Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALK:2012:BY6493

Instantie
Rechtbank Alkmaar
Datum uitspraak
27-08-2012
Datum publicatie
18-12-2012
Zaaknummer
408091 \ KG EXPL 12-69
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen (ex)-werknemer en (ex)-werkgever over het concurrentiebeding, geheimhoudingsbeding en relatiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/rolnr.: 408091 \ KG EXPL 12-69 WD

Uitspraakdatum: 27 augustus 2012

Vonnis in kort geding

De kantonrechter als voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van:

[naam], wonende te [plaats],

eisende partij in kort geding in conventie,

verwerende partij in kort geding in reconventie,

verder ook te noemen: [werknemer],

gemachtigde: mr. B. Burger te Zaandam (Das Rechtsbijstand),

tegen

de besloten vennootschap SANDERS HYPOTHEKEN B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Oterleek,

gedaagde partij in kort geding in conventie,

eisende partij in kort geding in reconventie,

verder ook te noemen: Sanders,

gemachtigde: mr. K.C. de Koning te Zoetermeer (SRK Rechtsbijstand).

1. Het procesverloop

[werknemer] heeft een voorziening gevorderd, zoals omschreven in de daartoe op 2 juli 2012 uitgebrachte dagvaarding.

Sanders heeft een eis in reconventie ingesteld.

De zaak is behandeld op de terechtzitting van 6 augustus 2012, alwaar zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun gemachtigden.

Voorafgaande aan de zitting hebben beide partijen nog producties in het geding gebracht.

Partijen hebben hun vorderingen bij monde van hun gemachtigden toegelicht aan de hand van pleitnotities en producties alsmede hebben zij verweer gevoerd tegen de tegen hen ingestelde vorderingen.

Na afloop van de behandeling is heden uitspraak bepaald.

2. De uitgangspunten

2.1. Sanders drijft een hypotheek- en kredietbemiddelingskantoor. Middelijk bestuurder en aandeelhouder van Sanders is de heer [X] (hierna: [X]).

2.2. [werknemer] is op 1 februari 2006 voor de periode van één jaar in dienst getreden bij VOF Sanders in de functie van hypotheekadviseur.

2.3. Bij schriftelijke overeenkomst van eind 2007 tussen “De eenmanszaak Sanders Hypotheken / BV (io)” en [werknemer] is deze arbeidsovereenkomst omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

2.4. Deze overeenkomst bevat de volgende bepalingen:

“Geheimhouding en geheimhoudingsbeding en relatiebeding

7.1 De werknemer is verplicht tot strikte en volledige geheimhouding, zowel tijdens het dienstverband als na beëindiging daarvan, terzake van alle gegevens en bijzonderheden de onderneming van werkgever of daaraan gelieerde ondernemingen betreffende. Deze plicht tot geheimhouding geldt eveneens ten aanzien van alle gegevens en bijzonderheden die de cliënten of opdrachtgevers van de werkgever en daaraan gelieerde ondernemingen betreffen. In geval van overtreding van dit beding verbeurt de werknemer zonder dat een voorafgaande ingebrekestelling is vereist een boete als bedoeld in artikel 9.

7.2 Het is de werknemer verboden om na beëindiging van het dienstverband contacten te leggen danwel te onderhouden met relaties, potentiële relaties en prospects van de werkgever danwel aan de onderneming van de werkgever gelieerde ondernemingen, ongeacht of de werknemer zelf in de periode dat het dienstverband heeft geduurd persoonlijk met deze relaties, potentiële relaties of prospects zakelijke contacten heeft gehad of onderhouden. Ingeval van twijfel of er sprake is van een vorenbedoelde relatie is de werknemer verplicht de werkgever vooraf schriftelijk te informeren en om toestemming te vragen. In geval van overtreding van dit beding verbeurt de werknemer zonder dat een voorafgaande ingebrekestelling is vereist een boete als bedoeld in artikel. 9.

7.3 Alle gegevens waarover de werknemer in het kader van het dienstverband de beschikking verkrijgt worden geacht vertrouwelijk te zijn. Het is de werknemer niet toegestaan om deze gegevens mee naar huis te nemen of, indien het elektronische bestanden betreft, deze bestanden naar andere computers dan die van de werkgever door te geleiden behoudens voor zover dit in het kader van de correcte uitvoering van de werkzaamheden vereist is. In elk geval is het de werknemer niet toegestaan om elektronische gegevensbestanden waarover de werknemer in het kader van de uitoefening van het dienstverband de beschikking heeft of kan krijgen door te zenden naar privé-computers danwel e-mailadressen die buiten de invloedsfeer van de werkgever liggen. (…)

In geval van overtreding van dit beding verbeurt de werknemer zonder dat een voorafgaande ingebrekestelling is vereist een boete als bedoeld in artikel 9.

Concurrentiebeding

8.1 Het is werknemer verboden om gedurende een periode van drie jaar na beëindiging van deze arbeidsovereenkomst binnen een kring met een straal van 40 kilometer met als middelpunt de vestiging van werkgever, waar werknemer in de laatste 24 maanden voorafgaande aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft gewerkt in enigerlei vorm een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te vestigen, te drijven, te doen drijven, mede te drijven, hetzij direct, hetzij indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook te hebben.

8.2. (…)

Boetebeding

9.1 Bij iedere overtreding door de werknemer van het bepaalde in de artikelen 7 en/ of 8 verbeurt de werknemer, zulks in afwijking van het bepaalde in artikel 7:650 lid 3 BW,

ten behoeve van de werkgever zonder dat een voorafgaande sommatie of ingebrekestelling vereist is, een direct opeisbare boete van € 3.000,00 vermeerderd met een bedrag van

€ 100,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd de gehoudenheid van de werknemer om aan de werkgever alle schade die door deze dientengevolge wordt geleden te vergoeden voor zover de schade het vorenvermeld boetebedrag overtreft.”

2.5. Partijen hebben op 20 december 2007 een schriftelijk stuk opgesteld en ondertekend. Dit stuk luidt als volgt:

“Supplement arbeidsovereenkomst Patrick [werknemer]

Bijgaand verklaren ondergetekende Patrick [werknemer] en Sander de Loo dat de eerder getekende overeenkomst bij eenmanszaak Sanders in de BV Sanders Hypotheken ongewijzigd doorgaat.”

2.6. Bij [werknemer] is onvrede ontstaan over de gang van zaken bij Sanders in het algemeen en zijn (rechts)positie binnen de organisatie in het bijzonder.

2.7. Vanaf begin december 2011 heeft [werknemer] geen werkzaamheden meer voor [werknemer] uitgevoerd.

2.8. Op 30 december 2011 heeft [werknemer] zijn arbeidovereenkomst met Sanders opgezegd per 1 maart 2012.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [werknemer] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad

Primair

a. het non-concurrentiebeding geheel, althans gedeeltelijk te schorsen met dien verstande dat het [werknemer] wordt toegestaan in dienst te treden bij AFD in de functie van hypotheekadviseur;

b. het relatiebeding geheel dan wel gedeeltelijk te schorsen nu er geen duur dat het beding

geldt is opgenomen;

Subsidiair

c. indien en voorzover het non-concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk in stand blijft aan

[werknemer] een voorschot op (schade)vergoeding toe te kennen van € 15.000,- bruto.

Primair en subsidiair

d. Sanders te veroordelen in de kosten van deze procedure het salaris van de gemachtigde van [werknemer] daaronder begrepen.

3.2. [werknemer] voert daartoe, kort gezegd, het volgende aan.

Het concurrentiebeding ontbeert iedere werking nu het niet aan het schriftelijkheidsvereiste voldoet. Hiertoe is van belang dat het wel schriftelijk met VOF Sanders en met de eenmanszaak Sanders Hypotheken is overeengekomen, maar niet met Sanders, die thans als werkgever te beschouwen is. Daar komt bij dat het beding zwaarder is gaan drukken door wijziging van de werkzaamheden van [werknemer] en door de omstandigheid dat Sanders thans vanuit twee vestigingen werkzaam is. Voor zover het beding wel geldig is, wordt [werknemer] door het beding in verhouding tot het te beschermen belang van [werknemer] onbillijk benadeeld. [werknemer] kan zijn inkomen bij AFD aanmerkelijk verhogen en daarnaast is het [werknemer] gebleken dat bedrijven in de branche een voorkeur hebben voor werknemers uit de regio. Wil [werknemer] kans maken op een baan in de financiële dienstverlening dan is hij dus wel genoodzaakt om te verhuizen.

Voor het geval het concurrentiebeding zijn volle werking dient te behouden, maakt [werknemer] aanspraak op een voorschot op de aan hem op grond van artikel 7:653 lid 4 BW toekomende vergoeding.

Het relatiebeding dient thans te worden opgeschort, omdat geen tijdsduur aan het beding is verbonden.

3.3. Sanders voert verweer.

in reconventie

3.4. Sanders vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. [werknemer] te veroordelen om binnen 10 dagen na het vonnis aan Sanders te voldoen een bedrag van € 6.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum eis tot de dag der algehele voldoening;

II. [werknemer] te veroordelen om binnen 10 dagen na het vonnis over te gaan tot afgifte aan Sanders van alle bedrijfsbescheiden van Sanders die hij in zijn bezit heeft, doch tenminste de

bescheiden waarover hij beschikt door de overtredingen van artikel 7.3 arbeidsovereenkomst, zulks op straffe van een onmiddellijk zonder rechterlijke tussenkomst te verbeuren dwangsom van € 100,-- per dag of gedeelte van een dag dat

[werknemer] hiermee in gebreke blijft;

III. [werknemer] te verbieden alle bedrijfsgegevens van Sanders waarover hij in het kader van zijn

dienstverband de beschikking heeft gekregen en/of kennis van heeft genomen, daaronder mede verstaan gegevens van cliënten en relaties, en bijzonderheden betreffende de onderneming van Sanders te delen met derden, zulks op straffe van een onmiddellijk zonder rechterlijke tussenkomst te verbeuren dwangsom van € 3.000,-- per overtreding, te vermeerderen met een bedrag van € 100,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt;

IV. [werknemer] te verbieden gedurende drie jaar na einddatum arbeidsovereenkomst, derhalve tot 1 maart 2015, werkzaamheden voor AFD Adviesgroep Financiële Dienstverlening B.V. en aan haar gelieerde ondernemingen te verrichten, van wat voor aard dan ook, zowel direct als

indirect, zowel tegen betaling als om niet, zulks op straffe van een onmiddellijk zonder

rechterlijke tussenkomst te verbeuren dwangsom van € 3.000,-- per overtreding, te

vermeerderen met een bedrag van € 100,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat de

overtreding voortduurt;

V. [werknemer] te verbieden gedurende vijf jaar na einddatum van de arbeidsovereenkomst, derhalve tot 1 maart 2017, contact te leggen dan wel te onderhouden met klanten van Sanders, zulks op straffe van een onmiddellijk zonder rechterlijke tussenkomst te verbeuren dwangsom van € 3.000,-- per overtreding, te vermeerderen met een bedrag van € 100,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt.

VI. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten inclusief BTW conform Rapport

Voorwerk II;

VII. [werknemer] te veroordelen in de proceskosten, het salaris van de gemachtigde van Sanders daaronder begrepen.

3.5. Sanders voert daartoe, kort gezegd, het volgende aan. Sanders heeft twee maal geconstateerd dat [werknemer] bedrijfsbescheiden van Sanders heeft gescand en/of naar zijn privé e-mailadres heeft doorgezonden. [werknemer] handelt hiermee in strijd met artikel 7.3 van de arbeidsovereenkomst en is op basis van artikel 9.1. van dezelfde overeenkomst twee maal een boete van € 3.000,00, derhalve € 6.000,00, verschuldigd. (vordering I)

Voorts dient [werknemer] de bedrijfsbescheiden die hij hierdoor in zijn bezit heeft gekregen aan Sanders af te geven. (vordering II)

Daarnaast is het [werknemer] op grond van het onder artikel 7.1. gesloten geheimhoudingsbeding verboden om bedrijfsgegevens van Sanders te delen met derden, zulks op straffe van een boete gelijk aan het in 9.1. gemelde bedrag. (vordering III)

Tevens dient [werknemer] zich aan het non-concurrentiebeding te houden. (vordering IV)

[werknemer] heeft zich bovendien aan het in artikel 7.2. omschreven relatiebeding verbonden. Het belang voor Sanders bij dit beding zit hem in het terugboekrisico dat voor een periode van 5 jaar kleeft aan de door [werknemer] ten behoeve van Sanders gerealiseerde omzet. Vanwege dit risico is het van belang dat de via [werknemer] afgesloten producten voor een periode van vijf jaar in de portefeuille van Sanders blijven. Gedurende deze periode zou het [werknemer] niet mogen worden toegestaan deze relaties te benaderen. (vordering V)

3.6. [werknemer] voert verweer.

in conventie en in reconventie

3.7. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. De spoedeisendheid van de zaak vloeit uit het gestelde voort en is in voldoende mate gebleken.

4.2. Op grond van het over en weer betoogde, de overgelegde stukken en de omstandigheid dat de onderhavige procedure zich niet leent voor (nadere) bewijsvoering is de kantonrechter voorshands, rekeninghoudende met de vermoedelijke beslissing in de eventueel te entameren bodemzaak, het volgende van oordeel.

in conventie

4.3. De primaire vordering onder a strekt ertoe dat aan het non-concurrentiebeding haar werking wordt ontnomen, in die zin dat het [werknemer] wordt toegestaan in dienst te treden bij AFD. Een andersoortige beperking van het beding, bijvoorbeeld in tijdsduur of in geografische werking, wordt door [werknemer] niet gevorderd. De kantonrechter overweegt het volgende.

4.4. Anders dan [werknemer] meent, is aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Hiertoe wordt het volgende in aanmerking genomen.

Het beding is laatstelijk eind 2007 schriftelijk vastgelegd in de tussen [werknemer] en de eenmanszaak Sander Hypotheken opgemaakte overeenkomst. Dat de onderneming waar [werknemer] feitelijk werkzaam is geweest sedertdien niet meer door deze eenmanszaak wordt gevoerd, maar door Sanders, leidt er op zichzelf niet toe dat het beding nogmaals schriftelijk moet worden vastgelegd. Sanders is als rechtsopvolger van voornoemde eenmanszaak te beschouwen en alle uit de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortvloeiende rechten en verplichtingen, het non-concurrentiebeding incluis, zijn direct op Sanders overgegaan. Een herhaalde schriftelijke vastlegging is hiertoe niet noodzakelijk.

Niettemin hebben partijen één en ander toch op 20 december 2007 schriftelijk vastgelegd en ondertekend.

4.5. Evenmin is sprake van andere gronden die vereisen dat partijen het non-concurrentiebeding nogmaals schriftelijk overeen zijn gekomen. De noodzaak hiertoe is slechts aan de orde indien de functie van [werknemer] zo ingrijpend is veranderd dat het non-concurrentiebeding als gevolg daarvan aanmerkelijk zwaarder op [werknemer] is gaan drukken. Dat [werknemer], die bij aanvang van zijn dienstverband nog geen ervaring of opleiding had, gedurende het dienstverband een zekere ontwikkeling heeft doorgemaakt, leidt op zichzelf nog niet tot deze slotsom. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat de onderneming van Sanders sindsdien een zekere groei in omvang en omzet heeft doorgemaakt. Deze ontwikkelingen zijn in enige mate voorzienbaar bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst en worden geacht in deze overeenkomst te zijn verdisconteerd.

[werknemer] heeft nog aangevoerd dat hij gedurende het dienstverband de tweede man binnen de organisatie en mede-eigenaar van de onderneming is geworden en ter onderbouwing hieran verwezen naar een op 27 december 2009 gedateerde email van [X] aan [werknemer] (productie 35 aan de zijde van [werknemer]). Hieraan wordt voorbijgegaan. Sanders heeft ter zitting gesteld, hetgeen door [werknemer] niet is weersproken, dat [werknemer] slechts om redenen van vergunningtechnische aard mede-eigenaar is geworden. Daarnaast heeft [werknemer] niet bestreden dat de bewuste email is verzonden in het kader van een traject om de functie van [werknemer] een meer leidinggevend karakter te geven, welk traject op zeker moment is beëindigd, omdat [werknemer] daarvoor in de ogen van Sanders niet voldeed.

4.6. Uit het voorgaande volgt dat van de geldigheid van het beding moet worden uitgegaan. Thans is aan de orde de vraag of er gronden zijn om het non-concurrentiebeding te schorsen op de door [werknemer] voorgestane wijze, te weten, in die zin dat het [werknemer] is toegestaan werkzaamheden voor AFD te verrichten.

4.7. Niet in geschil is dat AFD als een gelijksoortige onderneming als Sanders moet worden beschouwd. Sterker nog, gelet op de ter zitting gegeven toelichting, die door [werknemer] onvoldoende gemotiveerd is weersproken, is de conclusie dat AFD als een grote concurrent moet worden beschouwd, gerechtvaardigd. Het belang van [werknemer] bij handhaving van het non-concurrentiebeding is evident. Aan de andere kant staat niet ter discussie dat [werknemer] zijn positie in financiële zin aanmerkelijk kan verbeteren door voor AFD te werken.

Dit alles overziende kan geenszins worden uitgesloten dat de eventuele bodemrechter na een uitgebreid feitenonderzoek, waarvoor in deze procedure geen plaats is, en na een daarop volgende afweging van belangen tot het oordeel zal komen dat het non-concurrentiebeding niet behoeft te worden vernietigd.

4.8. Dat bedrijven binnen de branche die zich buiten 40 kilometer van een vestiging van Sanders bevinden, de voorkeur geven aan werknemers uit de regio, is in deze beoordeling niet van belang, nu in de vordering van [werknemer] niet ligt besloten dat de straal waarbinnen het non-concurrentiebeding geldt, dient te worden verkleind.

4.9. De slotsom van het voorgaande is dat geen grond bestaat om thans vooruitlopend op een eventuele beslissing in een bodemprocedure over te gaan tot een (gedeeltelijke) schorsing van het non-concurrentiebeding. De vordering onder a zal worden afgewezen.

4.10. De subsidiair onder c ingestelde vordering tot het betalen van een voorschot op een vergoeding wordt afgewezen, nu [werknemer] de hoogte van de volgens hem aan hem toekomende vergoeding in het geheel niet heeft onderbouwd.

4.11. Uit de beoordeling in reconventie volgt dat de werking van het relatiebeding in feite wordt beperkt tot redelijk te noemen termijn een duur van vijf jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hiermee is de grondslag voor de gevorderde schorsing van het relatiebeding komen te vervallen. De hiertoe onder b ingestelde vordering zal worden afgewezen.

4.12. [werknemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Sanders worden veroordeeld.

in reconventie

4.13. [werknemer] heeft niet weersproken dat hij bedrijfsbescheiden van Sanders heeft gescand en/of naar een privé mailadres heeft gekopieerd. Zo heeft hij ter zitting verklaard aldus te hebben gehandeld met een tussen Sanders en een derde gesloten arbeidsovereenkomst, omdat zijn eigen arbeidsovereenkomst bij hem thuis door een brand verloren is gegaan. Ook zakelijke/ werkgerelateerde e-mails die door hem of aan hem zijn verzonden heeft hij thuis op zijn eigen computer opgeslagen, daar hij zich hiertoe gerechtigd achtte.

4.14. Hiermee is komen vast te staan dat [werknemer] in ieder geval tot twee maal toe het onder 7.3. neergelegde verbod heeft overtreden. [werknemer] heeft hiertoe niet mogen overgaan, althans niet zonder voorafgaand overleg met en verkregen toestemming van Sanders. De door [werknemer] ter verdediging aangedragen gronden rechtvaardigen dit niet. Ook niet voor zover het de emails betreft. Blijkens artikel 7.3. worden namelijk alle gegevens waarover de werknemer gedurende het dienstverband de beschikking verkrijgt geacht vertrouwelijk te zijn. [werknemer] is op grond van artikel 9.1. twee maal een boete van € 3.000,00 verschuldigd. De vordering onder I tot betaling van € 6.000,00 is mitsdien toewijsbaar. De over dit bedrag gevorderde wettelijke rente, waartegen geen verweer is gevoerd, kan als onweersproken worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende. Sanders vordert rente vanaf het datum van het instellen van de eis. De datum van de mondelinge behandeling, 6 augustus 2012, kan als zodanig worden beschouwd.

4.15. De vordering tot afgifte van bedrijfsbescheiden wordt afgewezen, nu Sanders in onvoldoende mate heeft gespecificeerd welke bescheiden het betreft.

4.16. De onder III en IV ingestelde vordering tot naleving van het geheimhoudingsbeding respectievelijk non-concurrentiebeding komen voor toewijzing in aanmerking. [werknemer] is aan deze bedingen gebonden en de gegeven omstandigheden van het geval rechtvaardigen dat [werknemer] tot naleving hiervan op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als na te melden.

4.17. Ook het onder V gevorderde gebod tot naleving van het relatiebeding is toewijsbaar. De periode van 5 jaar komt de kantonrechter, indachtig de door Sanders gegeven en door [werknemer] niet weersproken toelichting, niet onredelijk voor. Overigens ligt in de door Sanders gegeven toelichting besloten dat [werknemer] na het verstrijken van deze termijn niet meer aan dit beding is gebonden.

4.18. Niet weersproken is dat (de gemachtigde van) Sanders redelijke pogingen heeft gedaan om de tussen partijen gerezen kwestie zonder gerechtelijke procedure te regelen. Gelet hierop kan aangenomen worden dat (voldoende) werkzaamheden zijn verricht anders dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een vergoeding plegen in te sluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten is hiermee toewijsbaar als na te melden.

4.19. [werknemer] dient als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld. Gelet op de samenhang tussen de conventie en de reconventie worden de proceskosten in reconventie begroot als na te melden.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

Wijst de vordering af

Veroordeelt [werknemer] in de kosten van dit proces, die tot heden voor Sanders worden begroot op € 400,00 voor salaris van de gemachtigde.

in reconventie

Veroordeelt [werknemer] om aan Sanders te betalen een bedrag van € 6.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2012 tot aan de dag van betaling.

Verbiedt [werknemer] om de bedrijfsgegevens van Sanders waarover hij in het kader van zijn

dienstverband de beschikking heeft gekregen en/of kennis van heeft genomen, daaronder mede verstaan gegevens van cliënten en relaties, en bijzonderheden betreffende de onderneming van Sanders te delen met derden, zulks op straffe van een onmiddellijk zonder rechterlijke tussenkomst te verbeuren dwangsom van € 3.000,-- per overtreding, te vermeerderen met een bedrag van € 100,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, zulks tot een maximum van € 25.000,00.

Verbiedt [werknemer] om gedurende drie jaar na einddatum arbeidsovereenkomst, derhalve tot 1 maart 2015, werkzaamheden voor AFD Adviesgroep Financiële Dienstverlening B.V. en aan haar gelieerde ondernemingen te verrichten, van wat voor aard dan ook, zowel direct als

indirect, zowel tegen betaling als om niet, zulks op straffe van een onmiddellijk zonder

rechterlijke tussenkomst te verbeuren dwangsom van € 3.000,-- per overtreding, te

vermeerderen met een bedrag van € 100,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat de

overtreding voortduurt, zulks tot een maximum van € 50.000,00.

Verbiedt [werknemer] gedurende vijf jaar na einddatum van de arbeidsovereenkomst, derhalve tot 1 maart 2017, contact te leggen dan wel te onderhouden met klanten van Sanders, zulks op straffe van een onmiddellijk zonder rechterlijke tussenkomst te verbeuren dwangsom van

€ 3.000,-- per overtreding, te vermeerderen met een bedrag van € 100,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, zulks tot een maximum van € 25.000,00.

Veroordeelt [werknemer] om aan Sanders te betalen een bedrag van € 250,00 aan buitengerechtelijke kosten.

Veroordeelt [werknemer] in de kosten van dit proces, die tot heden voor Sanders worden begroot op € 200,00 voor salaris van de gemachtigde.

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 27 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken.