Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY6992

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
20-12-2012
Datum publicatie
20-12-2012
Zaaknummer
142573 / KV RK 12-571
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzoek maritaal beslag afgewezen op grond van schending van artikel 21 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht

CVZ/AS

KV RK nummer: 142573/KV RK 12-571

datum: 20 december 2012

Beschikking van de voorzieningenrechter,

in de zaak van:

[naam verzoeker],

wonende te Limmen, gemeente Castricum,

VERZOEKER,

advocaat mr. A. de Visser te Zaandam, gemeente Zaanstad,

tegen:

[naam gerekwestreerde],

wonende te Limmen, gemeente Castricum,

GEREKWESTREERDE.

1. HET VERLOOP VAN HET GEDING

Op 19 december 2012 is bij het bureau voorzieningenrechter van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift van verzoeker, strekkende tot het leggen van maritaal beslag op de voormalige echtelijke woning.

2. DE GRONDEN VAN DE BESLISSING

Verzoeker legt aan zijn verzoek ten grondslag dat gerekwestreerde deze woning zonder zijn toestemming heeft verkocht voor een verkoopprijs die aanzienlijk onder de werkelijke waarde van de woning ligt, als gevolg waarvan er een restschuld zal overblijven van

[euro] 100.000,-- waarvoor nog geen oplossing is gevonden. Voorts voert verzoeker aan dat hij de vernietiging dan wel de nietigheid van de koopovereenkomst heeft ingeroepen, maar dat gerekwestreerde vervangende toestemming heeft gevraagd van de voorzieningenrechter om de verkoop desondanks te laten doorgaan. Verzoeker betoogt dat hij vreest dat gerekwestreerde vermogensbestanddelen aan zijn verhaal zal onttrekken, temeer nu zij reeds de woning met de gehele inboedel heeft verlaten en stelt belang te hebben om op grond van het vorenstaande beslag te leggen op genoemde woning.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient het verzoek van verzoeker te worden afgewezen en daartoe wordt het volgende overwogen.

De voorzieningenrechter is ambtshalve bekend met het vonnis van zijn collega voorzieningenrechter van 13 december 2012, in welk vonnis - kort gezegd - aan gerekwestreerde machtiging is verleend om de voormalige echtelijke woning te verkopen en te leveren aan een derde. Dit vonnis was het resultaat van een procedure op tegenspraak. Uit de inhoud van het vonnis blijkt dat verzoeker in die procedure verweer gevoerd heeft en in dat verband onder meer gesproken heeft over de restschuld van [euro] 100.000,-- die zou overblijven. De voorzieningenrechter heeft dit verweer meegewogen in zijn beslissing en is toch tot het verlenen van de gevorderde machtiging overgegaan. Daarbij is onder meer overwogen dat het op dat moment voorliggende bod op de woning serieus en realistisch was en dat van gerekwestreerde - zeker in de huidige tijd waarin de kans op verkoop van de woning gering is - niet gevergd kan worden dat zij in een onverdeeldheid blijft met betrekking tot die woning, met het risico dat de woning bij een eventuele latere verkoop een lagere opbrengst zal genereren. Ook is in de beslissing meegewogen dat ter zitting door de directeur van de hypotheekbank is verklaard dat het gebruikelijk is dat de bank bij een dergelijk bod zijn medewerking verleent aan verkoop en dat er voor de restschuld een regeling getroffen zal worden met partijen.

Uit deze overwegingen blijkt derhalve dat het betoog van verzoeker dat gerekwestreerde de woning zonder zijn toestemming heeft verkocht voor een verkoopprijs die aanzienlijk onder de werkelijke waarde ligt, in strijd met de waarheid is.

Verzoeker is in de eerdere procedure in het ongelijk gesteld en het past hem niet om thans op oneigenlijke wijze de verkoop en levering van de woning alsnog te frustreren.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter in zijn verzoekschrift bewust onjuist en/of onvolledig geïnformeerd, in strijd met het bepaalde in artikel 21 Rv. Artikel 21 Rv houdt in dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren en dat indien deze verplichting niet wordt nageleefd de rechter daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient op deze grond het verzochte verlof te worden geweigerd.

3. DE BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek af.

Gegeven door mr. A.H. Schotman, voorzieningenrechter van de Rechtbank te Alkmaar op 20 december 2012, bijgestaan door de griffier.