling van betrokkene in ernstige mate verstoord verlopen en functioneert ze nog nauwelijks op het zogenoemde preconventionele niveau.

De delicten waren aanvankelijk mogelijk als situationeel te beschouwen, namelijk voortkomend uit een samenloop van externe factoren, zoals een voor haar bedreigende, chaotische en verseksualiseerde omgeving binnen- en buitenshuis, het zien van (de kwetsbaarheid van?) kinderen die "moesten doen wat zij wilde" en interne factoren zoals algehele woede die ze niet kon integreren of plaatsen, gevoelens van (on)macht, "een (mannen)stem in haar hoofd", en een zeer gebrekkige frustratietolerantie. Later is het betreffende delinquente gedrag zulk een eigen leven gaan leiden dat er van een autonome (gedragsmatige) seksueel-deviante ontwikkeling sprake is, zoals die voorkomt bij meisjes en zwakbegaafden.

Op grond van de ernstig verstoorde ontwikkeling van betrokkene, en op het verband tussen deze verstoorde ontwikkeling en de door betrokkene gepleegde delicten kunnen de feiten haar slechts in zeer verminderde mate worden toegerekend.

Het risico van herhaling van soortgelijke delicten, zowel op de korte termijn als op de lange termijn, is zeer groot te achten.

Zowel met het oog op de verdere ontwikkeling van betrokkene als ter verkleining van het risico van herhaling van de delicten is het van groot belang dat er een behandeling van [verdachte] plaatsvindt.

Met name vanwege het grote risico dat betrokkene op de korte en lange termijn in herhaling valt als er niets wordt gedaan, maar ook vanwege de ernstige psychische stoornis van haar, is het noodzakelijk dat zij langdurig residentieel in een gesloten setting behandeld wordt. Dat heeft te maken met de noodzakelijke veiligheid van potentiële slachtoffers en de controle van betrokkene, maar vooral ook met de voor haar benodigde veilige en gestructureerde omgeving. Alleen daar binnen kan zij namelijk haar psychische afweer van "alexithymie" geleidelijk aan loslaten waardoor zij ook in emotioneel opzicht in staat is onder actuele stress anders te reageren dan ze in het verleden - impulsief en externaliserend heeft gedaan. Met zulk een verworden competentie kan in de behandeling vervolgens de waarschijnlijk traumatische voorgeschiedenis en ontwikkeling van betrokkene ook in moreel en emotioneel opzicht worden geïntegreerd.

In verband hiermee, maar ook met de verstoorde ontwikkeling van betrokkene en het risico van herhaling, zal de gesloten residentiële behandeling van betrokkene moeten plaatsvinden in het kader van een PIJ-maatregel. Voor zover mij bekend is zulk een plaatsing voor meisjes in Nederland alleen mogelijk in "De Lindenhorst" in Zeist of "Alexandra" in Almelo.

2. Over verdachte is een ongedateerde rapport uitgebracht door de kinder- en jeugdpsycholoog drs. U. Terpstra.

Uit dit rapport, waarvan de gehele inhoud als hier ingelast moet worden be-schouwd, blijkt ondermeer het volgende.

[Verdachte] is een diepliggend afgesloten meisje dat veelal mechanisch communiceert. De momenten van bereikbaarheid zijn weinig fluctuerend en sociaal wenselijk; de korte momenten worden veelal gevolgd door een zich sterker zich afsluiten en ontkennen.

De delicten en haar gevoelens daarbij zijn nauwelijks of niet bespreekbaar. Uiteindelijk "bekent" ze bij de gebeurtenissen aanwezig te zijn geweest en zich daar schuldig over te voelen en straf verdiend te hebben. Zo verwacht ze enige tijd een behandeling te krijgen, ze vertelt dit vanaf grote afstand en mededelend.

In emotioneel opzicht vinden we haar een diep beschadigd meisje, niet in staat tot

gevoelscommunicatie en met een onveilige hechting met haar ouders. In haar geschiedenis is ze lange tijd uit huis geweest. De problemen, agressiviteit met name, zijn op 7-jarige leeftijd voor het eerst in het anamnestisch materiaal terug te vinden.

Ze heeft veel conflicten tussen haar ouders meegemaakt en is daarbij wellicht betrokken geweest. De relatie met haar moeder is kil, versteend, die met haar vader meer positief betrokken, maar met angst omgeven.

Heftige scènes thuis, bijvoorbeeld het alcoholgebruik van vader en de brandstichting, de daaropvolgende detentie, zijn wellicht sterk traumatiserend geweest en hebben haar gevoelens van

onveiligheid versterkt en geactiveerd.

Ze is niet gericht op seksualiteit. Ook de delicten waarvan ze wordt verdacht, lijken niet een sterk seksuele kleur te hebben. Eerder is sprake van boosheid bij haar handelingen, welke steeds meer een obsessief karakter lijken te hebben gekregen.

Er is bij [verdachte] in psychiatrische zin sprake van een specifieke emotionele ontwikkelingsstoornis ("alexithymie", partiële gevoelsdissociatie) en van een al jaren bestaande gedragsstoornis.

[Verdachte] functioneert op beneden-gemiddeld niveau. Zwakbegaafd is ze zeker niet; wel spelen taalzwakte en concentratieproblemen een negatieve rol, naast de gebrekkige persoonlijkheidsontwikkeling. De gewetensontwikkeling is, gezien haar ontwikkelingsweg tot nu toe, onvolkomen en onvoldoende gevormd.

Gezien de verstoorde en problematische ontwikkeling kunnen de delicten haar slechts in verminderde mate worden aangerekend.

Gezien het obsessieve karakter is de kans op herhaling groot. [verdachte] heeft zonder meer behandeling nodig en hulpverlening is zonder meer, dringend wenselijk.

We adviseren een plaatsing in een behandelingshuis voor langere tijd, in een gesloten residentiële setting voor meisjes in Nederland, te weten "De Lindenhorst" in Zeist of "Alexandra" in Almelo.

Wat betreft de behandeling denk ik aan uitvoering binnen de PIJ-maatregel om continuïteit voor langere tijd te waarborgen.

De rechtbank overweegt dat uit voormelde (met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende) afzonderlijk uitgebrachte rapporten met advies van de daarin genoemde twee gedragsdes-kundigen van verschillende disciplines, blijkt dat terzake de bewezen verklaarde feiten aan verdachte de maatre-gel van plaat-sing in een inrichting voor jeugdigen dient te worden opgelegd, omdat dit in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte, terwijl het verder zo is dat de telastegeleg-de en bewezenverklaarde feiten misdrijven betreffen waarvoor voorlo-pige hechtenis is toegelaten en voorts blijkt, gelet op vorenbedoel-de rapportage, de aard van die feiten en het gevaar van recidive van verdachte, dat de algeme-ne veiligheid van personen het opleggen van die maatre-gel eist.

De na te noemen straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 27, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77v en 77gg van het Wetboek van Straf-recht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1, sub 2, sub 3 en het sub 4 primair telastegelegde in voege als boven omschreven door verdachte is begaan;

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld;

Verklaart verdachte deswege strafbaar;

Veroordeelt haar te dier zake tot jeugddetentie voor de duur van zes maan-den.

met advies dat de jeugddetentie zal worden ondergaan in een door de jeugdreclasse-ring aan te wijzen plaats van detentie.

Beveelt dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuit-voerlegging van de haar opgelegde jeugddetentie geheel zal worden in minde-ring gebracht;

Legt voorts op, terzake de bewezen verklaarde feiten, de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van 2 jaren;

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 primair meer of anders is telastege-legd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Derks, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. Vogel en Caminada, rechters, in tegen-woordig-heid van Groot, griffier, en uitgesproken ter terechtzitting van de rechtbank voor-noemd, op 26 oktober 1999.